Tag: oorlog

In Vlaamse velden … 4

Op 11 november 1918 zwegen de wapens en behoorde De Groote Oorlog tot het verleden.

Kollwitz1-vert

Op de Duitse militaire begraafplaats in het Praetbos van het West-Vlaamse Vladslo fungeert Het Treurende Ouderpaar van de Duitse kunstenares Käthe Kollwitz als blikvanger. De beelden bevinden zich aan de achterkant van het kerkhof en staren naar de grafstenen van gesneuvelde soldaten, waaronder die van hun achttienjarige zoon, Peter Kollwitz, wiens laatste rustplaats vlak voor hen ligt.

Toen ik daar verleden week op een druilerige dag was, schoot me een wel zeer toepasselijk gedicht van Anton Van Wilderode te binnen:

Alles is voorbij.
De kinderziekten, de koortsen,
de onredelijke angst voor de kou,
het diepe water, de hoge kersenboom.
De kleine wonden van messen en glas
de wilde jongensspelen.
Hij is heelhuids groot geworden
voor een gevaar dat ik niet kende,
waartegen ik hem niet kon beschermen.
Nooit meer en nooit meer.

Anton Van Wilderode

klaproos

Heterdaad

In de buurt van Ieper dokkerde ik met mijn fiets over de kasseien van het dorp Boezinge, dat tijdens de Eerste Wereldoorlog met de grond gelijkgemaakt werd. Om te voorkomen dat ik helemaal dooreengeschud raakte, palmde ik even later een bank in, om wat te drinken en een versnapering – meer bepaald een mueslireep – te nuttigen, teneinde niet ten prooi te vallen aan een acute hongeraanval, die in het wielerjargon een hongerklop of een fringale heet.

Terwijl ik daar de zogeheten man met hamer de wind uit de zeilen zat te nemen, volgde ik het doen en laten van een man met een zeer professionele en luidruchtige heggenschaar, die bezig was met het snoeien en fatsoeneren van een haag die waarschijnlijk honderd meter lang was. Het kan ook een centimetertje minder of meer geweest zijn, want ik ben niet zo goed in het schatten van afmetingen. Op een gegeven moment legde hij het werktuig uit handen, om zich naar de andere kant van de heg te begeven, waar een collega van hem zijn hulp inriep. Tijdens zijn afwezigheid zag ik een auto stoppen. De chauffeur ervan ontfermde zich binnen de kortste keren over de snoeischaar en scheurde ervandoor, alsof de duivel hem op de hielen zat.

“Heb je toevallig zijn nummerbord gezien?” vroeg het slachtoffer van het misdrijf. Dat had ik dus niet. “Weet je soms het merk van zijn auto? Of de kleur?”
Ik blijk niet alleen slecht te zijn in het schatten van afmetingen, maar ook in het herkennen van automerken, ja zelfs in het omschrijven van kleuren. Ik was, met andere woorden, een buitengewoon onbetrouwbare ooggetuige.

Wespennesten, krabbenmanden, adderkluwens en krokodillenvijvers

In 1977 hebben de Verenigde Naties een resolutie aangenomen, waarin men stelde dat 29 november de Internationale dag van solidariteit met het Palestijnse volk zou zijn. Dat is vandaag.

In dit verband wil ik toch even professor en ethicus Etienne Vermeersch citeren: 

Er kan geen enkele twijfel over bestaan dat de Palestijnen het recht aan hun kant hebben. Zij zijn een volk dat ten onrechte uit zijn land is gezet. Dat conflict sleept al tientallen jaren aan en wekt bij de slachtoffers gevoelens van totale hopeloosheid op. Als je al die jaren in een Palestijns vluchtelingenkamp zit en er is geen enkele kans op beterschap, dan denk je: ‘dit is erger dan de dood’.
Vandaar al die wanhopige reacties en zelfmoordaanslagen. De oorzaak van de Palestijnse zelfmoordcommando’s ligt voor een deel in de onwrikbare bezettingspolitiek van Israël.

Mag ik jullie ook nog trakteren op een afbeelding die ik op internet aantrof? Let vooral op de plaats van de kinderwagen.

IsraelPalestina

Ik heb niet de indruk dat die luiden een neutrale houding aannemen in het conflict dat ze behandelen en ik kan niet ontkennen dat ik het nogal grof vind.

Kanonnenvoer

Vandaag heeft een opvallende datum, 11.11.11, en bovendien is het een nationale feestdag in Belgenland, omdat drieënnegentig jaar geleden, ook alweer om 11 uur, de kanonnen zwegen en de eerste wereldoorlog tot de geschiedenis behoorde. Ik vind de naam ‘feestdag’ eigenlijk niet bij dit gebeuren passen. Misschien kunnen we er voortaan beter een gedenkdag van maken, al vrees ik dat men binnen afzienbare tijd niet meer zal weten waarover het precies gaat. De gedenkdag zal vermoedelijk blijven en de oorlogskerkhoven in de Westhoek waarschijnlijk ook, maar zal men over pakweg honderd jaar nog die graven verzorgen en een gedachte aan de tijdens de beide wereldoorlogen gesneuvelde jongens en mannen wijden? Denken wij nog aan de slachtoffers van de Guldensporenslag en de Boerenkrijg?

Maar ondertussen, zolang het grote vergeten nog geen aanvang genomen heeft, zal vandaag overal ter wereld de vierde strofe van het gedicht For the fallen van Laurence Binyon opklinken, beter bekend als The ode of remembrance

Copyright Uilenvlucht 2018 Frontier Theme