Tag: kleding

Houd de dief!

Af en toe neem ik een kloek besluit en dan durf ik wat per internet te kopen. Tot nu toe ben ik nog maar één keer bedrogen uitgekomen, of zoals men in West-Vlaanderen zegt: bij het veertiende, of in de zak gezet. Wie zich graag aan leedvermaak wil bezondigen, leze in dit verband: Stom van me!

Onlangs kocht ik drie sportieve pantalons bij een internetwinkel. Die werden prompt geleverd en al even gezwind op mijn lengte ingekort door een mevrouw, die met dergelijke ingrepen voor brood op de plank zorgt.

Getooid met zo’n broek begaf ik me gisteren naar een winkel, waar ik een aantal artikelen uitkoos en betaalde … maar toen ik me naar buiten wilde begeven, weerklonk er opeens een door merg en been dringend alarmsignaal. Vrijwel onmiddellijk stevende er een soortement dragonder op me af.
─”Je hebt wat mee dat je niet betaald hebt”, snauwde ze, ten aanhoren en ten aanschouwen van allen daar aanwezig.
Ik stond voor schut en dat beviel me geenszins.
─”Ik heb alles betaald”, protesteerde ik en wist ik dat wel zeker.

Aan de hand van mijn kassabon vergewiste ze zich ervan of dat klopte. Ze vond geen enkele onregelmatigheid en verzocht me haar te volgen naar een kantoortje, waar ik mijn zakken diende leeg te maken. Toen ook dat geen gestolen waar opleverde, riep ze een mannelijke collega, die aanstalten maakte om tot handtastelijkheden over te gaan, maar eerst nog vroeg:
─”Draagt u soms een nieuw kledingstuk?”
─”Ja!” zei ik. “Mijn pantalon is nieuw.”

In die nieuwe pantalon bevond er zich dus een wit aanhangseltje, dat heel die heisa veroorzaakt had. De webwinkel had kennelijk nagelaten dat ding te verwijderen. De naaister eveneens. Wie zal het haar kwalijk nemen?

In de twee overige broeken trof ik ook zulke herrieschoppertjes aan. Ik heb die per schaar verwijderd, maar niet weggegooid, want ik ben van plan om die stiekem in de jaszak van een vriendin of vriend te stoppen. Dat wordt lachen!

alarmpje

Een d(onald)t(rump)-fout

Ik pleeg van mijn hart geen moordkuil te maken en ik ben ook niet bang om het achterste van mijn tong te laten zien, dus mag iedereen weten dat ik allerminst een bewonderaar ben van de nieuwbakken president van de Joenaaitud Steets, Donald Duck … herstel … Trump.

Men doet de waarheid geen geweld aan als men hem een ijdeltuit, een verwaande kwast of een narcist noemt. Hij heeft de charme van een bulldozer, staat ongehoord bot in het leven, lijkt onnatuurlijk veel van zichzelf te houden en denkt dat hij een godsgeschenk indien al niet de Zaligmaker is. Grote kak op een klein potje als je het mij vraagt, maar wie vraagt me wat? Ik vind hem alleszins een karpatenkop hebben, hetgeen Van Dale omschrijft als een gezicht waaruit aan onverzettelijkheid gepaard gaande domheid spreekt. Maar goed, mijn ouwelui hebben me meegegeven dat ik geen oordeel over iemand moet vellen, afgaand op een eerste indruk, dus geef ik hem vooralsnog het voordeel van de twijfel en houd ik me op de vlakte wat het beoordelen van zijn capaciteiten als president betreft. Ik zie het met andere woorden nog even aan en blijf voorlopig beleefd van hem balen.

dtWel kan ik nu al mijn afkeuring uitspreken over zijn gebrek aan stijl. Zo heeft hij kennelijk nooit te horen gekregen dat een man zijn jas hoort dicht te knopen als hij zich in verticale positie bevindt of voortbeweegt. Op de dag van zijn inauguratie liep hij de hele dag als een sloddervos te kijk en zelfs tijdens zijn eedaflegging vond hij het niet nodig om zijn pens te camoufleren. En dan die dassen waarmee hij zijn dikke nek omgordt. Die zijn veel te lang en als ik dan ook nog zie op welke knullige manier hij het smalle uiteinde van dat kledingstuk in toom probeert te houden … dan hoop ik dat dit geen voorafspiegeling is van de manier waarop hij zijn land in het gareel zal houden.    

Tenslotte nog dit: hoogmoed is niets anders dan een onhandige manier om frustraties te verdoezelen of te compenseren en als dominantie gepaard gaat met domheid is men nog niet jarig.

Met dat heerschap zijn ze in de Joenaaitud Steets nog niet klaar, vrees ik, en hopelijk delen wij niet al te zeer in de brokken.

dt2

Alle zegen komt van boven

Een zakenrelatie van me ─ het klinkt heel wat, maar het betreft gewoon een overgewaardeerde politicus, die ook in drukwerk doet en voor wie ik zo nu en dan wat tekst mag redigeren ─ hield een zogeheten informele bijeenkomst naar aanleiding van een gedenkwaardige aangelegenheid. Ik had een uitnodiging gekregen met de zeer door mij verafschuwde formule dat er me ‘een hapje en een drankje’ te wachten stond, maar dit keer zou men de aanwezigen zowaar ook op ‘een muziekje’ vergasten. Tja, het was niet meteen een aanvulling waardoor ik in laaiend enthousiasme ontstak.

Ik zag er lang niet verkeerd uit. Nu ja, van een schopsteentje maak je geen diamant natuurlijk, maar in feestverpakking vermag ik op elegante wijze de charmes van mijn leeftijd rond te dragen. Gekooid in m’n goeie goed en een gekleed pak liep ik door de hoofdstraat van een vertierloos dorp. Plots hoorde ik een mannenstem roepen:
─”Pas op, hoor!”
Ik keek omhoog naar de plek waar de waarschuwing vandaan kwam en kreeg op hetzelfde moment een niet te onderschatten lading natte bladeren en modder over me heen. Het leek alsof ik onder een steen vandaan kwam en vervolgens door een haag gesleurd was.
─”Ben jij nu helemaal van de ratten besnuffeld?!” foeterde ik tegen de man die blijkbaar bezig was een dakgoot van overtolligheden te ontdoen.
─”Ik heb toch geroepen dat je op moest passen”, verdedigde hij zich.
─”En op hetzelfde moment gooi je die bagger naar beneden. Ik ben het niet die moet oppassen. Jij moet uitkijken of de stoep onder je vrij is.”

Er volgde nog een heftige woordenwisseling over wie er voor de kosten van stomerij moest opdraaien, maar toen dat geregeld was, ben ik naar huis teruggekeerd. Door overmacht is het hapje en het drankje me bespaard gebleven. Het muziekje eveneens. 

Ontkleedvertoning

Zowat anderhalf jaar geleden verscheen hier Oorwurmpje, waarin ik beschreef hoe een ongediertje tijdens het fietsen mijn oor binnendrong, daar in doodsangst tekeerging en ten slotte schielijk het tijdelijke met het eeuwige verwisselde.

Ik moet blijkbaar een grote aantrekkingskracht op insecten uitoefenen, want eergisteren kwam er opnieuw een exemplaar op ongewenst bezoek. Het beestje vestigde zich onder mijn polohemd en gaf luidkeels lament. Omdat ik beducht was voor een venijnige steek of een bitse beet begon ik duchtig het kledingstuk te manipuleren en met mijn lichaam te kronkelen als een aal in doodsnood, hetgeen allerminst een sinecure is als je aan het fietsen bent, dus hield ik halt om ongelukken te vermijden.

Ik trok mijn hemd uit, keerde het binnenstebuiten en schudde het insect de wijde wereld in. Aangezien ik net zo min een borstrok, als een onderlijfje of een marcelleke draag ─ wat mijn moeder als een ongezonde gewoonte beschouwde ─ stond ik daar met ontbloot bovenlijf toen twee dames van middelbare leeftijd op het pad verschenen. Ik kon me niet van de indruk ontdoen dat ze verlekkerd naar mijn zongebruinde koffiefiltertorso gluurden, al zou het best kunnen dat de wens de vader van de gedachte was.
─”Ga er vooral mee door!” monkelde de ene.
─”Wat schuift het?” grijnsde ik. “Voor niets gaat de zon op.”   
─”Eerst ons lekker maken en dan ‘t mooiste laten zitten”, schokschouderde ze en lachend vervolgden ze hun weg.

Ik eveneens.

Geen stijl

Omdat de Belgische politiek me niet helemaal onverschillig laat, zat ik gisterenmiddag met een half oog naar het programma Villa Politica te kijken. De presentatrice, Linda De Win, voerde een gesprekje met Kristof Calvo: volksvertegenwoordiger en fractieleider van Groen in het federale parlement.

Ik pleeg van mijn hart geen moordkuil te maken en geef het grif toe: ik moet die kerel niet. Sommigen noemen hem ambitieus en temperamentvol, maar ik vind hem een in hoge mate arrogante zak, eigenzinnig en ongezeglijk van nature, die koppigheid met sterkte verwart, zichzelf geweldig vindt en denkt dat men zijn weerga niet heeft. Naar verluidt zouden zijn hyperactief gedrag en zijn soms hysterische woede-uitbarstingen te wijten zijn aan de eetstoornis, anorexia nervosa, waar hij mee worstelt. Tja, het zal wel zeker. Les excuses sont faites pour s’en servir et les cons pour les croire.

Dan heb ik nog met geen woord gerept over de sloddervossige nonchalance waarmee hij zich aan Linda De Win en de kijkers presenteerde. Nee, ik heb het niet over zijn baard van een paar dagen, die tegenwoordig een modeverschijnsel is, waardoor een smoelwerk er morsig, om niet te zeggen onappetijtelijk uitziet. Ik heb het evenmin over het feit dat hij zijn hals niet met een een stropdas omgord had, wat dat beschouwt men vandaag de dag als een ouderwets accessoire, hoewel ik het daar hoegenaamd niet mee eens ben. Calvo heeft echter blijkbaar nooit geleerd dat een man zijn jas hoort dicht te knopen als hij rechtop staat en dat hij vooral nooit ofte nimmer zijn handen in zijn broekzakken mag stoppen.

Hij stond daar zoals een boer op zijn akker de vruchten der aarde aanschouwt en maakte op mij alleszins geen voordelige indruk. Ik zou nooit op hem stemmen.

calvo

Madammen met een bontjas

FranklinObama

De televisie nam me mee naar een feestje in de Joenaaitut Steets, waar ook president Obama en zijn charmante gade acte de présence gaven. Op het podium verscheen plots een diva – de zangeres Aretha Franklin – die ingeduffeld was alsof er een nieuwe ijstijd naakte, want ze droeg een ronduit bespottelijke bontjas. Aldus opgeteljoord nam ze plaats achter een piano en ze begon een lied te kwelen. President Obama zag zich genoodzaakt een traan weg te pinken, waarschijnlijk vanwege het grote aantal onschuldige dieren die voor het vervaardigen van dat kledingstuk vermoord waren.

In deze zorgelijke tijden – niet in het minst wat het in stand houden van natuur, flora en fauna betreft – is zo’n uitmonstering stuitend, zelfs als de draagster ervan de Kween of Soul is.

Stom van me!

hoodieEen paar maanden geleden kocht ik bij Zalando twee sportieve pantalons van Adidas, in de wandeling meestal trainingsbroeken genoemd. Met de herfst in het verschiet wilde ik me graag bijpassende hoodies aanschaffen, zijnde sweaters met een kapoets. Helaas, bij iedere webwinkel waar ik me aanmeldde, kreeg ik het deksel op mijn neus: het gewenste artikel ─ de donkerblauwe hoodie, geflankeerd met oranje strepen ─ was nergens meer beschikbaar … tot ik plots bij een Engels bedrijfje terechtkwam, adamsbriscoe, dat zich met veel vertoon onder de naam Adidas verschool, waar ik wel mijn gading kon vinden en bovendien voor een gezapige prijs, zijnde $ 45 per stuk. Er rinkelde weliswaar een belletje bij me, maar ik negeerde dat, eigengereid als ik ben: ik bestelde twee stuks, die ik per MasterCard betaalde. Het geld werd vrijwel onmiddellijk geïncasseerd door … een Chinees bedrijf en toen dat gebeurde, sloeg ik wel acht op het rinkelende belletje, maar het was al te laat.

Drie weken later bood de postbode me een aangetekende zending aan: een slordig pakketje dat helemaal uit Shanghai kwam en waarin ik slechts één zwarte hoodie zonder strepen aantrof, die weliswaar een etiket met de naam Adidas voerde, maar ontegensprekelijk van minderwaardige kwaliteit was: goedkope namaak, om niet te zeggen brol.

Ik stuurde onverwijld een mail naar de webwinkel in kwestie, maar die keerde prompt als onbestelbaar naar me terug. Ook de Chinezen die zich mijn geld toegeëigend hadden, lieten niets van zich horen nadat ik ze per e-mail benaderd had. Ik ben bij het vierde gezet, zeggen we in West-Vlaanderen als we bedrogen zijn. Ik zou zelfs durven beweren dat ik bij de bok gedaan ben.

Ik heb me de moeite getroost om Adidas op de hoogte te stellen van deze frauduleuze praktijken. De dames en heren van dat bedrijf vinden het blijkbaar niet erg dat men hun naam misbruikt. Ze hebben me in alle geval niet van antwoord gediend en het bedrieglijke adamsbriscoe mag zich nog steeds onder hun naam verschuilen.

Mij komt de wraak toe en de vergelding. Ik koop niets meer van Adidas. Leve Nike!

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme