Tag: religie

Vrome wensen

2pkIn de dagen van olim, toen de kippetjes keurslijven droegen en de uilen preekten, maakte een knotsgek autootje de wegen onveilig. Ik heb het over het deux-chevauxtje van Citroën, in onze contreien beter bekend als een geit, een (lelijke) eend of zelfs een wippertje.

Als je een rood exemplaar van dat vehikel op je weg ontmoette, mocht je een wens doen, die gegarandeerd uit zou komen. Alsof het een vallende ster betrof. Waar die gewoonte vandaan kwam, weet ik niet, maar velen deden er aan mee. Ik ook. Zo herinner ik me dat ik me samen met een vriend naar Oostenrijk begaf en dat we, toen we ’s avonds in de buurt van Salzburg arriveerden, compleet door onze voorraad wensen heen waren, omdat we onderweg met meer dan vierhonderd rode geiten geconfronteerd werden. Ga d’r maar aan staan.

Het gebruik is vandaag de dag grotendeels in onbruik geraakt, niet in het minst omdat de rode geiten bijna uitgestorven zijn. Vanmorgen heb ik er nochtans eentje gezien en, ouder gewoonte, prevelde ik meteen een wens. Baat het niet, het schaadt ook niet.

Het voorval bracht me een andere gebeurtenis in herinnering. Als ongelovige ben ik ooit een keer in het bedevaartsoord Lourdes terechtgekomen. Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. Ik bezocht er een donkere crypte waar de aanwezigen hartstochtelijk een in een hel schijnsel badend Mariabeeld vereerden. Ik gaf de vrije loop aan enkele gedachten: ik heb nooit roomse folklore opgelepeld gekregen en ik laat me ook weinig aan religie gelegen, maar mocht je toch wat in de melk te brokken hebben, kun je dan misschien …

… en toen sprak ik binnensmonds een wens uit, die bijna onmogelijk te verwezenlijken was, maar die drie dagen na mijn thuiskomst toch in vervulling ging. Een mens zou zowaar beginnen te geloven.

En nu maar hopen dat ik vanavond effectief zes juiste lottocijfers aangekruist heb, want dat heb ik gewenst toen ik die rode geit aanschouwde. Het zal wel niet zeker?

Een mirakel!

Vrienden van me hebben ruim twee jaar geleden een reis naar Portugal ondernomen. Dat is weliswaar niet meteen naast de deur, maar de afstand kan geen verklaring zijn voor het feit dat de prentbriefkaart die ze me van daarginds toestuurden pas vanmorgen in mijn brievenbus tuimelde.

Ze sturen me zonnige groeten uit Fatima. Dat is een bedevaartsoord waar de Moedermaagd Maria in 1917 zes keer verschenen is aan drie herderskinderen en waar sindsdien wonderlijke dingen gebeuren.

Het mag inderdaad een wonder heten dat het kaartje na zo’n lange tijd alsnog bij me terechtgekomen is.

De wonderen zijn de wereld niet uit.

In Vlaamse velden … 8

Weesgegroet

Daar stond ik dan met mijn fiets aan de hand, niet goed wetend wat te doen, maar aangezien ik me noch te voet, noch te paard verplaatste, vervolgde ik mijn weg zonder gevolg te geven aan de uitnodiging.

Pas achteraf besefte ik dat een fiets eigenlijk ook een paard is, een stalen ros met name, maar goed, zelfs daar schoot ik niets mee op, want ik heb in mijn leven nooit roomse folklore opgelepeld gekregen en dus ken ik de tekst van het weesgegroet niet.

Ik zal ongetwijfeld branden in de hel.

Slagveld

Ik voel me geroepen om nog even terug te komen op het onderwerp dat ik hier eergisteren bij de kop had, namelijk het droevige lot van de eekhoorn die ik op smartelijke wijze liet overlijden. Naar verluidt grijpen er op de Belgische wegen iedere dag apocalyptische slachtpartijen plaats. Zo zouden er in 2014 naar schatting tussen de 8 en 27 miljoen dieren aangereden zijn: 8 miljoen als de telling door fietsers gebeurt; 27 miljoen als voetgangers voor het cijfer instaan.

Ik heb de proef op de som genomen. Vanmorgen, tijdens mijn ochtendwandeling van 4,8 kilometer, heb ik … geen enkel slachtoffer aangetroffen. Dat komt waarschijnlijk omdat ik uitsluitend gebruik maakte van wegen zonder autoverkeer. Als wandelaar en fietser zul je niet zo licht de dood van een dier veroorzaken, tenminste als je de beestjes die onder het rubber van je voetzool of je fietsband verpletterd raken gemakshalve buiten beschouwing laat. Aangezien ik me nog altijd niet tot het jaïnisme bekeerd heb ─ de aanhangers van deze oude Indiase religie hebben zoveel respect voor alle levende wezens, dat ze het pad waarop ze lopen van tevoren met een bezem schoonvegen om de kans dat ze een dier vertrappen te minimaliseren ─ kunnen de insecten vooralsnog niet op enige omzichtigheid van mijn kant rekenen. Eigenlijk is dat allesbehalve rechtvaardig van me. Als ik de pretentie heb om mezelf een dierenvriend te noemen, zou het leven van een kevertje net zo belangrijk moeten zijn als dat van een eekhoorn. Zal ik me dan toch maar tot het jaïnisme bekeren?

Waar is mijn bezem?

Doornroosje

rozenhoedjeEr evolueerden wat zusters en broeders over mijn televisiescherm. Ze behoorden met zijn allen tot de gemeenschap Moeder van Vrede, die hoofdkwartier hield in abdij Ten Putte in het West-Vlaamse Gistel. Daar hielden ze zich onledig met van alles en nog wat, zoals bijvoorbeeld huishoudelijke taken en muziek maken, maar vooral met dankzeggingen en bidden. In mijn hoedanigheid van slecht mens met een verdorven geest vroeg ik me af of ze als leden van zo’n moderne gemeenschap, waarin ze als zusters en broeders, maar tevens als vrouwen en mannen samenhokten, ook gemeenschap met elkaar hadden, maar ik kreeg geen antwoord op die vraag. Ik vermoed van niet, want ze hadden het volgens mij veel te druk met bidden.

Ik vernam dat ze tussendoor geregeld een rozenhoedje baden. Ik vroeg me af wat dat in vredesnaam kon zijn, dus ging ik te rade bij internet en leerde daar dat een rozenhoedje een deel van het rozenkransgebed is, bestaande uit vijf onzevaders en vijftig weesgegroetjes. De naam zou ontleend zijn aan de krans of hoed van rozen waarmee Maria als zinnebeeld van de kerk, de bruid van Christus, gekroond is.

Dat kan allemaal wel zo zijn, maar dat belet niet dat ik rozenhoedje een onnozel, om niet te zeggen een truttig woord vind. Ik durf dit echter niet luidop te zeggen, want ik wil niet de kans lopen dat katholieke fanatiekelingen op brutale wijze mijn woning binnendringen, om mij aan hun kalasjnikov te rijgen.

Knietje

Het middagjournaal van kerstdag bracht me naar Rome, of beter gezegd naar Vaticaanstad, waar de paus onder meer overgegaan was tot het opdragen van een middernachtmis. Als een soort hors-d’oeuvre had hij eerst een kerststal onthuld en toen ik hem dat zag doen, wist ik meteen dat dit akkefietje niet onbesproken zou blijven. De beelden waren immers gesneden brood, om niet te zeggen een hapklare brok, voor verdorven geesten en olijke stukken vlees. Het spreekt vanzelf dat ik enkel tot die laatste categorie behoor.

De paus ontsluierde immers een beeldje, voorstellende het kind Jezus dat in de kribbe lag, en bedacht de pasgeborene met een liefdevolle kus op het knietje. De televisiecamera vereeuwigde dat moment en heel even was het volstrekt onduidelijk wat Zijne Heiligheid van plan was. Met in het achterhoofd het allerminst verheven gedrag van een niet gering aantal katholieke bedienaars, zagen de kijkers hem dat kind op een nogal dubieuze wijze benaderen om, wellicht tot grote opluchting van velen, het knietje met zijn lippen te beroeren.

In de avondjournaals toonde men de beelden opnieuw, maar de nieuwsdienst had inmiddels lont geroken: de commentaarstem maakte gissingen overbodig, door nog voor de kus mede te delen dat het knietje van het kind Jezus het doelwit van de paus was.

kerststal

Afscheidje

Herinneren jullie je kranige Margriet nog? Allicht niet. Ik heb haar hier een drietal keer opgevoerd, onder meer om te vertellen dat ze me op een Franse pan trakteerde, dat ze zich rattekaal tegen het rooien van bomen verzette en dat ze me als dank voor bewezen diensten een niet gering aantal oude, zeldzame en zelfs waardevolle boeken schonk. Als jullie je geheugen willen opfrissen kunnen jullie dat doen door onderstaande links aan te klikken:

Van de kale ratten besnuffeld

In mijn knollentuin

Meer moet dat niet zijn

Margriet is net geen tweeënnegentig geworden. Vanmorgen hebben we tijdens een sobere en intieme plechtigheid in de aula van een uitvaartcentrum afscheid van haar genomen. De celebrant zorgde trouwens voor een luimige verspreking, al vermoed ik dat ik de enige ben die het grappige ervan inzag.
“Op een dag staan we met de dood voor oven”, zei hij, maar hij verbeterde die oven snel in ogen, want als men op het punt staat om een overledene naar het crematorium af te voeren kan een oven nogal cru overkomen. Ook dienden de aanwezigen zich in een kring op te stellen en tijdens een gebed mekaars handje vast te houden. Ik vond dat nogal onnozel, om niet te zeggen kinderachtig. Alsof we zakdoekje leggen zouden gaan spelen. Ik hou er eigenlijk niet van om onbekenden aan te raken en wil daar dus ook niet toe verplicht worden, zelfs niet door katholieken.

Margriet, ik ben op de terugweg bij de bakker binnengelopen en heb daar een Franse pan gekocht. Als ik die straks nuttig, zal ik nog even een warme gedachte aan je spenderen. Mogen de engelen zich nu rattekaal over je ontfermen en zich om je bekommeren.

Ga daarmee naar den oorlog!

De deurbel luidde en toen ik opendeed, stonden er twee decent geklede lieden in het portaal.
─”Wij zijn getuigen van Jehova”, vernam ik.
─”Ha! Kom binnen!” zei ik hartelijk. “Wat kan ik voor u betekenen?”
Ze keken elkaar ietwat verbouwereerd aan.
─”Dat weten we eigenlijk niet”, schokschouderde de ene.
─”Er heeft ons nooit eerder iemand binnengelaten”, verduidelijkte de andere op bedremmelde toon.

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme