Tag: wielrennen

Calais in spe

Vandaag, om 16.21 uur, is de herfst begonnen.

Gisteren was derhalve de laatste zomerdag van 2016. Om dat te vieren haalde ik mijn stalen – het kan ook aluminium zijn – ros van stal en trapte me de ruige ruimte van de natuur in.

Rond de middag kwam ik in Gistel terecht, meer bepaald in het op een druk kruispunt gelegen etablissement O’Tourmalet, waar ik wel vaker kom en waar men me steevast verrukkelijk en schappelijk geprijsd voedsel opdist. Ik koos scampi in duivelsboter en verwachtte iets als scampi diabolique, maar hetgeen ik voor mijn melik kreeg, was een compleet andere toebereiding, die veel lekkerder was dan alle scampi die ik tot op heden heb verorberd … en dat zijn er nogal wat. Christene zielen, wat waren die magisch lekker!

Terwijl ik daar zat, maakte de Eneco Tour aanstalten om ons met een passage te verblijden, dus begaven we ons met z’n allen naar buiten om het schouwspel gade te slaan. Nu ben ik niet bepaald een groot liefhebber van wielerwedstrijden, maar anderzijds ben ik toch een beetje een fan van zowel Peter Sagan als van Christopher Froome. Ik slaagde erin om ze beiden in het voorbijjakkerende peloton te ontwaren, maar zou pas achteraf vernemen dat Froome niet aan de wedstrijd deelnam. Ja, zo’n supporter ben ik dan.

Vervolgens fietste ik verder en zodoende belandde ik in een dorp dat Jabbeke heet. Veel valt er in die nederzetting niet te beleven. Je kunt er het Permekemuseum bezoeken of je vermeien in het waterrecreatiecentrum Het Klein Strand, maar dan heb je het ongeveer gehad. Jabbeke geniet bovendien de zeer twijfelachtige eer dat het over de slechtst onderhouden fietspaden van West-Vlaanderen beschikt. Mensen kinderen! Putten, kuilen, overhangende takken en andere geografische ongemakken zorgen er voor razend gevaarlijke toestanden. Ik mocht me gelukkig prijzen dat ik er overdag gebruik van maakte, want ’s avonds en ’s nachts riskeer je er werkelijk je leven.

In Jabbeke vind je ook de verkeerswisselaar van de E40 en de A10. De parkeerplaatsen aldaar staan te slechter naam en faam bekend, omdat mensensmokkelaars en illegalen er gebruik van maken om zich ongezien aan boord van vrachtwagens te hijsen, teneinde de overtocht naar Engeland te maken. Toen ik daar in de buurt over een asfaltweggetje fietste, sprongen er plots vier mannen uit het struikgewas die – ik probeer het beschaafd te houden – over een nogal ongunstig voorkomen beschikten en me de weg versperden. Angst behuiverde mijn rug, maar ik slaagde erin mijn darmen bij elkaar te houden. In het onverstaanbaars, met behulp van gebarentaal, maakten ze me duidelijk dat ze geld wilden om voedsel te kopen, maar toen dook er opeens een politiecombi op en ze gingen er als vliegende reetscheten vandoor. Ik eveneens.

Het is me toch wat. Europa is compleet de regie over de migratie kwijt en dat kan nooit goed aflopen. Let op mijn woorden! Ik zal me in alle geval niet meer in de buurt van die parkeerplaatsen wagen.

Straks moet ik me nog met een boerkini omgorden om te gaan fietsen.

Sport en Spel

epke

De Olympische Spelen lopen op hun laatste benen, of doen een beroep op andere lichaamsdelen die men voor sportdoeleinden pleegt te gebruiken. Ik heb er niet bijster veel aandacht aan besteed, want ik ben niet echt een sportieveling, zelfs niet in de passieve zin.

Tot mijn verbijstering en die van het hele Nederlandse koninklijke gezin zag ik Epke Zonderland van zijn stokje vallen ─ ik bedoel een rekstok ─ en niet zonder bewondering was ik er getuige van hoe hij na die doodsmak overeind krabbelde, om doodgemoedereerd opnieuw aan zijn oefening te beginnen. Ga d’r maar aan staan!

Ook heb ik gezien ik hoe de Red Lions ─ de Belgische mannelijke hockeyploeg ─ bij de aanvang van de halve finale tegen Nederland onvervaard en a capella het Belgische volkslied ten beste gaf, toen de muziekinstallatie van het stadion het liet afweten. Dat ze de wedstrijd achteraf nog wonnen ook, verschafte me intense vreugde.

En dan was er nog dat lieftallige ankervrouwtje van het sportjournaal, die ten prooi aan opperste staat van opwinding verklaarde: “Terwijl de Belgen de medailles aaneenrijgen op de Olympische Spelen …” Aaneenrijgen?! Men moet nu ook niet overdrijven. Met zes medailles in veertien dagen kan er volgens mij bezwaarlijk van aaneenrijgen sprake zijn.

Nu is de Vuelta a España aan de beurt, die in de wandeling de ronde van Spanje heet. Als fervent supporter van Chris Froome mag ik dat evenement zeker niet missen, ook al ben ik slechts een passieve sportieveling. Gaan met de banaan! Jammer dat ik het uitgerekend in deze periode beroepshalve zo druk heb.

Melancholie

Door een samenloop van omstandigheden kwam ik in een opslagruimte voor bejaarden terecht, niet om me daar te vestigen – spaar me! – maar om iemand met een bezoek te verblijden.

De cafetaria behelsde onder meer zes mannen en drie vrouwen, die met enige aandacht naar het grote televisiescherm staarden, waarop zich een bergrit van de Tour de France ontspon. De renners klauterden moeizaam het niet te onderschatten geografisch ongemak van een alpencol op en evolueerden doorheen waarlijk wonderlijke landschappen met een aaneenrijging van opwindende panorama’s.

“Mo mens, wukke schoane streke!” riep een van de toeschouwsters plots. (Maar mens, wat een mooie streek!)
Ik glimlachte, want ze maakte een herinnering bij me wakker. Mijn moeder riep soms krek hetzelfde als ze naar een bergrit van de Ronde van Frankrijk keek. Ze is ondertussen al ruim een kwarteeuw dood, maar af en toe duikt ze nog eens in mijn leven op. Nee, niet af en toe. Vaak! Gewoon voor de leuk.

Kanttekeningen ─ 4

Ik lees dat men in Knokke-Heist van plan is om het huisvuil eerlang ’s nachts op te halen, teneinde te verhinderen dat meeuwen de vuilniszakken openscheuren. Het valt me trouwens op dat meeuwen zich vandaag de dag veel dieper en in groteren getale in het binnenland ophouden dan vroeger het geval was, want ik heb ze al tientallen kilometer van de kust vandaan met vuilniszakken bezig gezien. Ook kan ik me niet van de indruk ontdoen dat vogels racistisch zijn, of in alle geval de segregatie toepassen. In krijsend groepsverband troepen de witte meeuwen samen in een weide, terwijl de al even luidruchtige, zwarte kauwen de weide aan de overkant van de straat inpalmen.   

Ik vernam dat de wielerzesdaagse van Zürich slechts vier dagen duurde. De sportjournalist die deze merkwaardigheid aan de televisiekijkers mededeelde, vond dat opvallend. Ik vind dat idioot.

Tijdens het veldrijden in Hamme vroeg een verslaggever naar de mening van een coach. “De laatste ronde zal beslissend zijn”, zei die met grote stelligheid. Tja, dat lijkt me niet meer dan logisch. De laatste ronde is volgens mij altijd beslissend.

Als er een woord is waar ik een absolute hekel aan heb en dat mij doet kippenvellen als ik het lees of hoor, dan is dat ‘overheerlijk’. Ik krijg er echt waar de riebels van!

De zanger Luc De Vos is gestorven. Zelf ben ik daar hoegenaamd niet ondersteboven van, maar talloze anderen wel en op de sociale media maken ze daar melding van. Op facebook zorgt dat voor een nogal vreemd fenomeen:

facebook

Koude benen!

vliegtuigdoop

De deelnemers aan de Ronde van Frankrijk repten zich met bekwame spoed naar Londen. De televisie versloeg dat rechtstreeks, tot plots de uitzending onderbroken werd voor wereldschokkend nieuws: het vliegtuig dat De Rode Duivels uit Brazilië terugbracht, stond op het punt om in Zaventem neer te strijken. Hetgeen geschiedde.

De brandweer van de luchthaven rukte uit om het toestel te besproeien ─ een huldigingsritueel dat slechts voor weinigen weggelegd is ─ en ons aller Elio Di Rupo ─ premier van hangende zaken ─ stond in feestverpakking met strik paraat om het voetbalclubje te verwelkomen, als betrof het echte helden. De ministers van hangende zaken, Pieter De Crem en Didier Reynders waren nergens te bespeuren. Die zijn enkel van de partij als ze op kosten van de belastingbetaler met een legervliegtuig naar Brazilië kunnen fladderen: een snoepreisje waarvan de vlucht alleen al een slordige tienduizend euro kost en dat kennelijk voor herhaling vatbaar is, want ze hebben het bestaan om er twee keer van te profiteren. En wij maar betalen voor die parasieten!

Wat mij betreft, is het nu toch echt welletjes geweest. Kan men alstublieft een einde breien aan dat circus en die danig opgefokte heisa? Ik heb er meer dan mijn bekomst van. Trouwens, wat hebben die Rode Duivels eigenlijk gewonnen? Niets! Nul, prot, nogabal! Ze hebben gewoon wat tegen een bal geschopt. En tegen andermans schenen.

Uiterst uitputtende bezigheden

AUSTRALIA TENNIS OPENJaren geleden zag ik een jonge snaak in een soort zeeroversplunje een tennisveld betreden en daar een staaltje van zijn kunnen ten beste geven.
“Dat zal een grote worden”, voorspelde ik toen en ik ontpopte me meteen tot bewonderaar, fan en supporter van die knaap.
Ik heb gelijk gekregen, want de piraat in kwestie was Rafael Nadal, die gisteren al voor de negende keer de zogeheten Coupe des Mousquetaires ─ zijnde de trofee ─ van Roland Garros behaalde en het daarmee verbonden prijzengeld van ruim anderhalf miljoen euro (€ 1.650.000) mocht opstrijken, wat ik een schandalig hoog bedrag blijf vinden. Niemand heeft het hem ooit voorgedaan en het zal waarschijnlijk nog heel lang duren voor iemand het hem nadoet.

De wedstrijd tegen Novak Djokovic duurde zo’n drieënhalf uur, waarvan een niet gering aantal minuten in beslag genomen werd door de schier eindeloze reeks tics die Nadal tentoonspreidt, zoals bijvoorbeeld het correct neerpoten van drankflesjes, het penisknoedelen, het zweetwissen … Ik ben zelf ook niet helemaal vrij van aanwensels, maar ik kan hoegenaamd niet tippen aan de sortering hebbelijkheden die Rafael zich in de loop der jaren eigen gemaakt heeft. Sommigen noemen zijn gedrag onnozel, of zelfs ergerlijk, maar ik heb er wel aardigheid in en vind het zelfs enigszins aandoenlijk.

Ik heb de match helemaal uitgekeken en na afloop was ik compleet gesloopt. Je kon me aanvegen. Zo’n kamp is voor mij immers een uiterst uitputtende klus, omdat ik Nadal met mijn hele lijf en al mijn ledematen pleeg aan te moedigen, spartelend als de baarlijke duivel. Het is niet om aan te zien en mijn katten maken dan ook dat ze uit mijn buurt blijven.

Over een uurtje zal ik de televisie aanzetten om de tweede rit van de Dauphiné Libéré te volgen, die aankomt op een col buiten categorie: de Col du Béal. Ook bij de wielrenners heb ik een favoriet, met name Christopher Froome. Hij kan klimmen als een klipgeit en ik zal me allicht in zijn gezelschap naar boven worstelen, om compleet afgepeigerd de top te bereiken.

Ja, die pinksterdagen vergen wat van een sportief mens. Hèhè!

De onfrisse praktijken van VT4

Het was zondagmiddag en ik had niet meteen iets omhanden. Nu ja, er valt altijd wel wat te verstouwen, want ik verdien mijn brood niet met spuugslikken, maar ik verkoos om er even de kantjes af te lopen en de luiaardsboog te spannen.

Ik besloot om wat tijd te vermorsen met veldrijden. Nee, ik trok heus niet zelf de ruige ruimte van de herfstige natuur in, maar keek per televisie hoe anderen dat deden, meer bepaald in de Limburgse gemeente Zonhoven. De wedstrijd aldaar zorgt altijd voor spektakel, want het zanderige parcours is een aaneenrijging van geografische ongemakken zodat er, tot groot jolijt van zowel de toeschouwers ter plekke als zij die voor het ruitje zitten, lekker veel valpartijen plaatsgrijpen. Dat zijn leuke dingen voor de mensen.

De televisiezender die voor de rechtstreekse reportage zorgde, met name VT4, had voor wat afwisseling gezorgd. De kijker kon namelijk een fiets winnen, of de tegenwaarde ervan, € 1500, handje contantje. Om dat te bewerkstelligen diende men een sms ─ naar keuze ‘cash’ of ‘bike’ ─ naar het nummer 6654 te sturen. Ik pleeg nooit ofte nimmer aan zulke wedstrijden deel te nemen, maar gisteren kreeg ik onverhoeds een aanval van hebzucht en dus verzond ik een berichtje met de mededeling dat ik vol ongeduld op de euro’s zat te wachten. Wegens recente onverkwikkelijke perikelen heb ik een beetje een hekel aan rijwielen.

Niet veel later kreeg ik een sms met wat in mijn ogen een schiftingsvraag leek: wie had er verleden jaar de wedstrijd in Zonhoven gewonnen? Met bekwame spoed antwoordde ik dat het Sven Nys geweest was en ik ontving prompt een bedankje retour, met de mededeling dat ik mijn winstkansen kon verhogen door nog een aantal keren deel te nemen en de laconieke toevoeging dat ieder berichtje dat ik stuurde of ontving me € 1 zou kosten.

Ik wist dat mijn deelname aan de wedstrijd € 1 zou kosten. Ondertussen is dat echter al opgelopen tot € 4. Het zal vermoedelijk wel ergens in de kleine, vrijwel onleesbare lettertjes vermeld staan, maar ik wist niet dat ze me daarna als schiftingsvragen vermomde berichten zouden sturen en dankbetuigingen, waarvoor ik telkens zelf moet betalen. Ik hoop dat ze me nu met rust zullen laten.

Dat was één keer en nooit weer. En VT4 … als jullie er dergelijke praktijken op nahouden, of toch zeker goedkeuren, dan zijn jullie een stelletje afzetters.

shit

Een olijk stuk vlees

Gisteren beleefden we een weldadige nazomerdag, maar blijkbaar vond niemand me de moeite van een bezoekje waard, al zat ik daar eigenlijk niet zo mee. Eenzaamheid is de motor van alle scheppingsdrift en het duurde dan ook niet lang of ik verveelde me te pletter, zodat ik besloot om wat in de natuur te gaan rondraggen. Nu is rondraggen een wel zeer optimistisch overstatement voor de manier van voortbewegen van iemand die zijn lichaam met krukken moet stutten. Ik had hoegenaamd geen opschiet en bovendien brachten de oneffenheden van het pad me herhaaldelijk aan het wankelen, hetgeen zowel letterlijk als figuurlijk geen goeie gang van zaken is. Dat deprimerend gesjok begon me spoedig te kazen, dus zwabberde ik maar naar huis terug. Wat hield me tegen, hè?

De televisie vertoonde een wielerwedstrijd die zich in het het merengebied van Noord-Italië voltrok en wellicht daarom Ronde van Lombardije heette. José De Cauwer was een van de commentatoren. Hij is wat men hoofdschuddend ‘me er eentje’ noemt en bovendien zeer bedreven in de wielerkunde, hetgeen niet van iedereen gezegd kan worden. Hij hanteert een merkwaardige variant van het Nederlands, roert daar geregeld wat van de aap zijn gat geblazen uitdrukkingen doorheen en is niet zelden een drenkeling in zijn woordenstroom, maar precies daardoor heeft hij zich mijn sympathie op de hals gehaald.

Gisteren trakteerde hij de kijkers onder meer op het volgende:

“Waar rijd je naartoe als je bovenkomt?” vroeg hij zich op een gegeven moment af. Het bleef even stil. “Uiteraard terug naar beneden”, beantwoordde hij toen zelf die vraag.
Ik had er wel aardigheid in.

“De fiets van Jo de Roo werd gestolen terwijl hij op bezoek was in het ziekenhuis”, verkondigde José vol medegevoel. “Ze hebben daar in Nederland zelfs een enquête over gehouden: Breng de fiets van Jo de Roo terug!”
Een enquête? Ik lag in een deuk. Hij zal ongetwijfeld de actie op Facebook bedoeld hebben.

De renner Durasek Kristijan kwam na een lastige beklimming met enige vertraging boven.
“Durasek, Durasek”, mompelde José. “Ze hadden hem beter Duracell genoemd. Kon hij wat langer meegaan.”

Mensen, toen kon je me wegdragen, hè.

Beet!

igorDe zeventienjarige Vlaamse wielrenner, Igor Decraene, is wereldkampioen tijdrijden bij de mannelijke junioren. In het Italiaanse Firenze veroverde hij de daarbij horende gouden plak en dus zijn felicitaties hier op hun plaats. Proficiat!

Met zo’n ronkende naam, Igor, kan het natuurlijk haast niet anders of je moet tot grootse prestaties in staat zijn. Van zo’n jongen verwacht men ook dat hij het hart op de juiste plaats heeft, maar dat is bij hem kennelijk niet het geval. Terwijl men te zijner ere de Brabançonne liet weergalmen, drukte hij zijn hand immers op de rechterboezem en dat klopt eigenlijk niet. Bij het gros van de kostgangers der aardkloot klopt het namelijk links.

igor2Igor ontving vanzelfsprekend ook wat men weliswaar een gouden medaille noemt, maar waarin men weinig of zelfs geen goud zal aantreffen. Ten behoeve van de persmeute liet hij zich fotograferen terwijl hij een voorbeeldig gebit waarmee men brand kon stichten in dat ding zette. Er bestaan allerhande theorieën waarom triomferende sportlui nodig in het veroverde eremetaal moeten bijten, maar ik blijf het een rare, om niet te zeggen onnozele gewoonte vinden. Het zal aan mij liggen. Vandaag de dag beperkt men zich trouwens al lang niet meer tot het beknabbelen van erepenningen, want zelfs enorme trofeeën en reusachtige bekers maken kennis met de fonkelende beitels van de winnaars ervan.

“Zot zijn doet geen zeer,” zei mijn moeder altijd, “maar het jeukt een beetje.”

rafanadal

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme