Tag: muziek

Een gerechte straf – 2

Op de parkeerplaats van een provinciaal domein stroomde een autobus leeg. De passagiers ─ vogels van diverse pluimage en kostgangers van allerhande allooi ─ schaarden zich rond de chauffeur, die mededeelde dat ze met z’n allen en ieder apart over zo maar eventjes drie vrije uren konden beschikken, dewelke ze naar believen mochten invullen, waarna ze opnieuw bij het voertuig verwacht werden. Maar! Hij stak een waarschuwende vinger op.
“Wie tien minuten te laat komt,” vervolgde hij, “moet zich voor de bus opstellen en een lied ten beste geven. Wie twintig minuten te laat komt, moet voor de bus plaatsnemen, een lied zingen en een dansje placeren. En wie een halfuur te laat is, moet een lied zingen en een dansje placeren op de plek waar de bus heeft gestaan.”

Dat was lachen! Voor een harde kwast moet er een scherpe beitel zijn. Origineler had ik het niet kunnen verzinnen en op dat gebied ben ik nochtans tot heel wat in staat.

Klavierleeuw

Ik zit deze week iedere avond aan het ruitje gekluisterd, want daar voltrekt zich de finale van de Koningin Elisabethwedstrijd, waarin de piano dit jaar de hoofdrol speelt.

VondrácekGisteravond was het de beurt aan de Tsjech, Lukáš Vondráček, die zich aan het aartsmoeilijke concerto n. 3 van Sergej Rachmaninov waagde. Mensen kinderen! Dat was geen tangelen wat die man deed. Wat ik zag en wat hij presteerde, grenst aan het onwaarschijnlijke. Hij speelde zich in het zweet en bijna letterlijk de tong op de hielen. Fenomenaal! Ik heb nooit een betere uitvoering van Rachmaninov 3 meegemaakt.

Hij kreeg dan ook een laaiende en staande ovatie; koningin Mathilde kon haar tranen nauwelijks bedwingen en ik … ik zat compleet perplex op de bank en geloofde amper wat ik gezien en gehoord had.

Van mij mag hij winnen.

De zingende zakkenwassers

Het zoontje van vrienden was jarig en ik was uitgenodigd om taart te eten en om een cadeautje af te geven, al werd dat laatste niet expliciet vermeld, maar een goed verstaander heeft slechts een half woord nodig.

Toen het gebak, inclusief vijf flakkerende kaarsjes, uit de keuken opdook, ontstond er een nogal ongeordende en dus niet al te stemmige samenzang: Lang zal ie leven!

Het ietwat oudere zusje van de jarige was er niet mee opgezet dat ze niet in het middelpunt van de belangstelling stond. Ze aanhoorde ons drieste gebral met zichtbaar ongenoegen en toen we ermee klaar waren zei ze: “Ik vind het niet leuk dat jullie voor m’n broer schreeuwen.”

Tja, daar hadden we niet van terug.

Aubade

Langs een nauw wegeltje kwam ik getreden …

… en zodoende arriveerde ik bij een weide waarin zich acht schapen ophielden: vijf volwassenen en drie peuters. Zodra ze mij opmerkten, snelden ze naar me toe, stelden zich bij de afsluiting op en begonnen me daar een herrie als een oordeel te maken. In ongeordende samenzang brachten ze me een aubade van je welste.

Jullie hebben ongetwijfeld allemaal al het geblaat van schapen aangehoord, maar is het ooit bij jullie opgekomen om enige aandacht te besteden aan de geluiden die ze produceren en te ontdekken dat ze er allemaal een verschillende toonhoogte op nahouden, dat ze elk voor zich en ieder apart over een eigen vibratie beschikken en dat hun stemtimbre varieert van gevoileerd naar fluwelig en van snerpend naar grofkorrelig? Ze gaven ‘m van jetje en het leek nergens op, maar ik vond het zo’n kolderiek koor dat ik me zowat stond te bezeiken van het lachen.
“Jullie moeten nodig naar de zangles, hoor”, zei ik nog voor ik mijn weg vervolgde, hetgeen ze niet belette om met veel enthousiasme een bisnummer aan te heffen.

Ik hoorde ze nog bezig toen ik iets verderop bij het graf van mijn ouders en mijn zus stond en ik schoot opnieuw in de lach. Er was niemand aanwezig die daar aanstoot aan kon nemen ─ Wat heeft hij geslikt? Wat heeft hij gebruikt? ─ en van mijn moeder en mijn vader weet ik dat ze zich daar niet aan storen. Ze kennen hun pappenheimer. Van mijn zusje weet ik zelfs zeker dat ze mijn vrolijke bui deelde.

Zwijmelzang

Gisteravond begaf ik me per televisie naar het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, om daar de eerste finaleavond van de Koningin Elisabethwedstrijd voor Zang 2014 bij te wonen. De koning en de koningin waren daar ook, net als ons kroonprinsesje.

De Belgische coloratuursopraan, Jodie Devos, was tijdens de eerste ronde van het concours zowaar in een flauwte gevallen ─ ze moest er met andere woorden even bij gaan liggen ─ maar ze kreeg een herkansing van de welwillende jury en slaagde erin tot de finale door te dringen. Ze mocht de spits afbijten en door hetgeen ze met veel brio ten beste gaf, flikkerde ik bijna van de bank waarop ik zat. Dat een meisje van nauwelijks vijfentwintig jaar zulke virtuoze, ja zelfs wonderbaarlijke klanken aan haar stem vermag te ontlokken, vervulde me met verrukkelijke verbazing, om niet te zeggen gelukzalige verbijstering.

Ik denk dat ik me vanavond opnieuw naar de Bozar zal begeven. En morgen ook. Ja, zelfs op zaterdagavond. Ik heb slechts één verzoek: mag de sympathieke Thomas Vanderveken alsjeblieft al de interviews met de kandidaten voor zijn rekening nemen? Ik heb niks tegen Katelijne Boon als presentatrice, maar haar vraaggesprekjes in het Frans of het Engels zijn gestuntel van de eerste orde en haar vertalingen raken kant noch wal. Thomas doet dat oneindig veel beter en met verfrissend naturel.

Stilte alstublieft!

Het valt me op dat men in Vlaanderen, en alleszins in de regio waar ik hoofdkwartier houd, zoveel vastgoed te koop of te huur aanbiedt, dat men het aan de straatstenen niet kwijt kan. Desalniettemin verrijzen er vrijwel in ieder dorp een aantal ranke, torenhoge kranen die vaak uitgestrekte bouwterreinen bedienen.

Het optrekken van die huizenblokken, flatgebouwen en opslagruimten voor bejaarden of hulpbehoevenden gaat steevast gepaard met het gebruik van allerhande uiterst lawaaierige voertuigen en machines. Alsof dat op zich niet volstaat, zul je op ieder werf ook een of meerdere radio’s aantreffen, die de schaarse stiltemomenten opvullen met van bonkende bassen voorziene scheldmuziek. Moet je van ’s morgens tot ’s avonds die pokkeherrie horen! Je zult maar in de buurt van zo’n bouwplaats wonen. Daar wordt een mens toch hoorndol en stapelgek van.
─ “Doe mij maar een half kilootje stilte alstublieft!” riep ik naar de slager, die vlak tegenover zo’n werf gehuisvest is.
─ “Mag het ook een beetje meer zijn?” brulde hij me toe.

Waar is mijn wollen muts nu?

Ik werd heel langzaam wakker, ik wreef m’n ogen uit
Ik werd heel langzaam wakker, ik wreef m’n ogen uit
Ik kon het niet geloven, maar voor de vensterruit
Viel zacht naar beneden, de eerste sneeuw

M’n mama kwam naar boven, ’t is tijd om op te staan
M’n mama kwam naar boven, kom trek je kleren aan
Mama, lieve mama, kijk eens naar benee
Ga je met me mee, in de eerste sneeuw

Kijk eens naar omhoog en kijk de lucht is grijs en zit vol vlokken
‘k Wou dat dit kon blijven duren, dat het nooit meer zou stoppen
‘k Voel me zo gelukkig in de eerste sneeuw
‘k Voel me zo gelukkig in de eerste sneeuw

Waar is m’n wollen muts nu, waar is m’n dikke sjaal
Waar is m’n wollen muts nu, waar is m’n dikke sjaal
En ergens in de kelder ligt toch nog die slee
Papa moet me duwen door de eerste sneeuw

Kijk eens naar omhoog en kijk de lucht is grijs en zit vol vlokken
‘k Wou dat dit kon blijven duren, dat het nooit meer zou stoppen
‘k Voel me zo gelukkig in de eerste sneeuw
‘k Voel me zo gelukkig in de eerste sneeuw

Nu twintig jaren later, heb ik geen zin om op te staan
Nu twintig jaren later, kijk ik weer uit het raam
M’n mama zal niet komen, m’n mama is lang dood
Ze ligt al lang beneden, in de eerste sneeuw

Kijk eens naar omhoog en kijk de lucht is grijs en zit vol vlokken
‘k Wou dat dit kon blijven duren, dat het nooit meer zou stoppen
‘k Voel me zo alleen in de eerste sneeuw
‘k Voel me zo alleen in de eerste sneeuw
In de eerste sneeuw

Ratjetoe

Lou Reed is dood en dat betreur ik hartstochtelijk. Ik heb vanmorgen ingetogen zijn weergaloze Perfect Day beluisterd en ja, kijk, dan grijpt ontroering een mens toch bij de strot.

In Saudi Arabië hebben een zestigtal moedige dames het voor vrouwen geldende rijverbod aan hun laars gelapt, of aan het schoeisel dat ze gisteren droegen, en ze maakten een tochtje met een auto die ze zelf bestuurden. Het weze mij toegestaan om dat door invloedrijke geestelijken uitgevaardigde verbod een in hoge mate achterlijk en onnozel voorschrift te vinden, net als het argument waarmee men het verdedigt: als vrouwen achter het stuur mogen plaatsnemen zou losbandigheid welig tieren. Volgens mij zijn er serieuze kosten aan die luiden.

Ik heb het stormweer getrotseerd en ben naar het dorp gewandeld. Dat viel niet mee: mijn benen liepen harder dan mijn schouders. Bovendien moest ik voortdurend hindernissen ontwijken. Onvoorstelbaar wat er allemaal op pad gaat als het enigszins opwindend waait. We weten allemaal al dagen dat er waaiweer zit aan te komen en men heeft ons gewaarschuwd dat we maar beter alles wat los zit vast kunnen maken, maar toch huppelt er van alles en nog wat rond: papier, plastic, petflessen, bloempotten, jerrycans … Vanmorgen diende ik zelfs uit te wijken voor … een heks, die als een wilde furie door de straat scheerde terwijl ze zich wanhopig aan haar bezem vastklampte. Waarschijnlijk heeft men haar ergens als Halloweenornament neergepoot, maar ze heeft van de humeurige windvlagen misbruik gemaakt om te ontsnappen. Ik kan haar geen ongelijk geven.

Het zal me benieuwen wat de dag nog allemaal voor me in petto heeft.

Kippenvel op mijn ziel

Ik was gisteravond op visite bij een echtpaar dat vermoedelijk fortuinlijk geboerd had en ─ hoe zal ik zeggen? ─ in een nogal onbekrompen villa woonde. Het scheelde niet veel of men had een stafkaart nodig om de weg te vinden in dat nederige stulpje. De zoon des huizes wilde zich de taal van Cervantes eigen maken. Aangezien hij aan een ziekte leed die hem, zo liet men doorschemeren, langzamerhand aan het uitwissen was, zocht men een privéleraar en men had goede geruchten over me opgevangen …

steinwayToen ik in een van de salons een heuse concertvleugel van Steinway & Sons aantrof, zong mijn hart op van vreugde en viel ik ten prooi aan verrukkelijke verbazing. Wat zeg ik!? Om bij het gevleugelde onderwerp te blijven: ik zette ogen als vleugeldeuren op. Nooit eerder had ik het voorrecht genoten om zo’n indrukwekkend instrument van dichtbij te aanschouwen, laat staan aan te raken.

Men bleek het speeltje, dat zo maar eventjes € 104 000 kost, aangekocht te hebben ten behoeve van mijn toekomstige leerling, die naar men beweerde over een zeldzaam muzikaal talent beschikte. De jongen verscheen en men kon hem met een kaarsje doorlichten, alsof hij van kraakporselein gemaakt was. Hij informeerde naar mijn favoriete pianostuk en ik zei dat dit zonder enige twijfel het Romanze:Larghetto (aanklikken, luisteren en genieten) uit het eerste pianoconcerto van Chopin was. Niet veel later bewandelden zijn vingers het klavier en Chopin vlinderde uit de snaren. Hij speelde me ongeveer in tranen.

Er zijn slechts weinig dingen waar ik spijt van heb, want ik doe niet zo aan spijt, maar ik betreur het ten zeerste dat ik geen enkel muziektuig vermag te bespelen en zelfs niet in staat ben om een noot te lezen. Er slingert hier weliswaar een waardeloze viool rond, waaruit ik dus nooit emoties zaag. Ik ben tevens eigenaar van een vrij dure flamencogitaar, waaraan ik evenwel geen akkoord kan ontlokken. Dan heb ik ook nog een blokfluit, maar meer dan een ‘Te Lourdes op de bergen’ en een ‘Broeder Jacob’ heeft die nimmer laten horen, althans niet door mijn toedoen.

Nu heb ik echter een kloek besluit genomen. Ik zal pianolessen nemen en me binnen afzienbare tijd tot een echte klavierleeuw ontpoppen. Als het eenmaal zover is, zal ik noodgedwongen moeten verhuizen, want in mijn optrekje kan ik nergens een concertvleugel onderbrengen. Zo’n gevaarte is immers anderhalve meter breed en bijna drie meter lang. Dat zijn echter zorgen voor morgen.          

Muziek is mijn lust en mijn leven. Ik heb onlangs een cd cadeau gekregen met pauzes uit beroemde opera’s. Zal ik die nu maar even onder het laseroog leggen?

Veldrijden

Ik wil er niet lastig mee zijn, maar weten jullie wat ze van mij stante pede en dus met onmiddellijke ingang mogen verbieden? Het fietsen met oortjes.

Tegenwoordig beschikt bijna iedereen over zo’n compact muziekdoosje, waarvan men de inhoud via een ragdun kabeltje en minuscule luidsprekertjes ─ veelal oortjes genoemd ─ bij de trommelvliezen kan brengen. Als je dat doet, hoor je dus niet meer wat er rondom je gebeurt en dat kan nefaste gevolgen hebben, zoals dat gisteren bijvoorbeeld het geval was, toen ik in de buurt van mijn hoofdkwartier over landelijk en smal asfalt peddelde.

Voor me uit fietste een met oortjes toegerust meisje. Ze hoorde me dus niet aankomen en uitgerekend op het moment dat ik haar inhaalde, liet ze zich wellicht meeslepen door hetgeen ze beluisterde, want ze walste onverhoeds en keizerlijk naar links … Ik kon haar net ontwijken, maar hobbelde wel de graskant in en schurkte me daar gemoedelijk tegen een boom aan.

Ik prees me gelukkig dat ik er heelhuids en zonder kleerscheuren afkwam, maar het juichen verging me toen ik enkele uren later een zeurende pijn in mijn hand gewaarwerd. Vanmorgen heb ik vernomen dat de pink van mijn linkerhand gebroken is. Ik ben daar hoegenaamd niet blij mee ─ of wat hadden jullie gedacht? ─ maar ’t kan erger, hè? 

fietsongeval

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme