Tag: natuur

Kabouter Spillebeens zitmeubeltjes

Ik ben er als kind ongeveer mee doodgegooid en de kleuters van vandaag de dag krijgen het ook nog voortdurend op hun bord. Ik heb het over het kinderlied, waarin kabouter Spillebeen zit te wiebelen op een rode paddenstoel met witte stippen.

Ik heb in mijn hele leven nog nooit zo’n paddenstoel ─ die eigenlijk vliegenzwam heet ─ in het echt gezien. Hoe is het godsterwereld mogelijk?! Ik begon zowaar te geloven dat die vegetatie aan de hersens van personen met een lenige fantasie ontsproten was.

Nu zijn er op nauwelijks dertig meter van mijn woning twee zulke groeisels uit de grond gekropen. Je houdt het niet voor mogelijk! Ik stond er vanmorgen met ogen als vleugeldeuren naar te kijken.

O, wat ben ik fier! Vooral dat kleintje vervult me met grote vertedering. Is het geen schatje?

vliegenzwam

Waarom weet ik dit?

grashalmWe zijn met velen die met volle teugen genieten van de geur die opstijgt uit een pas gemaaid gazon of grasveld. Nu blijkt dat aangename aroma echter afkomstig te zijn van sneuvelende grassprietjes, die het luchtje uitstoten als waarschuwingssignaal voor hun soortgenoten, teneinde die ervan te verwittigen dat er gevaar dreigt. Wat we ruiken is dus eigenlijk de geur van paniek en angst.

Dit wetende, zal ik wellicht nooit meer met dezelfde onbevangenheid kunnen genieten van de geur die opstijgt uit een pas geschoren grasveld.

En jullie? 

De geneugten van de zomer

Ik was diep in het door de zon verpletterde binnenland van West-Vlaanderen doorgedrongen, toen ik bezijden de weg een groot aantal weelderig rankende braamstruiken ontwaarde die met verrukkelijke bessen pronkten. Aangezien ik deze donkere vruchtjes als een lekkernij beschouw, die ik bovendien gratis en voor niks kon verwerven, maande ik mijn rijwiel tot stoppen. Vervolgens wapende ik me met een fietspomp, die ik als machete gebruikte om me een weg door verlekkerd kijkende brandnetels te banen. Helaas merkte ik niet dat er zich onder die netels een sloot ophield, waarin zich niettegenstaande de aanhoudende droogte nog water bevond. Plots verdween de grond onder mijn voeten, met een plompend geluid kwam ik in de smurrie terecht, probeerde mijn evenwicht te bewaren, slaagde daar niet in en plofte neer in een schoot van netels.

Ik ben rijkelijk voorzien van netelblaren thuisgekomen, nat tot net onder de knieën, zonder braambessen en zonder fietspomp, want in al mijn misère heb ik mijn machete daar ergens laten liggen.

Grote gierende grasdoedels! Wat ben ik toch een klunshark!

Benjamín zag eens bramen hangen,
o, als frambozen zo groot,
‘t scheen dat Benjamín wou gaan plukken,
maar hij kukelde in de sloot.

De klapbloem en de korenroos

korenbloemen klaproos

Ik heb last van mijn geheugen. Niet dat ik dingen vergeet of zo. Wel integendeel! Ik onthoud veel te veel en meestal volslagen onbelangrijke zaken. Als ik bijvoorbeeld klaprozen opmerk, leggen mijn hersens onmiddellijk een verband met korenbloemen. In een ver verleden heb ik wellicht een gedicht, een lied of een prozatekst aan mijn geheugen toevertrouwd, waarvan alleen de titel ‘De klaproos en de korenbloem’ is blijven hangen. Ik ben te rade gegaan bij internet en heb daar ontdekt dat ene Remi Ghesquiere in lang vervlogen tijden inderdaad een lied met die titel geschreven heeft, maar omtrent de inhoud van dat meesterwerk laat men me in het ongewisse, hetgeen mij ten zeerste ergert, want als ik wat zoek, wil ik dat ook graag vinden.

Het ontbreekt Vlaanderen alleszins niet aan klaprozen. De Canadese dichter, John Mc Crae, had in 1915, tijdens De Groote Oorlog, al in de gaten hoe weelderig de poppies in Flanders fields blowden en dat is sindsdien niet veranderd. Wel zie je ze bijna nooit meer in het gezelschap van de veel zeldzamere korenbloemen, wat vroeger wel het geval was, meen ik me te herinneren. Tijdens mijn ongebreidelde wandel- en fietstochten speur ik nochtans vrijwel onafgebroken de ruige ruimte der natuur af, op zoek naar een plek waar die veldbloemen samenhokken, maar dat bleef zonder resultaat, tot ik ze anderhalve week geleden bij elkaar aantrof en vreugdevol hun samenzijn vereeuwigde. O, wat was ik blij! Een klein uur later werd ik aangereden door een motorfiets en belandde ik op krukken. O, wat was ik ongelukkig!

Ondertussen loop ik nog steeds op krukken, maar zodra ik weer goed ter been ben, ga ik op zoek naar bronsgroen eikenhout, waarin een nachtegaaltje zingt, en naar een mals korenveld, waarover het lied des leeuweriks klinkt. Ik denk dat ik me daarvoor naar Limburg zal moeten begeven. En terwijl ik toch bezig ben: ik zoek me al jaren het ongans naar de tekst van een moderne bewerking van een fabel ‘Le rat de ville et le rat des champs’ van Jean de La Fontaine. Ik herinner me enkel de beginregels en die klinken zo:
Je me lève. Je me frotte les yeux. Puis je regarde par la fenêtre. Quelle belle journée! Si j’en profitais pour aller voir mon cousin, le rat des champs …

Meer herinner ik me niet, maar die zinnen blijven dusdanig door mijn kop malen, dat ik graag het vervolg wil kennen. Ik houd me aanbevolen en ben bereikbaar via het contactformulier.

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme