Tag: relaties

Jup!

Het gebeurt niet zelden dat ik tijdens mijn fietstochten personen ontmoet die me kennen. Dat blijkt uit hetgeen ze me tijdens het voorbijrijden toeroepen. Deze confrontaties vinden meestal dicht bij huis plaats, maar soms hoor ik ook mijn naam weerklinken als ik me op grote afstand van mijn woning bevind, soms wel vijftig kilometer, of een enkele keer zelfs meer.

Wat wil nu het geval? De mensen die me zo enthousiast met een saluut bedenken, behoren vrijwel altijd tot het soort fietsers die we in de wandeling als wielertoeristen omschrijven. Ze kleden zich dan ook overeenkomstig de usanties van deze volksgroep: huidstrakke spandex, stoere helmen en zonnebrillen met spiegeleffect.

Het zijn precies de helmen en brillen die voor problemen zorgen en het herkennen van de persoon in kwestie bemoeilijken. Meestal heb ik er geen idee van wie er achter die vermomming schuilgaat en dat irriteert me mateloos.
“Jup!” roep ik dan, want dat is een Vlaamse groet die volkomen neutraal is en geen uitsluitsel geeft omtrent het al dan niet herkennen van de ontvanger ervan.
Als ik dan mijn weg vervolg, blijft dat dusdanig door mijn kop malen dat ik nog amper van mijn fietstocht geniet en nauwelijks oog heb voor de mij omringende natuur.

Ik heb ter gelegenheid van Halloween een masker gekocht, hoewel ik zo’n ding hoegenaamd niet nodig heb om er angstaanjagend uit te zien. Misschien moet ik dat geval voortaan opzetten als ik ga fietsen, zodat niemand me nog herkent en me dientengevolge met een groet bedenkt.

Doen!

Op zoek naar de dodo

Jullie zullen ongetwijfeld gedacht hebben dat ik van de aardbodem verdwenen was, maar niets is minder waar, want hier ben ik weer! Onkruid vergaat niet.

Als ik vooraf niet aangekondigd heb dat ik er even tussenuit zou knijpen, dan was dat om te vermijden dat ongewenst bezoek zich tijdens mijn afwezigheid toegang tot mijn woning zou verschaffen, om zich op wederrechtelijke wijze mijn schamele bezittingen toe te eigenen.

Ik heb mezelf gedurende een paar weken zoekgemaakt op wat men in de wandeling een paradijselijke plek pleegt te noemen. In mijn geval was dat het eiland Mauritius, dat zich in de Indische Oceaan boven de zeespiegel verheft: een stuk van de hemel dat op aarde gevallen is en eigenlijk geen spek voor mijn bek, want wie daar wil verblijven, moet zich schreeuwend dure opwellingen kunnen veroorloven.

Mij is echter het geluk beschoren dat ik daarginds sinds jaar en dag een beroep kan doen op een vriend. Hij heet Hurrynarain, hetgeen zo’n ingewikkelde naam is dat we – zijn echtgenote en ikzelf – hem meestal Gyan noemen. Dat bekt lekkerder.

Als ik derhalve naar Mauritius reis, en dat heb ik inmiddels twee keer gedaan, hoef ik enkel een vliegbiljet aan te schaffen, want logies en voedsel worden me gratis verstrekt en dat scheelt vanzelfsprekend een slok op een borrel.

Ik dwaalde er door de botanische tuinen van Pamplemousses, bezocht het droomeiland Ile aux Cerfs en de watervallen van Chamarel, genoot van de bruisende hoofdstad Port Louis, vermeide me op waarlijk sprookjesachtige stranden en ging ook op zoek naar de fameuze dodovogel …

… maar die bleek uitgestorven te zijn. Dat is misschien maar goed ook, want de wereld heeft nooit een lelijkere vogel voortgebracht.

534867707

Sesam open u!

Gisteren was ik dus jarig ─ een heuglijke gebeurtenis die ik recht evenredig met het verstrijken der jaren wat minder heuglijk lijk te vinden ─ en ‘s middags kreeg ik onaangekondigd bezoek van een vriend, die me blijkbaar de moeite van een persoonlijke gelukwens waard vond.

Ik heb hem hier al vaker opgevoerd, maar ik heb denkelijk nooit verklapt dat hij van beroep brandkastkraker is … in het nette natuurlijk. Dat beweert hij althans. Mocht hij bij nacht en ontij op strooptocht gaat om kluizen leeg te roven, dan zou hij dat waarschijnlijk niet aan mijn gok hangen. Nee, volgens zijn zeggen beperkt zijn activiteit zich uitsluitend tot het uit de brand en in de brandkast helpen van mensen die dat door een defect of een onachtzaamheid niet meer kunnen.

Aangezien ik een beetje als een kluizenaar leef, beschik ik vanzelfsprekend over een kluis, waarmee ik niet mijn optrekje bedoel, maar een kast met een mechanisch cijferslot en rare sleutels, waarin ik al mijn geheimen en mijn dierbare bezittingen opberg: enorme stapels bankbiljetten, talloze goudstaven, kilo’s edele gesteenten, een dozijn eieren van Fabergé, een Stradivarius, dikke pakken waardepapieren en wat weet ik al niet meer.
“Zou je mijn kluis kunnen openen?” vroeg ik aan mijn gast, de brandkastkraker.
“Binnen de twee minuten”, pochte hij.
“Je meent het!” geloofde ik hem niet.

Laat hij het nu doen ook! Mijn safe is derhalve lang niet zo safe als ik dacht. Met behulp van wat attributen klaarde hij de klus in één minuut en achtendertig seconden. Ik moet hem absoluut te vriend houden. Je weet nooit waar dat goed voor is. 

Om je dood te schrikken

Achter me, in de rij aan de kassa van de supermarkt, hoorde ik een stem waarvan het timbre me bekend in de oren klonk. Ik keek achterom en daar stond mijn vader, of toch iemand die als twee druppels water op hem leek, want mijn vader is al heel lang dood en ik geloof niet in verrijzenissen of wedergeboortes.

Er voor een schok van herkenning door me heen en ik wist even niet goed waar ik het had. Met verbijstering staarde ik de man aan, want de gelijkenis was buitengewoon treffend. De dubbelganger vond mijn belangstelling voor zijn persoon maar niks.
“Heb ik wat van je aan?” vroeg hij bars. “Of heb ik soms een tweede kop gekregen?”

Nee, mijn vader was niet uit de doden opgestaan, want hij was een veel vriendelijker mens.

Ik heb nooit veel geloof gehecht aan de bewering dat er van ons allemaal een of meerdere dubbelgangers over de aardkloot hossen, maar een mens zou toch beginnen twijfelen. Als jullie me dus ooit zouden ontmoeten, dan ben ik het waarschijnlijk niet.

Vriendendienst

Het gebeurde enkele jaren geleden …

Ik was neergestreken in een restaurant en bevond me in het verkwikkende gezelschap van een goede vriend, die onbedaarlijk veel plezier aan zijn tocht door het bestaan beleefde en altijd wel een aardigheid klaarzitten had. Toen ik aanstalten maakte om me naar het toilet te begeven zei hij: “Als je mijn naam noemt, zul je een mooie plaats krijgen.” Ik zou me een natte luier gelachen hebben als ik op dat moment zo’n ding gedragen had, maar dat was niet het geval.

Het gebeurde gisteren …
De deurbel kondigde een bezoeker aan en even later stond ik oog in oog met een nogal nerveuze jongeman, die niet echt met een vlotte babbel gesierd was.
─”Ik ben gestuurd door mompel mompel”, begon hij.
─”Door wie?” fronste ik, want ik had de naam niet begrepen.
─”Door Cédric M…”, herhaalde hij. “Da’s een vriend van je, hè?”
Ik moest even de registers van mijn geheugen openslaan voor ik de Cédric M… in kwestie kon plaatsen. Ik vond hem alleszins niet terug in mijn uiterst beknopte vriendenrubriek ─ als je meer dan vijf vrienden hebt, heb je er eigenlijk geen ─ maar wel tussen de vage ‘cafékennissen’.
─”Laten we zeggen dat ik hem ken”, nuanceerde ik dus.
─”Ik heb dringend de vertaling van een Duits artikel nodig”, kwam hij ter zake en hij wees naar de map die hij in zijn hand hield. “Cédric zei dat je ‘t wel voor een zacht prijsje zou doen als ik zijn naam noemde.”
─”Cédric heeft makkelijk praten”, snoof ik. “Mag ik dat artikel even zien?”

Ik schatte dat ik toch zeker twee dagen aan die vertaling zou werken en toen mijn bezoeker vernam dat ik het niet gratis wou doen, stak hij zijn ongenoegen niet onder stoelen of banken. Hij vertrok met ontstemde snaren en met het onvertaalde artikel.

Wat moet ik in vredesnaam doen om te verhinderen dat sommigen mijn leven willen beredderen?  

Bij voorbaat drank … eh … dank

De postbode bracht me een pakketje dat helemaal uit Argentinië kwam en waarvan ik de inhoud met kwieke vingertred bevrijdde, nieuwsgierig als ik ben. Ik kreeg zodoende een fraai doosje in handen, waarin zich allemaal puzzelstukjes ophielden. Wel vijftig! O, wat was dat spannend.

Hoewel ik hoegenaamd geen aanleg heb voor dergelijke speeltjes slaagde ik er toch in om de fragmentjes in drie vloeken en een zucht, zowel letterlijk als figuurlijk, in elkaar te passen. Het resultaat was een huwelijksaankondiging annex een invitatie. Er was over nagedacht, zij het misschien niet zo heel lang.

Een jong stel uit Mar del Plata, mijn geboortestad, dat ik nog niet zo lang geleden als logeergasten mocht verwelkomen en huisvesten, is van plan om volgend jaar, op 1 april, in het huwelijk te treden en ik ben uitgenodigd om daarbij aanwezig te zijn.

Ik was toch al van plan om in februari van de Zuid-Amerikaanse zomer te gaan genieten. Als ik dat enkele weken uitstel, kan ik gelijk hun trouwpartij meepikken. Dat wordt gratis smikkelen en smullen. Ik zal voor alle zekerheid toch eerst maar even telefoneren, teneinde er me van te vergewissen dat het geen aprilgrap is.

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme