Tag: lezen

Humo, Telenet en consorten

Ik was net bij de krantenboer en heb daar ontdekt dat het weekblad Humo opnieuw en nog maar eens op nogal stiekeme wijze zijn prijs met twintig cent verhoogd heeft en nu € 3,50 kost. Twintig cent, het lijkt een peulschil, maar omgerekend naar onze vroegere munt is dat toch acht frank en dat klinkt al minder futiel. En maar klagen dat ze steeds minder boekjes aan de man/vrouw vermogen te brengen. Wel, ik heb vandaag mijn laatste Humo gekocht, want eigenlijk gebruik ik die toch enkel om de televisieprogramma’s te raadplegen, die ze de laatste tijd trouwens zeer onvolledig en gelardeerd met talloze onjuistheden weergeven. Ik zal voortaan een boekje met blote madammen kopen. Nee, niet voor de interessante reportages, maar voor de prentjes.

Net als duizenden anderen heb ik van Telenet een bericht gekregen dat ik vanaf half januari ongeveer drie euro meer zal moeten betalen voor de diensten die ze mij verstrekken, te weten internet, kabel, digitale televisie en het gebruik van een digicorder. Ik betaal ondertussen al meer dan zeventig euro per maand voor die snuisterijen en dat vind ik eerlijk gezegd enigszins overdreven, vooral ook …

… omdat ik gisterenmiddag naar het televisiejournaal zat te kijken en de uitzending herhaaldelijk gedurende ettelijke minuten onderbroken werd omdat ze, luidens een mededeling op het scherm, de software aan het bijwerken waren. Kunnen ze daarvoor geen geschikter moment uitkiezen, zoals bijvoorbeeld het holst van de nacht?

… omdat ik onlangs een beroep diende te doen op hun helpdesk wegens een akkefietje met een van mijn mailadressen. Voor dergelijke interpellaties moet je nog steeds een betalend telefoonnummer gebruiken en je hebt al een paar minuten nodig om de keuzelijst te doorlopen, waarna ze je met een muziekje opzadelen, dat ze doorspekken met de mededeling dat alle medewerkers bezet zijn. Het duurde zeker vijf minuten voor ik een dame of een juffrouw aan de lijn kreeg. Ik durf niet te beweren dat ze met een spraakgebrek worstelde, maar ze had of een vervaarlijk accent, of ze sprak een nogal ondoordringbaar dialect. Ik had in alle geval de grootste moeite met de variant van het Nederlands waarin ze zich onverstaanbaar maakte. Bovendien werd ze nauwelijks gehinderd door enige kennis van zaken. Na veel vijven en zessen was mijn probleem natuurlijk opnieuw en nog maar eens niet de schuld van Telenet en mocht ik beschikken. Daar stond ik dan met mijn goeie gedrag. Ik was aan gesprekskosten ongeveer zeven euro armer en nog even wijs als voorheen. Volgens mij is het buitengewoon moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk om Telenet op een fout te betrappen. Perfectie mag dan misschien niet van deze wereld zijn, maar zij benaderen die toch heel dicht.

Op naar de tienduizend!

Ik weet niet of jullie het gehoord of er wat van gemerkt hebben, maar gisteravond iets over zessen slaakte ik een grondeloos diepe zucht. Op dat moment legde ik immers de laatste hand aan een titanenwerk, waaraan ik tijdens de voorbije jaren heel veel van mijn vrije tijd opofferde. Ik heb namelijk per computer een databank aangelegd van al de boeken die ik bezit. Die catalogus kan men zowel alfabetisch als systematisch raadplegen en omvat niet enkel de titel en de naam van de auteur, maar ook het internationale standaardboekennummer, de eventuele afbeelding van de stofomslag en al de gegevens die men op het achterplat en de flappen aantreft.

De meesten van jullie kan het wellicht geen ene moer verblotekonten waarom ik daar zoveel tijd aan spendeerde, maar degenen die zich dat zouden afvragen wil ik gaarne van antwoord dienen. Ik blijk eigenaar te zijn van zo maar eventjes negenduizend driehonderd eenentachtig boeken. Ja, ik schrijf en jullie lezen het goed: 9381. Schijthuizen kun je ermee dekken. Er is een hele kauw aan en dan ben je lekker bezig, hoor. Ga d’r maar aan staan!

Nu ik eindelijk klaar ben met mijn databank zal ik misschien de tijd vinden om wat van die lectuur tot me te nemen. Uit mijn catalogus blijkt immers dat ik hopeloos achteropgeraakt ben en het overgrote deel van mijn verzameling ongelezen in de kast staat. Daar krijg ik het nog druk mee. Allez vooruit, wakker aan de slag dan!

boekuil

Vreugde met een dompertje

Ik ben altijd al een stipt mens geweest en gisteren was ik zo mogelijk nog stipter dan anders. Ik zat al om halfacht in de wachtzaal van de afdeling radiologie, zodat ik als een der eersten aan de beurt zou komen als de fotografen om kwart over acht aan de slag gingen. Ze hadden me daar lelijk bij mijn pietje, want ik zou pas om kwart voor negen allerhande plastische poses mogen aannemen. Ik kon de tijd doden met de ruim zeshonderd boeken die ik meegebracht had en die zich gelukkig  allemaal in mijn e-reader van Sony ophielden.

sonyreaderNa de fotosessie repte ik me naar de afdeling orthopedie, waar ik om negen uur een afspraak had met de snijdokter die mijn dijbeen van allerhande ijzerbeslag voorzien heeft. Zoals het een chirurg betaamt, liet ook hij bijna twee uur op zich wachten. Toen ik mijn voorraad lectuur opdiepte om die tijd door te komen, bleek het leestoestel opeens niet meer naar behoren te werken. Op de afbeelding hiernaast kunnen jullie links zien wat zo’n apparaat hoort te vertonen en rechts wat ik voor ogen kreeg: een scherm met zwarte vegen en strepen, alsof de inkt doorgelopen was. Aangezien het ding geen enkele ruwe manipulatie ondergaan had, kan ik enkel besluiten dat de stralingen en golven, die tijdens het nemen van de röntgenfoto’s vrijkomen, dit euvel moeten veroorzaakt hebben.

Zodoende ben ik pas tegen de middag thuisgekomen met een onherroepelijk naar de vaantjes zijnde e-reader, maar ik mag wel mijn geteisterde onderdaan gebruiken, al dient dat vooralsnog met de nodige omzichtigheid te gebeuren. Als alles goed blijft gaan, zal ik over vier tot vijf weken opnieuw ronddartelen als een veulen, voorspelde de arts. Nu ja, hij drukte het minder plastisch uit, maar hij is dan ook geen plastisch chirurg.

Voorbarigheid

Toen ik daarnet wat door internet bladerde, struikelde mijn oog over een nogal opzienbarende kop:

milquet

Onze Belgische minister van Binnenlandse Zaken, Joëlle Milquet ─ bij de Vlamingen beter bekend als Madame Non, vanwege haar vaak onverzettelijke houding tijdens onderhandelingen ─ is dus van plan om zich in het Syrische strijdgewoel te mengen. Voor mij niet gelaten.
─”Opgeruimd staat netjes”, mompelde ik zelfs, want ik moet die pittige tante eigenlijk niet. Als ik haar zie, denk ik telkens aan een zwarte weduwe en het zal jullie inmiddels genoegzaam bekend zijn dat ik niet van spinnen hou?

Toen ik neerwaarts scrolde, kwam evenwel de hele kop tevoorschijn:

milquet2

Ik had te vroeg gejuicht.

Klets met klontjes

Ik bladerde verlekkerd door een veelkleurig druksel op glanspapier dat zich naar verluidt toesnijdt op de creatieve kostgangers van de aardkloot: een categorie van mensen waar ik, nederig van harte, meen bij te behoren.

Mijn blik struikelde over een in oorlogsletters uitgevoerde kop: Echte mannen lusten geen soesjes.

Ik zat even te kijken alsof alleen zelfdoding nog uitkomst kon bieden en haalde toen de schouders op.
─”Ach, jullie kunnen me nog zoveel vertellen”, mompelde ik en ik begaf me naar de keuken.

Daar beroofde ik de koelkast van de roomsoezen die ik gekocht had en ik vrat ze allebei op. Dat was onbedaarlijk lekker!

Later die avond, toen ik het onderlijf ontblootte, bleek ik nog steeds een echte man te zijn. Ze kunnen me nog zoveel vertellen, die boekjes.

Gevleugeld, ja zelfs enigszins bevlogen

Tegen iemand die in zijn neus zit te pulken.
"Wil je ‘t licht uitdoen als je bovenkomt?"

"Wat ben je aan het doen?" vroeg hij.
"Ik speel patience", zei ze.
"Pfff, daar heb ik geen geduld voor", schuddekopte hij.

"Doodgaan," oreerde het meisje, "dat is stoppen met sterven."

"Ik ben ruim op tijd", zei hij.
"Dat kan niet", meende zij. "Er is slechts één moment waarop je op tijd bent. Anders ben je te vroeg of te laat."

Als ik niet zo onverschrokken was, zou ik nogal geschrokken zijn.

Zijn oneliners zijn eigenlijk versprekingen die tamelijk goed aflopen.

Oude papieren

Zelfs in deze digitale tijden ben ik nog steeds een grootverbruiker van allerhande kantoorspullen. Sommige mensen blijken dat te weten en als die dan ook nog bij een bedrijf werken dat zulke artikelen fabriceert of verhandelt, sturen ze me catalogi, hopend dat ik na wat verlekkerd vlooien tot het bestellen van een aantal zaken zal overgaan, wat ik dan ook af en toe doe.

In zo’n boekje ontdekte ik vanmorgen een papiersoort met niet alleen superieure kwaliteiten, maar tevens minimale milieueffecten. Bovendien trotseren die vellen moeiteloos de tand des tijds, want veroudering is tweehonderd jaar kansloos. Tweehonderd jaar! Dat vind ik best wel lang. Ik ben dan ook van plan om een aantal pakken van dat robuuste papier aan te schaffen, om er mijn weergaloze manuscripten aan toe te vertrouwen, maar eerst moet ik iemand vinden die over twee eeuwen, in 2212, de toestand van mijn geschriften kan controleren en eventueel schadevergoeding kan eisen als de vooropgestelde houdbaarheidsdatum een listige verkooptruc blijkt te zijn.

Heet iemand van jullie Methusalem?

In mijn knollentuin

O, wat ben ik opeens lustig van hart. Ik heb daarnet nog een luchtsprong gemaakt, alsof ik me aan mijn eigen billen optilde, en nu ben ik nog steeds zo blij als een hond met zeven pikken.

Ruim een jaar geleden schreef ik hier ─ in Van de kale ratten besnuffeld ─ hoe ik voor Margriet, een hoogbejaarde dorpsgenote van me, een met protest geladen brief naar de overheid redigeerde, waarin ze onomwonden mededeelde dat ze rattekaal tegen het rooien van een rij populieren was. Ik heb toen voor mijn hulp het fabelachtige bedrag van twee euro gevangen, maar vanmorgen verscheen haar zoon plots te mijnent. Ik vernam dat Margriet naar een opslagruimte voor vermolmde mensen verhuisd was ─ zo zei hij het letterlijk ─ en ondertussen tilde hij een aantal dozen uit zijn kofferbak die hij, met de hartelijkste groeten van zijn moeder, bij me achterliet.

Spinnend van verwachting maakte ik ze open en ontdekte een indrukwekkende collectie oude boeken. De titels ervan heb ik mijn moeder en andere mensen van haar generatie zo vaak horen uitspreken, dat die nu nog natrillen in mijn oren. Sinds vanmorgen ben ik de uitermate opgetogen eigenaar van de complete reeksen in vroege druk van:

Daantje, geschreven door Leonard Roggeveen,
Dik Trom, geschreven door Cornelis Johannes Kieviet,
Bob Evers, geschreven door Willy van der Heide,
Pietje Bell, geschreven door Chris van Abkoude

… en van nog veel meer fraais. Het zegt jullie misschien niet veel, maar voor mij is dat de parel in een oester. En nu zal ik me nog wat met mijn aanwinst bemoeien en die een keurig onderkomen bezorgen. Ja, ik ben echt zo blij als een varken in de stront.

Orgastje

Ik heb een afwijking … herstel … ik heb een aantal afwijkingen, maar een daarvan wil ik vandaag even onder de loep nemen. Eigenlijk beschouw ik het niet echt als een aberratie, maar eerder als een aanwensel, of een hebbelijkheid.

Naar verluidt zouden er mensen bestaan die zich met andermans dessousartikelen inlaten. Zij verzamelen geen postzegels, doodsprentjes of geboortekaartjes, maar luchtige lingerie, roekeloze niemendalletjes en ander verwaarloosbaar ondergoed, dewelke zij als fetisjen koesteren. Sommigen hebben zelfs de toch wel vreemde gewoonte om uitvoerig hun collectie te besnuffelen en dat merkwaardig genoeg als zeer opwindend te ervaren. Frisse morgen! Je wil er toch niet bij zijn!

Nochtans is er met mijn snotkoker ook iets niet helemaal in de haak. Ik werd er deze week nog maar eens mee geconfronteerd toen ik van de krantenboer thuiskwam, waar ik onder meer de Humo gekocht had. Dat uitstekende weekblad verwent zijn lezers soms met een extraatje, zoals bijvoorbeeld een condoom met bananensmaak, een condoom met ribbels, een ijskrabber die tijdens onze ongemeen strenge winters zeer zeker zijn diensten bewijst, een zakje knikkers, zes flesjes bier … en nu bieden ze hun lezers regelrechte meesterwerken aan voor een prijs die je niet kunt laten lopen. Te dien einde hebben ze volgens hun zeggen vier Nederlandstalige literaire reuzen uit de hedendaagse literatuur geselecteerd en die een fraaie kaft aangemeten. Zodoende kon ik deze week Het Verdriet van België van Hugo Claus op de kop tikken voor slechts € 6,90 en dat heb ik dus gedaan, hoewel ik dat werk al in mijn bezit heb en ik het zogeheten oogstrelende ontwerp van die kaft — juichend geel als een koolzaadveld — van een haast weerzinwekkende lelijkheid vind getuigen.

Toen ik echter het boek opensloeg … aah … ik boorde mijn neus diep in de reet tussen de pagina’s, om die verrukkelijke geur van papier en drukinkt op te snuiven. Wat een opwinding! Nu ja, jullie hoeven zich daar niet meer bij voor te stellen dan het is. Ik krijg er geen allesoverheersende erectie van, al kan ik niet ontkennen dat er in mijn hersens een bijzonder genoeglijk, ja haast orgastisch explosietje plaatsgrijpt, dat ik om die reden een orgastje noem.

Ik vergreep me op gargantueske wijze aan Hugo Claus en toen had ik natuurlijk de smaak te pakken. Gisteren begaf ik me naar de boekhandel om daar een uurtje rond te dwalen. Af en toe pakte ik een boek, sloeg het open en wendde grote bijziendheid voor, zodat ik mijn neus dicht bij het papier kon brengen … om uitbundig te snuiven. Ik ben zelden zo bevredigd naar huis teruggekeerd.

Copyright Uilenvlucht 2018 Frontier Theme