Tag: zelfspot

Beter een kleine plezante …

Ik passeerde een kraam waar men pizza’s verkocht en zie: hoewel ik hoegenaamd niet zwanger ben, kreeg ik opeens rare trek en wel in die mate dat het water me zowat in de mond liep.

Ik raadpleegde een wijle het prentenkabinet van hetgeen ze me konden aanbieden en toen ik aan de beurt was, bestelde ik:
─”Een pizza met chorizo en champignons om thuis te bakken.”
─”Een grote of een kleine?” vroeg men mij.
─”Een grote!” antwoordde ik stellig, want mijn ogen durven nogal eens groter te zijn dan mijn buik.

Kreeg ik me daar een pizza met de diameter van een Grieks eiland. Ik bracht die naar huis en kwam daar tot de ontdekking dat niet enkel mijn ogen groter dan mijn buik waren, maar dat ook de pizza groter was dan de oven waarin ik die wou bakken. Ik zag me genoodzaakt om die in de oven van een oud fornuis in de garage onder te brengen.

Een tiental minuten later zette ik het op een geweldig eten, maar ik ben er niet in geslaagd om die mastodont in één keer op te vreten, niettegenstaande mijn kerelshonger. Bovendien was het ding veel minder lekker dan ik verwacht, of toch zeker gehoopt had. Ik kreeg er gemarineerde oprispingen van.

Als ik nog eens rare trek heb, zal ik zelf wel wat samengooien, indachtig de wijsheid: beter een kleine plezante dan een grote ambetante.

reuzenpizza

Elke zot heeft zijn marot

schrijfmap

Een van mijn talloze hebbelijkheden manifesteert zich als ik me aan het neerpennen van lenig proza wijd, zoals bijvoorbeeld het schrijven van een bijdrage voor mijn blog.

Ik heb jullie waarschijnlijk al eens medegedeeld dat ik mijn teksten altijd eerst met de pen in de hand op papier zet. Dat is in deze door toetsenborden gedomineerde tijden al vrij opzienbarend, maar daarmee is bij mij de kous nog niet af. Ik maak namelijk vrijwel uitsluitend gebruik van schrijfblokken met het gele, blauwgelijnde en van een marge voorziene papier, die men vaak in Amerikaanse films en feuilletons ziet opduiken als er advocaten, notarissen, journalisten, schrijvers en wat dies meer zij in beeld verschijnen en notities maken.

In de Joenaaitud Steets heten ze U.S.Legal Pads en je kunt ze daar voor een prikje kopen. Enkele jaren geleden heb ik er een aantal meegebracht uit New York en ik vond ze heel aangenaam in het gebruik, in die mate zelfs dat ik er een beetje verslaafd aan raakte. Toen ik door mijn voorraad heen was en noodgedwongen op een andere papiersoort overschakelde, ging het schrijven me plots veel minder vlot af, zodat ik in arren moede per internet op zoek ging naar die originele U.S.Legal Pads. Ik heb ze gevonden bij de Concept Store van Pro-Idee en ik heb ze besteld, hoewel ze er schandalig duur zijn. Negen schrijfblokken van honderd vel kosten zo maar eventjes € 39,95 en voor de verzendingskosten moet je ook nog eens € 18 afdokken. Achttien euro! Ik dacht dat men ze per helikopter bij me zou afleveren, maar ze kwamen gewoon met een autootje van de post.

Op de afbeelding hierboven kunnen jullie zien hoe het stukje dat jullie nu aan het lezen zijn tot stand is gekomen. Het zal jullie duidelijk zijn dat daar behoorlijk wat tijd mee gemoeid is. Je bent een perfectionist of je bent het niet en ik ben het. Gelukkig hoef ik na het schrijven niet alles nog een keer uit te tikken. Mijn pc is namelijk uitgerust met een ingenieus en ook weer erg duur spraakherkenningsprogramma van Dragon, dat bijna foutloos typt wat ik dicteer of voorlees, zodat ik nauwelijks wat hoef te verbeteren.

Als iemand van jullie weet waar ik de Original U.S.Legal Pads voor een voordeliger prijs dan hierboven vermeld kan aanschaffen, zal ik dat graag vernemen. Mijn dankbaarheid zal vanzelfsprekend groot zijn.

De geneugten van de zomer

Ik was diep in het door de zon verpletterde binnenland van West-Vlaanderen doorgedrongen, toen ik bezijden de weg een groot aantal weelderig rankende braamstruiken ontwaarde die met verrukkelijke bessen pronkten. Aangezien ik deze donkere vruchtjes als een lekkernij beschouw, die ik bovendien gratis en voor niks kon verwerven, maande ik mijn rijwiel tot stoppen. Vervolgens wapende ik me met een fietspomp, die ik als machete gebruikte om me een weg door verlekkerd kijkende brandnetels te banen. Helaas merkte ik niet dat er zich onder die netels een sloot ophield, waarin zich niettegenstaande de aanhoudende droogte nog water bevond. Plots verdween de grond onder mijn voeten, met een plompend geluid kwam ik in de smurrie terecht, probeerde mijn evenwicht te bewaren, slaagde daar niet in en plofte neer in een schoot van netels.

Ik ben rijkelijk voorzien van netelblaren thuisgekomen, nat tot net onder de knieën, zonder braambessen en zonder fietspomp, want in al mijn misère heb ik mijn machete daar ergens laten liggen.

Grote gierende grasdoedels! Wat ben ik toch een klunshark!

Benjamín zag eens bramen hangen,
o, als frambozen zo groot,
’t scheen dat Benjamín wou gaan plukken,
maar hij kukelde in de sloot.

Slechte manieren

airwickOnlangs heb ik drie automatische luchtverfrissers van Airwick Freshmatic gekocht. Als je die ieder voor zich en elk apart voorziet van twee batterijtjes en een spuitbus, produceren ze met geregelde tussenpozen ─ je kan dat instellen ─ een zuchtend, ja bijna proestend geluid als een hefboomsysteem in werking treedt en een wolkje parfum verstuift. Airwick beschrijft het als volgt: er wordt een explosie van heerlijke geuren verspreid door het vertrek. Mij best, al vind ik explosie toch een beetje overdreven.

Mijn toestellen staan opgesteld in het woongedeelte, in de badkamer en in mijn bureau. Om het halfuur ─ dat is de spaarstand ─ geven ze zich over aan de explosie van heerlijke geuren waarvan hierboven sprake was. De keuze aan parfums is legio, maar mijn voorkeur gaat uit naar een lekker luchtje uit het gamma Exotic Inspiration, ofte odeurs die, alweer volgens Airwick, geïnspireerd zijn door de rijkdom van de natuur, meer bepaald de blauwe klaproos uit de Himalaya. Nu ben ik in mijn leven één keer in de buurt van de Himalaya geweest, maar die blauwe klaproos heb ik daar niet gezien of geroken. Wel integendeel! Ik was in Kathmandu, de hoofdstad van Nepal, en daar stonk het niet te min … maar ik dwaal af, omdat ik daar goed in ben en eigenlijk niets liever doe.

Zoals ik al schreef laten die luchtverfrissers op gezette tijden een zuchtend, of zelfs proestend geluid horen. Aangezien ik het kluizenaarschap aankleef en dientengevolge geregeld op de rand van de eenzaamheid balanceer, ben ik dat geluid beginnen imiteren en beantwoorden. Alleen zijn doet wat met een mens. Telkens als een van die toestellen in mijn aanwezigheid van zich laat horen, laat ik me niet onbetuigd en dien ik het van weerwoord. Het is weer zo’n aanwensel van me ─ in West-Vlaanderen noemen we dat een ipnimsle, in Vlaanderen algemeen een opneemsel, maar die dikke van Van Dale weigert halsstarrig om dat achterlijke Vlaamse woord te vermelden ─ en met een hebbelijkheid stoor je niemand als je in je eentje woont, maar …

… op dit moment woon ik niet alleen, want het leven heeft me met een buitenlandse logeergast opgezadeld en gisteravond keken we samen televisie.
“Zit jij nu naar me te spuwen?” vroeg hij opeens.
Toen de luchtverfrisser stoom afliet, had ik bijna automatisch en alleszins onwillekeurig hetzelfde gedaan.
Ik gaf mijn huisgenoot tekst en uitleg en hij schudde meewarig het hoofd. Dat hij maar gauw vertrekt, zodat ik ongestoord mijn gang kan gaan.

Kokeren

Als ik vroeger tijdens het fietsen aandrang voelde om te snuiten, hetgeen bij frisse temperaturen om de haverklap het geval was, placht ik zo goed en zo kwaad als het ging een zakdoek op te duikelen en daarin mijn ‘gevoeg’ te doen. Sinds een paar weken ben ik echter overgeschakeld op professioneel snuitgedrag, zoals wielrenners en ervaren fietsers dat uitvoeren. Het is louter een kwestie van vaardigheid en van mikken. Eerst moet je diep ademhalen, vervolgens het hoofd zijwaarts draaien en buiten de aslijn van je lichaam brengen, om je dan met een korte en stevige ademstoot via de neus van de overtolligheid te bevrijden, door die richting berm of asfalt af te vuren.

Gisteravond zat ik op de bank en ik was zo geconcentreerd met mijn iPad bezig ─ ik probeerde het waarlijk ingenieuze spel Monument Valley tot een goed einde te brengen ─ dat ik compleet vergat waar ik me bevond en snoot alsof ik aan het fietsen was, zodat mijn kwakje op het vloerkleed belandde …

Ik ben tot veel in staat als ik op stoot ben.

Ik droomde dat ik sliep

Ik werd wakker en kwam vrijwel meteen tot de akelige ontdekking dat er zich iets of iemand, mens of dier, in de duisternis van mijn slaapvertrek ophield.

Ik verlamde letterlijk van schrik. Ik slaagde er maar niet in om een vin te verroeren, wat ik ook probeerde. Ik was weerloos en compleet overgeleverd aan de grillen van de indringer. Paniek maakte zich van me meester. Boven me hoorde ik de ademhaling van mijn belager en met een laatste krachtsinspanning …

Toen ontwaakte ik in het echt. Ik lag naast mijn bed op de vloer, waarop ik met een onzachte bons terechtgekomen was. Had ik me nog flink bezeerd ook. Ik mag me gelukkig prijzen dat ik me ’s nachts in een vrij laag ledikant terugtrek en niet op zo’n moderne boxspring vertoef, want die zijn aanzienlijk hoger en als je daar onverhoeds van neerdaalt, is het risico op lichamelijk letsel veel groter.

Waar de meeuwen schreeuwen

Ik ga als dierenvriend in hart en nieren door het leven, al begin ik nu toch stilaan een hekel aan meeuwen te krijgen. Het zijn fraaie vogels, daar niet van, maar tot mijn grote ergernis vergrijpen ze zich telkens weer aan mijn vuilniszakken en hun gekrijs ─ kliauwen heet dat in het jargon ─ dringt door merg en been en is vermoedelijk schadelijk voor mijn trommelvliezen.  

Ooit heb ik een Franse perifrase aangaande meeuwen gelezen die me toentertijd kennelijk wel beviel, want ik heb er nota van genomen en kan die derhalve aan jullie opdissen, al vind ik nergens terug wie er de auteur van is:

Les mouettes sont des prophètes déguisés en oiseaux avec une allure angélique et une voix semblable à du gravier que l’on sort d’une tombe.

Meeuwen zijn als vogels vermomde profeten met een engelachtige allure en een stem die klinkt als grint dat men uit een graf opdelft.

Het heeft nog steeds iets, vind ik, al lijkt het opdelven van kiezels uit een graf me tegenwoordig enigszins vergezocht en toch zeker geen bezigheid die een gewone sterveling pleegt te verrichten of te beluisteren.

Sinds vanmorgen hebben meeuwen het compleet bij me verkorven. Ik wandelde naar het dorp toen boven me een klucht van die luidruchtige vogels  verscheen.
“Oed hiedre e kiè ollemolle juldre baheule!” riep ik in mijn platste West-Vlaams, wat men in het algemener Nederlands van De Fabeltjeskrant kan vertalen als: “Snaveltjes dicht!”
Ze sloegen geen acht op mijn woorden en bleven hun snavels roeren. Meer zelfs: een van die druktemakers voelde zich geroepen om in volle vlucht zijn gevoeg te doen en hetgeen hij uit zijn engelachtige lijfje perste, belandde met een pletsend geluidje op mijn schouder. Ik vloekte een aantal duivels uit de hel, spuwde in mijn zakdoek, wreef, poetste, boende geconcentreerd … en liep zodoende kledder tegen een verkeersbord aan, dat men neergepoot had als waarschuwing voor een put die men daar recentelijk gegraven had.

Dientengevolge ben ik vandaag alleen met een afstandsbediening te benaderen. Schijtende vogels en botsingen met obstakels horen thuis in filmpjes die men ter jolijt des mensen op internet aanbiedt, niet in het echte leven en zeker niet in mijn handel en wandel. Ik mag me nog gelukkig prijzen dat ik niet in die put gekukeld ben, want dan had ik misschien in het echt het geluid gehoord van grint dat men uit een graf opdelft. Ik moet er niet aan denken.  

Bel me niet meer!

BelmenietIk stelde vast dat ik in toenemende mate en bovendien op de ongelegenste tijdstippen lastig gevallen werd door allerhande bedrijven, die me telefonisch geld probeerden af te tappen, door me tot een aankoop of het nemen van een abonnement te verleiden.
“Dat moet nu maar eens gedaan zijn!” mopperde ik geërgerd en ik begaf me met rasse, want spinnige vingertred op internet, meer bepaald naar de website waar men zich op de zogeheten bel-me-niet-meer-lijst kan inschrijven. Als je dat doet, zorgt men ervoor dat je geen ongewenste reclame meer ontvangt via de telefoon. Ik besloot geen halve maatregelen te nemen en liet meteen zowel mijn vast als mijn mobiel nummer taboe verklaren voor commerciële doeleinden.

De daaropvolgende dag was ik net aangeschikt om mijn favoriete kostje ─ beulingen met appeltrut ─ in mijn voerklep te stouwen toen mijn mobieltje van zich liet horen.
“Doe me een lol! Ik zit te eten!” foeterde ik verongelijkt, maar desalniettemin bracht ik het contact tot stand.
Iemand probeerde een krant aan me te slijten.

De daaropvolgende dag was ik bezig mijn frituurpan te verschonen ─ een karwei dat allerminst bevorderlijk is voor mijn humeur ─ toen mijn vaste telefoon om aandacht bedelde.
Iemand stelde alles in het werk om me van energieleverancier te doen veranderen.

Ten zeerste verontwaardigd spoedde ik me opnieuw naar de website van ‘bel me niet meer’.
Het verzet moet worden nageleefd zodra je bent ingeschreven, las ik daar.
“Krijg de donkerbruine touwtering!” riep ik en terwijl ik mijn stekels opzette, klikte ik me door naar hun contactpagina, teneinde daar in een e-mail venijn te sproeien als een opgefokte cobra.

Onderweg stuitte ik echter op de rubriek Veelgestelde Vragen.
Een van die vragen was: Hoeveel tijd zit er tussen mijn inschrijving en het moment waarop ik geen reclame meer ontvang?
Het antwoord luidde: De inschrijving van je telefoonnummer gebeurt binnen de 5 werkdagen.

Ik heb ze geen mail gestuurd. Nu maandag is het de vijfde werkdag. 

Het placeren van een dansje

ramboIk heb het genoegen om gedurende anderhalve week een jong Argentijns stel te huisvesten en te entertainen, zoals vermaken in verfoeilijk Nederlands heet.

Zondagmorgen tilde de zomer een prachtige dageraad uit een frivole nacht en we begaven ons per benenwagen op weg naar het autoloze Brugge. Dat lijkt op het eerste gezicht een fikse wandeling, maar dat is het eigenlijk niet, want ik woon op een boogscheut van deze fraaie stad, zij het een boogscheut van een zeer gedegen schutter, zoals bijvoorbeeld Willem Tell of John Rambo. We waren lang niet de enigen die Brugge met een bezoek vereerden.

Op de Burg beleefden we al meteen een kippenvelmoment, want daar gaf de vijftigkoppige British Military Band ─ gewis een kapel uit een hogere prijscategorie ─ een buitengewoon stemmig muziekstuk ten beste, waaraan ook enkele doedelzakken deelnamen. Normaliter verdraag ik slecht het spotzieke gejengel van dat instrument, maar wat ik daar hoorde, was werkelijk uit de kunst en we werden er met zijn allen helemaal stil van.

Op de Markt greep er een Zumba Workout plaats. Een grote groep danslustigen had zich verzameld onder een podium, waarvandaan sportgoeroe Steve Boedt instructies de wereld instuurde en zelf het goede voorbeeld gaf. Sommigen gedroegen zich alsof ze in koeienflatsen trapten, anderen waren bezig panisch kakkerlakken onder hun voetzool te vermorzelen en nog anderen moesten nodig, maar alle wc’s waren blijkbaar bezet. Ik pleeg nooit aan dergelijke esbattementen deel te nemen, want me belachelijk maken is wel het laatste wat ik wens, maar als ik in gezelschap ben en indruk wil maken durf ik me weleens laten meeslepen. Ik danste als een spin op een hete kookplaat en ik mag van harte hopen dat internet me eerlang niet met deze wanprestatie zal confronteren, want ik wil de mensen niet te eten geven die zich daar met filmen en fotograferen onledig hielden. YouTube is nooit veraf.

Niet veel later kwamen we op het Simon Stevinplein, waar de authentieke Argentijnse tango ─ die in niets te vergelijken is met hetgeen men er hier van terechtbrengt ─ hoogtij vierde. In onze hoedanigheid van twee volle en een halve Argentijn was dat natuurlijk spekje naar ons bekje. We deden hop met de beentjes en we hebben ze daar een poepje laten ruiken.

Over ruiken gesproken … Als er een verleiding is waaraan ik niet kan weerstaan, dan zijn dat de eigenwijs lekkere, weergaloze wafels van een kraam. Die bedwelmende geur alleen al! Ik heb er twee achter de knopen gestoken en ik moest me werkelijk inhouden of ik verorberde er drie, maar dat mag niet van de dokter.

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme