Tag: Vlaams

Lid

Ik ben in mijn hele leven nog nooit ergens lid van geweest en alleszins niet van een politieke partij. Mijn staatkundige activiteiten beperken zich vooralsnog tot het rood inkleuren van bolletjes op een stembiljet en het al dan niet luidkeels uiten van mijn tevredenheid of ongenoegen omtrent hetgeen de dames en heren politici verrichten.

Nu ben ik tijdens een bevlieging plots lid geworden van de Nieuw-Vlaamse Alliantie, in de wandeling beter bekend als de N-VA. Het moet gezegd dat ik tijdens kiesverrichtingen onveranderlijk hun bolletjes inkleur, omdat ik me wel kan vinden in hun programma en doelstellingen. Zo beschouw ik Theo Francken bijvoorbeeld als een man die uitstekend werk levert in zijn hoedanigheid van staatssecretaris voor Asiel en Migratie, al zullen de hoog van de toren blazende groenen en de niet bepaald voorbeeldige sossen het niet met me eens zijn, om van de Waalse oppositie nog te zwijgen. De Franstalige groenen schrokken er onlangs zelfs niet voor terug om de spot met hem te drijven door zijn afbeelding de fotoshoppen en hem in een nazi-uniform te steken. Niet meer normaal!

Vanmorgen heb ik van de N-VA een brief gekregen, waarin ze mij bedanken voor bewezen diensten … eeh … voor mijn lidmaatschap. Het schrijven is ondertekend door de algemeen secretaris en door de algemeen voorzitter, zijnde Bart de Wever. Laatstgenoemde is volgens mij een intelligent, om niet te zeggen erudiet persoon, die bovendien een aardig mondje Latijn spreekt, maar …

… die handtekening van hem! Christene zielen, wat is dat een miserabel en bedroevend krabbeltje. Het lijkt nergens op en zelfs een kind vermag het moeiteloos na te maken. Je kunt er, met een beetje goeie wil, een nogal onzekere letter D in herkennen, gevolgd door een golvend lijntje, dat plots rechtsomkeert maakt en strak terugkeert naar de plek waar het vandaan komt. Wat is dat een teleurstellend gevalletje en allerminst een autogram dat je van de voorzitter van Vlaanderens grootste partij zou verwachten.

Nu ben ik nergens voorzitter van en ik heb ook nergens wat in de melk te brokken, maar ik heb wel een buitengewoon fraaie en bijzonder ingewikkelde handtekening, waar ik trots op ben en heel veel bijval mee oogst.
“Dat kun je wellicht geen tweede keer”, zegt men vaak als men er getuige van is hoe ik dat zwierige geval op papier gooi. Dat kan ik dus wel, zelfs honderd keer en waarschijnlijk zelfs duizend keer, al heb ik dat nog nooit geprobeerd.

Nu ben ik dus lid van de N-VA, al zou ik bij god niet weten waar dat eigenlijk goed voor is. Als ze de grootste partij van Vlaanderen blijven, en dat zit er dik in, komt er misschien een dag waarop ze besluiten dat al hun leden niet langer belastingen hoeven te betalen. Of iets anders van die strekking.

Voor mij niet gelaten!

Bij m’n pietje gepakt

Er kwam een vriendin op bezoek en ze bracht een kerststronk – in Vlaanderen is bûche de gangbare naam  – voor me mee. Terwijl ze die aan me overhandigde, begon ik al verlekkerd te likkebaarden, maar toen bleek dat ze me bij mijn pietje pakte … eeh … begrijp me vooral niet verkeerd! Ze pakte me natuurlijk niet echt bij mijn pietje. Als je in Vlaanderen iemand bij z’n pietje pakt, dan neem die persoon te grazen, of je draait hem een loer.

Mijn vriendin pakte me derhalve bij m’n pietje door een kunstig vervaardigde nepstronk aan me af te geven. Het was een opgerolde, chocoladebruine handdoek, gelardeerd met witte gastendoekjes en bekroond met een tot rendier geboetseerd washandje. Ik vond het al met al wel een fraai ding en het was gemaakt door een Torhoutse dame, die je op internet kunt terugvinden als je deze link aanklikt:
couture marie-rose

Door dit cadeau kreeg ik opeens ontzettend veel zin in een echte bûche de Noël. Mijn vriendin had nog niet helemaal de hielen gelicht of ik was al op weg naar de bakker, waar ik me een uitermate appetijtelijk ogende kerststronk aanschafte. Ik heb die nog dezelfde avond compleet opgevreten. Helemaal in mijn eentje. Mijn gulzigheid kent werkelijk geen grenzen.

Tjonge jonge! Wat was dat magisch lekker!

De afbeelding hieronder betreft de valse stronk. Die ziet er ook wel om in te bijten uit, hè?

stronk

Leve Zwarte Piet!

Het Vlaams-Nederlands Huis deBuren presenteert volgens zijn eigen zeggen schoonheid en wijsheid van de Lage Landen. Het biedt een platform voor debat over cultuur, wetenschap, politiek en samenleving in Vlaanderen, Nederland en Europa. Kunstenaars, journalisten, wetenschappers, politici krijgen er het woord.

Nu hebben de dames en heren die daar de dienst uitmaken het bestaan om een Pietenpact voor te stellen en ter ondertekening aan te bieden. Het uitgangspunt ervan is dat we Sinterklaas vieren zonder raciale stereotyperingen. Voor de rest is de invulling van het feest vrij: de Sint kiest lekker zelf of hij zonder of met pieten – roetveegpieten, regenboogpieten, ongeschminkte pieten – jong en oud komt verblijden. Met andere woorden: Zwarte Piet moet ophouden zwart te zijn.

Wat een gezeik van een stelletje muggenzifters! Wie dat ondertekent  ─ dus ook Bart Peeters ─ beschouw ik als een azijnpisser die denkt moreel superieur te zijn. Mijn Zwarte Piet is en blijft alleszins zwart. Mijn speelgoed en snoep koop ik enkel in winkels die hem niet verloochenen, dus onder meer Dreamland mag het vergeten.

ZwartePiet

Een babylonisch spraakverwarrinkje

Al enkele dagen bied ik onderdak aan een Argentijnse logeergast en vanmorgen stond ik met hem in de wachtrij aan de kassa van de supermarkt. We waren in een druk gesprek verwikkeld over koetjes, kalfjes en wat er nog meer aan interessante dieren bestaat. Op een gegeven moment beantwoordde hij iets wat ik zei met de Spaanse uitroep: ‘Muy bien! Muy bien!’ Vertaald betekent dat: ‘Heel goed! Heel goed!’

De dame die voor ons stond, draaide zich met een ruk om, kogelde ons neer met haar blik en grauwde: ‘Ik zou je een klap geven, maar ik maak mijn handen niet vuil aan een fluim.’
Ik wist even niet waar ik het had. Toen ik dat wel wist en haar om tekst en uitleg verzocht, bleek ze ‘muy bien’ als een enigszins West-Vlaamse verbastering van ‘mooie benen’ geïnterpreteerd te hebben, waardoor ze dacht dat we haar onderdanen op ongepaste wijze lof toezwaaiden.

Gelachen dat we hebben!

Jommoa, azo nie hé!

Wat hoor, lees en verneem ik?

Mijn zo gekoesterde dialect, het West-Vlaams, zou op sterven na dood zijn, of toch zeker met uitsterven bedreigd. Dat beweert althans de Unesco: de organisatie van de Verenigde Naties voor onderwijs, wetenschap en cultuur.

Het spreekt vanzelf dat ik dit niet zal laten gebeuren, of wat hadden jullie gedacht? Ot a mie liht, hoat da hi woa zien zulle! Teneinde mijn sappige moedertaal te rugsteunen zal ik hier zo nu en dan een West-Vlaams stukje uit mijn mouw en mijn mond schudden, want ik ben van plan om het schrijfsel telkens van een geluidsfragment met de gesproken versie te voorzien.

Dat wordt lachen!

Een wilde boerendochter

Aan de rand van het polderdorp viel er kennelijk wat te bezienswaardigen, want ik zag een samenscholing van mensen voor me opdoemen. Ik merkte tevens een politievoertuig en een brandweerwagen op.
“Wat zou er daar gebeurd zijn?” vroeg ik me af in mijn hoedanigheid van uitermate nieuwsgierig persoon en ik fietste snel in de richting van het volksoploopje, eveneens in mijn hoedanigheid van nieuwsgierig persoon.

Er bleek een fors koebeest in een diepe sloot gesukkeld te zijn en het had nogal wat voeten in de aarde voor men het klaaglijk bulkende rund takelend uit zijn benarde positie kon bevrijden. Toen Bertha ─ zo heette ze ─ opnieuw goed en wel in de weide stond, zette ze het binnen de kortste keren op een lopen en tijdens dat drafje gooide ze van puur contentement een paar keer haar machtige kont in de lucht. ‘Ze schuddege mee eur gat’ zoals Ivan Heylens wilde boerendochter deed toen iemand haar een tong draaide. Terwijl haar melkfabriekje opgetogen heen en weer klotste ─ ik bedoel dat van Bertha, niet dat van de boerendochter ─  fietste ik vrolijk verder, blij met de goede afloop.

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme