Tag: taal

Bijna juist ─ 26

Het gebeurt af en toe dat ik me hier vrolijk maakt over de kwaakspraak die Michel Wuyts, de wielercommentator van de VRT, tijdens een uitzending debiteert. Nu blijkt dat besmettelijk te zijn, want zijn co-commentator tijdens het veldrijden, Paul Herygers, blijkt in hetzelfde gasthuis ziek te liggen.

Zo hoorde ik hem verleden zondag tijdens een wedstrijd uitkramen:

– Ik blijf bij mijn voetstuk
in plaats van: Ik houd voet bij stuk.

– Dat was het enige wat in opspraak kwam
in plaats van: Dat was het enige wat ter sprake kwam.

– Hij intimideerde het gedrag van Mathieu van der Poel
in plaats van: Hij imiteerde het gedrag van Mathieu van der Poel.

Zijn woorden waren nog niet koud of mijn vriend R. verscheen te mijnent en deelde me mee:
“Ik heb gisteren kennisgemaakt met een kroket vrouwtje.”
Dat heuglijke feit moesten we natuurlijk vieren, dus heb ik voor ons beiden koketten gebakken.

Nu ik toch bezig ben met zeuren … Wat is er in hemelsnaam fout met de woorden vergemakkelijken en bemoeilijken, dat men die steeds vaker door de gedrochten faciliteren en difficulteren meent te moeten vervangen?

Van Dale schiet woorden tekort

Het valt niet te ontkennen dat de woordenboekmakers van Van Dale het Vlaams als een ondergeschoven kindje beschouwen. Zo weigeren ze bijvoorbeeld halsstarrig om de benaming Vlaams te gebruiken en verkiezen ze zich van de term Belgisch-Nederlands, of nu zelfs gewoon Belgisch, te bedienen. Wel, dames en heren lexicografen: ik woon niet in Belgisch- of Zuid-Nederland en ik spreek geen Belgisch, maar ik woon in Vlaanderen en ik spreek Vlaams, ja, zelfs het zo vaak geridiculiseerde West-Vlaams.

Jullie woordenboeken van het Nederlands, ook de dikste uitvoering ervan, schieten trouwens schromelijk tekort waar het woorden en uitdrukkingen betreft die we in Vlaanderen geregeld gebruiken. Zo heb ik tevergeefs gezocht naar:
– opneemsel, dat we veel vaker gebruiken dan aanwensel;
– de uitdrukking ‘de volle pot’, in de betekenis van: het volledige bedrag zonder aftrek van om het even wat;
– de uitdrukking ‘een bruine boterham gegeten hebben’, in de betekenis van: een oppepper gekregen hebben en daar tevreden mee zijn;
– de uitdrukking ‘iemand op zijn kousenvoeten horen aankomen’, in de betekenis van: doorhebben hoe iemand op slinkse wijze een doel probeert te bereiken;
– de uitdrukking ‘daar mag (kan) je mee thuiskomen’, in de betekenis van: dat is iets deugdelijks;
– de uitdrukking ‘dat is het sap (sop) van weegluizen’, in de betekenis van: heel slecht volk, crapuul;
– de uitdrukking ‘als hij in zijn hand schijt, dan wordt dat een koek’, in de betekenis van: hij heeft altijd geluk.

Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Koersen is snel rijden

De Ronde van Frankrijk loopt op zijn laatste … eh … tubes. Ik mag graag naar de verslaggeving van dit evenement kijken, voor de fraaie panorama’s natuurlijk, maar ook omdat een ander zien sterven het bewijs levert dat ik nog leef.

Ik stoor me echter steeds vaker aan het onbehouwen, soms ronduit onbeschofte gedrag van verslaggever Michel Wuyts. Hij heeft namelijk de uitermate ergerlijke gewoonte om zijn cocommentator, José De Cauwer – wiens kennis van zaken ik trouwens veel hoger inschat dan die van Wuyts – voortdurend te onderbreken door dwars door zijn toelichtingen heen te praten, of hem zelfs botweg de mond te snoeren.

Ik heb hier al vaker het schabouwelijke taaltje van Wuyts gehekeld. Hij heeft nochtans pedagogische wetenschappen gestudeerd, is achtereenvolgens leraar en schooldirecteur geweest en liet een paar jaar geleden in een interview optekenen:

“… maar waar het eigenlijk om gaat, is taal. Voor mij is dat een permanente besogne. Ik lees veel romans, en sla bijzondere woorden of zinnen op in mijn smartphone om later te gebruiken. Ik hou ervan om er in mijn commentaar een bijzonder woord tussen te gooien.”

Desalniettemin hoorde ik hem een paar dagen geleden het volgende uitkramen:
“Hij reed lek en dat had hij aan zichzelf te danken.”
Is lek rijden iets waarvoor men dankbaar moet zijn? Iemand met een beetje taalgevoel zal weten dat hij hier eigenlijk “te wijten” diende te gebruiken. Een positief resultaat heb je aan iets te danken; een negatief resultaat is aan iets te wijten.

In diezelfde uitzending had José De Cauwer het over een beschermde col, waarmee hij bedoelde dat de pasovergang beschut was tegen de wind. Natuurlijk moest Wuyts daar zijn haak in slaan, zoals we dat in Vlaanderen zeggen.
“Is dat dan beschermd door het werelderfgoed van de Unesco?” vroeg hij.
Mensen kinderen! Wat was dat een grappige vondst. Het scheelde niet veel of men moest me reanimeren.

Kak met rozijnen

Mijn Harley Trapson bracht me naar een vrijwel vertierloos dorp: Zedelgem. Men spreekt er kennelijk talen. Op het asfalt van een vaak door fietsers gebruikte landweg trof ik immers onderstaande boodschap aan:

zedelgem

In het Engels nog aan toe! Starve the bardies! Ik heb hier een paar dagen geleden nog maar net mijn ongenoegen geuit over de Engelstalige slogan van de Vlaamse brouwerij Rodenbach en nu gaat Zedelgem wat achterlijk doen en mij, in de taal van Shakespeare, een onnozelheid verkopen. Tja, dat weggetje wordt natuurlijk dagelijks door miljoenen, indien al niet miljarden Engelstaligen gebruikt en het is belangrijk dat die beseffen dat ze niet zweten, maar sprankelen. De paar honderd Vlamingen die er voorbijkomen moeten het maar snuiven.

Bijster origineel is het alleszins niet, want op internet krioelt het van kledingstukken en gebruiksvoorwerpen, die van deze kernspreuk voorzien zijn. Dat gebrek aan originaliteit komt trouwens ook tot uiting in het nochtans nagelnieuwe logo van Zedelgem, dat overduidelijk een afgietsel is van het alomtegenwoordige apenstaartje.

In Zedelgem mogen ze dan misschien talen spreken, origineel zijn ze daar allerminst.

Om toch een beetje op een positieve noot te eindigen, stuur ik van hieruit een hartelijke groet naar de vriendelijke moeder (met zoon), met wie ik in de ‘zithoek’ van het sluizencomplex Plassendale een leuke babbel had. Tot nog eens!

Vliegt de Blauwvoet!

rodenbachIk knap er danig op af, maar ik vecht waarschijnlijk tegen de bierkaai, hetgeen je in dit geval bijna letterlijk mag nemen.

Steeds meer Vlaamse bedrijven en organisaties zijn de mening toegedaan dat slogans in het Engels interessanter klinken dan in hun moerstaal. De bierbrouwerij Rodenbach uit het West-Vlaamse Roeselare ligt nu ook in hetzelfde gasthuis ziek. Ze vinden het namelijk nodig om hun brouwsel aan te prijzen met de slagzin: Cheers to the unexpected. Je zou het van Rodenbach niet dadelijk expecten.

De naam Rodenbach heeft immers nogal wat weerklank in de Vlaamse contreien. Albrecht Rodenbach, de dichtende supervlaming, was een neef van de stichter van de brouwerij. Hij schreef onder meer De Blauwvoet, het lied der Vlaamsche zonen, dat toentertijd het strijdlied van de katholieke Vlaamse studentenbeweging was en nu nog steeds op Vlaamsgezinde bijeenkomsten – zoals bijvoorbeeld de  IJzerbedevaart en het Vlaams Nationaal Zangfeest – te horen is.

Ik denk niet dat Albrecht zich nu zal omdraaien in zijn graf, maar in mijn hoedanigheid van Vlaamsche zoon en bierdrinker nodig ik andere Vlaamsche zonen en bierdrinkers uit om  … eh … uit een ander vaatje tappen, om to the unexpected te cheeren.

Bijna juist ─ 25

Er wordt weer ‘gewielrend’ dat het een lieve lust is. Als de televisie een wedstrijd uitzendt, en dat durven ze soms te doen, mag ik daar graag naar kijken, vooral als Michel Wuyts het commentaar verzorgt, want dan zit ik me werkelijk te verkneukelen. Zijn woordgebruik is namelijk een niet te onderschatten aanwinst voor het Nederlands. Als liefhebber van alles wat met taal verband houdt, is dat iets dat ik van harte verwelkom.

Tijdens de voorbije reportages is bijvoorbeeld onderstaande kippetjespraat met vrolijk aplomb uit zijn mond en over zijn lippen gestruikeld:

– “Er is geen vuiltje aan de hand.”
Vroeger moest dat vuiltje zich aan de lucht bevinden, maar voor velen is dat toch iets te hooggegrepen.

– “Er is een kleine kink in het peloton.”
Wellicht bij gebrek aan een kabel.

– “De start werd verdonkeremaand.”
Ik had die nochtans gezien, al zorgde een losgeraakt tapijtje wel voor wat geharrewar.

– “Brutaliteit wordt genadeloos afgeslacht.”
Bij mij zou afgestraft volstaan, want ik ben niet zo’n bloeddorstig type.

Nu zondag voltrekt Paris-Roubaix zich op het ruitje. Ik zal vanzelfsprekend acte de présence te geven, met pen en papier in de aanslag. Ik ben benieuwd wat de heer Wuyts dan weer allemaal uit zijn botten zal slaan, om het eens met een Belgisch-Nederlandse staande uitdrukking te zeggen.

Belgisch Nederlands?! Het is me een raadsel waarom van Dale hardnekkig weigert om deze taalvariant Vlaams te noemen. Ik ben geen Belgische Nederlander, maar een Vlaming, en ik spreek geen Belgisch-Nederlands, maar Vlaams … ja, zelfs West-Vlaams.

Zacht als de billetjes van een baby

Er liggen eindelijk warmere dagen in het verschiet en weerman, Frank Deboosere, heeft het opnieuw over boterzachte temperaturen. Wat is me dat een van zijn gat geblazen uitdrukking! Die mag dan misschien in de dikke van Dale prijken, maar het slaat als een tang op een varken.

Boterzacht kun je zeggen van tastbare dingen zoals bijvoorbeeld een biefstuk, of zelfs een handdoek … en ja, ook van boter, tenminste als die zich in smijdige toestand bevindt. Temperaturen daarentegen zijn zacht, zonder meer.

Hetzelfde geldt trouwens voor malse regen, maar ik wil niet op alle escargots natriumchloride deponeren, als jullie begrijpen wat ik bedoel.

Copyright Uilenvlucht 2018 Frontier Theme