Tag: kunst

Een wulpse deerne

Ten plattelande, meer bepaald in Snaaskerke bij Oostende, doemde plots een reusachtige muurschildering voor me op, voorstellende een bucolisch tafereel met een beekje, enkele runderen en een nogal wulpse deerne.

muurschildering

Het spreekt vanzelf dat een kunstwerk van die schoonheid en omvang op heel wat belangstelling kon bogen. Ik was lang niet de enige die zich eraan vergaapte …

koeien

Gedichtendag 2015

Ter gelegenheid van gedichtendag vergast ik jullie op een door velen bejubeld en door anderen verguisd gedicht van Willem Elsschot. Ik blijf het een meesterwerk vinden, niettegenstaande de crue inhoud ervan. De voorlaatste strofe is van ongemene schoonheid en zal menigeen wellicht bekend in de oren klinken. 

Het huwelijk

Toen hij bespeurde hoe de nevel van den tijd
in d’ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven,
haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven
toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt.

Hij vloekte en ging te keer en trok zich bij den baard
en mat haar met den blik, maar kon niet meer begeren,
hij zag de grootse zonde in duivelsplicht verkeren
en hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard.

Maar sterven deed zij niet, al zoog zijn helse mond
het merg uit haar gebeente, dat haar toch bleef dragen.
Zij dorst niet spreken meer, niet vragen of niet klagen,
en rilde waar zij stond, maar leefde en bleef gezond.

Hij dacht: ik sla haar dood en steek het huis in brand.
Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen
en rennen door het vuur en door het water plassen
tot bij een ander lief in enig ander land.

Maar doodslaan deed hij niet, want tusschen droom en daad
staan wetten in den weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.

Zo gingen jaren heen. De kindren werden groot
en zagen dat de man die zij hun vader heetten,
bewegingloos en zwijgend bij het vuur gezeten,
een godvergeten en vervaarlijke’ aanblik bood.

Willem Elsschot
Rotterdam 1910

In Vlaamse velden … 4

Op 11 november 1918 zwegen de wapens en behoorde De Groote Oorlog tot het verleden.

Kollwitz1-vert

Op de Duitse militaire begraafplaats in het Praetbos van het West-Vlaamse Vladslo fungeert Het Treurende Ouderpaar van de Duitse kunstenares Käthe Kollwitz als blikvanger. De beelden bevinden zich aan de achterkant van het kerkhof en staren naar de grafstenen van gesneuvelde soldaten, waaronder die van hun achttienjarige zoon, Peter Kollwitz, wiens laatste rustplaats vlak voor hen ligt.

Toen ik daar verleden week op een druilerige dag was, schoot me een wel zeer toepasselijk gedicht van Anton Van Wilderode te binnen:

Alles is voorbij.
De kinderziekten, de koortsen,
de onredelijke angst voor de kou,
het diepe water, de hoge kersenboom.
De kleine wonden van messen en glas
de wilde jongensspelen.
Hij is heelhuids groot geworden
voor een gevaar dat ik niet kende,
waartegen ik hem niet kon beschermen.
Nooit meer en nooit meer.

Anton Van Wilderode

klaproos

Meedogenloos

Ik maakte van deze prachtige nazomerdag gebruik om een fietstocht te ondernemen. Die bracht me onder meer naar de kust, waar ik getuige was van de genadeloze verwoesting van de zandsculpturen, die gedurende twee maanden het Oostendse strand opfleurden. Een meedogenloze kraan maakte het werk van 33 kunstenaars uit 13 landen binnen de kortste keren met de grond gelijk. Terwijl ik dat ietwat meewarig stond te bekijken welde er spontaan een gedicht in me op. Als ik niet omringd was geweest door honderden andere toeschouwers zou ik het wellicht uit volle borst gedeclameerd hebben, begeleid door het pathetische bruisen van de zee. In plaats daarvan geef ik het hieronder een bescheiden plaatsje:

Zandsculpturen

 

Ainsi, c’est indéniable
toute création
et toute passion
est un château de sable.
Amour, joie ou mépris
haine, pleur ou tristesse
amitié, allégresse
sont par le temps détruits.
Yann Martin

Vertaling:
Derhalve valt het niet te ontkennen dat iedere schepping en iedere passie een zandkasteel is. Liefde, vreugde of misprijzen, haat, tranen of droefenis, vriendschap en vrolijkheid worden door de tijd verwoest.

Oud ijzer?

paviljoen

Het vermaledijde paviljoen van de gerenommeerde Japanse architect Toyo Ito, dat al elf jaar de Burg in Brugge ontsiert en door de volksmond de weinig lovende bijnaam ‘carwash van de gouverneur’ toebedeeld kreeg, zal eindelijk verdwijnen. Met de woorden vermaledijd en ontsieren geef ik lucht aan mijn persoonlijke beoordeling van het gewrocht, al weet ik heel goed dat velen dezelfde mening toegedaan zijn.

Ik heb slechts weinig mensen ontmoet die het een mooi kunstwerk vonden en nog minder die zich met de standplaats ervan konden verenigen. De Burg is een prachtig plein dat gedomineerd wordt door een aantal van de fraaiste gebouwen die ooit door mensenhand zijn opgetrokken. Het moderne en strakke paviljoen beschouwden velen, ikzelf incluis, als een vloek in de kerk, vooral ook omdat het zich al geruime tijd in een danig verwaarloosde toestand bevond. In een andere omgeving zou het optrekje, dat ik op zich hoegenaamd niet als een misbaksel beschouwde, wellicht veel beter tot zijn recht gekomen zijn.

Ondertussen is men bezig het bouwseltje af te breken en weg te halen. Zodoende herstelt men de plek waar Brugge ontstaan is in zijn oude glorie. Prijs de hemelen! 

Waar Abraham de mosterd haalt

Waar men ga langs vlaamse wegen,
oude hoeve, huis of tronk
komt men U, Maria, tegen,
staat Uw beeltenis te pronk …

De inhoud van deze inmiddels eeuwenoude religieuze schlager strookt nog steeds met de werkelijkheid: de ongerepte Maria blijft alomtegenwoordig in de Vlaamse contreien. Vandaag de dag is er echter iets dat nog alomtegenwoordiger is: troep! Dat gaat van dode dieren en vogels waar de vliegen en de maden zich op uitleven, over duizenden verpakkingen van voedsel en drank, tot excrementen van honden, paarden en wat dies meer zij. Ik heb de indruk dat het er niet beter op wordt. Wel integendeel! We blijven onze nesten bevuilen.

Toen ik gisteren mijn fietstocht aanvatte, ontmoette ik vrijwel meteen een stofzuiger, die troosteloos in de berm stond. Een paar kilometer verderop kon ik een matras bezichtigen en niet veel later ontvouwde zich zowaar een ijskast aan mijn oog.

Daarna bereikte ik het stadje Torhout, waar ik per viaduct onder een snelweg door moest rijden. Nu zijn zulke tunnels veelal groezelige en naargeestige, ja zelfs ietwat beklemmende bouwsels, waarin het allerminst prettig toeven is. In Torhout was dat echter niet het geval. De wanden waren ter weerszij beschilderd met lang niet onaardige graffiti en daar knapte dat ding aardig van op. Men had er zelfs een speciale afvalbak voor de spuitbussen voorzien.

Kijk, dit vind ik nu een voorbeeld dat navolging verdient. Torhout krijgt niet alleen een tien met griffel en een zoen van de juffrouw, maar mag ook een bank vooruit. Daar maken ze trouwens de beste mosterd ─ Wostyn ─ van Belgenland en omliggende gebieden.

torhout

Genieten van Geniet

RémiGenietDeze week nestel ik me iedere avond om acht uur voor het ruitje, om me aan de finale van de Koningin Elisabethwedstrijd voor piano te verlustigen.

Gisteren bracht een jeugdige fransoos me in verrukking. Op magistrale wijze voerde hij het derde pianoconcerto van Sergej Rachmaninov uit. Wie een beetje zijn klassiekers kent, zal weten dat dit een van de moeilijkste werken voor piano is, maar die knaap bracht het schijnbaar uit de losse pols ten gehore. Zijn handen fladderden en wervelden over het klavier en zijn vingers betokkelden de toetsen in een razend tempo. Heremijntijd! Dat was geen tangelen. Hoe doen die mensen dat in vredesnaam?

De virtuoos in kwestie is nauwelijks twintig jaar jong en hij heeft zijn naam alleszins niet gestolen, want hij heet Rémi Geniet. Ik genoot van Rémi Geniet en zat met open mond naar hem te kijken. Achteraf heb ik mijn mond natuurlijk dichtgeklapt, zij het niet zonder moeite, want hetgeen hij presteerde, bleef lang natrillen.

Vandaag voel ik me zo’n kneus als ik stuntelig het klavier van mijn pc beroer en me geregeld van toets vergis.

Uit de kunst!

Jan Fabre, kunstenaar bij de gratie Gods, is van geen kleintje vervaard. Hij schrok er bijvoorbeeld niet voor terug om de imposante zuilen van de Gentse universiteitsaula van top tot teen met plakken echte ham te bekleden, terwijl de arme negertjes in Afrika van honger crepeerden.  Ook heeft hij in opdracht van de vrouwelijke mecenas ─ is dat een mecenesse? ─ Paola Margherita Giuseppina Maria Consiglia Ruffo di Calabria, beter bekend als koningin Paola van België, een fameuze installatie vervaardigd en in de spiegelzaal van het koninklijk paleis van Brussel aangebracht, met name Heaven of Delight, waarin anderhalf miljoen Thaise juweelkevers, ofte scarabeeën, verwerkt zijn. Men moet mij niet komen vertellen dat al die insecten een natuurlijke dood gestorven zijn. Ik vraag me trouwens af wie dat “kunstgewrocht” betaald heeft. Wij zeker?

Nu heeft men het bestaan om tijdens filmopnamen voor het op het theaterwerk van Fabre gebaseerde ‘De schoonheid van de krijger’ katten metershoog en tollend de lucht in te gooien, waarna die arme dieren met een doodsmak op de trappen van de vestibule van het Antwerpse stadhuis terechtkwamen. Meer hebben mijn haren niet nodig om ten berge te rijzen.

Voor mijn part mag men die Jan Fabre aan de kakmachine ─ Cloaca ─ van zijn collega Wim Delvoye voederen, om hem tot stront te laten verwerken. En terwijl ze toch bezig zijn mogen ze daar de varkenstatoeëerder Delvoye zelf ook bijgooien, want dat is nog zo’n fameuze dierenvriend.

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme