Tag: herfst

In Vlaamse velden … 2

Terwijl de natuur treuzelig aan de herfst begint, is de maïs bezig tot volle wasdom te komen. Het valt me op dat de landbouwers zich in deze contreien in toenemende mate toeleggen op het telen van dit gewas. Het is, ik vertel jullie geen nieuws, een hoogbenige plant die ik persoonlijk nogal eens in de weg vind staan, zoals dat bijvoorbeeld op de onderstaande foto het geval is.

mais

Vanaf deze idyllische picknickplaats op de Ruidenberg kun je normaliter van magnifieke vergezichten genieten, die tot diep in West-Vlaanderen reiken. Nu zit je daar op een maïsmuur te kijken en ik kan jullie verzekeren dat men daar vrij snel op uitgekeken raakt.

mais02

De ranke stengels torsen forse kolven, waardoor ze op frêle mannetjes lijken die met buitensporige erecties pronken, al zal die vergelijking wel weer aan mijn verdorven geest ontspruiten.

mais03

Maïs is niet enkel een hinderlijk groeisel, maar ook een bron van vertier. Men kan er bijvoorbeeld makkelijk in verdwalen, wat sommige snuggerlingen ertoe aangezet heeft om er heuse doolhoven in aan te leggen. Zelf waag ik me daar niet in. Ik beschik namelijk over een bijzonder slecht oriëntatievermogen. Men heeft me ooit eens uit een labyrint moeten ontzetten: een akkefietje dat allerminst een aanbeveling is, maar dat ik hier in een vlaag van verstandsverbijstering toch heb beschreven in ’s Levens kronkelpaden .

mais04

Bovendien vermoed ik dat er in maïsvelden veel ongedierte huist, zoals bijvoorbeeld tarantula’s en zwarte weduwen, of boa constrictors, anaconda’s, of misschien zelfs de uiterst giftige cobra die onlangs in Nederland het … eh … hazenpad koos.

mais05

Weinigen zullen maïs een fraaie, laat staan een decoratieve plant vinden, maar zo nu en dan levert het gewas toch een mooi plaatje op, bijvoorbeeld als de statige, in slagorde opgestelde falanxen een rustiek kasseienstraatje mogen flankeren …

mais06

… of als een jonge spring-in-‘t-veld (letterlijk dan) aan de kudde poogt te ontsnappen …

mais07

… maar dan is er altijd weer de mens, die zich vanwege het hoge gewas onbespied waant en van die gelegenheid misbruik maakt om zich van zijn overtolligheden te ontdoen.

Een slim bedenksel

Ik denk niet dat ik een achterlijk duinkonijn ben, dat aan de bron der intelligentie slechts de lippen bevochtigd heeft. Af en toe waag ik het zelfs om mezelf als gisse jongen en eigenaar van een schrander verstand te beschouwen. Ik ben er me echter ten zeerste van bewust dat ik niet over technische vaardigheden beschik. Mijn ouwelui hebben weliswaar geen schoolgeld aan me verspild, maar er is alleszins geen civiel ingenieur aan me verloren gegaan.

Zo heb ik bijvoorbeeld nog nooit iets uitgevonden, maar als het aan mij ligt, komt daar vandaag verandering in. Voor een goed begrip dien ik jullie eerst de elementen aan te reiken, die mij aan het denken hebben gezet en allicht in spitsvondigheid zullen resulteren:

  • het is volop herfst en de bladeren vallen van de bomen
  • sinds vanmorgen staat er een harde wind die ons bovendien uit het noordwesten aanwaait
  • ik loop nog steeds op krukken en zowel artsen als fysiotherapeuten hebben me opgedragen om dagelijks heel wat meters te maken

Aangezien talloze bomen mijn stulpje omsingelen, dwarrelen er te mijnent nogal wat bladeren naar beneden. De felle wind neemt die op sleeptouw en deponeert die met gulle adem op mijn terras, dat normaliter op de zonsondergang uitkijkt en vandaag dus ook op het tochtgat van de Noordzee. Ik heb al geprobeerd om een beetje schoon schip te maken, maar dat verloopt allesbehalve vlot, vanwege die vermaledijde krukken.

Daarnet kreeg ik echter een lumineus idee. Ik hobbel dagelijks tientallen keren heen en weer over het terras, om enigszins op stoot te blijven. Als ik nu eens aan mijn ene kruk een bezem zou vastmaken en een blik aan de andere …

Neem het me niet kwalijk dat ik mijn schrijfsel hier en nu onderbreek. In me is de uitvinder ontwaakt en die gaat nu onverwijld aan het uitvinden. Volgens mij ben ik nu toch aardig op weg om de Nobelprijs voor finessigheid in de wacht te slepen.

Watersnoodje

De mysterieus om zich heen woekerende natuur die me omringt, is meestal een verzachtende omstandigheid, maar vandaag is dat niet het geval. Het is immers echt lamlendig weer en de beek achter mijn woning, die normaliter onverdroten pleegt voort te huppelen langs met mos begroeide stenen en zodoende een in hoge mate romantisch kabbelen teweegbrengt, is vannacht buiten haar oevers getreden. Het wassende water bedreigt inmiddels mijn tuinhuis. Wellicht zullen zieltogende herfstblaren een verstopping veroorzaakt hebben, want er zijn in deze streek geen dieren gesignaleerd die zich met het opwerpen van dammen onledig houden, zoals bijvoorbeeld bevers.

laarzenIk moet dus het huis uit, om de prut en de drab te trotseren, wat ik niet eens erg zou vinden, ware het niet dat ik ook rubberen laarzen zal moeten aantrekken. Er bestaan geen woorden die kunnen beschrijven wat voor een hekel ik aan dergelijk schoeisel heb. Slobber flotsj slobber flotsj.

Ik zit me trouwens af te vragen wat de uitdrukking ‘buiten de oevers treden’ eigenlijk bij overstromingen komt doen. Als ik het zo bekijk, komt daar bitter weinig treden bij te pas. Water heeft namelijk geen voeten, maar dat wisten jullie ongetwijfeld al. Allez, ik ben weg … slobber flotsj slobber flotsj …  

Een verkwikkende ochtendwandeling

O, wat hou ik van de herfst! Het is zonder enige twijfel mijn favoriete seizoen.
 
Baldadig door herfstblaren stappen is een van de dingen die ik het liefste doe. Ik ben vanmorgen tijdens mijn ochtendwandeling dan ook letterlijk van de platgetreden paden afgeweken, om een mij onbekend weggetje in te slaan, gewoon omdat de blaren zich daar in groten getale neergevlijd hadden om te sterven en om … spelevarend op nogal stiekeme wijze een vrij diepe, met water gevulde put aan het oog te onttrekken.  

Jullie kunnen het al raden zeker? Ik ben inderdaad met manhaftige tred, maar tevens plompverloren in die poel getjoempt, om vervolgens tot halverwege mijn kuiten in slobberende, smakkende smurrie weg te zakken. Ik kan jullie verzekeren dat ik nogal agressief uit mijn kop keek toen ik zompvoetend op beslijkte onderdanen in soppende schoenen de terugtocht van bijna twee kilometer aanvatte. Begon het nog snoeihard te regenen ook!

O, wat verfoei ik de herfst! Het is zonder enige twijfel mijn kwalijkstgeziene seizoen.

plasspringer

Gesneuveld

Gisteren stijfde de wind aan tot een halve storm en als de bomen nog in blad staan, heeft dat meestal gevolgen. Een van de exemplaren die mij toebehoren is dan ook onder het geweld bezweken. Ik heb hem met veel geruis van takken en een doffe plof horen neerkomen. Nu ligt hij daar aan de rand van het bos, geveld, ontworteld, wachtend op de onverbiddelijke kettingzaag. Hij biedt een zielige aanblik, vind ik, maar ik ben nu eenmaal licht ontroerbaar en een makkelijke prooi voor een veel te groot inlevingsvermogen. Als niemand me gadeslaat, durf ik weleens een boom te knuffelen. Ik heb even met de gedachte gespeeld om een eenvoudige dodenwake voor hem te houden, maar dat zou natuurlijk belachelijk zijn. Sommige mensen vragen zich nu al af wat ik geslikt heb.

Zo’n herfststormpje is nog altijd beter dan een cycloon of een tornado. Dat zijn pas destructieve fenomenen. Het zal misschien vreemd overkomen en ik heb er ook niet direct een verklaring voor, maar ik zou nochtans dolgraag een keer zo’n tornado in het echt zien. Natuurverschijnselen boeien mij mateloos, al boezemen ze me soms ook angst in, zoals bijvoorbeeld de bliksem, of vuurspuwende bergen. Het aanschouwen van een wervelwind, vanaf een veilige plaats welteverstaan, prijkt evenwel hoog op mijn verlanglijstje.

Ik zal me straks eens op internet begeven, om uit te vogelen of er soms tornadojagers bestaan die me een keertje willen meenemen op hun barre tocht.

Als dat maar goed afloopt.

‘t Zijn barre tijden

Omdat ik bij haar in de buurt was, bracht ik een blitzbezoek aan een vriendin van me, die net aanstalten maakte om door de herfst veroorzaakte overtolligheden met een bladhark te lijf te gaan. Dat dreigde een karwei van lange adem te worden, want het scheelt echt niet veel of je hebt in haar tuin een stafkaart nodig.

Nu ben ik een grenzeloze goeierd met een hart van suikerschuim, dus maakte ik dat ik wegkwam, om niet veel later terug te keren met mijn elektrische zuighakselaar, die ook kan blazen. Beweren dat ik de klus daarmee tot een fluitje van een cent herleidde, zou in niet geringe mate overdreven zijn, maar alle beetjes helpen, zei de mug, en ze piste in de zee.

Verrichter zake vroeg mijn vriendin of ze me kon plezieren met een kop hete soep.
─”Tomatensoep met balletjes”, verduidelijkte ze, wetend dat die balletjes nog steeds een haast kinderlijke opgetogenheid bij me kunnen bewerkstelligen.
─”Doe maar geen moeite”, probeerde ik beleefd te blijven, maar ze luisterde niet naar me.

Nu ja, veel moeite kostte het haar niet. Ze hoefde zich enkel toegang tot een blik te verschaffen en de inhoud ervan met water in een pan te verwarmen.
─”’t Zijn barre tijden voor iedereen”, zei ze onder het roeren. “De fabrikant heeft duidelijk op de balletjes bezuinigd.”
Bij nader toezien troffen we er inderdaad slechts één armetierig exemplaar van aan.
─”Wanneer heb je die soep gekocht?” had ik een jennetje klaarzitten.
─”Verleden week”, dacht ze.
─”Vandaar”, meesmuilde ik. “Het is nog jonge soep. De ballen zullen vermoedelijk nog niet ingedaald zijn.”

De grap kwam niet aan, merkte ik. Ze keek me aan, gaf wat peilend ogenspel ten beste en verlegde toen haar blik in de richting van het fornuis. Ze begreep er … eh … de ballen van.

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme