Tag: muggenziften

Nu doen ze ‘t weer!

Anderhalve maand geleden verscheen hier het schrijfsel: Als het niet goed is, zeg ik het ook. Daarin uitte ik mijn ongenoegen over een nogal onnozele, want in mijn geval contraproductieve reclamestunt van het weekblad Humo.

Verleden week viel er een verse Humo bij me in de bus en nu doen ze het weer. Ik mag een krulstaart krijgen als het niet waar is. Ze geven hun lezers een blikje energiedrank cadeau, maar je moet het ding wel zelf afhalen. In mijn geval zou ik me dus opnieuw vijftien kilometer moeten verplaatsen om het in mijn bezit te krijgen. Ja, ik ben daar gekke Gerrit op een houtvlot!

Als Humo probeert de duivel in me wakker te maken, zijn ze goed bezig. Ik zeg gegarandeerd mijn abonnement op als ze me nog een keer zoiets lappen. En aan dat energiedrankje zal ik dus nooit een bek zetten. Ik heb me laten vertellen dat het een beetje naar smaakt, en dat het in je maag blijft staan, en dat je er gemarineerde oprispingen van krijgt …

nalu

Als het niet goed is, zeg ik het ook

Wie verleden week Humo kocht, of zoals ik wegens abonnement zijn exemplaar in de brievenbus ontving, kreeg daar gratis en voor niks een flesje bier bij.

Nu ja, krijgen is niet het correcte woord, want je moet het presentje zelf afhalen. In mijn geval zou ik me kilometers moeten verplaatsen om het onnozele flesje bier in mijn bezit te krijgen. Ammenooitniet! Ik zal me daar een beetje op kosten laten jagen en er liters benzine voor verstoken. Ik ben me daar een haartje betoeterd! Voor hetzelfde geld kan ik wellicht een krat met vierentwintig flesjes bier kopen.

Dergelijke reclamestunts irriteren me behoorlijk en hebben op mij een averechts effect. Het zal nog eens zo gaan dat ik uit pure ergernis mijn abonnement bij Humo opzeg en heil zoek bij een ander weekblad. Ook dat bier, waarvan ik uit ongenoegen hardnekkig weiger het merk te vermelden, komt bij mij het huis niet in. Nooit ofte nimmer!

Dat zal ze leren!

De ‘partijdigheid’ van de N-VA

Op Twitter verneem ik, zowel van de N-VA als van hun staatssecretaris Theo Francken, dat ene Ralph het tweeduizendste nieuwe lid is dat deze partij sinds het begin van 2018 mocht verwelkomen.

Ze heffen een soort jubelzang aan om te melden dat die aanwinst uit Leuven afkomstig is. En dan?! Is iemand uit Zoutenaaie of uit Zichen-Zussen-Bolder misschien minder waard dan een Leuvenaar?

FonskesZe heten de nieuwkomer op uitbundige wijze welkom en publiceren zelfs een foto, waarop te zien is hoe ze hem fêteren door hem een doosje Leuvense Fonskes te overhandigen. Volgens internet zijn dat handgemaakte pralines van 100% chocolade van de hoogste kwaliteit, met verfijnde vullingen van verschillende smaken, zoals koffie, karamel en praliné.

Kijk N-VA, ik ben ook lid geworden in 2018 en ik woon in niet in Leuven, maar in West-Vlaanderen. Jullie hebben me helemaal niet gefêteerd. Dat die Ralph heel toevallig het tweeduizendste nieuwe lid is, beschouw ik hoegenaamd niet als een verdienste. Dat jullie het nodig vinden om hem louter om die reden in de bloemetjes te zetten, getuigt alleszins niet van klantvriendelijkheid, maar eerder van partijdigheid, om niet te zeggen vriendjespolitiek, en zo’n ingesteldheid zou jullie wel eens zuur kunnen opbreken.

Ik stel dus voor dat jullie alle nieuwe leden van 2018 zo’n versnapering aanbieden, al mogen dat in mijn geval ook Brugse kletskoppen zijn.

Gebakken lucht?

In het stadje Oudenburg viel mijn oog op het uithangbord van een friettent met een originele naam: Hakuna Patata.

HakunaPatata

De bedenker ervan heeft zich waarschijnlijk laten inspireren door de titel van het beroemde lied, Hakuna Matata, uit de tekenfilm De Leeuwenkoning van Walt Disney Pictures. Daarbij heeft hij evenwel de betekenis ervan over het hoofd gezien. Hakuna Matata is Swahili en betekent letterlijk: er is/er zijn geen problemen. Als men die matata door patata vervangt, krijgt men dus: er is geen patat/er zijn geen frieten.

Dat zal vermoedelijk niet de bedoeling zijn, want een friettent zonder frieten is net zo erg als een café zonder bier.

Niet gehinderd door enige kennis van zaken

Verleden week, op 12 januari, reikten de Katholieke Universiteit Leuven en de Universiteit Gent samen een eredoctoraat uit aan de Duitse bondskanselier: Angela Merkel.

Of deze dame al dan niet zo’n academische graad en de daarmee gepaard gaande titel (doctor honoris causa) verdient, laat ik in het midden, want het doet hier niets ter zake. Ik wil het namelijk uitsluitend hebben over de bijzonder storende taalfout die het gulden boek ontsierde, dat mevrouw Merkel diende te ondertekenen. Daar stond immers gezamelijk in plaats van gezamenlijk: een spelfout waar men tijdens mijn collegejaren nochtans op hamerde.

Het is zonder meer beschamend dat men in de twee belangrijkste universiteiten van Vlaanderen kennelijk niet over mensen beschikt die het Nederlands dusdanig beheersen, dat ze een foutloze tekst kunnen neerpennen, of er althans kunnen voor zorgen dat die foutloos op een semiofficieel document terechtkomt.

Petje af voor Frans Medaer: de Limburgse leraar op rust, die de blunder opmerkte hoewel die nauwelijks 4 seconden in beeld was. Ik had het niet gezien. De foto hieronder is van hem afkomstig.

gezamenlijk

Woordkeuze

Tijdens een extra nieuwsuitzending van de VRT, naar aanleiding van de onthutsende gewelddaad in Nice, aanhoorde ik een nogal merkwaardige vaststelling van ankervrouw Annelies Van Herck:

“De methode is toch anders dan hetgeen we gewoon zijn.”

Gewoon zijn?! Kan men aanslagen ooit gewoon zijn?!

Maar goed, ik vergeef haar deze nogal ongelukkige woordkeuze, want wie van ons zonder zonde is, werpe de eerste steen en dat ben ik in geen geval. Ooit kreeg ik een uitnodiging om een begrafenis bij te wonen en men verzocht me vriendelijk om nadien de familie te volgen, teneinde deel te nemen aan het rouwmaal. Ik telefoneerde met de echtgenote van de aflijvige en deelde haar mee dat ik me weliswaar ter kerke zou begeven, maar helaas diende te bedanken voor het feest achteraf.
“Feest?!” mompelde de treurende weduwe enigszins verontwaardigd. “Een feest zou ik zo’n bijeenkomst niet noemen.”

Tja, daar had ik niet van terug.

Wat met de aperitief?

Het kikkerige weer van de laatste weken is van aard om mijn humeur dusdanig te bederven, dat ik geneigd ben om zout op slakken te leggen. Laat me dit even verduidelijken. Ik zou er me eigenlijk niet druk om moeten maken, maar de aard van het beestje kun je niet verloochenen: ik erger me in niet geringe mate aan de manier waarop velen van ons, en niet in het minst zij die zich beroepsmatig van de Nederlandse taal bedienen, de trappen van vergelijking vormen, door gebruik te maken van de omschrijvende woorden meer en meest, terwijl dat veelal absoluut niet nodig is.

Wat hapert er bijvoorbeeld aan ‘de origineelste tekening’ dat men die als ‘de meest originele tekening’ moet omschrijven? Is het ‘meest populaire programma’ iets anders dan het ‘populairste programma”?

Ik vind, en velen met mij, dat men de omschrijving met meest enkel moet gebruiken als de gebruikelijke manier onmogelijk of lastig is, zoals onder veel meer in:
komisch – meest komisch, want komischst lijkt nergens op
enthousiast – meest enthousiast, want enthousiastst valt niet uit te spreken.  

Dit geldt ook voor de comparatief (vergrotende trap met meer), zij het in mindere mate. Ik neem hierboven de superlatief (overtreffende trap) als voorbeeld, omdat die het vaakst het slachtoffer is van die overtolligheid, die weliswaar niet fout is, maar toch een volstrekt onnodige omweg gebruikt. 

Naakt fruit en te ontkleden vruchten

etiketWelke achterlijke dakhaas is in vredesnaam op het onzalige idee gekomen om hapklaar fruit, zoals daar zijn appelen, peren, pruimen en nectarines, met hinderlijke pleistertjes, plakkertjes, etiketjes of stickertjes te tooien? Het gebeurt niet zelden dat ik in een opwelling het kloeke besluit neem om verstandig te snoepen en dientengevolge naar een fruitige versnapering grijp, er mijn tanden in zet, om vervolgens mijn mond van zo’n West-Vlaams ‘plakiestertje’ te bevrijden, als ik dat onding al niet ingeslikt heb. Ik zou natuurlijk het door mij aangekochte fruit van deze overtolligheden kunnen ontdoen, vooraleer ik het in een schaal onderbreng, maar ik heb daar allemaal geen tijd voor.

Ik stel vast dat ik me bij het verorberen van een sinaasappel, een clementine of een mandarijntje bijna altijd verslik … en vaak niet te min. Mijn vader had dat ook, herinner ik me, en nu vraag ik me af hoe dat zo komt. Zou ik misschien algerisch voor citrusvruchten zijn?

Gecensureerde titel

1.
De ene: “Kerstmis valt dit jaar op een vrijdag.”
De andere: “Ho, toch niet op de dertiende mag ik hopen.”

2.
De ene: “Ik heb gisteren een zwangerschapstest gedaan.”
De andere: “En? Waren het moeilijke vragen?”

3.
Ze heeft net een tweeling gekregen en huilt ononderbroken.
De verpleegster: “Waarom huil je? Je hebt twee prachtige baby’s.”
Zij: “Dat wel, maar ik weet niet van wie de tweede is.”

4.
De ene: “Wat is dichterbij? De maan of Parijs?”
De andere: “De maan natuurlijk! Of kun jij Parijs van hieraf zien misschien?”

Zoek nu een toepasselijke titel voor dit tussendoortje in dit lijstje: allochtonen, makaken, zwarte pieten, domme blondjes, mongolen, negers.

Copyright Uilenvlucht 2018 Frontier Theme