Tag: spelen

Sport en Spel

epke

De Olympische Spelen lopen op hun laatste benen, of doen een beroep op andere lichaamsdelen die men voor sportdoeleinden pleegt te gebruiken. Ik heb er niet bijster veel aandacht aan besteed, want ik ben niet echt een sportieveling, zelfs niet in de passieve zin.

Tot mijn verbijstering en die van het hele Nederlandse koninklijke gezin zag ik Epke Zonderland van zijn stokje vallen ─ ik bedoel een rekstok ─ en niet zonder bewondering was ik er getuige van hoe hij na die doodsmak overeind krabbelde, om doodgemoedereerd opnieuw aan zijn oefening te beginnen. Ga d’r maar aan staan!

Ook heb ik gezien ik hoe de Red Lions ─ de Belgische mannelijke hockeyploeg ─ bij de aanvang van de halve finale tegen Nederland onvervaard en a capella het Belgische volkslied ten beste gaf, toen de muziekinstallatie van het stadion het liet afweten. Dat ze de wedstrijd achteraf nog wonnen ook, verschafte me intense vreugde.

En dan was er nog dat lieftallige ankervrouwtje van het sportjournaal, die ten prooi aan opperste staat van opwinding verklaarde: “Terwijl de Belgen de medailles aaneenrijgen op de Olympische Spelen …” Aaneenrijgen?! Men moet nu ook niet overdrijven. Met zes medailles in veertien dagen kan er volgens mij bezwaarlijk van aaneenrijgen sprake zijn.

Nu is de Vuelta a España aan de beurt, die in de wandeling de ronde van Spanje heet. Als fervent supporter van Chris Froome mag ik dat evenement zeker niet missen, ook al ben ik slechts een passieve sportieveling. Gaan met de banaan! Jammer dat ik het uitgerekend in deze periode beroepshalve zo druk heb.

Kokeren

Als ik vroeger tijdens het fietsen aandrang voelde om te snuiten, hetgeen bij frisse temperaturen om de haverklap het geval was, placht ik zo goed en zo kwaad als het ging een zakdoek op te duikelen en daarin mijn ‘gevoeg’ te doen. Sinds een paar weken ben ik echter overgeschakeld op professioneel snuitgedrag, zoals wielrenners en ervaren fietsers dat uitvoeren. Het is louter een kwestie van vaardigheid en van mikken. Eerst moet je diep ademhalen, vervolgens het hoofd zijwaarts draaien en buiten de aslijn van je lichaam brengen, om je dan met een korte en stevige ademstoot via de neus van de overtolligheid te bevrijden, door die richting berm of asfalt af te vuren.

Gisteravond zat ik op de bank en ik was zo geconcentreerd met mijn iPad bezig ─ ik probeerde het waarlijk ingenieuze spel Monument Valley tot een goed einde te brengen ─ dat ik compleet vergat waar ik me bevond en snoot alsof ik aan het fietsen was, zodat mijn kwakje op het vloerkleed belandde …

Ik ben tot veel in staat als ik op stoot ben.

Een onvoltooid magnum opus

puzzelstukjeTijdens een digestieve avondwandeling werd mijn oog getroffen door een onderdeeltje van een legpuzzel, dat ooit veelkleurig was geweest, maar zich nu ietwat verfletst en ten prooi aan grote eenzaamheid op het asfalt neergevlijd had.
“Ach”, zei ik en ik loosde een ietwat meewarige zucht.

Jullie zullen het ongetwijfeld onnozel van me vinden dat ik bij zoiets stilsta, me de moeite getroost om daar een foto van te nemen en er nu zelfs een pennenvruchtje aan wijd. Ik kan het ook niet helpen dat zo’n kleine kleinigheid me in het gemoed grijpt. Het is een soort aanlegstoornis van me. Ik dacht namelijk meteen aan de persoon – opa Alzheimer of oma Dementieva – die met engelengeduld, heel veel enthousiasme en de moeite die eigen is aan de ouderdom een puzzel van wel honderd miljoen miljard stukjes probeerde ineen te flansen, om pas helemaal op het eind vast te stellen dat er een stukje ontbrak. Als afknapper kan dat tellen.

“Jouw inlevingsvermogen is te groot”, beweerde mijn moeder altijd. “Dat zal je nog vaak vies tegenvallen.”
Ze had nog gelijk ook, maar dat kan ik haar helaas niet meer zeggen.

Weten jullie wat ik me nu ook nog zit af te vragen? Waarom denk ik bij een puzzel eigenlijk nooit aan kinderen?

Kanttekeningen

swingsIk ben al niet uitgesproken sportief van nature en alleszins niet wintersportief. Toch kwam ik per televisie onverhoeds in het Russische Sotsji terecht, waar schaatsers in aerodynamische vacuümverpakking hun ding deden. Het is me een raadsel hoe atleten erin slagen om zich in zo’n huidstrakke uitmonstering te wurmen. Dat lijkt me op zich al een olympische discipline te zijn.

In de dierentuin van de Deense hoofdstad Kopenhagen heeft men de van gezondheid blakende en nauwelijks achttien maanden jonge giraffe, Marius, moedwillig om het leven gebracht, teneinde inteelt te voorkomen. Naar verluidt kon men omwille van genetische redenen nergens ter wereld een andere plek vinden om het dier te huisvesten. Dat is klinkklare klets met klontjes natuurlijk en ik kan derhalve begrip opbrengen voor het protest dat overal opklinkt. Zelf ben ik ook niet blij met deze gang van zaken, maar anderzijds werden er in 2013 in Belgenland zo maar eventjes 371.776.980 dieren geslacht. Daar wordt met geen woord over gerept, behalve nu dan misschien heel even.

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme