Tag: kabinetstukken

Klavierleeuw

Ik zit deze week iedere avond aan het ruitje gekluisterd, want daar voltrekt zich de finale van de Koningin Elisabethwedstrijd, waarin de piano dit jaar de hoofdrol speelt.

VondrácekGisteravond was het de beurt aan de Tsjech, Lukáš Vondráček, die zich aan het aartsmoeilijke concerto n. 3 van Sergej Rachmaninov waagde. Mensen kinderen! Dat was geen tangelen wat die man deed. Wat ik zag en wat hij presteerde, grenst aan het onwaarschijnlijke. Hij speelde zich in het zweet en bijna letterlijk de tong op de hielen. Fenomenaal! Ik heb nooit een betere uitvoering van Rachmaninov 3 meegemaakt.

Hij kreeg dan ook een laaiende en staande ovatie; koningin Mathilde kon haar tranen nauwelijks bedwingen en ik … ik zat compleet perplex op de bank en geloofde amper wat ik gezien en gehoord had.

Van mij mag hij winnen.

Boodschapje

vandenborreHet zal gisteravond rond een uur of vijf geweest zijn dat ik me op internet begaf, teneinde een aankoop te verrichten: een knoopbatterijtje. Dra kwam ik terecht op de website van Vanden Borre ─ Uw akte van Vertrouwen ─ waar ik de door mij gewenste kleinigheid aantrof voor de fenomenale prijs van € 2,99, inclusief BTW en gratis thuisbezorgd.

Ik plaatste en betaalde mijn bestelling en kreeg vrijwel onmiddellijk een orderbevestiging in mijn mailbox. Later op de avond kreeg ik nog een e-mail, waarin men me meedeelde dat mijn bestelling verzonden was en dat ik die vanmorgen al mocht verwachten.

Vanmorgen iets over achten belde de postbode bij me aan om het pakket af te geven. Het onooglijke batterijtje was keurig verpakt in een kartonnen doos, als betrof het een juweel van onschatbare waarde. En dat alles voor nog geen drie euro!

Kijk, ik ben meestal karig met lof en ik haal niet zo gauw het wierookvat boven, maar als iets goed is, wil ik dat graag openbaren en van Vanden Borre mag ik zeggen dat het goed was. Als ze zelfs een onnozel artikeltje met zoveel zorg omringen …

Laurette Mitraillette

Ik heb met een half oog en oor de debatten over de regeringsverklaring gevolgd. Veel heb ik daar niet over te zeggen, behalve misschien dat het soms een beschamende vertoning was, vooral door het optreden van Laurette Onkelinx, die ik een ongehoord arrogante en onbeschofte feeks ─ om het woord trut niet te gebruiken ─ vind. Het zal je echtgenote of je moeder maar zijn. De druiven zijn kennelijk heel zuur bij de Waalse socialisten.

parlement

Een zeer treurige prins

Vandaag, maar dan 37 jaar geleden, stapte de amper 21-jarige ‘zeer treurige prins’ uit het leven in een miserabel achterafkamertje in Brugge. Hij was een buitengewoon getalenteerd dichter, maar helaas ook een uitermate getourmenteerde ziel. Zijn naam was Jotie T’ Hooft.

Liefde en ellende

Brood van weken oud heb ik geweekt in water
en opgegeten, terwijl de kou aan mijn tenen
knaagde. Met naalden heb ik in mijn bloed
gewoeld en gezocht. En niets gevonden.
Ik heb op straatstenen geslapen met honger
die door niets nog gestild kon worden
leek het wel.

In nachten, nat en donker, was ik alleen
en mijn stem hoorde niemand. Ziektes
hebben mij bezocht in de jaren, ik wou
vluchten in de dood.

Maar niets was erger dan nu, ik wou
dat je bij me kwam en in mijn ogen keek.

Jotie T’ Hooft

Het barmhartige samaritaantje

Ik fietste fluitend … nu ja, ik kan niet goed fluiten, dus zal het meer binnensmonds neuriën geweest zijn … doorheen Nergenshuizen. In de wegberm merkte ik plots een aftandse bromfiets op, waarnaast zich een nogal zwaarlijvig manspersoon ophield, die een beetje een hulpeloze indruk maakte en me aankeek als een geslagen hond. Ik kneep de remmen dicht en kwam zodoende tot stilstand.
─”Hebt u soms hulp nodig?” informeerde ik.
─”Ik heb een platte achterband”, zei hij en hij wees naar de plaats van het onheil.
─”Jakkes. Dat wordt een eind lopen”, grimaste ik. “Het is meer dan drie kilometer tot het dichtstbije dorp en ik weet niet eens of je daar iemand zult vinden die je kan helpen.”
─”Dat lukt me niet”, mompelde de man en hij verhief een wandelstok. “Ik heb een kunstbeen.”
Hij stroopte de pijp van zijn pantalon omhoog en ik zag inderdaad een prothese opduiken.
─”Oei!” schrok ik, bedenkend dat de meeste vliegen inderdaad op de magerste paarden vallen: een gedachte die ik evenwel niet onder woorden bracht. “Ik heb helaas geen telefoon bij me, maar weet je wat ik doe? Ik fiets even naar het dorp daarginds en probeer er hulp te vinden.”
─”Mogelijk is er al iemand onderweg”, vernam ik. “Ik sta hier al bijna een halfuur in alle toonaarden te gesticuleren om iemand tot stoppen te bewegen, maar niemand doet dat natuurlijk. Sommigen wuiven zelfs terug.” Hij schudde het hoofd en plooide een meewarig lachje. “Daarnet kwam er echter een jongen aangereden en die hield meteen halt. Hij is vertrokken met de belofte dat hij iemand naar me toe zou sturen, maar of dat ook zal gebeuren …”

Het gebeurde. Luttele minuten later kwam een knaap van een jaar of twaalf aangefietst alsof de duivel hem op de hielen zat.
─”Ze komen!” riep hij helemaal buiten adem.
Zijn woorden waren nog niet koud of ze kwamen inderdaad. Men hees de bromfiets op een aanhangwagen en de eigenaar ervan mocht in de auto plaatsnemen.
─”Dat heb je lang niet slecht gedaan”, haalde ik op vaderlijke wijze het wierookvat boven voor de reddende engel. Hij zette het op een glunderen dat aan extase grensde.

Er leeft ongetwijfeld een god in die jongen. Hij deugt in alle geval heel erg.

Zwijmelzang

Gisteravond begaf ik me per televisie naar het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, om daar de eerste finaleavond van de Koningin Elisabethwedstrijd voor Zang 2014 bij te wonen. De koning en de koningin waren daar ook, net als ons kroonprinsesje.

De Belgische coloratuursopraan, Jodie Devos, was tijdens de eerste ronde van het concours zowaar in een flauwte gevallen ─ ze moest er met andere woorden even bij gaan liggen ─ maar ze kreeg een herkansing van de welwillende jury en slaagde erin tot de finale door te dringen. Ze mocht de spits afbijten en door hetgeen ze met veel brio ten beste gaf, flikkerde ik bijna van de bank waarop ik zat. Dat een meisje van nauwelijks vijfentwintig jaar zulke virtuoze, ja zelfs wonderbaarlijke klanken aan haar stem vermag te ontlokken, vervulde me met verrukkelijke verbazing, om niet te zeggen gelukzalige verbijstering.

Ik denk dat ik me vanavond opnieuw naar de Bozar zal begeven. En morgen ook. Ja, zelfs op zaterdagavond. Ik heb slechts één verzoek: mag de sympathieke Thomas Vanderveken alsjeblieft al de interviews met de kandidaten voor zijn rekening nemen? Ik heb niks tegen Katelijne Boon als presentatrice, maar haar vraaggesprekjes in het Frans of het Engels zijn gestuntel van de eerste orde en haar vertalingen raken kant noch wal. Thomas doet dat oneindig veel beter en met verfrissend naturel.

Wat een portretten!

Weten jullie waar ik me mateloos aan erger?
“Daar gaan we weer!”, hoor ik jullie mompelen. “Uilenvlucht heeft weer een been gevonden waaraan hij eindeloos kan knagen.”
Welja! Ergernis is mijn creatieve brandstof. Als ik last heb van een ongenoegen, dan moet ik dat spuien. Daar helpt geen lievemoederen aan, dus moet ik nu hoe dan ook even kwijt dat ik in hoge mate geïrriteerd raak door de verkiezingsborden, die men overal in Vlaanderen klakkelings neerpoot en waarmee men de schilderachtigste plekjes versjteert, om nog te zwijgen van de onbelemmerde verten die ze verkutten.

Het is geen geheim dat politici het meestal niet met zichzelf getroffen hebben en zelden, of eigenlijk nooit een schoonheidsprijs verdienen. Desalniettemin bemaskeren ze hun tronies met een gesuikerde-peertjes-uitstraling en een obligate glimlach, met vertoon van gekunstelde tandklavieren waarmee je brand kunt stichten.

Vanmorgen heb ik mijn geurvlag tegen zo’n bord geplant. De afgebeelde politicus, die onder een onnozele slogan op me neerkeek, had een pafferige kop, waaronder een vaalgele pelikaankeelzak lilde.
“Zijn dat je kinnen, of rust je hoofd op een stapel pannenkoeken?” informeerde ik.

Weten jullie wat ik me afvraag?
“Daar gaan we weer!” hoor ik jullie mompelen. “Uilenvlucht worstelt weer met een vraag en valt er iedereen mee lastig.”
Welnee! Dit keer is het een retorische vraag en ik verwacht dus geen antwoord.

Zou heel die smoelententoonstelling ooit al eens een stem opgebracht hebben? Zijn er mensen die naar zo’n bord kijken en zeggen: “Wat is me dat een interessant persoon. Voor die zal ik stemmen, zie!”

Hansje in Bosbessenland

Ik was op de kuier en ontmoette een schare van acht hummeltjes, die samen met twee begeleidsters uit een kinderdagverblijf ontsnapt waren, om zich wat te vertreden in de frivoliteiten van de ontluikende lente.

Ongeveer op hetzelfde moment dook er eveneens een hond op, van het merk cockerspaniël, die vermoedelijk weggelopen was en paniek zaaide met zijn plotse, ietwat druilorige verschijning. Een van de dreumesen zette me daar een keel van je welste op en de zeven anderen volgden gezwind zijn voorbeeld. Het pandemonium dat volgde, deed de onverschrokken en bestralenkranste ridder, die al jaren in me huist, maar zich zelden kan laten gelden, ontwaken. Ik ben een geheel uit voortreffelijkheid opgetrokken persoon en, zeker in vergelijking met Adolf Hitler, de kwaadste niet. Als het erop aankomt, ontpop ik me tot een man van stavast die met het optimisme van een missiepater bloedjes van kinderen beschermt, om van hun begeleidsters nog te zwijgen. De hond zag meteen dat er met mij niet te spotten viel en droop af.

Ik wilde mijn weg vervolgen, maar toen weerklonk er een onthutste gil, die aan de boezem van een der begeleidsters ontsnapte. Ze kwam namelijk tot de ontdekking dat een van de pagadders op onnaspeurbare wijze zijn schoenen kwijtgespeeld was en zich op zijn sokjes voortbewoog. Ze vermaande het joch dat hij dat had moeten zeggen en van de weeromstuit ging de jongen aan het janken, waardoor ook zijn metgezellen in grote droefheid raakten en in ongeordende samenzang de huilmuil uithingen. Christene zielen! Dat was me wat.

De ene begeleidster vertrok op speurtocht en aan de andere vroeg ik of ik haar misschien assistentie kon verlenen. Ze aarzelde even, maar accepteerde toen mijn aanbod, want als die hond onverhoeds terugkeerde, zou ze allicht niet in staat zijn om in haar eentje de gemoederen te bedaren. Haar collega bleef bijna een kwartier weg, want de schoenen hadden zich al helemaal aan het begin van de wandeling van hun eigenaar ontdaan.

Ze bedankten me uitvoerig en als een koene ridder toog ik gezwind naar andere oorden, waar men mijn dienstvaardigheid verbeidde.

Oudjaar met Martine Tanghe

Hè hè! Dat hebben we dus ook weer gehad. Blij dat het achter de rug is. Nu hoef ik overmorgen nog enkel met een jarig gezicht een falanx kaarsjes uit te blazen en dan kan ik me voor de rest van 2014 als een Chinese schim op het achterplan houden, of uitgestrekt liggen op een bedje van lauweren.

Het vertederendste moment van de hele jaarwisseling beleefde ik al op silvesteravond, toen ik naar het televisiejournaal zat te kijken, dat gepresenteerd werd door Martine Tanghe, die ─ ik heb me hier al ten overvloede in lovende bewoordingen over haar uitgelaten ─ een wit voetje bij me heeft, omdat ze zich van onberispelijk Nederlands bedient en omdat ze een onwereldse klasse uitademt.

In de haven van Taiwan was een reuzenbadeend ontploft. Daar moest ik zo erg om lachen dat mijn katten ijlings mijn gezelschap ontvluchtten. Ik was nog niet helemaal uitgelachen of de televisie nam me al op sleeptouw naar het onherbergzame Antarctica, waar een Russisch schip in het pakijs vastgelopen was. De opvarenden ─ onvervaarde wetenschappers en voor niets beduchte toeristen ─ zaten al een week op hun ontzetting te wachten en gaven blijk van opgefokte vrolijkheid, hetgeen zoals men weet een verschijningsvorm van de wanhoop is. In ongeordende samenzang gaven ze een lied ten beste ─ men kan me folteren met dat soort deunen ─ en ze waagden zich zelfs aan een dansje … alsof ze in koeienflatsen trapten. Gelukkig zocht de camera toen zijn heil bij twee pinguïns, die zich op de zuidpool vermeiden en wobbelend over het ijs waggelden …

… en opeens verscheen toen Martine Tanghe in beeld. De camera betrapte haar als het ware terwijl ze naar de heupwiegende pinguïns zat te kijken, met een verzaligde uitdrukking op haar gezicht en een hoofd dat onwillekeurig met hun bewegingen meewiebelde. Het vertederde me en Martine kreeg meteen een nog witter voetje bij me. Ze houdt duidelijk van dieren en net als ik heeft ze wellicht een zwak voor pinguïns. 

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme