Tag: verzamelingen

Vindersloon

Luidens een spreekwoord vangt een vliegende kraai altijd wat. Dat zal vermoedelijk ook het geval zijn voor de fietsende kraai die ik ben, al verkies ik toch een uil te zijn. Het gebeurt immers niet zelden dat mijn arendsblik ─ ik heb vandaag kennelijk wat met vogels ─ onderweg een verloren voorwerp ontwaart, dat ik me dan zonder schroom en zonder aarzelen toe-eigen.

Tot op heden behoren een bankbiljet van vijftig euro en een verrekijker van een duur merk tot mijn belangrijkste vondsten. Verder heb ik in de loop der jaren een niet gering aantal onbenulligheden verzameld, die te mijnent geen andere functie hebben dan voortdurend in de weg liggen.

Verleden vrijdag vond ik een identiteitskaart en een bankpas in de berm. De eigenaar ervan bleek gelukkig lid van een fietsclub te zijn, want de ledenlijst ervan was de enige plek op internet waar ik hem aantrof, inclusief zijn adres en telefoonnummer. Hij woonde in een naburig dorp en was zo opgetogen dat hij al nauwelijks een kwartier later bij me aanbelde.

Hij wilde me belonen en probeerde me herhaaldelijk een briefje van twintig euro toe te stoppen, maar ik bleef dat resoluut weigeren.

Hij vertrok en ik bleef onbeloond achter …

… maar toen ik gisterenmorgen mijn brievenbus opende, lag dat geld daar verleidelijk naar me te lonken.

Sommige mensen zijn ongezeglijk en hebben blijkbaar geld in overvloed.

Hommeles

Ik loop eens even het bos in, dacht ik bij mezelf en ik voegde meteen de daad bij de gedachte. Nu ja, veel moeite hoefde ik daarvoor niet te doen. In dichte drommen omsingelen bomen mijn woning en als ik pakweg vijftig stappen buiten de deur zet, bevind ik me tussen stugge stammen onder pathetische gewelven van loverkapsels. Sommigen noemen me de bospoeper. Vraag me niet waarom.

Ik ontweek behoedzaam een aantal communes van verlekkerd kijkende brandnetels en kwam toen op een plek waar enkele gestorven bomen lagen te vermolmen. Het duurde niet lang of … tja, jullie weten het of jullie weten het niet, maar er zijn drie dingen die een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mannen uitoefenen. Het stoken van vuurtjes komt op de allereerste plaats, gevolgd door het verspreiden van water via allerhande toestellen, zoals sproeilansen, hogedrukreinigers … en wat dies meer zij. Het is niet zonder reden dat ik me in mijn allereerste schoolopstel ─ hoelang is dat wel niet geleden? ─ vergreep aan een memorabele en ietwat dubieuze zin: “De brandweermannen kwamen aangelopen met spuitende slangen.” Ik dwaal echter af, zij het wederom niet met tegenzin. De derde handeling waar mannen een uitgesproken zwak voor hebben is poken en porren …

Het duurde dan ook niet lang of ik voorzag me van een indrukwekkende stok, waarmee ik lustig in het houtafval begon te poken … en binnen de kortste keren paniek veroorzaakte in het hommelnest dat zich onder die pulp bevond. Christene zielen! Er stegen gelijk honderden, indien al niet duizenden van die brompotten op. Ik heb ze niet geteld, want dat is mijn fort niet en bovendien had ik er geen tijd voor, want ijlings vluchten was de boodschap. Ik speerde weg, alsof uitslaande brand me aan de broek lekte.

Ik mag me gelukkig prijzen dat het hommels betrof. Die zijn niet agressief en ze vonden het niet eens nodig om me aan te vallen of zelfs maar te achtervolgen. Als het wespen geweest waren zou ik dit stukje waarschijnlijk niet geschreven hebben, of toch alleszins vandaag niet.

Bermtoerisme

Op de foto’s hieronder komt het weliswaar niet tot zijn recht ─ ik ben maar een amateuristische portrettentrekker die zich bovendien met een uiterst eenvoudig kodakje behelpt ─ maar volgens mij moet dit een van de fraaiste wegbermen van West-Vlaanderen zijn: groen doorschoten met een bonte mix van tientallen orgiastisch opengebarsten bloemsoorten over een afstand van ruim vijf kilometer.

En dat allemaal op strompelafstand van mijn woning. Ikke blij natuurlijk!

wegberm

Meer moet dat niet zijn

Margriet, voor wie ik soms wat administratieve klusjes opknap, heeft inmiddels de leeftijd van de zeer sterken bereikt, maar ze is nog goed bij haar hoofd. Desalniettemin diende ze onlangs enkele weken in het ziekenhuis te verblijven, hetgeen, het is algemeen geweten, nogal wat papieren rompslomp met zich meebrengt, dus bracht ik haar een bezoek om me daar eens duchtig mee te bemoeien.

Ze serveerde me de gebruikelijke kop koffie en zei:
“‘k En stieve hoe franse pan’n. Moej ièn én?”
De meesten van jullie zitten nu waarschijnlijk te kijken alsof ik jullie een oneerbaar voorstel heb gedaan. Daarom lijkt het me beter dat ik toch even dat West-Vlaamse koeterwaals in het verstaanbaars vertaal: Ik heb buitengewoon goeie Franse pannen. Wil je er een hebben?
frangipaneIk wist echt niet wat ik op dat moment met een pan moest aanvangen en al helemaal niet met een Frans exemplaar, maar aangezien ze het ding zo aanprees, durfde ik niet te weigeren. Ze pantoffelde naar de keuken en ik was buitengewoon benieuwd met wat ze zou terugkeren. Dat bleek een gebakje te zijn, dat in de wandeling een frangipane heet, maar dat Margriet tot een franse panne vermassacreerde, wat niet wegnam dat ik het ongegeneerd lekker vond.

“Ik heb nog wat voor je”, zei ze toen ik op het punt stond om te vertrekken en ze glunderde haar ouderdom weg terwijl ze me een plastic tasje overhandigde, waarin ik tot mijn verrukkelijke verbazing de eerste, uiterst zeldzame en vrijwel ongeschonden drukken aantrof van de beide boeken van de hand van Willem Denys, die op gulle wijze de vaak hilarische wederwaardigheden beschrijven van Peegie, de roemruchtige en legendarische volksfiguur van de Roeselaarse Nieuwmarkt, zijnde:
Peegie in zijn apejaren (1949)
Zijn triem door ’t leven (1951)

Het maakt mijn dag. Ik ben zo blij als … eh … een hond met zeven pikken en zo godsgruwelijk gelukkig als … eh … een teek in een bloedbank.

peegie

Kattebelletjes

─ Ik vraag me af waarom alles wat je na het tandenpoetsen in je voerklep stouwt zo’n gore smaak heeft.

mafaldaIk las dat een aantal originele tekeningen van Suske en Wiske geveild zijn en een slordige € 50 000 opgebracht hebben. Nu ben ik eigenaar van enkele originele tekeningen van het in alle Spaanssprekende landen immens populaire stripheldinnetje Mafalda, van de hand van de Argentijnse schrijver en tekenaar Joaquín Salvador Lavado, beter bekend als Quino. Ik ben heus niet van plan om die te slijten, maar uit nieuwsgierigheid zou ik toch graag eens weten wat die waard zijn.

─ Ik ben vannacht twee keer ontwaakt. De eerste keer stond de digitale klok naast mijn bed op 3.33 en de tweede keer op 4.44. Zeg nu zelf: dat is toch mooi gemikt.

─ Ik heb digitale televisie van Telenet. Bij die digitale televisie hoort een digicorder en bij mij is dat sinds enkele maanden het nieuwste model. Bij dat nieuwste model digicorder hoort een slankgegorde afstandsbediening. Bij mij verslindt dat slankgegorde ding batterijtjes met ongehoorde vraatzucht: twee stuks om de twee weken. Als jullie weten wat batterijen tegenwoordig kosten en er begrip voor kunnen opbrengen dat ik de neiging heb om op de kleintjes te passen, zal het jullie duidelijk zijn dat ik langzamerhand goed balen krijg van deze schrokop.

─ Ik zag beelden van hoe een vliegtuig verleden week in het Russische Kazan letterlijk uit de lucht viel en ontplofte. Het betrof een Boeing 737 en ik herinnerde me dat ik ooit aan boord van zo’n vliegtuigtype iets merkwaardigs heb meegemaakt. Ik vloog op een avond van Zürich in Zwitserland ─ waar ik mijn zwart geld in een bank had ondergebracht, maar hou dat een beetje stil ─ naar Brussel en … nee, we maakten geen aanstalten om neer te storten, maar ik was wel de enige passagier in dat vliegtuig. Een uur lang was ik een tycoon in een privéjet met zes bemanningsleden.

─ Wie in Nederland een bijstandsuitkering krijgt, dient daar voortaan een tegenprestatie voor te leveren. Dat vind ik nu eens een verstandige maatregel zie en feitelijk de logica zelve. Ik pleit ervoor dat men dit ook in België invoert, met onmiddellijke ingang.

Op naar de tienduizend!

Ik weet niet of jullie het gehoord of er wat van gemerkt hebben, maar gisteravond iets over zessen slaakte ik een grondeloos diepe zucht. Op dat moment legde ik immers de laatste hand aan een titanenwerk, waaraan ik tijdens de voorbije jaren heel veel van mijn vrije tijd opofferde. Ik heb namelijk per computer een databank aangelegd van al de boeken die ik bezit. Die catalogus kan men zowel alfabetisch als systematisch raadplegen en omvat niet enkel de titel en de naam van de auteur, maar ook het internationale standaardboekennummer, de eventuele afbeelding van de stofomslag en al de gegevens die men op het achterplat en de flappen aantreft.

De meesten van jullie kan het wellicht geen ene moer verblotekonten waarom ik daar zoveel tijd aan spendeerde, maar degenen die zich dat zouden afvragen wil ik gaarne van antwoord dienen. Ik blijk eigenaar te zijn van zo maar eventjes negenduizend driehonderd eenentachtig boeken. Ja, ik schrijf en jullie lezen het goed: 9381. Schijthuizen kun je ermee dekken. Er is een hele kauw aan en dan ben je lekker bezig, hoor. Ga d’r maar aan staan!

Nu ik eindelijk klaar ben met mijn databank zal ik misschien de tijd vinden om wat van die lectuur tot me te nemen. Uit mijn catalogus blijkt immers dat ik hopeloos achteropgeraakt ben en het overgrote deel van mijn verzameling ongelezen in de kast staat. Daar krijg ik het nog druk mee. Allez vooruit, wakker aan de slag dan!

boekuil

Een appeltje voor de dorst

Pfff … ik heb een natte rug en ben compleet uitgewoond!

“Laat ik nu eerst eens even de zolder opruimen”, dacht ik vanmorgen. “Een kat zou er haar jongen niet terugvinden.”

Christene zielen! Daar ben ik ook even mee bezig geweest. Ik heb me ongeveer een hernia gezeuld en me zowat het hart uit het lijf gesloofd, maar het resultaat mag er wezen. Ik ben zo trots op mijn prestatie dat ik voor een keertje alle privacy overboord gooi en jullie op een foto van mijn zolderkamer trakteer. Vinden jullie ook niet dat opgeruimd netjes staat?

FortKnox

De regel van drieën

Drie titels die mijn hart doen opzingen:

  • Along came a spider
  • Gorillas in the mist
  • A la recherche du temps perdu

Drie plaatsen waarvan de naam uit je mond geurt:

  • Surabaya
  • Paramaribo
  • Honolulu

Drie verrukkelijke woorden:

  • schermutseling
  • ravotten
  • trawanten

Drie uitdrukkingen waarvan ik het inmiddels behoorlijk op mijn heupen krijg:

  • kort door de bocht
  • vechtend over straat rollen
  • de stekker uittrekken

Allemaal kosten op het sterfhuis

Er breken gevaarlijke tijden voor me aan. Nu ja, gevaarlijk voor mijn portemonnee dan. Er is namelijk een gebeurtenis op til die me ieder jaar weer klauwen geld kost. Ik bedoel het startschot van het nieuwe schooljaar, dat in deze contreien vandaag over week zal knallen.

Hoewel het scholierenleven al een figuurlijke eeuwigheid achter me ligt, besteed ik telkenjare een niet te onderschatten bedrag aan benodigdheden die ik, in weerwil van het woord, absoluut niet nodig heb, zoals bijvoorbeeld papier, schriften en pennen, om van andere gereedschappen nog te zwijgen. Ik heb hier al eerder gemeld dat ik inmiddels alle inwoners van een arm Afrikaans land van schrijfgerief kan voorzien en nog wat voor mezelf overhouden, maar ik blijf me die dingen aanschaffen, om ze vervolgens nooit te gebruiken. Van een geldverslindende verslaving gesproken!

Het is ongetwijfeld een nadeel dat de plaatselijke krantenboer over een uitgebreid assortiment school- en kantoorspullen beschikt, waardoor ik vrijwel dagelijks de verlokkingen moet trotseren. Dat houdt geen mens vol. Misschien dat ik mijn lectuur toch maar beter aan huis kan laten bezorgen. Helaas is de postbode die mijn woning bedient een danig door dorst gekwelde man, die noodgedwongen aan alle kapelletjes aanlegt. Als ik mijn dagblad pas om vier uur ’s middags in handen krijg, is hetgeen ik lees oud nieuws natuurlijk.

Wat kunnen bagatellen me toch een allemachtige hoop ongemak bezorgen.

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme