Tag: religie

Afscheidje

Herinneren jullie je kranige Margriet nog? Allicht niet. Ik heb haar hier een drietal keer opgevoerd, onder meer om te vertellen dat ze me op een Franse pan trakteerde, dat ze zich rattekaal tegen het rooien van bomen verzette en dat ze me als dank voor bewezen diensten een niet gering aantal oude, zeldzame en zelfs waardevolle boeken schonk. Als jullie je geheugen willen opfrissen kunnen jullie dat doen door onderstaande links aan te klikken:

Van de kale ratten besnuffeld

In mijn knollentuin

Meer moet dat niet zijn

Margriet is net geen tweeënnegentig geworden. Vanmorgen hebben we tijdens een sobere en intieme plechtigheid in de aula van een uitvaartcentrum afscheid van haar genomen. De celebrant zorgde trouwens voor een luimige verspreking, al vermoed ik dat ik de enige ben die het grappige ervan inzag.
“Op een dag staan we met de dood voor oven”, zei hij, maar hij verbeterde die oven snel in ogen, want als men op het punt staat om een overledene naar het crematorium af te voeren kan een oven nogal cru overkomen. Ook dienden de aanwezigen zich in een kring op te stellen en tijdens een gebed mekaars handje vast te houden. Ik vond dat nogal onnozel, om niet te zeggen kinderachtig. Alsof we zakdoekje leggen zouden gaan spelen. Ik hou er eigenlijk niet van om onbekenden aan te raken en wil daar dus ook niet toe verplicht worden, zelfs niet door katholieken.

Margriet, ik ben op de terugweg bij de bakker binnengelopen en heb daar een Franse pan gekocht. Als ik die straks nuttig, zal ik nog even een warme gedachte aan je spenderen. Mogen de engelen zich nu rattekaal over je ontfermen en zich om je bekommeren.

Ga daarmee naar den oorlog!

De deurbel luidde en toen ik opendeed, stonden er twee decent geklede lieden in het portaal.
─”Wij zijn getuigen van Jehova”, vernam ik.
─”Ha! Kom binnen!” zei ik hartelijk. “Wat kan ik voor u betekenen?”
Ze keken elkaar ietwat verbouwereerd aan.
─”Dat weten we eigenlijk niet”, schokschouderde de ene.
─”Er heeft ons nooit eerder iemand binnengelaten”, verduidelijkte de andere op bedremmelde toon.

Met rode oortjes

Vanmorgen bereikte me de droevige mare dat Angèle het tijdelijke met het eeuwige verwisseld heeft. Jullie hebben waarschijnlijk nog nooit van haar gehoord, maar in het dorp waar ik woon, staat ze bekend als de bonte hond met de blauwe staart en behoort ze nu al tot de plaatselijke folklore.

biechtenOm te begrijpen hoe dat zo komt, moeten we terugkeren naar lang vervlogen tijden, toen het katholicisme hoogtij vierde en de mensen nog in dichte drommen ter kerke gingen. In die godshuizen bevonden zich onveranderlijk een of meerdere merkwaardige meubelstukken, die men biechtstoelen noemde en waarin af en toe een priester plaatsnam, om de gefluisterde zonden van de gelovigen te aanhoren.

Hoewel Angèle voortdurend probeerde om Jezus van het kruis te bidden, kon ze het toch niet laten om een nogal vrijgevochten, ja zeg maar een liederlijk levenspad te bewandelen. Ze diende dan ook regelmatig haar zondige uitspattingen te belijden. Wat ze aan de priester vertelde, kon men in de ruime omtrek van de biechtstoel beluisteren, want ze verstond de kunst van het fluisteren niet. Met halfluide stem gaf ze op vrij gedetailleerde wijze tekst en uitleg over de onoorbare praktijken waaraan ze zich had overgegeven. Het zal allicht niemand verbazen dat mannen bijna vochten om een zitplaats in de buurt van de biechtstoel te veroveren als Angèle aanstalten maakte om van berouw blijk te geven.    

Nu is ze dood, overleden aan algehele slijtage. Ze heeft alleszins geen saai leven gehad.
“Ze zal ook niet moeten terugkeren!” zeggen wij dan, bij ons in het dorp.
Als de eeuwige zaligheid niet haar deel is, dan toch zeker eeuwige roem.

Habemus papam?

witterookIk zou bezoek over de vloer krijgen en legde het haardvuur aan, om het wat gezelliger te maken en ook een beetje voor de warmte natuurlijk, want hoewel er wellicht niemand bis of encore riep, heeft de winter toch besloten om ons op een toegift te trakteren. Toen ik me naar buiten begaf om daar een voorraadje brandhout op de kop te tikken, arriveerde er net een van mijn vrienden.
─”Habemus papam!” riep hij en hij wees naar de witte rook die uit de schouw opsteeg.

Als de nieuwe paus verkozen is, kringelt er immers witte rook uit een tijdelijk schoorsteentje van de Sixtijnse kapel, die als stemlokaal fungeert. Niet veel later verschijnt er dan een katholieke hoogwaardigheidsbekleder op een balkon van het Vaticaan en die verkondigt naar aloud gebruik en met luider stem: Habemus papam!

Dat is Latijn en het betekent zoveel als: Wij eten pap! De katholieken beschouwen het eten van pap namelijk als een uiting van grote vreugde en gelukzaligheid, want het is genoegzaam bekend dat men ook in de hemel naar hartenlust rijstpap verorbert.

In weerwil van die witte rook en mijn verkiezing tot paus heb ik mijn bezoek van gisteravond geen pap voorgezet.

Kerkhofblommen

Naar het kerkhof gaan, is niet erg. Er blijven wel.

Voor katholieken is vandaag een feestdag ter ere van alle heiligen, die dan ook de naam Allerheiligen opgespeld kreeg, want vlaggen moeten de lading dekken. Morgen, Allerzielen, gedenken ze al de overledenen en dat zijn er ondertussen nogal wat. De kerkhoven zien er dan ook bijzonder feestelijk uit, voor zover een kerkhof een feestelijke allure kan tentoonspreiden. Al die uitbundige boeketten van orgiastisch opengebarsten bloemen wekken de indruk dat het daar prettig toeven is, hetgeen ik meen te mogen betwijfelen.

Hoewel ik geen katholiek ben en dat eigenlijk ook nooit was, verwijlen mijn gedachten nog regelmatig bij de mensen die er voor mij toe deden, maar desalniettemin voorgoed uitgestapt zijn: mijn ma, mijn pa, mijn zus, de liefde van mijn leven, enkele vrienden … Ze maken deel uit van wat ik nu ben en ik heb ze gisteren allemaal een bloemetje gegeven. Toen ik daarmee klaar was, overviel me plots een nogal terneerdrukkend gevoel.

Van wie zal ik wat lachende chrysanten krijgen nadat ik het tijdelijke met het eeuwige verwisseld heb? Ik ben een van die overgeschoten mensen, die vooralsnog niemand hebben gevonden om van te houden. De paar verwanten die me resten, wonen in heel verre buitenlanden, en mijn schaarse vrienden hebben me zelfs tijdens mijn leven nog nooit echt in de bloemetjes gezet, dus zullen ze dat na mijn dood wellicht ook niet doen. Niemand zal mijn laatste rustplaats opsmukken en de katholieken die op Allerheiligen en Allerzielen in groten getale naar het kerkhof afzakken, zullen me hoofdschuddend voorbijlopen en denken: “Ach, wat zielig toch, zo’n onbeminde.”

Om dat te vermijden zal ik straks dan ook mijn uiterste wilsbeschikking wijzigen en vermelden dat men mijn as op zee dient uit te strooien. Daar valt het minder op als ik van niemand een bloemetje krijg.

grafsteen

Verkleurmannetje

De man heet Mohammed en hij is een hevig voorvechter van de islam, zowel figuurlijk als letterlijk: hij aarzelt niet om voor zijn religieuze overtuiging in het strijdperk te treden en schrikt er zelfs niet voor terug om dat geloof met slaande argumenten te verdedigen.

Diezelfde Mohammed gaat prat op zijn inburgering. Hij heeft zich volgens zijn zeggen volledig aan onze levenswijze aangepast. Vandaar allicht dat hij zich iedere avond in de kroeg starnakelzat zuipt. Dan, als de alcohol een woordje meespreekt, zoekt hij met iedereen ruzie en zijn meisjes of vrouwen niet veilig voor zijn handtastelijkheden.

Het verbaast me niet dat Mohammed een eenzaam bestaan leidt, maar dat heeft hij louter aan zichzelf te wijten. Er valt vermoedelijk echt niet met hem te leven.

 

Copyright Uilenvlucht 2018 Frontier Theme