Tag: kerstmis

Knietje

Het middagjournaal van kerstdag bracht me naar Rome, of beter gezegd naar Vaticaanstad, waar de paus onder meer overgegaan was tot het opdragen van een middernachtmis. Als een soort hors-d’oeuvre had hij eerst een kerststal onthuld en toen ik hem dat zag doen, wist ik meteen dat dit akkefietje niet onbesproken zou blijven. De beelden waren immers gesneden brood, om niet te zeggen een hapklare brok, voor verdorven geesten en olijke stukken vlees. Het spreekt vanzelf dat ik enkel tot die laatste categorie behoor.

De paus ontsluierde immers een beeldje, voorstellende het kind Jezus dat in de kribbe lag, en bedacht de pasgeborene met een liefdevolle kus op het knietje. De televisiecamera vereeuwigde dat moment en heel even was het volstrekt onduidelijk wat Zijne Heiligheid van plan was. Met in het achterhoofd het allerminst verheven gedrag van een niet gering aantal katholieke bedienaars, zagen de kijkers hem dat kind op een nogal dubieuze wijze benaderen om, wellicht tot grote opluchting van velen, het knietje met zijn lippen te beroeren.

In de avondjournaals toonde men de beelden opnieuw, maar de nieuwsdienst had inmiddels lont geroken: de commentaarstem maakte gissingen overbodig, door nog voor de kus mede te delen dat het knietje van het kind Jezus het doelwit van de paus was.

kerststal

De (kerst)boom in!

Ik heb dit jaar voor de eerste keer van een white christmas gedreamd. Dat gebeurde op de kerstmarkt in Brugge, waar ik eigenlijk niks verloren had, want de opsmukrage waarmee het feestgedruis van de jaarwisseling veelal gepaard gaat, vermag me niet te bezielen. Ik ben namelijk tegendraads: het gaat aan me voorbij en het raakt me niet. Ook met glühwein kun je mij niet vermurwen. Ik lust dat brouwsel niet en krijg er bovendien koppijn van. En niet te min! In Brugge kan men zich ook op een schaatsring(etje) vermeien, of per reuzenrad ten hemel stijgen, maar aangezien ik er nog steeds niet in geslaagd ben om op schaatsen overeind te blijven en last heb van hoogtevrees …

Ondertussen zitten jullie zich ongetwijfeld af te vragen waarom ik dan in vredesnaam ─ vrede op aarde aan alle mensen van goede wil ─ de schreden naar zo’n buitengebeuren richt. Wel, ik heb een vriendin en die is zo dol op kerstmarkten dat ze zich zelfs naar buitenlanden begeeft om in dergelijke samenscholingen verwikkeld te raken. Omdat ze niet over een rijbewijs en een eigen transportmiddel kan beschikken, was ze vastbesloten om, niettegenstaande een bijzonder ongelukkige dienstregeling, met het openbaar vervoer naar Brugge te reizen. In mijn hoedanigheid van vriend en barmhartige samaritaan … nu ja, jullie begrijpen het wel.     

Als ik ‘s avonds door het dorp kuier, merk ik dat er al kerstbomen en andere frivole tooisels in huiskamers verschijnen. Daar kun je niet naast kijken, want de bewoners van versierde vertrekken, die zich normaliter bij het invallen van de duisternis aan het oog plegen te onttrekken, laten nu pas diep in de nacht de rolluiken neer, teneinde passanten de kans te geven om hun groothandel in snuisterijen te aanschouwen.

Zelf doe ik niet mee aan die opsierderij. Als jullie tijdens de feestdagen voorbij mijn woning komen, hoeven jullie dus niet bij me binnen te spieden, want er is te mijnent ─ hier komt ie! ─ geen bal te zien.

Gooi-en-smijtfilmpje

kerststronkIk was vanmorgen bij de bakker en terwijl ik daar op mijn beurt wachtte, geraakte ik danig in de ban van de kitscherig versierde, maar niettemin uitermate appetijtelijk ogende kerststronken, bij ons beter bekend als buches, die zich in de vitrinekasten ophielden.
Ach kom, dacht ik, ik doe eens even iets geks.
En toen deed ik iets geks, want ik kocht zo’n taart, hoewel ik me er terdege van bewust was dat ik die helemaal alleen zou moeten opvreten, want ik verwacht eerstdaags geen bezoek.

Toen ik niet veel later mijn boodschappen van de garage naar mijn woning bracht, scheurde de zak waarin de bakkersvrouw een aantal broodjes ondergebracht had. Toen ik inderhaast trachtte te verhinderen dat ze op de grond zouden terechtkomen, glipte de doos met de buche uit mijn handen  … en die kwam met een doodsmak op de plavuizen terecht.  Commentaar lijkt me overbodig. Ik zal ook nooit eens mazzelen, hè!

Waarom, zo vraag ik me af, keert het lot zich vaker tegen me, dan dat het me in verrukking brengt?