Tag: vertoon

Achter de rug

Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik me, naast het luistervinken, ook bezighoud met het observeren en beoordelen van zowel het menselijk uiterlijk als van de gedragingen waaraan de kostgangers der aardkloot zich overgeven. Ik heb hier al schrijfsels gewijd aan onder veel meer snuitrituelen en snotkokers, aan tics en rare aanwensels, aan kapsels en uitmonsteringen, ja, zelfs aan oorlelletjes. Hoe verzin ik het?!

Ik ben een fervent fietser en het gebeurt dus niet zelden dat ik willens nillens in het kielzog van een collega dobber. Om van de nood een deugd te maken besteed ik ruimschoots aandacht aan de manieren waarop mensen op rijwielen plaatsnemen. Sommigen prijken stijf en kaarsrecht in het zadel, alsof ze een stok ingeslikt hebben. Anderen verplaatsen zich wijdbeens, alsof ze niet op een stalen ros, maar op een struise boerenkarhengst zitten. De ene hangt schots en de andere scheef. Ik verlustig me aan parmantige konten, enorme ruiven, vette spekreten, ballonkuiten, pezige bantambeentjes … Nu ja, dat verlustigen mag je gerust met een korrel zout nemen. Een fraaie aanblik is het meestal niet.

Ik vraag me af hoe ik eruitzie als ik op mijn fiets zit. Wegens het gebrek aan ogen op mijn rug heb ik daar werkelijk geen idee van. Ik zoek dus iemand die zich door me op sleeptouw laat nemen, om me gedurende een aantal kilometer te achtervolgen en te filmen, zodat ik mezelf kan bekijken. Iemand?

Een kilo koper*

De man amuseerde zich kostelijk, dat zag je er zo aan af. Hij zal een jaar of zestig geweest zijn, schat ik, en hij hanteerde een flink uit de kluiten gewassen afstandsbediening, waarmee hij een dwerghelikoptertje in de lucht bracht en het daar allerhande kunstjes liet uitvoeren. Toen hij in de gaten kreeg dat ik hem een gadesloeg, zette hij vanzelfsprekend zijn beste beentje voor. Kijk mij eens! Het speeltje scheerde heen en weer, danste op en neer en spon zowaar van welbehagen. Nu ja, spon … het produceerde veeleer een nogal nijdig gezoem.

Op een gegeven moment kwam het hefschroefvliegtuigje mijn richting uit om me op een aantal nogal roekeloze duikvluchten te trakteren, maar toen … stortte het plots met een doodsmak neer. De gruzelementen vlogen in het rond en de schroef huppelde over de akker. Het toestelletje stuiptrekte nog even met zijn staart, slaakte een kreunend geluidje en gaf de geest.  

Gelachen dat ik heb! Je leven zo niet!

Enkele uren later zag ik een echte helikopter in een kolenveld neerstrijken. Het betrof de West-Vlaamse mug-helikopter (mobiele urgentie groep), die bijstand kwam verlenen aan de zwaargewonde inzittenden van een verongelukte auto. Toen die gedane zaken opnieuw wilde vertrekken raakte hij in de problemen. Door de luchtverplaatsing dwarrelden de netten die boven de kolen gespannen waren omhoog en ze raakten verstrikt in de schroeven, zodat de piloot wijselijk besloot om aan de grond te blijven. De dag erna had men de netten verwijderd en kon de helikopter alsnog opstijgen: een goede afloop waarvan ik een paar foto’s nam.

En zo beleeft een mens nog eens wat.

*Een kilo koper is de benaming die ik als peuter aan een helikopter gaf.

MUG

Ondertussen op het naaktstrand 18

Op een naturistenstrandje in het Spaanse Nerja lag een man te zonnebaden en zichzelf bloot te geven, tot er opeens een hond verscheen die hem aanviel en genadeloos in de geslachtsdelen beet, meer bepaald in zijn telende ballen. De verwondingen van de man waren zo ernstig dat men hem naar het ziekenhuis diende over te brengen. Van de hond ontbreekt vooralsnog elk spoor.

teelballen

De (kerst)boom in!

Ik heb dit jaar voor de eerste keer van een white christmas gedreamd. Dat gebeurde op de kerstmarkt in Brugge, waar ik eigenlijk niks verloren had, want de opsmukrage waarmee het feestgedruis van de jaarwisseling veelal gepaard gaat, vermag me niet te bezielen. Ik ben namelijk tegendraads: het gaat aan me voorbij en het raakt me niet. Ook met glühwein kun je mij niet vermurwen. Ik lust dat brouwsel niet en krijg er bovendien koppijn van. En niet te min! In Brugge kan men zich ook op een schaatsring(etje) vermeien, of per reuzenrad ten hemel stijgen, maar aangezien ik er nog steeds niet in geslaagd ben om op schaatsen overeind te blijven en last heb van hoogtevrees …

Ondertussen zitten jullie zich ongetwijfeld af te vragen waarom ik dan in vredesnaam ─ vrede op aarde aan alle mensen van goede wil ─ de schreden naar zo’n buitengebeuren richt. Wel, ik heb een vriendin en die is zo dol op kerstmarkten dat ze zich zelfs naar buitenlanden begeeft om in dergelijke samenscholingen verwikkeld te raken. Omdat ze niet over een rijbewijs en een eigen transportmiddel kan beschikken, was ze vastbesloten om, niettegenstaande een bijzonder ongelukkige dienstregeling, met het openbaar vervoer naar Brugge te reizen. In mijn hoedanigheid van vriend en barmhartige samaritaan … nu ja, jullie begrijpen het wel.     

Als ik ‘s avonds door het dorp kuier, merk ik dat er al kerstbomen en andere frivole tooisels in huiskamers verschijnen. Daar kun je niet naast kijken, want de bewoners van versierde vertrekken, die zich normaliter bij het invallen van de duisternis aan het oog plegen te onttrekken, laten nu pas diep in de nacht de rolluiken neer, teneinde passanten de kans te geven om hun groothandel in snuisterijen te aanschouwen.

Zelf doe ik niet mee aan die opsierderij. Als jullie tijdens de feestdagen voorbij mijn woning komen, hoeven jullie dus niet bij me binnen te spieden, want er is te mijnent ─ hier komt ie! ─ geen bal te zien.

Het wilde West-Vlaanderen 2

Ik was aan de wandel en kwam bij een weiland waarin gewoonlijk een tiental stomgeslagen koeien stonden, maar waar nu behoorlijk wat deining heerste, die veroorzaakt werd door een als moderne cowboy vermomde veehouder.

Omdat de winter voor de deur staat, pleegt men runderen van beiderlei kunne uit hun buitenverblijf weg te halen en in stallen onder te brengen. In een zalig vroeger gebeurde dat op nogal primitieve wijze: de boer en de boerin verschenen in de wei en probeerden de dieren met pluimveehoudersgebaren en de declamatorisch galmende stemgeluiden van een oudtestamentische god samen te drijven en naar de hoeve te jagen.

quadWat ik zag, was evenwel een veel minder idyllisch tafereel. De boer in kwestie verplaatste zich namelijk met een quad: zo’n vierwielig rijtuig met brede banden en een motorstuur, dat buitengewoon luidruchtig tekeergaat en vaak zo hinderlijk is in het verkeer dat sommige steden het monster met alle middelen van hun grondgebied proberen te weren. Jullie zullen begrijpen dat de koeien het allerminst konden waarderen dat men ze met zo’n helse machine achternazat. Ik blijf er me hogelijk over verbazen dat dergelijke mastodonten met hun logge lijf, en in niet geringe mate gehinderd door zowel klotsende uiers als zwiepende spenen, zo snel kunnen lopen, al gebeurde dat in dit geval onder luid protest: ze burlden als bronstige edelherten.

De boer ─ het was hem aan te zien ─ had onbedaarlijk plezier in het leven en was in zijn element als een sater in een bos. Plots echter werd de quad door massa’s modder dusdanig in zijn vaart gestuit dat … hij over de kop sloeg. De berijder ervan, de boer dus, nam enthousiast deel aan het gebeuren. Hij steeg even hemelwaarts en dook toen met de sierlijkheid van een balletdanser de smurrie in.

Ik heb er me eerst van vergewist dat de kunstenmaker er geen letsel aan overhield, maar toen hij in heerlijk beslijkte toestand het modderbad ontsteeg …

Gelachen dat ik heb! De koeien vermoedelijk ook, maar dat kun je niet aan ze zien.

Waaruit nog maar eens blijkt: lol maken is boeten.

Al die willen te kaap’ren varen

“Je komt azo ‘t ièn en ‘t and’re teeh’n oj ‘t heluk et van lange te leev’n”, placht mijn moeder altijd te zeggen. Je beleeft zo het een en ander als je het geluk hebt om lang te leven.

Dat geluk was haar echter niet beschoren. Ze leefde helaas niet lang. Ondertussen leef ik zelfs al jaren langer dan zij ooit geleefd heeft. Kun je nagaan wat ik al allemaal beleefd heb en tegengekomen ben.

Zo had ik gisteren bijvoorbeeld een ontmoeting met een wel heel vreemde snuiter. Gekleed in naaktheid liep hij voorbij mijn woning. Hij droeg enkel een duikbril, een snorkel en fluorescerend groene zwemvliezen. Op zijn hoofd torste hij een vrij grote rubberboot, die hij met zijn handen in evenwicht hield. Hij had een beetje een raar loopje, maar dat werd ongetwijfeld veroorzaakt door die hinderlijke vinnen aan zijn voeten. Ik staarde hem aan alsof hij een buitenaards wezen was.
─”Hoi”, begroette hij me vriendelijk. “Kan ik hier ergens te water gaan?”
─”Ik vrees van niet”, zei ik. “Een paar kilometer verderop is er een vijver, maar dat is privaat domein.”
Hij snoof verontwaardigd en haalde de schouders op.
─”Ze mogen wel zeggen dat de aarde voor zeventig percent uit water bestaat”, mopperde hij en hij vervolgde zijn weg.

Ik keek hem na, maar de wereldkaart van zijn billen kon me niet bekoren, dus zocht ik snel mijn penaten op. Het is toch niet te geloven wat er allemaal in het wild rondloopt.

Mensen met een buitensporig ego

In Sotsji is het feestje van de megalomane Poetin afgelopen. Veel aandacht heb ik niet aan de olympiade besteed. Het enige wat me kon bekoren was de manier waarop hardrijders op schaatsen zich over het ijs voortbewegen. Wat is dat een mooi en sierlijk balletteren, alsof ze zich onder water verplaatsen. Verder ben ik hoegenaamd niet wintersportief en bovendien heb ik in mijn eentje een soortement boycotactie tegen Poetin uitgevoerd. Ik moet die vent niet. Ik vind hem een bijzonder enge man en hij boezemt me maar heel weinig, of zelfs helemaal geen vertrouwen in.

Wat een bombarie om de aankomst van twee pinda’s … eh … panda’s in Belgenland. Onze premier gaf acte de présence, op nichterige wijze zwaaiend met een pluchen beest en geflankeerd door de heren De Crem ─ is er oorlog in ‘t spel? ─ en De Croo. Duizenden kinderen hadden wellicht de aankomst van die schattige dieren van dichtbij willen meemaken, hetgeen om begrijpelijke redenen niet toegestaan was, maar minister De Croo (fils à papa) vond het blijkbaar nodig om iedereen de ogen uit te steken door zijn zoontje (fils à papa) aan de welkomstceremonie te laten deelnemen. Achteraf had hij dan ook nog het lef om daar op twitter mee uit te pakken:
“Er was er deze middag thuis eentje heel blij met de aankomst van @Xinghuihaohao (en het was niet zozeer ik…)”.
Ik was het al niet van plan, maar dientengevolge zal ik in mei in geen geval op Open Vld stemmen. Nepotisme kan men beter in de kiem smoren.

De witte gedeelten van de vacht van de panda’s zagen er trouwens nogal grauw uit, vond ik. Zouden ze in China geen Dash kennen?

Hovaardigheidsbekleders

Het kan de Nederlandse koning, Willem-Alexander, en zijn ─ excusez le mot ─ hupse gemalin, Máxima ─ ¡Che, Argentina! ─ geen ene moer verblotekonten hoe ze door hun onderdanen aangesproken worden.
Willem-Alexander: “Ik ben geen protocolfetisjist. Mensen mogen me aanspreken zoals ze willen, omdat ze daarmee op hun gemak kunnen zijn.”
Máxima: “Iedereen noemt me Máxima hoor. Uiteindelijk, koningin of prinses, het doet er niet toe. Het is meer wat wij vertegenwoordigen dan de titel.”

In België daarentegen heeft Hare Doorluchtigheid, Mathilde Marie Christine Ghislaine d’Udekem d’Acoz, kortweg koningin Mathilde, verordend dat men haar ten paleize niet langer met het ordinaire Mevrouw dient aan te spreken, maar met het van grote bescheidenheid getuigende Majesteit. Leven ze daar nog in de middeleeuwen misschien? Zij schijt toch ook geen marsepein.

Het kan nooit lang meer duren of de hofmaarschalken, de lakeien, de hofnarren en de kuisvrouwen zullen hun bazin met hoofse buigingen en nederige reverences moeten tegemoet treden en vereren. Hoogmoed is een gebrek aan zelfvertrouwen en een onhandige manier om frustraties te verdoezelen of te compenseren.

Aangezien ik niet over huisgenoten of personeel beschik, heb ik mijn drie katten opgedragen om me voortaan als Edelachtbare aan te spreken.

reverence

Copyright Uilenvlucht 2018 Frontier Theme