Tag: intelligentie

De protestant

De hoofdstraat van het dorp waar ik nog net woon ─ ik heb me aan de rand ervan in een bos verschanst ─ is een uiterst drukke verkeersader, die bovendien op zeer ondoordachte wijze aangelegd is: twee smalle rijstroken, eilanden, drempels, asverschuivingen … Ik heb zo al geen al te hoge dunk van ingenieurs, maar de stedenbouwkundigen aan wiens bouwvallige geest dit misbaksel ontsproten is, hebben volgens mij aan de bron der intelligentie slechts de lippen bevochtigd en ze werden alleszins niet gehinderd door enige kennis van zaken.

Als zwakke weggebruiker en vooral als fietser waag je daar voortdurend je hachje. Artikel 40ter van het verkeersreglement stelt dat een bestuurder bij het inhalen een zijdelingse afstand van minimum één meter moet laten tussen zijn voertuig en een fiets of een tweewielige bromfiets. Jawel, morgen brengen! Ze scheren rakelings langs je heen en ik kan jullie verzekeren dat dit een bijzonder angstaanjagende ervaring teweegbrengt, vooral als het voertuig in kwestie een wegkasteel is, met van die reusachtige en derhalve meedogenloze molenstenen van wielen. Alleen al de jacht van zo’n vehikel blaast je bijna van de sokken.

Vanmorgen reed een fietser met een slakkengang door die straat. In zijn kielzog dobberden wel vijftig voertuigen, want hij had zich doodgemoedereerd in het midden van de weg geposteerd, zodat niemand hem kon inhalen. Telkens als iemand het waagde om achter hem op een claxon te rammen, ging zijn hand de lucht in en stak hij zijn middelvinger op. Aan de rand van het dorp hield hij halt, draaide zich om en herhaalde zijn protest in de andere richting. Bij zijn vierde doortocht heeft iemand hem aangereden, gelukkig zonder erg.

Ik ken de man niet, maar ik zou hem wel wierook toezwaaien, ware het niet dat ik niet goed de geur van wierook verdraag. Zal ik hem dan maar een veer in het achterwerk steken?

Gecensureerde titel

1.
De ene: “Kerstmis valt dit jaar op een vrijdag.”
De andere: “Ho, toch niet op de dertiende mag ik hopen.”

2.
De ene: “Ik heb gisteren een zwangerschapstest gedaan.”
De andere: “En? Waren het moeilijke vragen?”

3.
Ze heeft net een tweeling gekregen en huilt ononderbroken.
De verpleegster: “Waarom huil je? Je hebt twee prachtige baby’s.”
Zij: “Dat wel, maar ik weet niet van wie de tweede is.”

4.
De ene: “Wat is dichterbij? De maan of Parijs?”
De andere: “De maan natuurlijk! Of kun jij Parijs van hieraf zien misschien?”

Zoek nu een toepasselijke titel voor dit tussendoortje in dit lijstje: allochtonen, makaken, zwarte pieten, domme blondjes, mongolen, negers.

Instinkers

Naar jaarlijkse gewoonte heb ik gisteravond mijn spelkunst getest door mee te schrijven aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal. De tekst van deze jubileumuitgave (25) was van de hand van Bart Chabot, die zich kennelijk uitgeleefd had in het Nederlands.

Tussen niemendalletje en blankebabybilletjesprivilege

Geef het Dictee terug aan de kijker, kopte De Telegraaf vorig jaar. Daar schrok het Dictee wel even van. De genuttigde zwezeriken lagen plotseling zwaar op de maag. Maar na een medoc te hebben gedronken, toog het Dictee alsnog welgemoed aan de slag.
Dames en heren thuis en in deze parlementariërsruimte, bij dezen proficiat: u hebt, onder toeziend oog van koning Willy de Tweede, nog steeds nul fouten in uw brossel!
O, als gisteren herinner ik me het eerste Dictee: na aankomst in een havelock met andere BN’ers bij de Eerste Kamer der Staten-Generaal bekroop me het rodelopergevoel. Een halfuurtje later kwam een kokospalm voorbij, en zee-egels uit het Middellandse Zeegebied en een kasuaris en nochtans; en apensoort, apenrots en apekool: een taalkundig houtenjassenpark, en kookte ik vanbinnen want ik kende de Van Dale niet vanbuiten.
De oe’s en a’s waren niet van de lucht tijdens dat gillendekeukenmeidenvertoon van het Nederlands.
Sindsdien hebben we ongelooflijk veel geleerd: aanwensel, bespioneren, ge-sms’t en kippenragout kennen voor ons bollebozen geen trubbels meer, en ook uitentreuren, hawaï-shirt of gestrest en een rock-‘n-rolllegende in goeden doen spellen wij foutloos.
Ooit mocht ik het Kinderdictee schrijven en vergastte de bollewangenhapsnoeten op de oeioeimachine, een perubalsempopulier en een tafa of West-Australische penseelstaartbuidelmuis; een gribbelgrabbel van woorden, alle uit de Dikke Van Dale, de toverballenautomaat van onze taal.
Sla de Dikke willekeurig open en ontdek de geheimenissen van de brougham, een gesloten rijtuig voor twee personen getrokken door één paard; blader door die Ali Babataalschatkamer en ontdek dat een turbe een menigte is, en een turco een Noord-Afrikaanse inlandse tirailleur in Franse krijgsdienst.
Dat was het jubileumdictee. Rest de vraag: wilt u de komende jaren meer of minder dicteeën? Het antwoord moet wel luiden: ‘Meer! Meer! Meer!’

De deelnemers die aanwezig waren in de vergaderzaal van de Eerste Kamer der Staten-Generaal in Den Haag maakten gemiddeld 23 fouten.
De bekende Vlamingen in de vergaderzaal maakten gemiddeld 25 fouten.
De lezers van De Morgen in de vergaderzaal maakten gemiddeld 16 fouten.
De bekende Nederlanders in de vergaderzaal maakten gemiddeld 31 fouten.
De lezers van De Volkskrant in de vergaderzaal maakten gemiddeld 19 fouten.

De winnaar in de vergaderzaal was de eenentwintigjarige Randy van Halen uit Dordrecht met slechts 7 fouten. Wie doet het hem na?!

Ik alleszins niet, want ik maakte 9 fouten. Ik heb ze hierboven in het rood aangeduid en geef hieronder wat toelichting:

– ik schreef Médoc, met accent en met een hoofdletter
– ik schreef van buiten, met een spatie
– ik schreef kippenragoût met een dakje
– ik schreef troubles
– ik schreef Hawaï-shirt met een hoofdletter
– ik schreef gestresst, met dubbele s
– ik schreef rock-and-rolllegende
– ik schreef kinderdictee, met een kleine letter
– ik schreef brown, want ik had nog nooit van een brougham gehoord

Voor meer tekst en uitleg kun je de website van Onze Taal aanklikken, waar men de pennenvrucht van Bart Chabot uitgebreid onder de loep neemt.

Leedvermaak

Schadenfreude ist die schönste Freude, denn sie kommt von Herzen.*

Ik heb hem teruggezien: het asociale stuk chagrijn dat mijn jongensjaren versjteerde en dat ik vanuit mijn tenen haatte.

Ik ben allerminst een hoogvlieger op het gebied van wiskunde en aanverwante vakken, zoals bijvoorbeeld chemie. Ik kan weliswaar de hele periodieke tabel van Mendelejev uit het hoofd opdreunen ─ mijn reet articuleert niet zo lekker ─ maar als ik wat met die elementen moet aanvangen, gaat het steevast grondig fout. Toen ik tijdens mijn schoolopleiding de derde keer een scheikundelokaal betrad, veroorzaakte ik al een bedeesd ontploffinkje, waarna men me met aandrang verzocht om vooral niets meer aan te raken.

Wat wiskunde betreft, kan ik behoorlijk overweg met de vier hoofdbewerkingen. Bovendien beschik ik over een japannertje, dat gretig dergelijke klusjes voor me klaart, al is dat in mijn geval vermoedelijk een verenigdstatertje, want het ding heet Texas Instruments. Zodra er echter algebra of driehoeksmeting aan te pas komt, raak ik compleet het noorden kwijt. Hoe en waarom die tweetjes en drietjes van de hak op de tak springen, is me nu nog steeds een raadsel.

Als ik iets niet begrijp, kan het licht gebeuren dat mijn aandacht verslapt en als mijn aandacht verslapt, ligt verstrooidheid om de hoek. Het was tijdens zo’n verstrooide bui dat een leraar me ongemerkt — hij bevond zich namelijk achter mijn rug — besloop en me een formidabe draai om de oren gaf, die ik totaal onvoorbereid in ontvangst nam. Ik schrok me tureluurs en het zit me blijkbaar nog steeds hoog, want …

… ik heb die dinosaurusdrol teruggezien en constateerde vergenoegd dat hij buitengewoon lelijk oud geworden is.

*Leedvermaak is het mooiste vermaak, want het komt uit het hart.

Lisa en de moordlustige croissants

croissantsEn het geschiedde op een gillend hete middag in het Californische San Diego …

Verschillende klanten van de supermarkt zagen Lisa in haar auto zitten: doodsbleek, de ogen gesloten en met beide handen het achterhoofd omvattend. Een man gaf blijk van enige bezorgdheid. Hij kwam naderbij, tikte op het portierraam en informeerde of alles in orde was. Lisa opende de ogen, zei dat iemand haar in het hoofd geschoten had en dat ze al meer dan een uur probeerde te verhinderen dat er hersens uit haar schedel vielen. De man schrok zich ongeveer een hartverzakking, maar waarschuwde toch meteen de hulpdiensten. Die verschenen met bekwame spoed en zagen zich genoodzaakt om een ruit te verbrijzelen, want het voertuig was gesloten en Lisa weigerde de handen van haar hoofd weg te halen.

Spoedig bleek dat er … tromgeroffel … een deegklomp aan Lisa’s achterhoofd kleefde. Een blik croissantdeeg dat op de achterbank lag, was vanwege de hitte ontploft, hetgeen een luide knal produceerde ─ het schot ─  en waardoor de inhoud ─ het deeg ─ haar tegen het hoofd smakte en daar bleef hangen. Toen ze op de tast probeerde te ontdekken wat er aan de hand was, voelde ze een weke massa en ze veronderstelde dat het haar hersens waren. Ze verloor heel even het bewustzijn, maar toen ze weer bij haar positieven kwam, had ze gedurende meer dan een uur geprobeerd haar vermeende hersens binnenshoofds te houden, tot er hulp opdaagde.

Ik vermoed dat Lisa aan de bron der intelligentie slechts de lippen bevochtigd heeft. In het slechtste geval zouden er volgens mij toch niet al veel hersens uit haar kopje gevallen zijn, want wat er niet in zit, kan er niet uit vallen.

En nee, dit is geen broodjeaapverhaal, maar een waarachtig gebeurde anekdote.

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme