Tag: televisie

Wrokken

Normaliter zou ik vanavond voor mijn televisietoestel postvatten om te kijken naar en mee te schrijven aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Zoals verleden jaar zal ik dat echter niet doen, omdat ik nog steeds in de hoogste mate verontwaardigd ben over de onbeschofte manier waarop men de zeer door mij gewaardeerde presentatrice, Martine Tanghe, uitgerangeerd heeft. Men vond haar blijkbaar te oud, hetgeen vanzelfsprekend niet kon gezegd worden van haar medepresentator: de rochelende en onverstaanbaar wauwelende Philip Freriks. Ik zou de uitzending saboteren als ik daartoe in staat was, maar dat ben ik niet en dus dien ik mijn actie noodgedwongen tot boycotten te beperken.

Freriks en zijn huidige rechterhand, Freek Braeckman, kunnen wat mij betreft de (kerst)boom in en de Eerste Kamer der Staten-Generaal in Den Haag, waar het gebeuren plaatsvindt, mag van mij het moeras inzakken.

In plaats daarvan zal ik met mijn tenen spelen. Dat is ook leuk.

Leve Martine Tanghe!

Van toeschouwer tot kenner

Ik heb altijd binnenpretjes als Björn Soenens ─ hoofdredacteur van Het Journaal ─ met zijn getourmenteerde gezicht en een latemiddagbaard op het ruitje verschijnt en men hem aankondigt als Amerikawatcher. Amerikawatcher? Is dat niet een vrij algemene hoedanigheid? Zoals de meesten van ons watch ik het reilen en zeilen van Amerika, maar ik voel me absoluut niet geroepen om me daarom met de titel Amerikawatcher te tooien.

Verleden week kwam hij de kijkers van Het Journaal verbluffen met zijn visie op het politiegeweld en de daarmee gepaard gaande protesten in de Verenigde Staten. Hij probeerde ons te overtroeven met inzichten en analyses, niet gehinderd door veelgelaagde onverstaanbaarheid, die je voor geleerdheid kunt houden als je snel onder de indruk bent van blaaskakerij. De ankervrouw van dienst ─ Martine Tanghe ─ introduceerde hem als Amerikakenner. De heer Soenens heeft blijkbaar promotie gemaakt. Van eenvoudige watcher is hij opgeklommen tot de status van kenner.   

Het lijkt me wel wat. Ik zie een toekomst als Amerikakenner eigenlijk wel zitten. Kan iemand me misschien vertellen in welke school ik moet wezen om dat diploma te verwerven?

De trut van Troje

Mijn televisietoestel vertoonde rare kuren. Terwijl een nieuwsdienst me het wel en vooral het wee van de aardkloot opdiste, vielen de beelden daarvan voortdurend uiteen in allemaal hyperkinetische blokjes: een stroboscopische wemeling die hoegenaamd geen verkwikkend en zelfs een irriterend schouwspel was.
“Zal ’t gaan, ja?!” kreeg ik het binnen de kortste keren niet zuinig op de zenuwen.
Per afstandsbediening bezocht ik een aantal andere zenders en stelde vast dat er nog een paar aan hetzelfde euvel mank gingen.
Ik belde mijn buurman en vernam dat er bij hem eveneens storingen optraden. Het lag dus voor de hand dat Telenet, ons beider leverancier van beelden, steken liet vallen, dus telefoneerde ik naar dat bedrijf, zij het niet zonder tegenzin. Ik ben best wel tevreden met hetgeen Telenet me aanbiedt, zij het tegen fikse vergoeding, maar over hun klantendienst ─ die zij om onnaspeurbare redenen support noemen ─ ben ik hoegenaamd niet te spreken. Ik heb bijzonder slechte ervaringen met het zootje ongeregeld dat daar de dienst uitmaakt.

Ik doorwandelde een keuzemenu, oefende veel geduld en kreeg toen een vrouwmens aan de lijn, een supporteuse wellicht, die met een vervaarlijk Nederlands accent het woord tot me richtte. Ik vertelde haar wat er haperde en toen begon ze me daar af te lopen. Je leven zo niet!  Dat het probleem vermoedelijk door de aansluitingen of de bekabeling veroorzaakt werd en of ik die even wilde nakijken voor ze een technicus op me afstuurde, want als er wat aan mijn voorzieningen haperde, konden de kosten daarvan hoog oplopen en veel vijven en nog meer zessen en tralala en reldeldel.

Ze was gewoon niet te stuiten. Het kon haast niet anders of ze hoorde zichzelf bijzonder graag praten, want ze sloeg door als een blinde vink en ik was een drenkeling in haar woordenstroom, tot ik haar op kordate wijze onderbrak en haar nogal snibbig terechtwees:
─”En nu moet u even ophouden met lullepotten en misschien ook even naar mij luisteren. Het ligt hoegenaamd niet aan mijn aansluitingen of bekabelingen, want mijn buurman die vijftig meter bij me vandaan woont, worstelt met krek hetzelfde probleem. Wat u vertelt, is je reinste nonsens.”
─”Als u mij beledigt, zal ik de verbinding verbreken”, dreigde ze.
Ze was nog gauw op haar teentjes getrapt ook.
─”Dat zal niet nodig zijn, want hier en nu beëindig ik dit gesprek”, slikte ik mijn woede in en ik belde af.

Een uur later konden mijn buurman en ik weer ongestoord televisiekijken, zonder dat we aansluitingen of bekabelingen hadden aangeraakt.

Ondertussen ben ik al wat gekalmeerd, maar ik rook nog na.

De dag der vergelding

Normaliter zou ik vanavond voor de zesentwintigste keer kijken naar en meeschrijven aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Zoals ik op 2 november al mededeelde – zie Hu paard, je staat te schuimbekken! – zal ik dit keer de uitzending compleet negeren, uit solidariteit met Martine Tanghe, die door de organisatie schaamteloos uitgerangeerd werd.

Ik schrijf niet mee en zal zelfs niet naar het programma kijken. Ik hoop dat zij die dat wel doen zich aan een buitensporig groot aantal fouten bezondigen en dat de presentatoren, Philip Freriks en Freek Braeckman, zich herhaaldelijk verslikken, ja zich voortdurend verspreken en stotteren dat het niet mooi meer is.

Niemand spreekt fraaier dan Martine. Het Nederlands geurt uit haar mond.

Leve Martine Tanghe!

Knarsetanden

1.
De televisie nam ons mee naar Brussel, waar we op de stoep bij de Dienst Vreemdelingenzaken belandden tussen allemaal vluchtelingen die zich als asielzoeker wilden registreren.

We volgden een Afghaanse jongeman die zich voor het eerst op 13 november aangemeld had, maar er nog steeds niet in geslaagd was om binnen te raken. Hij hield nochtans een oranje oproepingsbrief voor 25 november in zijn handen, maar die werd hem klakkelings, om niet te zeggen op uitermate onbeschofte wijze, afgenomen en vervangen door een groen exemplaar voor 18 december.

Je kon de wanhoop van het gezicht van die jongen aflezen. Vanwege de NO op dat document kan hij immers tot 18 december nergens terecht, zelfs niet in de noodopvang.

Kijk, ik kan er begrip voor opbrengen dat ze gezinnen met kinderen voorrang verlenen, maar ze moeten ook niet met mensen gaan sollen … en alleenstaande mannen zijn ook mensen.

Asiel

2.
De televisie nam ons mee naar Kortrijk waar politiemannen vier donkerhuidige jongens gevloerd hadden en op onzachte wijze in de boeien sloegen, want men had ze betrapt op het stelen van een fiets. Achteraf bleek dat ze enkel bezig waren geweest het koppige slot van een van hun eigen fietsen tot betere gedachten te brengen.

De burgemeester van Kortrijk, Vincent Van Quickenborne, vond dat brutale optreden kennelijk de normaalste zaak van de wereld en absoluut geen reden om excuses aan te bieden. Ik vermoed dat hij wellicht anders zou gepiept hebben als men hem indertijd, bijvoorbeeld toen hij joints aan het opstoken was, op dezelfde manier behandeld had.

Er is de jongens onrecht aangedaan en dan is het aanbieden van excuses wel het minste wat men kan doen. Schaam je, Van Quickenborne!

Snuffelalarm

Ik stond in de keuken tomaten te broeien toen er in de belendende woonkamer een alarmerend geluidje weerklonk: piep piep piep. Ik loosde een zucht en mopperde: “Batterijen zijn ook niet meer wat ze geweest zijn.”

Een kwartier later klom ik per trapleer naar de rookmelder, om die van een verse energiebron te voorzien. Amper zes maanden eerder had ik dat ook al gedaan, maar zoals ik al schreef: batterijen zijn niet meer wat ze geweest zijn.

Toen ik ’s avonds even mijn bureau binnenliep, om er wat kleine beroepsbezigheden te verrichten, stegen er opnieuw piepgeluidjes uit de woonkamer op.
“Kus nu mijn klooster!” riep ik. “Zal ik het lazarus krijgen?”
Ik klauterde opnieuw naar het lastige toestel, beroofde dat van zijn voeding, ging over tot de controle met een batterijtester en stelde vast dat het gevalletje nog over zijn volle capaciteit beschikte.
“Rookmelders zijn ook niet meer wat ze geweest zijn”, mopperde ik en ik besloot om die van mij voorlopig van zijn batterij te ontrieven en dus werkloos te maken.

Nog diezelfde avond hoorde ik weer die drie piepjes, maar omdat ik op dat moment televisie zat te kijken kon ik achterhalen waar die vandaan kwamen en waar ze ook de keren daarvoor ontstaan moeten zijn:  mijn televisietoestel. Dat vertoonde namelijk een boodschap van algemeen nut ten behoeve van de mucovereniging en dat filmpje maakte gebruik van het alarmerende piepgeluid. Zodoende ben ik voor de derde keer naar mijn rookmelder geklommen, om restitutie te doen.

Ze zouden het moeten verbieden dat er in reclamefilmpjes en boodschappen van algemeen nut geluiden weerklinken die in een huishouden gangbaar zijn. Ik heb bijvoorbeeld ook al enkele keren mijn voordeur opengezwaaid, omdat ik dacht dat er iemand bij me aanbelde, terwijl dat niet het geval was.

Doornroosje

rozenhoedjeEr evolueerden wat zusters en broeders over mijn televisiescherm. Ze behoorden met zijn allen tot de gemeenschap Moeder van Vrede, die hoofdkwartier hield in abdij Ten Putte in het West-Vlaamse Gistel. Daar hielden ze zich onledig met van alles en nog wat, zoals bijvoorbeeld huishoudelijke taken en muziek maken, maar vooral met dankzeggingen en bidden. In mijn hoedanigheid van slecht mens met een verdorven geest vroeg ik me af of ze als leden van zo’n moderne gemeenschap, waarin ze als zusters en broeders, maar tevens als vrouwen en mannen samenhokten, ook gemeenschap met elkaar hadden, maar ik kreeg geen antwoord op die vraag. Ik vermoed van niet, want ze hadden het volgens mij veel te druk met bidden.

Ik vernam dat ze tussendoor geregeld een rozenhoedje baden. Ik vroeg me af wat dat in vredesnaam kon zijn, dus ging ik te rade bij internet en leerde daar dat een rozenhoedje een deel van het rozenkransgebed is, bestaande uit vijf onzevaders en vijftig weesgegroetjes. De naam zou ontleend zijn aan de krans of hoed van rozen waarmee Maria als zinnebeeld van de kerk, de bruid van Christus, gekroond is.

Dat kan allemaal wel zo zijn, maar dat belet niet dat ik rozenhoedje een onnozel, om niet te zeggen een truttig woord vind. Ik durf dit echter niet luidop te zeggen, want ik wil niet de kans lopen dat katholieke fanatiekelingen op brutale wijze mijn woning binnendringen, om mij aan hun kalasjnikov te rijgen.

Mannen met stevige tieten

Het televisieprogramma ‘Iedereen Beroemd’ van de VRT begint steevast met een kleine quiz, die zich afspeelt in een tankstation, ofte een naftepompe, zoals wij dergelijk etablissement in het West-Vlaams noemen. De kandidaat krijgt drie meerkeuzevragen geserveerd. Een juist antwoord op de eerste twee levert telkens vijfentwintig liter brandstof op. Een correct antwoord op de derde vraag is goed voor een volle tank.

We bevonden ons in een pompstation in Adegem, waar ene Monique de scepter zwaaide en de vragen stelde. Het slachtoffer was een truckchauffeur.
–”Het radioprogramma ‘De wereld vandaag’ wilde als hashtag #DWV gebruiken”, zei Monique. “Die was echter al eerder gebruikt door a) Bart De Wever b)De Britse televisie of c) een travestietengroep?”
–”Bart De Wever”, gokte de chauffeur na enige aarzeling.
–”O, dat is fout!” riep Monique teleurgesteld. “Het was de straffetietengroep!”

Ik wist niet waar ik heen moest rennen van het lachen. Het zal ongetwijfeld zo zijn dat travestieten straffe tieten hebben. Monique is in alle geval heel even beroemd geweest.

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme