Tag: geld

Tante Pos

Het valt haast niet te beschrijven welke vreugde er ten huize Uilenvlucht heerste, toen ik een paar maanden geleden van de fiscus de heuglijke tijding kreeg dat ik te veel belastingen betaald had en derhalve eerlang wat restitutie mocht verwachten, te weten de kapitale som van net geen dertien euro. Ja kijk, zulke interessante geldbedragen mag men me in onbeperkte mate blijven aandragen.

Ik was aanzienlijk minder verheugd toen die peulenschil niet op mijn bankrekening terechtkwam, maar door een administratief bokkensprongetje vermomd als postassignatie bij me in de bus viel. Zo’n ding kan je uitsluitend in contanten laten uitbetalen aan het loket van een postkantoor. Aangezien men mijn woonplaats van zijn postkantoor beroofd heeft, diende ik me zes kilometer te verplaatsen om aan mijn gerief te komen.

Het meisje dat daar de dienst uitmaakte, had tijdens haar opleiding vermoedelijk een commerciële hersenspoeling ondergaan, want ze zei met de plichtmatige lach van een stofzuigerventer:
“Als u bij ons een rekening opent, kunnen de belastingen voortaan uw tegoeden daarop storten en hoeft u zich niet te verplaatsen voor zo’n futiliteit.”
Ik deelde haar mee dat ik al de trotse eigenaar van een paar bankrekeningen was, maar dat de fiscus dat kennelijk even veronachtzaamd had.
“Hebt u soms postzegels nodig?” vroeg ze. “Of misschien een postogram?”
Ze had kennelijk niet veel zin om die futiliteit aan me uit te betalen.
“Nee,” schuddekopte ik, “maar u kunt me wel plezieren met een pakje gezouten boter en een kwart kilo belegen kaas.”

Ze keek me aan alsof ze van plan was om tot een handgemeen over te gaan. Luttele seconden later was ik in het bezit van mijn schamele dertien euro. Of toch bijna.
“Daag!” zei ik vriendelijk.
Er kwam niets terug. Tijdens haar opleiding had men haar niet bijgebracht dat ze in alle omstandigheden beleefd moest blijven.

Kanttekeningen ─ 5

1.
Kris Peeters ─ vicepremier en minister van Werk in Belgenland ─ verklaarde onlangs in een interview: “Iedereen in dit land leeft boven zijn stand. Wij allemaal.”
Het is dan ook verbazingwekkend dat de regering waartoe Peeters behoort het nodig vindt om ons opperhoofd ─ Fluppe van België ─ een opslag van zo maar eventjes € 39.000 te geven, terwijl dat volstrekt nutteloze heerschap al een jaarlijkse dotatie van € 11.651.000 in de schoot geworpen krijgt, om van alle voordelen in natura nog te zwijgen.
Ik heb het hier al eerder en bijna tot vervelens toe gezegd, maar ik blijf het herhalen: afschaffen die handel!

2.
Muhammad Ali, alias Cassius Clay, is dood en inmiddels ook al begraven, nadat men hem wereldwijd uitbundig wierook toezwaaide en onder  loftuitingen bedolf. Zelf vond ik hem een ijdelzuchtige kwek, die zijn eigendunk nauwelijks kon tillen, onnatuurlijk veel van zichzelf leek te houden en aan de bron der intelligentie slechts de lippen bevochtigd had, zelfs toen de herfst in zijn hoofd nog niet was ingetreden. Ik staaf dit even met een van zijn citaten:

All white people are devils … Blacks are no devils … Everything black people doing wrong comes from the white people. Drinking, smoking, prostitution, homosexuality, lying, stealing, gambling: it all comes from the white people.

Alle blanken zijn duivels … Zwarten zijn geen duivels … Alles wat zwarten fout doen, komt van de blanken. Drinken, roken, prostitutie, homoseksualiteit, liegen, stelen, gokken: het komt allemaal van de blanken.
Muhammad Ali

Hij was een man die goed kon vechten, al weet ik niet wat daar de verdienste van kan zijn.

3.
Dan denk je dat je alles gezien hebt en dan krijg je dit nog:

duivels1

Het moet niet nog gekker worden.

duivels2

Goed veel centen in mijn zak

Vandaag, maar dan zes jaar geleden, nam ik een kloek besluit. Als verstokte roker van twee pakjes per dag stookte ik ‘s avonds om 19.30 uur mijn laatste sigaret op en sindsdien heb ik alle tabak uit mijn leven gebannen.

Voel ik me nu beter en gezonder? Niet echt eigenlijk. Het valt me alleszins niet op. In die zes jaar heb ik wel zo’n 25.000 euro voor wat anders kunnen gebruiken en dat maakt veel goed natuurlijk. Vijfentwintigduizend euro! Ik denk dat ik me een nieuwe auto zal aanschaffen. Heb ik genoeg voor een Ferrari?

Vriendendienst

Het gebeurde enkele jaren geleden …

Ik was neergestreken in een restaurant en bevond me in het verkwikkende gezelschap van een goede vriend, die onbedaarlijk veel plezier aan zijn tocht door het bestaan beleefde en altijd wel een aardigheid klaarzitten had. Toen ik aanstalten maakte om me naar het toilet te begeven zei hij: “Als je mijn naam noemt, zul je een mooie plaats krijgen.” Ik zou me een natte luier gelachen hebben als ik op dat moment zo’n ding gedragen had, maar dat was niet het geval.

Het gebeurde gisteren …
De deurbel kondigde een bezoeker aan en even later stond ik oog in oog met een nogal nerveuze jongeman, die niet echt met een vlotte babbel gesierd was.
─”Ik ben gestuurd door mompel mompel”, begon hij.
─”Door wie?” fronste ik, want ik had de naam niet begrepen.
─”Door Cédric M…”, herhaalde hij. “Da’s een vriend van je, hè?”
Ik moest even de registers van mijn geheugen openslaan voor ik de Cédric M… in kwestie kon plaatsen. Ik vond hem alleszins niet terug in mijn uiterst beknopte vriendenrubriek ─ als je meer dan vijf vrienden hebt, heb je er eigenlijk geen ─ maar wel tussen de vage ‘cafékennissen’.
─”Laten we zeggen dat ik hem ken”, nuanceerde ik dus.
─”Ik heb dringend de vertaling van een Duits artikel nodig”, kwam hij ter zake en hij wees naar de map die hij in zijn hand hield. “Cédric zei dat je ‘t wel voor een zacht prijsje zou doen als ik zijn naam noemde.”
─”Cédric heeft makkelijk praten”, snoof ik. “Mag ik dat artikel even zien?”

Ik schatte dat ik toch zeker twee dagen aan die vertaling zou werken en toen mijn bezoeker vernam dat ik het niet gratis wou doen, stak hij zijn ongenoegen niet onder stoelen of banken. Hij vertrok met ontstemde snaren en met het onvertaalde artikel.

Wat moet ik in vredesnaam doen om te verhinderen dat sommigen mijn leven willen beredderen?  

De wereld van het snelle geld (2)

In mijn vorige bijdrage deed ik jullie kond van hoe ik zonder slag of stoot en binnen de paar minuten een klapper maakte en € 200 binnenrijfde. Ik meldde tevens dat ik daar dermate opgetogen over was dat ik mezelf op een etentje vergastte. Daarvoor begaf ik me naar een bescheiden restaurant: eigenlijk meer een café dat ook wel te eten schaft, zolang je maar niet op pauwentongetjes uit bent en dat was ik dus niet.

Het meisje dat me bediende, gaf blijk van weinig ervaring. Ze had alle moeite van de wereld om de glazen en flessen op haar dienblad in evenwicht te houden. Ook bleek ze niet op de hoogte te zijn van het jargon dat in voedsel- en drankverstrekkende etablissementen gangbaar is. Zo wist ze bijvoorbeeld niet wat ik bedoelde toen ik haar mededeelde dat ik mijn biefstuk graag à point wilde hebben en toen ik een pichet rode wijn bestelde, hoorde ze het in Keulen donderen. Dat onweer bleef aanhouden, tot ik het woord karaf gebruikte. Ze was wel uitermate vriendelijk, dat dan weer wel.

Ik at wat en ik dronk wat, waarna ik de rekening liet aanrukken. Het festijn kostte me € 37,30. Ik overhandigde haar een biljet van € 50 en zei: “Veertig is goed.”
Waarna ze me € 40 gaf.

Het duurde even voor het tot me doordrong dat ik voor het bikkesement en de lafenis slechts € 10 betaald had. Bofte ik even! De nobele ridder die af en toe in me schuilt ontwaakte evenwel. Hij wenkte het meisje, bracht haar discreet op de hoogte van haar blundertje en deed restitutie.

Nee, het scheelde echt niet veel of ik had die dag, zonder enige inspanning mijnerzijds, € 230 verdiend. Zulke interessante geldbedragen mag men me in onbeperkte mate blijven aandragen.

De wereld van het snelle geld

Een van mijn belangrijkste werkinstrumenten is … een stoel: mijn bureaustoel. Vanwege mijn beroepsactiviteiten slijt ik namelijk buitensporig veel tijd op dat meubel, gemiddeld een uur of acht per etmaal, dus kan het maar beter van uitstekende kwaliteit zijn. Toen ik het zitje onlangs diende te vervangen heb ik derhalve op geen euro gekeken, niettegenstaande mijn zuinige inborst. Ik begaf me op internet en kocht een ergonomische, met leder beklede en van heel wat toeters en nog meer bellen voorziene stoel. Het grapje zou me iets meer dan duizend euro kosten en vijf dagen later niet alleen mijn bureau sieren, maar ook mijn zitvlak en mijn tere rug verwennen.

Er verstreek een week en toen ontving ik een e-mail, waarin men me mededeelde dat men de beloofde leveringstermijn niet kon verwezenlijken en dat ik mijn bestelling pas anderhalve maand later mocht verwachten. Ik was daar vanzelfsprekend niet blij mee, maar er bestaan ergere dingen in het leven, dus liet ik de zaak blauwblauw … tot ik me na verloop van tijd naar de website van het bedrijf in kwestie klikte, teneinde me van de vorderingen te vergewissen. Tot mijn niet geringe verbazing ontdekte ik daar, tussen een aantal andere aanbiedingen, dat de door mij uitgekozen stoel plots tweehonderd euro minder kostte. Dat kon ik vanzelfsprekend niet over mijn kant laten gaan, dus greep ik mijn telefoon en trok met spinnige vingers ten strijde.

Aanvankelijk wilden ze van geen liefde weten en weigerden ze de prijs aan te passen.,
“Dan zal ik jammer genoeg de bestelling moeten annuleren”, maakte ik misbruik van mijn machtspositie, want ik had besloten om de stoel bij levering te betalen en ze hadden nog geen cent van me gekregen.
Waarop ze gezwind hun kar keerden en besloten om me toch van de aanbiedingsprijs te laten genieten.

Zodoende had ik binnen de paar minuten tweehonderd euro verdiend. Ik zette het op een glunderen dat aan extase grensde en kwam er zowaar in een luxueuze stemming van. Om de meevaller te vieren trakteerde ik mezelf op een etentje en wat er in dat restaurant gebeurde, dat vernemen jullie één dezer dagen.

Spannend!

Nul, ik houd een bokje

Sinds jaar en dag hangt er een plafondventilator boven mijn schrijftafel. Mijn trouwe lezers zullen zich herinneren dat ik het ding wentelteefje heb gedoopt, waarschijnlijk in een vlaag van zinsverbijstering, of anders tijdens een poëtische opwelling. Tja, je bent normaal of je bent het niet. Bij het hittegolfje van enkele dagen geleden bood dit toestel evenwel weinig soelaas. Het teefje wentelde te traag om effect te sorteren en als ik de snelheid ervan verhoogde, fladderden al mijn paperassen in de rondte als waren het van een haas gepoepte vlinders.

Ik zou mijn woning van klimaatregeling kunnen voorzien – airconditioning in keurig Nederlands – maar dat kan mijn Bruintje niet trekken en als ik al over de nodige middelen beschikte, ben ik eigenlijk veel te gierig om die aan airco te spenderen. Nu ben ik weliswaar geen verlicht genie en zelfs geen wonder van intelligentie, maar evenmin een achterlijk ezelsveulen. Ik heb me dus even aan het denken gezet. Toen ik daarmee klaar was, voorzag ik de diepvries van een aantal petflessen met water. Toen die bevroren waren, haalde ik een vloerventilator uit de kast, zette die op een strategische plek in mijn bureau en plaatste een paar van die ijsflessen in de luchtstroming. Het wonder geschiedde. Het duurde niet lang of de temperatuur in het vertrek daalde met zo maar eventjes drie graden Celsius.

Het spreekt vanzelf dat ik buitengewoon fier was op mijn uitvinding, maar toen ik die aan internet wilde toevertrouwen, kwam ik tot de ontdekking dat tientallen anderen me voor geweest waren. Rijk zal ik er dus niet van worden. Beroemd evenmin. We blijven proberen.

Eten in zwart-wit

“Zullen we daar wat gaan eten?” vroeg ik.
“Doen!” antwoordde ik, want niemand vergezelde me en ik had de vraag dus aan mezelf gesteld.

Ik betrad het restaurant, nam plaats aan een tafeltje en trakteerde mezelf op een Campari-soda, het suggestiegerecht, zijnde scampi diabolique, een half litertje witte wijn, een punt warm appelgebak met slagroom en een koffie. Ik sloeg dat alles doodgemoedereerd in mijn slabbaris, zat nog wat uit te buiken, vroeg toen de rekening en kreeg dit:

rekening

Geen elegante kassabon en geen btw-briefje, maar een ordinair flardje papier met een nogal onbeholpen samenvatting van wat ik verorberd had. Of is dit de afrekeningsnota van zo’n geregistreerde of witte kassa, waarmee men het zwartwerk in de horeca wil uitroeien?

Een verscheurende keuze

Zoals ik een paar dagen geleden al schreef, ziet de toekomst er voor mij vrij rooskleurig uit, althans wat betreft werken en het verdienen van geld dat daar meestal mee gepaard gaat. Over de rest kan ik beter zwijgen. Als ik een beetje op de kleintjes pas, wat met de mij aangeboren krenterigheid nauwelijks een probleem kan zijn, zal ik zelfs wat opzij kunnen leggen. Het is dus zaak om nu al uit te kijken naar een goede manier om die centen te investeren. Wie een kluitje heeft, heeft er graag een turfje bij. Een spaarvarken en kousen onder de matras lijken me hopeloos ouderwets. Goud en/of diamanten vind ik riskant. Voor de beurshandel heb ik geen talent. Beleggen in onroerend goed lijkt me nog het beste te zijn. Je hoort me niet beweren dat ik op koopjes loop, maar ik heb toch al twee optrekjes ontdekt die overweging verdienen.

Aan het ene valt er nogal wat op te kalefateren …

Oudenburg

… en het andere bevindt zich op een nogal afgelegen plaats, maar beschikt wel over een weelderige binnentuin.

Koekelare

Ik zal een keus moeten maken en … kiezen doet verliezen.

Wat schuift het?

Ik heb wat te vieren. Vanavond om halfacht zal het namelijk vijf jaar geleden zijn dat ik mijn laatste sigaret opstookte. Ik besef dat dit een nogal onnozele aanleiding is om in feestgedruis los te barsten, maar met de jaarwisseling heb ik besloten om iedere gelegenheid ─ hoe onbenullig ook ─ aan te grijpen om in een goed humeur te sukkelen en, in afwachting van het vermoedelijke niets, plezier te beleven aan het voorlopige iets.

Ik stel verheugd vast dat ik in die vijf rookloze jaren behoorlijk wat geld uitgespaard heb ─ twee tot drie pakjes per dag lopen aardig in de papieren ─ al is dat bedrag een lachertje als ik het vergelijk met hetgeen de Belgische voetballer, Eden Hazard (24), voortaan zal vangen. Hij heeft bij de Engelse topclub Chelsea een nieuw contract ondertekend en voortaan zal hij € 270 000 binnenrijven. Da’s een aardig jaarinkomen, dacht ik nog. Daar teken ik voor.    
“Per week”, voegde de nieuwslezer daar fijntjes aan toe.

€ 270 000 per week?! Het weze me toegestaan om dat ‘lichtjes’ overdreven te vinden. Herstel! ik vind het ongehoord en zelfs obsceen. Geen mens kan dit waard zijn en alleszins geen voetballer. We leven in bizarre tijden.

honger