Tag: winkelen

Bram

Het was maandagmorgen.

Ik begaf me naar de supermarkt, maar ik had duidelijk niet als enige het plan opgevat om proviand in te slaan. Het was me daar een drukte vanjewelste en alle beschikbare kassa’s draaiden op volle toeren.

Het exemplaar waar ik me aanmeldde, werd bediend door een jongeman, waarvan ik achteraf, via de kassabon, zou vernemen dat hij Bram heette. Omdat hij nogal onhandig en traag met het scanpistool schutterde en vooral ook omdat hij duidelijk geen kaas gegeten had van het sorteren van winkelwaar vermoed ik dat hij een werkstudent was. De klant die me voorging – een man die zijn eigendunk nauwelijks kon tillen en van zichzelf dacht dat hij een godsgeschenk was – stak zijn ergernis daaromtrent niet onder stoelen of banken.
“Heb je je handen de zaligheid beloofd misschien?” sneerde hij. “Laat je vooral niet haasten. Het is tenslotte vakantie.”
En even later:
“Mensen kinderen, wat ben jij toch een knoei!”
Hij tilde ostentatief een netje sinaasappelen uit het winkelkarretje en gaf dat een andere plaats. Ik kon hem inmiddels al de kop klieven, maar in tegenstelling tot die windbuil, ben ik wel keurig en netjes grootgebracht. Bram was inmiddels zo nerveus als een kalkoen op kerstavond en toen ik aan de beurt was sprak ik hem bemoedigend toe:
“Hij heeft hier veel garen op zijn klos, maar thuis zal hij wel onder de pantoffel zitten.”
Bram glimlachte even.

Ik rekende af en zei:
“Hartelijk bedankt voor de moeite.”
“Een goed weekend, meneer”, prevelde Bram.

En dat op maandagmorgen. Hij moet nu ook niet overdrijven.

Emancipatie

In de supermarkt waren zes kassa’s bemand. Letterlijk dan, want ze werden allemaal door mannen bediend. Waar zijn de caissières van weleer?

Het caféterras behelsde veertien personen: acht vrouwen en zes mannen. Geen van de mannen rookte. Alle vrouwen deden dat wel. Zonder uitzondering!

Aan het station van Brugge nam ik de bus om me naar de andere kant van de stad te begeven.
“Alle vrouwen die niet geëmancipeerd zijn mogen voorgaan”, zei ik lachend tot de wachtenden achter me.
Ze gingen allemaal voor.

Op z’n janboerenfluitjes

Het overkomt me soms dat ik de verleiding niet kan weerstaan om me per internet naar een winkel te begeven en daar wat te kopen. Dat is tot nu toe zonder noemenswaardige haperingen verlopen. Het zat er dus aan te komen dat het een keertje fout zou gaan ─ iedere overwinning brengt je dichter bij een nederlaag ─ en dat is inmiddels gebeurd.

Ik bestelde iets bij een Nederlands bedrijf en men zou dat de daaropvolgende dag bij me afleveren. Meestal kun je online de gang van zaken, zijnde de lotgevallen van jouw pakket, op de voet volgen via een track & tracesysteem, wat ik dus deed, want dat zijn leuke dingen voor de mensen. Zo zag ik dat het collo naar me onderweg was … tot zich daar opeens een venstertje ontvouwde met de mededeling: de zending is teruggestuurd naar de afzender. Ik uitte daaromtrent mijn verbazing in een e-mail, die ik met bekwame spoed naar de verkoper in kwestie stuurde. Nauwelijks tien minuten later rinkelde mijn telefoon en vernam ik dat de koeriersdienst een foutief leveringsadres ingevoerd had, dat niet eens bleek te bestaan. Men was stellig van plan om een nieuwe poging te ondernemen, maar ik zou wel twee dagen langer op mijn hebbeding moeten wachten.

Twee dagen later zat ik me opnieuw met track & trace te amuseren en zag ik dat mijn bestelling op komst was … tot daar opeens een berichtje verscheen: geleverd! Ik had niets of niemand gezien. Opnieuw vertrok een verbaasde e-mail naar Nederland en weer kreeg ik een telefoon van de verkoper: of ik misschien even in, of in de buurt van mijn brievenbus wilde kijken.

Het pakje stond inderdaad tegen de heg onder mijn brievenbus. In de regen en zomaar voor het grijpen. Men had zich niet eens de moeite getroost om bij me aan te bellen, maar goed … het is wel dertig meter lopen van mijn brievenbus naar mijn voordeur. Dat is verdraaid lastig natuurlijk.  

Wel gekakel, maar geen eieren

Ze zijn met velen, die ieder jaar opnieuw en vooralsnog tevergeefs van een white christmas dreamen. Ik hoor daar niet bij. Neen, ik droom van een witte Pasen, meer bepaald van witte paaseitjes met een smeuïge vulling van pistachecrème. Om die droom te verwezenlijken begaf ik maar een supermarkt van Colruyt en wendde daar mijn rasse schreden naar hun zogenoemde Choklabar, waar zich in groten getale allerhande eitjes ophielden … om vast te stellen dat alle bakken met witte exemplaren leeg waren. Ik vloekte binnensmonds en keutelde naar het rek van Milka, maar ook daar ontbraken de maagdelijk blanke chocolaatjes. “Wel godverdomme hier en gunter”, mompelde ik mistevreden.

Ik zocht noodgedwongen mijn heil in twee andere winkels, om er eveneens bot te vangen, of de duvel ermee speelde. Nu ben ik thuis, zonder witte eitjes. Ik ben daar in die mate misnoegd over dat ik me van een nogal platte Vlaamse uitdrukking moet bedienen om er lucht aan te geven:
Ze mogen die witte eitjes aan hun gat plakken!!

Hèhè, dat lucht op.

Boodschapje

vandenborreHet zal gisteravond rond een uur of vijf geweest zijn dat ik me op internet begaf, teneinde een aankoop te verrichten: een knoopbatterijtje. Dra kwam ik terecht op de website van Vanden Borre ─ Uw akte van Vertrouwen ─ waar ik de door mij gewenste kleinigheid aantrof voor de fenomenale prijs van € 2,99, inclusief BTW en gratis thuisbezorgd.

Ik plaatste en betaalde mijn bestelling en kreeg vrijwel onmiddellijk een orderbevestiging in mijn mailbox. Later op de avond kreeg ik nog een e-mail, waarin men me meedeelde dat mijn bestelling verzonden was en dat ik die vanmorgen al mocht verwachten.

Vanmorgen iets over achten belde de postbode bij me aan om het pakket af te geven. Het onooglijke batterijtje was keurig verpakt in een kartonnen doos, als betrof het een juweel van onschatbare waarde. En dat alles voor nog geen drie euro!

Kijk, ik ben meestal karig met lof en ik haal niet zo gauw het wierookvat boven, maar als iets goed is, wil ik dat graag openbaren en van Vanden Borre mag ik zeggen dat het goed was. Als ze zelfs een onnozel artikeltje met zoveel zorg omringen …

Kurremul

In de supermarkt kocht ik, onder veel meer, een doos natuurboterwafels van Jules Destrooper. Op doktersbevel mag ik zelf niet snoepen, maar ik wil wat in huis hebben en kunnen presenteren als er bezoek komt. West-Vlaamse lukken zijn heel lekkere koekjes voor bij de koffie. Nu wil het geval dat ik slechts zelden bezoekers over de vloer krijg, dus moet ik, niettegenstaande het verbod van mijn arts, soms zelf wat van die wafeltjes opvreten, om te vermijden dat de houdbaarheidsdatum ervan zou verstrijken. Ik heb jullie al verteld dat ik nooit voedsel weggooi … maar ik dwaal af, zij het niet met tegenzin.

Ik kocht dus natuurboterwafels in de supermarkt en toen de caissière die wou scannen gaf ze blijk van grote onhandigheid, want de doos ontglipte haar en smakte op de vloer.
“Gaan we er even mee gooien, ja?” grapte ik nog.
Ze raapte de doos op en wilde die doodgemoedereerd in mijn kar deponeren, maar ik protesteerde, bewerend dat de West-Vlaamse lukken van Jules Destrooper tot de buitengewoon brosse koekjes behoorden, zodat we geredelijk mochten veronderstellen dat die tijdens hun val en zeer zeker bij het neerkomen aan gruzelementen (kurremul in het West-Vlaams) gegaan waren. Of ik die mocht omruilen?

Dat mocht ik niet. Ik zei dat ik in dat geval de doos niet wenste mee te nemen. Of ze die even van mijn rekening wilde schrappen? Dat wilde ze niet en zodoende maakte ze het duiveltje in me wakker. Ik pleeg zelden in het openbaar in discussie te treden, maar als ik het doe … Deuren en ramen dicht!

Ik heb de wafeltjes niet betaald, maar als jullie vandaag bij me op de koffie komen zullen jullie tevreden moeten zijn met een mignonnette van Côte d’Or. Da’s ook lekker, denk ik (want ik mag niet snoepen van de dokter). 

Een mens van goede wil

Het zal een jaar of twee geleden zijn dat een nieuw winkeltje ontsproot in een nogal afgelegen gehucht van een nabijgelegen dorp.
“Tiens, een winkeltje?” dacht ik toen ik dat opmerkte. “Hier? Het zou me verbazen als dat goed afloopt.”

Mensen zijn evenwel rare wezens. Als ze ergens willen zijn kan niets of niemand ze verhinderen om daarheen te tijgen. Dat is helaas niet het geval met het bedrijfje in kwestie. Mijn voorspelling is bewaarheid. Ik kom er regelmatig voorbij, hetzij per fiets, hetzij met de auto, en ik heb daarbinnen nog nooit enige klandizie opgemerkt. Niet één keer.

De uitbaatster, een nogal mollige meid, stelt nochtans alles in het werk om klanten te lokken. Ze poetst zich het schompes, ze zeemt dagelijks de glasramen, ze heeft vlaggen neergepoot om de gevel wat op te fleuren en ze zet ook iedere morgen een dubbelzijdig stoepbord buiten, waarop ze in precieuze schoonschriftletters en zonder taalfouten artikelen aanprijst. Het zet allemaal geen zoden aan de dijk. Men laat haar winkeltje links liggen. Dat vind ik diep treurig en ik heb het een beetje met dat meisje te doen, in die mate zelfs dat ik vanmorgen bij haar binnengestapt ben.

Zou het kunnen dat een nobele kerstgedachte me parten speelde? Ik ben in alle geval een mens van goede wil en ik heb het bestaan om daar een aantal dingen te kopen die ik volstrekt niet nodig had.

Mijn moeder heeft het altijd tegen me gezegd: jouw inlevingsvermogen is te groot. Tja, mama, ik heb het niet van vreemden.

Als men zichzelf niet kietelt …

Samen met een vriend belandde ik in de omgeving van het Brugse station. Begrijp me vooral niet verkeerd: stationsbuurten zijn vaak rosse oorden des verderfs, maar dat is in het zedige Brugge niet het geval. Bovendien ben ik, voorbeeldig zijnde, niet geneigd om plaatsen waar lusten makkelijk overspringen met een bezoek te vereren. Mijn vriend evenmin. Nee, onze zakelijke afspraak was sneller afgelopen dan verwacht, zodat we wat tijd zoek te maken hadden.

Eerst maakten we een ritje ─ heet dat zo, of is omwenteling een beter woord? ─ met het reuzenrad dat daar ter gelegenheid van de feestdagen opgesteld staat, maar dat was geen onverdeeld genoegen, vanwege het frisse waaiweer en vooral ook vanwege de hoogtevrees die me parten blijft spelen. We zochten onze toevlucht in The land of the Hobs: een tent, bevattende een verbazingwekkende tentoonstelling van ijssculpturen. Zodoende kwamen we echter van de regen in de drop, want daar was het nog kouder dan in de reet van een pinguïn: zes graden onder nul asjeblieft! Het duurde dan ook niet lang of we verhuisden naar brasserie Den Ysput, waar het niettegenstaande de onheilspellende naam lekker warm was. Toen we daar in ontdooide toestand buitenkwamen zag ik opeens … een dubbele roltrap.

Nu ben ik al sinds mijn kindertijd verslaafd aan roltrappen. Ik doe bijna niets liever dan ermee hemelwaarts stijgen en/of grondwaarts zijgen en het zal jullie dan ook niet verbazen dat ik van de gelegenheid gebruik maakte om mijn goddelijke driehoek te gaan. Ten prooi aan totale verrukking liet ik me naar hogere sferen brengen en ik stond op het punt om gelijk weer lagere regionen op te zoeken, toen mijn vriend plots een winkel van Media Markt ─ ik ben toch niet gek! ─ in de smiezen kreeg en daar per se een kijkje wou gaan nemen. Ik gunde hem zijn pleziertje, ging met hem mee … en kocht daar in een soortement opwelling een tablet … en niet zomaar een tablet maar een iPadAir 2 Wi-Fi 128 GB Silver. Dat zal ze leren, de Sinterklazen, de Kerstmannen en de paashazen die me al jaren compleet negeren! Als men zichzelf niet kietelt, lacht men nooit.  

Ik zit nu al een aantal dagen met dat speeltje te klooien en ik amuseer me kostelijk, maar ik veronachtzaam wel mijn andere werkzaam- en bezigheden, zoals bijvoorbeeld bloggen.

Is ‘t nu gedaan, ja!?

Even afblazen

Ik ben in een humeur dat me naar een drankhol kan drijven. Hoe dat zo komt? Wel, ik heb mijn jaarlijkse afrekening voor gas en elektriciteit gekregen en ik ben niet bepaald in mijn nopjes met het bedrag dat ik moet betalen. Ik heb de indruk dat men me niet enkel de verbruikte energie aanrekent, maar dat ik in een moment van onoplettendheid en dus zonder het te beseffen een kerncentrale heb gekocht.

Ook ben ik niet onverdeeld gelukkig met de gang van zaken tijdens het boodschappen lopen. Ik pleeg hier af en toe de loftrompet te steken over en met het wierookvat te zwaaien voor de supermarkten van Colruyt, maar vanmorgen stuitte ik er toch op een aantal dingen die me behoorlijk irriteerden.
– Als je er voor negen uur arriveert, zijn de rekken van de slagerij nog grotendeels leeg.
– Ook in de andere afdelingen ontbraken nogal wat artikelen die ik op mijn lijst had vermeld. In deze digitale tijden moet het toch mogelijk zijn om dergelijke hiaten te voorkomen, denk ik zo.
– Bovendien heeft Colruyt de uitermate vervelende neiging om koopwaar van plaats te veranderen. Dat is niet alleen lastig omdat het winkelen op die manier in een soort speurtocht verandert, maar in mijn geval moet ik ook iedere keer de herschikking op mijn computer doorvoeren. Ik beschik namelijk over een uitermate handig programma waarmee ik mijn boodschappenlijst aanmaak en dat zo ingericht is dat het nauwgezet mijn rondgang in de supermarkt volgt. Als ze hun inboedel verhuizen moet ik telkens met de posten gaan schuiven en ik heb wel wat beters te doen.
– De rekken zijn vaak te hoog voor mijn persoontje van slechts 170 cm lengte. Ik moet regelmatig op zoek naar zo’n oranje opstapje of me op een aluminium ladder wagen. Wie mij kent, weet dat dit ooit faliekant moet aflopen.
– Ik heb een gruwelijke hekel aan die zwiepende plastic flappen waar je doorheen moet als je de koelafdeling wilt betreden of verlaten. Als ik in aanraking met die vieze lellen kom, begin ik steevast te kippenvellen.

Zo, dat wou ik eens gezegd hebben. Hèhè, dat lucht op!

Bedrieglijk

Volgens mijn horoscoop zou ik me gedurende enkele dagen onder een gelukkig gesternte bevinden en had ik zelfs kans om in de prijzen te vallen. Ik kwam reeds in een luxueuze stemming en er verschenen zowaar al eurotekens in mijn ogen, dus begaf ik me met gezwinde tred naar de krantenboer en investeerde daar € 25,50 in twee krasbiljetten van Presto en een deelnemingsbewijs voor de trekking van Euro Millions.

Het krassen van de biljetten leverde me geen cent op en ook de euromiljoenen gingen aan mijn neus voorbij. Groot was mijn teleurstelling, maar toen las ik een verheugende mededeling op de kassabon: miskoop

NIET TEVREDEN. GELD TERUG!
Je krijgt 365 dagen bedenktijd.
Was je aankoop een miskoop?
Kan gebeuren.
We betalen je met de glimlach terug.

Ik spoedde me opnieuw naar de krantenboer, om terugbetaling te krijgen van mijn waardeloze krasbiljetten en lottoformulier. Ze hadden me daar zien komen!

De bewering dat ze me met een glimlach zouden terugbetalen is een compleet loze bewering. Ze betaalden me niks terug en er kon zelfs geen glimlachje af. Is het verspreiden van misleidende slogans dan niet strafbaar?

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme