Tag: alcohol

Al die moeite voor niks

Ik heb er me hier al eens over beklaagd dat ik nog nooit het voorrecht … nu ja … genoot om al blazend een alcoholtest af te leggen. Lees in dit verband: Dat ze mijn zak opblazen. Ik wil namelijk heel erg graag zo’n BOB-sleutelhanger verwerven. Aangezien ik me nooit ofte nimmer achter een autostuur of op een fietszadel installeer als ik alcohol tot me genomen heb, verdien ik eigenlijk ruimschoots zo’n hebbedingetje, maar dan moet ik wel eens mogen blazen natuurlijk.

Die zondagmorgen zag ik hoe een agent een blaastoestel prepareerde en het me vervolgens aanbood. Ik blies zowat de longen uit mijn lijf, hetgeen even later de letter S op het schermpje tevoorschijn toverde, waaruit bleek dat ik zo nuchter als een paasei was. Jullie horen me niet beweren dat ik daar erg mee in mijn schik was, want op dat moment lag ik met een kapotte onderdaan en ten prooi aan hevige pijnen op een soort tafel in de afdeling spoedeisende hulp van een ziekenhuis op een operatie te wachten.

Nu heb ik weliswaar een keertje mogen blazen, maar een sleutelhanger heb ik nog steeds niet.

Tuinarbeid is dorstig

De gelagkamer van de drenkplaats behelsde slechts vier mensen: een kastelein die kleine beroepsbezigheden verrichtte en drie kroegtijgers van middelbare leeftijd, die naast elkaar aan de tapkast zaten, er enigszins aangewit uitzagen, zich over blonde rakkers ontfermden en daar zichtbaar verstand van hadden. Ik hees me eveneens op een kruk en bestelde een Hoegaarden. Op het moment dat die voor mijn neus landde, zwaaide de deur open en op de drempel verscheen een wezen van engelachtige schoonheid …

Nee, ik vergis me. Ik heb kennelijk nog steeds last van het dichtvuur dat gisteren plotsklaps in me ontbrandde. De deur zwaaide open en op de drempel verscheen een nogal verzopen man die een door drank aangerichte glimlach tentoonspreidde en zich met improviserende tred bij ons voegde.
“Ik was in de tuin aan ‘t spitten,” wauwelde hij, “maar mijn spade viel opeens stil. Geen brandstof meer, dus kom ik noodgedwongen even tanken.”

dronkenBinnen de kortste keren ledigde hij het glas en toen vroeg hij:
“Hoe lang moeten de uitlopers van pootaardappelen eigenlijk zijn voor je die mag planten?”
Ik wist het niet, maar een van de aanwezigen blijkbaar wel.
“Ongeveer een centimeter”, zei die.
“Dat halen die van mij volgens mij niet”, kregen we te horen, “Ik denk dat ik net genoeg tijd heb voor nog een pils.”

Ik schoot in de lach en de man was duidelijk blij met het succes dat hij bij me oogstte.
“En geef die brave mens ook wat,” zei hij en hij wees me aan met een ietwat onzekere vinger.

Verkleurmannetje

De man heet Mohammed en hij is een hevig voorvechter van de islam, zowel figuurlijk als letterlijk: hij aarzelt niet om voor zijn religieuze overtuiging in het strijdperk te treden en schrikt er zelfs niet voor terug om dat geloof met slaande argumenten te verdedigen.

Diezelfde Mohammed gaat prat op zijn inburgering. Hij heeft zich volgens zijn zeggen volledig aan onze levenswijze aangepast. Vandaar allicht dat hij zich iedere avond in de kroeg starnakelzat zuipt. Dan, als de alcohol een woordje meespreekt, zoekt hij met iedereen ruzie en zijn meisjes of vrouwen niet veilig voor zijn handtastelijkheden.

Het verbaast me niet dat Mohammed een eenzaam bestaan leidt, maar dat heeft hij louter aan zichzelf te wijten. Er valt vermoedelijk echt niet met hem te leven.

 

Huilen en de lamp vasthouden

Een paar uur geleden werd ik zuur gewekt door ik weet niet wat. Ik lag in een ongemakkelijke houding op de bank, alsof ik daar zieltogend neergestort was, geveld door het fons malorum: de onverbiddelijke drankduivel. De schaterende leeslamp boven mijn hoofd verblindde me. Met dichtgeknepen ogen zocht en vond ik het tuimelschakelaartje, dat vermoedelijk defect was: het geniepige ding verkocht me een haberdoedas van je welste.
“Godgloeiende godverdomme!”

Van de weeromstuit lazerde ik op de vloer. En passant vergreep ik me aan een asbak, die kantelend zijn smerige inhoud op het tapijt strooide. Gemeen nijdig krabbelde ik overeind. In een vlaag van mooie razernij gaf ik de lamp een dreun van wat ben je me. Het ranke, topzware toestel kapseisde enthousiast. Er volgde een bedeesde ontploffing, afkomstig van het broze peertje dat tot puinpoeier barstte. Het vergulde statief boordde zich vrolijk in het Italiaans runderleer van een fauteuil. Een hysterische aanval kondigde zich aan, maar ik hield me in toom. Ik ken mezelf en besefte terdege dat ik in dergelijke toestand waarschijnlijk een nog indrukwekkender ravage zou aanrichten. Mijn polshorloge verklapte dat het zeven uur werd. De nacht verschemerde naar oesterkleurige dageraad, die langs de ramen het vertrek binnensijpelde.

Gisteravond heb ik wat volk over de vloer gekregen. We hebben veel gedronken, maar ook veel gelachen. Ik heb heel laat nog frieten gebakken … en toen iedereen weg was, ben ik op de bank neergedaald voor een zakkertje op de valreep. Daarna dooft het licht … en het zal nooit meer schijnen, want ik heb die louche lamp naar de filistijnen geholpen.

Ik geloof dat ik dit ─ slapen op de bank, elektrische schok, kapotte lamp, toegetakelde fauteuil, smerig tapijt, koppijn ─ niet leuk vind. Ik ben alleszins met frisse tegenzin aan de dag begonnen.

De ochtend na de vorige dag

Het leven heeft me opnieuw met een logeergast opgezadeld. Die knaap is gisteren even naar het dorp gewandeld om een biertje te likken. Net voor het holst van de nacht heeft men hem terug naar hier gekruid, want hij was behoorlijk aan de vracht, om niet te zeggen toeterlazarus.

Vanmorgen, rond een uur of negen, verscheen hij met de improviserende tred van gummibenen in de keuken.
─”Gaat het?” vroeg ik spottend. “Of zal ik een langzame wals opzetten?”
─”Ik heb dooie katten in mijn mond”, kreunde hij.

Ik heb me laten vertellen dat een prairie oyster het probaatste middel tegen een kater zou zijn, dus gooide ik een rauw en ongeklopt ei in een glas, voegde daar een scheut worcestershiresauce, wat zout en zwarte peper aan toe en bekroonde het geheel met vijf druppels tabasco. Mijn tijdelijke huisgenoot sloeg gezwind het brouwsel achterover en begon vrijwel meteen te kokhalzen.

Hij heeft de badkamer niet tijdig bereikt. Onderweg heeft hij mijn hele huis ondergekotst. Daar knap ik echt van op.

Welja, laat ik me niet weer kwaad maken.