Tag: reizen

Op zoek naar de dodo

Jullie zullen ongetwijfeld gedacht hebben dat ik van de aardbodem verdwenen was, maar niets is minder waar, want hier ben ik weer! Onkruid vergaat niet.

Als ik vooraf niet aangekondigd heb dat ik er even tussenuit zou knijpen, dan was dat om te vermijden dat ongewenst bezoek zich tijdens mijn afwezigheid toegang tot mijn woning zou verschaffen, om zich op wederrechtelijke wijze mijn schamele bezittingen toe te eigenen.

Ik heb mezelf gedurende een paar weken zoekgemaakt op wat men in de wandeling een paradijselijke plek pleegt te noemen. In mijn geval was dat het eiland Mauritius, dat zich in de Indische Oceaan boven de zeespiegel verheft: een stuk van de hemel dat op aarde gevallen is en eigenlijk geen spek voor mijn bek, want wie daar wil verblijven, moet zich schreeuwend dure opwellingen kunnen veroorloven.

Mij is echter het geluk beschoren dat ik daarginds sinds jaar en dag een beroep kan doen op een vriend. Hij heet Hurrynarain, hetgeen zo’n ingewikkelde naam is dat we – zijn echtgenote en ikzelf – hem meestal Gyan noemen. Dat bekt lekkerder.

Als ik derhalve naar Mauritius reis, en dat heb ik inmiddels twee keer gedaan, hoef ik enkel een vliegbiljet aan te schaffen, want logies en voedsel worden me gratis verstrekt en dat scheelt vanzelfsprekend een slok op een borrel.

Ik dwaalde er door de botanische tuinen van Pamplemousses, bezocht het droomeiland Ile aux Cerfs en de watervallen van Chamarel, genoot van de bruisende hoofdstad Port Louis, vermeide me op waarlijk sprookjesachtige stranden en ging ook op zoek naar de fameuze dodovogel …

… maar die bleek uitgestorven te zijn. Dat is misschien maar goed ook, want de wereld heeft nooit een lelijkere vogel voortgebracht.

534867707

Lentenieren

Ik was tot gisteren in een land hier ver vandaan (waar mijn wiegje heeft gestaan). Toen ik vernam dat de herfst daar vandaag zou beginnen, ben ik in allerijl op een grote vogel geklauterd, om met gezwinde vleugelslag en gejaagd door straalmotoren naar Vlaanderen te fladderen, waar vanmorgen, meer bepaald om 11.28 uur, de lente haar intrede doet.

Prijs de hemelen! Men zou er haast optimistisch van worden. Dat wordt drie maanden genieten! Als het niet regent.

piepkuiken

Dingen des levens

Poeppijn
Op een plek waar alleen maar verten te zien waren, kruiste mijn fietspad zich met dat van een echtpaar en hun dochtertje van naar schatting zeven jaar, maar het is jullie inmiddels genoegzaam bekend dat ik heel slecht in het schatten van leeftijden ben. Het meisje verplaatste zich met een pastelroze fietsje, waarvan de stuurstang gefestonneerd was met een bloemenguirlande. Plots zette ze een indrukwekkende keel op.
─”Mama, mijn poep doet heel erg pijn!” riep ze met een stem waarin zich zowel opstandigheid, als protest en geweeklaag ophielden.
─”Tja meisje …” kreeg ze als antwoord en ik hoorde de wanhoop van een moeder, die zich voor een voldongen feit geplaatst ziet.

Wat moet je in Nergenshuizen aanvangen met een kind dat last heeft van zadelpijn? Ik zou het ook niet weten.

Eilandhoppen
Jullie zullen ongetwijfeld gemerkt hebben dat ik hier een paar weken afwezig bleef. Ik bevond me, in opdracht van een reisorganisator en allerminst tegen mijn zin, op de met losse hand uitgestrooide eilanden, die zich ten westen van Marokko en de Westelijke Sahara boven de zeespiegel van de Atlantische Oceaan verheffen en bekend staan als de Canarische Eilanden. Niets is beter dan betaald te worden voor iets waarvan je geniet.

Het spreekt vanzelf dat men me zulke ‘klusjes’ in onbeperkte mate mag blijven aandragen. Ik hoop dat men me bij een volgende gelegenheid uitstuurt naar eilanden in de Stille Zuidzee. Pukapuka bijvoorbeeld. Of anders Aitutaki. Ik ben niet kieskeurig.

Hè hè, dat was leuk!

thuis

Ik heb de hele voorbije nacht in een Boeing 777-306 ER van KLM doorgebracht, om een afstand van bijna 12 000 km te overbruggen en vervolgens gemoedelijk op Schiphol neer te strijken. Dertien uur vliegen gaat me niet in mijn koude kleren zitten, niet in het minst omdat ik me nog steeds met tegenzin in hogere sferen waag en vooral ook omdat ik er maar niet in slaag om daarboven een dutje te doen, laat staan een dut.

Sinds vanmiddag ben ik opnieuw in Belgenland, dat nog natrilt van de bommen die tijdens mijn afwezigheid ontploften toen de lente nauwelijks één dag jong was. Hier, te mijnent, tonen bomen en struiken inmiddels trots hun pril gebladerte. De zon gooit af en toe wat goudstukken in de tuin en twee koolmezen zijn begonnen een nest te bouwen in een daarvoor bestemd kastje op het terras.

Kijk, daar fleurt een mens van op.

Bij voorbaat drank … eh … dank

De postbode bracht me een pakketje dat helemaal uit Argentinië kwam en waarvan ik de inhoud met kwieke vingertred bevrijdde, nieuwsgierig als ik ben. Ik kreeg zodoende een fraai doosje in handen, waarin zich allemaal puzzelstukjes ophielden. Wel vijftig! O, wat was dat spannend.

Hoewel ik hoegenaamd geen aanleg heb voor dergelijke speeltjes slaagde ik er toch in om de fragmentjes in drie vloeken en een zucht, zowel letterlijk als figuurlijk, in elkaar te passen. Het resultaat was een huwelijksaankondiging annex een invitatie. Er was over nagedacht, zij het misschien niet zo heel lang.

Een jong stel uit Mar del Plata, mijn geboortestad, dat ik nog niet zo lang geleden als logeergasten mocht verwelkomen en huisvesten, is van plan om volgend jaar, op 1 april, in het huwelijk te treden en ik ben uitgenodigd om daarbij aanwezig te zijn.

Ik was toch al van plan om in februari van de Zuid-Amerikaanse zomer te gaan genieten. Als ik dat enkele weken uitstel, kan ik gelijk hun trouwpartij meepikken. Dat wordt gratis smikkelen en smullen. Ik zal voor alle zekerheid toch eerst maar even telefoneren, teneinde er me van te vergewissen dat het geen aprilgrap is.

Een mirakel!

Vrienden van me hebben ruim twee jaar geleden een reis naar Portugal ondernomen. Dat is weliswaar niet meteen naast de deur, maar de afstand kan geen verklaring zijn voor het feit dat de prentbriefkaart die ze me van daarginds toestuurden pas vanmorgen in mijn brievenbus tuimelde.

Ze sturen me zonnige groeten uit Fatima. Dat is een bedevaartsoord waar de Moedermaagd Maria in 1917 zes keer verschenen is aan drie herderskinderen en waar sindsdien wonderlijke dingen gebeuren.

Het mag inderdaad een wonder heten dat het kaartje na zo’n lange tijd alsnog bij me terechtgekomen is.

De wonderen zijn de wereld niet uit.

Boven water

Ik moest er even tussenuit … de wereld redden en zo …

Ik heb hier met opzet verzwegen dat ik een paar weken niet thuis zou geven, teneinde te verhinderen dat schorremorrie – zoals daar zijn vandalen, dieven, inbrekers, bandieten, rovers en zelfs seksdelinquenten – naar mijn nederige stulp zouden afzakken, om zich mijn toch al schamele bezittingen toe te eigenen, of ander onheil te stichten. Wat niet weet, wat niet deert.

Zoals jullie weten, houd ik me beroepshalve met vreemde talen onledig. Om aan de bak te komen en voor brood op de plank te zorgen moet ik me derhalve soms verplaatsen, zij het niet met tegenzin, naar gebieden waar men zich van vreemde talen bedient. Dit keer was Mexico aan de beurt en als de auguren het bij het rechte eind hebben, zal mijn vrij korte bezoek aan dat bruisende buitenland me geen windeieren leggen.

Ik heb vanzelfsprekend van de gelegenheid gebruik, of misschien zelfs misbruik gemaakt om even door te steken naar het land waar mijn wiegje heeft gestaan, Argentinië, want dat ligt daar slechts achtduizend kilometer vandaan. Een peulenschil.

Ik ben gisteren thuisgekomen en ben dus nog aan het klimaatschieten, want waar ik vandaan kom, was het volop zomer en bijna dertig graden. Bruin dat ik ben! Daar hebben jullie geen gedacht van. En vanmiddag eet ik frieten met stoofvlees.

Een klontje boter in de pap

Het is hier even stil geweest, maar ik had, dacht ik, een gegronde reden om geen acte de présence te geven, om eens een chique, want Franse uitdrukking te gebruiken. Er is me namelijk een soortement geschenk uit de hemel te beurt en in de schoot gevallen, in de vorm van een snoepreisje. Nu ja, eigenlijk niet helemaal een snoepreisje, want er kwam wat werk aan te pas, maar ik ben wel op andermans kosten naar New York gevlogen en heb daar een kleine week doorgebracht, zonder dat ik in de beurs hoefde te tasten. Integendeel zelfs. Ik diende iedere dag slechts een paar uurtjes te tolken en werd daar nog voor betaald ook.

Niet dat ik inhalig ben, maar dergelijke faveurtjes mag men me in onbeperkte mate blijven aandragen. Iemand?

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme