Tag: Sinterklaas

Pietlutten

Het laatste trimester van 2013 is net begonnen en daar begint het jaarlijkse geneuzel weer, omtrent het bestaansrecht van Zwarte Piet. Zijn aanwezigheid aan de zijde van Sinterklaas zou een uiting van racisme, indien al niet een verheerlijking van de slavernij zijn.

Ach, stelletje wereldverbeteraars en mierenneukers, hou nu toch eindelijk eens op met die onzin en stop dat gemekker. Hebben jullie echt niets belangrijkers te doen? We moeten het feest laten zoals het is, helemaal niets hervormen en onze tradities in ere houden. De sinterklazen van mijn jeugd waren altijd in het gezelschap van een of meerdere zwarte knechten, maar dat heeft bij mij alleszins nooit aanleiding gegeven tot priming met negatieve stereotypen. Ik ben nog steeds geen racist en de jongen die bij mij in de tuin klust, beschouw ik niet als een slaaf. Ik heb een blanke tuinman en Sinterklaas heeft een zwarte knecht. En daarmee uit!

Ik zal nu trouwens meteen een brief schrijven naar de dierenbescherming, want ik vind het echt niet kunnen dat het paard van Sinterklaas over steile daken moet klossen. Dat is regelrechte mishandeling.

Daarna zal ik in de supermarkt een grote doos negerinnentetten, alias negerzoenen, kopen en die allemaal opvreten. Ik hou van tetten en van zoenen, wat er ook de kleur van zij.

negerzoenen

Wie de schoen past …

Wie zoals ik op zichzelf woont, kan op pakjesavond maar beter geen schoen zetten, want verliezen doe je altijd. De kans is immers groot dat het ding leeg blijft en hoewel ik het niet graag toegeef, is dat altijd een beetje een teleurstelling. Als het schoeisel onverhoopt toch wat lekkers of leuks zou bevatten, kan ik me voorstellen dat ik daar zo geschuffeld door zou raken dat de hersens me door de oren naar buiten slaan.

Ik verleen momenteel onderdak aan verre verwanten van vaderszijde: de jonge Argentijnen Agus en Alejandro. Ze zijn op doorreis en zullen derhalve slechts enkele dagen bij me verblijven. Gisteren nam ik ze mee naar Brugge en in een aldaar gevestigde drankgelegenheid botsten we op een starnakelzatte sinterklaas. Hij had het voortdurend over zijn zwarte piet die zich, afgaand op de gebaren die hij maakte, in zijn broek ophield. Men kon gelukkig verhinderen dat hij die zwarte piet ook effectief tevoorschijn haalde en toen men de kwibus even later afvoerde, wilden mijn gezellen natuurlijk weten wie of wat die raar uitgedoste snuiter wel mocht voorstellen. Omdat er een goed verhalenverteller in me schuilt, diste ik het complete curriculum vitae van Nicolaas van Myra op: goedheilig man en kindervriend, maar wel in ‘t nette, want vandaag de dag moet je uitkijken met katholieke hoogwaardigheidsbekleders, inclusief bisschoppen.

De jongens zijn vanmorgen vroeg naar Brussel vertrokken en zullen pas morgen terugkeren, maar ik heb net ontdekt dat ze hun voorzorgen genomen hebben. Er staan namelijk twee schoenen bij de haard en in het begeleidende briefje maken ze Sinterklaas hun verlangens kenbaar: Agus wil graag een Bugatti Veyron en Alejandro verkiest een slankgegord en naadloos bruin huppelkutje met een barokke boezem.

Tja … en nu?

Kut met peren!

Ik ben een grote fan van Sinterklaas, dus spreekt het vanzelf dat ik verleden zaterdagmiddag voor de televisie zat als een konijn voor een lichtbak, om toch maar geen beeld te missen van de manier waarop de goedheilig man in de wereldstad Antwerpen arriveerde.

In afwachting van zijn aankomst probeerden enkele hyperboreeërs de in groten getale aanwezige supporters te vermaken met allerhande leukigheden, die meestal gevaarlijk naar onnozelheid overhelden. Ook vernam ik dat het paard van Sinterklaas ─ de schimmel die het in Vlaanderen, om vooralsnog onnaspeurbare redenen, met de ronduit belachelijke naam Slecht-weer-vandaag moet stellen, maar in Nederland naar het veel fraaiere Amerigo luistert ─ gevoelig is voor zeeziekte en daarom niet met de stoomboot meekwam, maar inmiddels al over land over zand richting Antwerpen gegaloppeerd was.

Pardon?! Waar halen die lui het vandaan dat het paard van Sinterklaas niet over zeebenen zou beschikken? Het is klaterende onzin, klets met klontjes en volstrekte, categorische kul. Dat gedoog ik niet. Het tegendeel blijkt klinkklaar uit een liedje dat al in 1850 geschreven werd en uitgroeide tot de vaakst gezongen ode aan Sinterklaas. Wat staat daar in de derde versregel?

Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan.
Hij brengt ons Sint Nicolaas, ik zie hem al staan.
Hoe huppelt zijn paardje het dek op en neer.
Hoe waaien de wimpels al heen en al weer.

Ik weet niet of jullie ooit last gehad hebben van zeeziekte, maar voor zij die er wel het slachtoffer van waren: hadden jullie toen zin om het dek op en neer te huppelen?