Tag: herdenken

In Vlaamse velden … 4

Op 11 november 1918 zwegen de wapens en behoorde De Groote Oorlog tot het verleden.

Kollwitz1-vert

Op de Duitse militaire begraafplaats in het Praetbos van het West-Vlaamse Vladslo fungeert Het Treurende Ouderpaar van de Duitse kunstenares Käthe Kollwitz als blikvanger. De beelden bevinden zich aan de achterkant van het kerkhof en staren naar de grafstenen van gesneuvelde soldaten, waaronder die van hun achttienjarige zoon, Peter Kollwitz, wiens laatste rustplaats vlak voor hen ligt.

Toen ik daar verleden week op een druilerige dag was, schoot me een wel zeer toepasselijk gedicht van Anton Van Wilderode te binnen:

Alles is voorbij.
De kinderziekten, de koortsen,
de onredelijke angst voor de kou,
het diepe water, de hoge kersenboom.
De kleine wonden van messen en glas
de wilde jongensspelen.
Hij is heelhuids groot geworden
voor een gevaar dat ik niet kende,
waartegen ik hem niet kon beschermen.
Nooit meer en nooit meer.

Anton Van Wilderode

klaproos

Laag

Ik heb ter gelegenheid van haar verjaardag een fraai bloemstukje bij mijn zus achtergelaten. Ze vertoeft al ettelijke jaren in het dorp van de eeuwige vakantie, waar ze met ma en pa een graf deelt.

Nu ben ik nogal licht geneigd om flora van allerlei slag mooi te vinden. De juistheid van de bewering ‘fraai bloemstukje’ zou dan ook aan twijfel onderhevig kunnen zijn, ware het niet dat ik op weg naar het kerkhof een vriendin tegen het lijf liep, die bij het aanschouwen van wat ik transporteerde een hand voor de verbaasde mond sloeg en riep: “Ho, wat is dat een fraai bloemstukje!” Als zij toen loog, dan ik nu ook.

Ik zou dit schrijfsel met een foto van het bloemstukje in kwestie kunnen verluchten, zodat jullie er zelf een oordeel over kunnen vellen, maar het ornamentje is verdwenen. Men heeft het ontvreemd, om niet te zeggen gestolen. Dat is nu al de derde keer dat iemand zich aan de rustplaats van mijn dierbaren vergrijpt. Zoiets zit me echt niet lekker en ik kan het ook op geen enkele manier billijken. Sommige mensen kennen werkelijk geen fatsoen.

Een zeer treurige prins

Vandaag, maar dan 37 jaar geleden, stapte de amper 21-jarige ‘zeer treurige prins’ uit het leven in een miserabel achterafkamertje in Brugge. Hij was een buitengewoon getalenteerd dichter, maar helaas ook een uitermate getourmenteerde ziel. Zijn naam was Jotie T’ Hooft.

Liefde en ellende

Brood van weken oud heb ik geweekt in water
en opgegeten, terwijl de kou aan mijn tenen
knaagde. Met naalden heb ik in mijn bloed
gewoeld en gezocht. En niets gevonden.
Ik heb op straatstenen geslapen met honger
die door niets nog gestild kon worden
leek het wel.

In nachten, nat en donker, was ik alleen
en mijn stem hoorde niemand. Ziektes
hebben mij bezocht in de jaren, ik wou
vluchten in de dood.

Maar niets was erger dan nu, ik wou
dat je bij me kwam en in mijn ogen keek.

Jotie T’ Hooft

Jij en ik

Jij bent inmiddels al een hele tijd geleden en de wonde is geheeld. Ik heb, geloof ik, vertroosting gevonden, maar ik ben nog altijd echt blij dat ik je gekend heb.

Jij was het cadeau van mijn leven en ik zal ongetwijfeld altijd van je blijven houden. Het overkomt me nog vaak dat ik aan je denk en de blik ten hemel hef, want volgens mij moet je daar nog ergens zijn. Zij die me op zo’n moment meemaken zullen zich ongetwijfeld afvragen waarom ik in mijn eentje stilletjes zit te glimlachen.

Mijn hart zal bij je zijn, waar je ook bent.

Een vreemd fatsoentje

Hè hè, het is me het zomertje wel.

Ik pleeg een geregeld leven te leiden, maar nu val ik van de ene verrassing in de andere, waardoor ik de draad en de greep wat kwijtraak. Zo vertrek ik bijvoorbeeld ‘s morgens rond de klok van achten voor een fietstochtje van hooguit een paar uur, om pas ‘s avonds rond een uur of vijf thuis te komen. Eigen schuld dikke bult natuurlijk.

“Hie kuj je bizzihoed’n met e stroje”, beweerde mijn moeder tot vervelens toe. Jij kunt je bezighouden met een strootje. Dat zal ongetwijfeld met de werkelijkheid stroken, maar het zal me aan de reet roesten. Zolang het strootje in kwestie niet de laatste strohalm is waaraan ik me kan vastklampen …

Waar was ik alweer gebleven? O ja, enkele dagen geleden liet ik jullie achter bij de ingang van het dorp der eeuwige vakantie, bij ons beter bekend als het kerkhof, hoewel er in dit geval in geen velden of wegen een kerk te bespeuren viel. Ik bracht er een bezoek aan de rustplaats van mijn ouders en mijn zus en terwijl ik me binnensmonds met hen onderhield, verscheen er plots een morsig vrouwmens aan mijn zijde. Ze had flink wat toeters en bellen aan haar lichaam hangen en ze droeg een zomerse jurk, waarvan het patroon waarschijnlijk tropische vegetatie moest suggereren. Ze sloeg drie kruistekens en richtte zich vervolgens luidkeels tot ene Jezus en zijn maagdelijke moeder, wier goedertierenheid ze voor mijn familieleden afsmeekte. Ik maakte dat ik wegkwam, maar toen ik iets verderop halt hield bij het graf van een kennis, stelde ze zich opnieuw naast me op om Christus van het kruis te bidden.

Dat mens bleef me achtervolgen. Om me van haar te ontdoen zag ik me genoodzaakt om voortijdig het kerkhof te verlaten.

Zot zijn doet geen zeer, maar het jeukt een beetje.

Juicht! Belgen juicht!

mathilde

Toen ik gisteravond de televisie aanzette, verscheen er een houten klaas op mijn scherm. Of was het koning Filip? Hij predikte… eh … hij gaf een nietszeggende spreekbeurt over Belgenland en over het samenhorigheidsgevoel waar de bewoners van deze contreien het slachtoffer van zijn, vooral door toedoen van ons nationale voetbalclubje: De Rode Duivels.

Zou het Zijne Majesteit opgevallen zijn dat inmiddels vrijwel alle vlaggen uit het straatbeeld verdwenen zijn, terwijl ze net nu, ter gelegenheid van onze nationale feestdag, vrolijk zouden moeten wapperen?

Het hele gebeuren kan me overigens niet bezielen. Ik heb nooit begrepen waarom een feest, zij het dan een exemplaar van het duffere soort, gepaard moet gaan met militair geparadeer en het manhaftig vertoon van allerhande wapentuig, zoals raketten waarmee je passagiersvliegtuigen uit de lucht kunt schieten, of bommen waarmee je onschuldige Palestijnen kunt vermoorden …

Onze vroegere opperhoofden, Berten en Paula, zullen naar verluidt niet aanwezig zijn op het defilé. Ze vertikken het om voor zo’n futiliteit hun vakantie te onderbreken. België kan hen aan de reet roesten, behalve dan wanneer het hun karige leefloontje van net geen miljoen euro betreft. Dat willen ze graag blijven opstrijken en als het aan hen ligt, mag het zelfs iets meer zijn.

Goede sier maken met andermans geld en verder grote minachting aan de dag leggen voor het land en de mensen die daarvoor moeten opdraaien. Kan ik ergens kenbaar maken dat ik met mijn belastinggeld geen parasieten wens te onderhouden?

Wat goed is, moet leven

Testament

Als ik dood ga, huil maar niet
ik ben niet echt dood moet je weten
‘t is maar een lichaam dat ik achterliet,
dood ben ik pas als jij me bent vergeten.

En als ik dood ga, treur maar niet
ik ben niet echt weg moet je weten
het is de heimwee die ik achterliet
dood ben ik pas als jij dat bent vergeten.

En als ik dood ga, huil maar niet
ik ben niet echt dood moet je weten
‘t is het verlangen dat ik achterliet
dood ben ik pas als jij dat bent vergeten
dood ben ik pas als jij me bent vergeten.

Bram Vermeulen