Tag: media

Rare manoeuvres

Er gebeuren vreemde dingen in het anders zo rustige Koksijde. Er dook daar namelijk een wilde weldoener op, die eerst bankbiljetten van twintig euro in de brievenbussen van een flatgebouw dropte en vervolgens gevat werd door een toch wel zeer merkwaardige tussenkomst van de lokale politie. Vraag me niet hoe ze het precies klaargespeeld hebben, want ik weet het niet, of eigenlijk weet ik wel, maar het is een manoeuvre dat ik vooralsnog niet kan duiden. Volgens de website van de redactie van de VRT worp men zich immers op de zaak. Worp!?

werpen

Het animeermeisje

tekstberichtMijn mobieltje produceerde een onnozel geluid, want er liep een sms-bericht binnen.

“Ik sta op het punt om te vertrekken”, las ik. “Als alles goed gaat, ben ik over een uur bij je. Milou.”

Nu ken ik niemand die Milou heet. Bovendien vind ik het, met permissie, een naam die geredelijk in een kieteltent thuishoort, dus stuurde ik snel een antwoord, teneinde te vermijden dat ik bezoek zou krijgen van een dame of juffrouw die ruggelings aan haar toekomst dacht. Mochten er lezeressen van me zo heten, dan zijn zij natuurlijk de uitzonderingen die de regel bevestigen.

“Ik vermoed dat het bericht dat u net verstuurde niet voor mij bestemd is”, schreef ik.

Haar reactie liet niet lang op zich wachten:
“Toch wel!” was ze zeker van haar stuk. “We zouden vanmiddag de vergadering van volgende week voorbereiden.”

“U gebruikt duidelijk een fout telefoonnummer”, deelde ik haar mee. “Ik weet niets van een vergadering.”

“Wat flauw van je dat me nu in de saus laat zitten”, gaf ze lucht aan haar ongenoegen. “Je hebt het beloofd, dus ben je eraan koud.”

Ik loosde een zucht en toetste haar nummer in. Zeer tegen haar zin moest Milou toegeven dat ze zich inderdaad vergist had en toen verbrak ze zonder enig excuus de verbinding, alsof het allemaal mijn schuld was.

Sommige mensen kan men prikken met een speld, voor anderen volstaat zelfs een hooivork niet.

Klets met klontjes

Ik bladerde verlekkerd door een veelkleurig druksel op glanspapier dat zich naar verluidt toesnijdt op de creatieve kostgangers van de aardkloot: een categorie van mensen waar ik, nederig van harte, meen bij te behoren.

Mijn blik struikelde over een in oorlogsletters uitgevoerde kop: Echte mannen lusten geen soesjes.

Ik zat even te kijken alsof alleen zelfdoding nog uitkomst kon bieden en haalde toen de schouders op.
─”Ach, jullie kunnen me nog zoveel vertellen”, mompelde ik en ik begaf me naar de keuken.

Daar beroofde ik de koelkast van de roomsoezen die ik gekocht had en ik vrat ze allebei op. Dat was onbedaarlijk lekker!

Later die avond, toen ik het onderlijf ontblootte, bleek ik nog steeds een echte man te zijn. Ze kunnen me nog zoveel vertellen, die boekjes.

Hinderpaal

Ik lees elke dag minstens één, soms meerdere kranten. Correctie: ik feuilleteer dagelijks enkele kranten. Koppensnellend. Monumentaal veel plezier valt daar meestal niet aan te beleven. Je kunt die drukwerken bezwaarlijk als onuitputtelijke moppentrommels bestempelen. Toch gebeurt het af en toe dat ik door toedoen van een artikel geheel ontwapend in lachen uitbarst en gedurende korte of langere tijd in een deuk lig. Ik mag zulke schalkse schrijfseltjes graag uitknippen en bewaren in een map, die ik om voor de hand liggende redenen mijn knipselmap noem en waarin ik af en toe verlekkerd zit te vlooien.

Het berichtje dat ik vanmorgen in handen kreeg en herlas, dateerde van 2006 en ging over de acteur Brandon Routh, die in de toentertijd op stapel staande film Superman returns de rollen van Clark Kent en diens alter ego Superman zou vertolken. Bleek echter dat deze wakkere knaap niet alleen over fraai gedraaide poten en oren beschikte, maar dat hij tevens … eh … heel wat talent in de schoot had, als jullie begrijpen wat ik bedoel. Hij was ook in het echte leven een superman. Allez, je hebt hoorns en je hebt alpenhoorns … en Brandon torste een alpenhoorn. Met andere woorden: zijn didgeridoo mocht er wezen. Zelfs stokbroden waren een beetje bang van synen voorquispel. Op zich was dat natuurlijk geen probleem en toch zeker voor die jongen niet, maar aangezien Superman zich bij voorkeur in een aangemeten flitspak van verraderlijk spandex hijst … De producenten van Superman returns vreesden dat hun hoofdrolspeler met zijn maillot vol herenbobbel de aandacht van de film zou afleiden of onrust veroorzaken bij de toeschouwers. Dat kon natuurlijk niet de bedoeling zijn. Daarom hadden ze opdracht gegeven om de digitale trukendoos open te trekken en de verhevenheid tot aanvaardbare proporties te herleiden.

Dat is toch om je een … eh … bult te lachen. Brandon Routh heeft kennelijk zijn carrière mislopen. Hij had balletdanser moeten worden, of desnoods wielrenner. In die kringen gebruiken ze nooit een digitale volumeknop.

Maandag staat het in de krant

Ik bleef vannacht heel laat op, want ik heb naar een film op de televisie zitten kijken, zodat ik me pas rond een uur of twee naar Interlaken begaf. Ik was net van plan om van mijn tak te vallen, toen plots een knal weerklonk — een schot? — gevolgd door een luid gekrijs. Het gebeurde buiten. Ik sprong het bed uit en opende het venster. Het geschreeuw hield aan en leek uit het bos achter mijn huis op te stijgen. Kwam het uit de keel van een mens of een dier? Nog voor ik daaromtrent een beslissing genomen had, werd het plots akelig stil.

Dat is de reden waarom ik vanmorgen na mijn bezoek aan de bakker ook even in een van de dorpscafés binnengewipt ben. Ik hoopte er meer te vernemen over een raadselachtige moord, die men vannacht op nauwelijks tweehonderd meter van mijn woning gepleegd heeft. Het voorval kwam evenwel niet ter sprake, dus zweeg ik ook als … vermoord, want ik word nu al een beetje als een buitenbeentje en een ietwat rare vogel beschouwd.

Waarschijnlijk heeft men het lijk nog niet ontdekt en ligt het daar nog in het bos. Nee, ik ga niet kijken, hoor!

Koempoelan

We waren bijeengekomen voor een partijtje lullepotten, doorspekt met wat platvloerse lolbroekerij en gedrenkt in opgefokte vrolijkheid, die overigens niet meer is dan een verschijningsvorm van de wanhoop.

Helaas had iemand zich net een nieuw mobieltje aangeschaft. Hij bleef het gezelschap bestoken ─ en hogelijk vervelen ─ met de zeer geavanceerde mogelijkheden van dat toestel. Hij noemde het een smartphone en vanwege de Engelse tongval die hij in de mond nam, klonk dat alsof hij een walvis stond te pijpen. Toen hij een zoveelste keer met het wierookvat zwaaide en de loftrompet over dat speeltje stak, vond iemand het blijkbaar welletjes.

─”Begin je nu weer met dat gemeier?” sprak hij zonder Franse complimenten. “Laten we het even leuk houden, kerel! Het kan niemand van ons een ruk schelen tot wat dat hebbedingetje van je allemaal in staat is. Jij hebt dat apparaat niet uitgevonden, wel? Je hebt het enkel gekocht en da’s geen kunst, dus kan dat gezeur nu misschien ophouden?”

Ik had het werkelijk niet beter kunnen zeggen, maar ik vrees dat ik het lef niet heb.

Alle gekheid op een stokje!

Ik ben op zoek naar een stok. Nee, niet om een hond te slaan, want die vind je licht en bovendien houd ik hevig van dieren, maar om mijn krant in bedwang te houden. Een kennis van me, wiens naam ik uit vrees voor represailles niet zal vermelden, heeft de ergerlijke gewoonte om hier mijn dagblad te lezen en het ondertussen dermate door elkaar te hutselen dat het niet mooi meer is. Nu bestaat er een handig hulpmiddel dat het overhoophalen van ‘gazetten’ ten zeerste bemoeilijkt, indien al niet onmogelijk maakt. Het is een simpele stok met een handvat en een gleuf, waarin men de rug van de krant klem kan zetten, zodat alles keurig op zijn plaats blijft. Aanvankelijk werd het snufje vooral in Duitse cafés opgemerkt, maar het begint stilaan ook hier te lande op te duiken.

Zo’n krantenstok wil ik dus graag hebben, al is dat gemakkelijker gewenst dan verwezenlijkt. Onlangs heb ik in een verlaten lokaal een erg fraai exemplaar opgemerkt, dat daar ongebruikt hing te hangen. Als ik dat ding toen losgehaakt en ontvreemd had, zou daar geen haan naar gekraaid hebben en hoefde ik nu niet meer te foeteren omdat ik een verfomfaaid hoopje papierflarden te lezen krijg. Ik denk dat ik me eerlang nog eens naar dat lokaal zal begeven. Misschien dat ik nu durf.

De kop van Jut

Bart De Wever had tijdens een interview met het Duitse weekblad Der Spiegel enigszins het achterste van zijn tong laten zien en de Belgische ‘hovaardigheidsbekleders’ in politieke steunkorsetten kregen het behoorlijk op hun teringtietjes van zijn boude uitspraken. Vanzelfsprekend riep ook de Vlaamse televisie de onverlaat ter verantwoording en de dienstdoende verhoorder, die hem per scerpe examinatie ende torture het vuur aan de schenen diende te leggen, was de koorknaap Wim de Vilder.

─”Het is eigenlijk wel zo dat uw uitspraken olie op de golven zijn?” ging hij kordaat in de aanval.
─”Olie op het vuur, bedoelt u”, verbeterde De Wever hem gezwind.
Dat had hij beter kunnen laten, want de vermoedelijk langtenige journalist stak zijn stekels op en vervolgde het interview in danig gepikeerde toestand, waarbij de objectiviteit het in hoge mate moest ontgelden.

─”Het lijkt van weinig respect te getuigen voor het werk van de bemiddelaar”, vond De Vilder ook nog.

Op dat moment herinnerde ik me plots een artikel van enkele jaren geleden en dat heb ik natuurlijk even opgezocht. In Humo 09/3521 van 26 februari 2008 interviewen de heren Jan Lippens en Tom Pardoen onze huidige koninklijke bemiddelaar, Johan Vande Lanotte, die letterlijk het volgende verklaart:

Bart De Wever is intelligent, een goed debater en een conservatief , maar als politicus is hij compleet nutteloos voor Vlaanderen. Hij koketteert voortdurend met zijn spitsheid, maar hij is vaak gewoon grof. Ik zal ook eens grof zijn. Hitler en Stalin kwamen soms ook spits uit de hoek! Dat neemt toch niet weg dat hun ideeën huiveringwekkend waren? Ik vind de conservatieve ideeën van De Wever ook huiveringwekkend.

Wim De Vilder zal het ongetwijfeld met me eens zijn dat deze woorden van weinig respect getuigen voor de man die twee jaar later bewees dat hij hoegenaamd niet compleet nutteloos voor Vlaanderen was, door 753.600 voorkeurstemmen binnen te rijven. Vande Lanotte, thans koninklijk bemiddelaar, kreeg er 178.312.

An nescis, mi fili, quantilla sapientia mundus regatur?
Weet jij dan niet, mijn zoon, met hoe weinig verstand de wereld wordt geregeerd?

Bloot en spelen

In een wolk van charme verscheen een bedwelmend mooi huppelkutje op de televisie: een meesterwerk van de schepping. Loof de Heer dat hij zulke dingen maakt. Ik bedoel op fysisch gebied begenadigde wezens, niet de televisietoestellen die zij met hun frivole aanwezigheid opfleuren.

Zij kwam daar tekst en uitleg geven bij hetgeen zij, stoute meid, gedaan had: ze was helemaal naar het onherbergzame Afrika gereisd, om er al haar kleren uit te trekken en in haar blote niemendalletje te poseren voor de Playboy. Ik heb daar vanzelfsprekend geen enkel bezwaar tegen, want er prijken al genoeg lelijke koppen en wanstaltige lijven in onze … eh … persorganen. Persorganen!? Is dat een eufemisme voor konten?

Volgens haar zeggen was ze louter uit menslievende overwegingen uit de kleren gegaan, want ze heeft een niet gering gedeelte van haar gage aan een goed doel overgemaakt, met name aan een organisatie die zich bezighoudt met waterprojecten in de ontwikkelingslanden. Dat dit inderdaad een goed doel is, zal eenieder die regelmatig grote dorst lijdt met mij beamen.

Ze verkondigde ook nog dat ze best wel trots is op haar prestatie. Toch gaf ze de kijkers de waarschuwing mee dat wellustelingen die van porno houden niet aan hun trekken zullen komen — neem me de woordspeling alsjeblieft niet kwalijk — maar dat wie graag mooie landschappen aanschouwt, of er zich wil van vergewissen hoe dor en droog het daarginds in Afrika wel is, beslist zijn gading zal vinden.

Ik zal me straks als de wiedeweerga naar de krantenboer begeven, want zoals alle lezers van Playboy ben ik vooral geïnteresseerd in de artikelen die ze brengen en niet in de blote madammen waarmee ze hun reportages verluchten. Toevallig ben ik een groot liefhebber van mooie landschappen en tevens wil ik heel graag weten hoe dor en droog het in Afrika wel kan zijn.

Zou dat wicht dat nu werkelijk zelf geloven?

Tierelantijntjes

Humo, het onafhankelijke weekblad voor radio en televisie, is deze week nog maar eens verpakt in zo’n doorschijnende en luidruchtige plasticfilm. Er steekt immers een zakje Cup a Soup bij en die traktatie van Knorr mag natuurlijk in geen geval verloren gaan.

Hoewel ik best wel een beetje blij ben met mijn gratis kop Tomaten Crème erger ik me toch aan die overtollige omhulsels, maar helaas tref ik ze steeds vaker aan tussen de vrachten commercieel drukwerk waaronder men ons vandaag de dag bedelft. Ik pleeg het overgrote deel daarvan meteen in een doos te kieperen, die ik om de twee weken met de oudpapierophalers meegeef. Omdat ik enigszins met het milieu begaan ben en dus ijverig sorteer, moet ik tegenwoordig steeds vaker eerst dergelijke folie verwijderen en bij het gewone huisafval onderbrengen.

In dit verband wil ik toch even een veer op de hoed van Colruyt zetten. Dat is de supermarktketen waar ik een tamelijk tevreden klant van ben. Zij drukken hun reclamefolders op kringlooppapier en sturen die, in een eveneens gerecycleerde enveloppe, enkel naar wie er expliciet om vraagt. Een initiatief dat navolging verdient!

Humo, je bent gewaarschuwd! Telkens als je zo’n plastic jasje aantrekt, zal ik je negeren en een ander boekje kopen, dat helemaal naakt in de rekken ligt. Playboy bijvoorbeeld.

Copyright Uilenvlucht 2018 Frontier Theme