Tag: herdenken

Ju!

Declerck

Ik heb hier een paar dagen geleden een drietal foto’s gepubliceerd van een door spoken en/of geesten gekraakte woning, die ik tijdens een van mijn zwerftochten op mijn weg aantrof. Nu weet ik niet of het ene verband houdt met het andere, maar nauwelijks vijftig meter voorbij dat spookhuis kneep ik de remmen dicht bij een van een gedenkplaat voorzien monumentje dat uit de wegberm oprees. Ik las:

Declerck2

Voorbijgangers, het verleden genegen,
hier in Oudenburg kom je dit kruis tegen.
Doe af uw hoed
en groet
want waar dit kruis in Oostkwaeweghe staat,
op de grens van Kwadeweg en Watergangstraat,
is het dat Raymond Declerck
terugkomend van de dorpsmolen van Klemskerk
op 12 maart 1928 is overleden
omdat hij door zijn eigen wagen werd overreden!
Zijn te jonge leven werd verstoord
vlak bij zijn huis De Rode Poort.

Mijn lenige fantasie schoot vleugelen aan en fladderde terug in de tijd, meer bepaald naar de twaalfde maart van het jaar 1928. Volgens internet moet dat een zonnige maandag geweest zijn, met een temperatuur die het vriespunt besnuffelde en een matige oostenwind die de kou doordringender maakte. Ik zag Raymond Declerck met paard en kar komen aanrijden over het weggetje, dat toentertijd nog niet in strak asfalt gehuld was, maar een zanderig pad vol putten en kuilen was. Raymond was naar de dorpsmolen van Klemskerke geweest, om er een lading meel in te slaan. Op de terugweg had hij aan alle kapelletjes en heilige huisjes aangelegd, waardoor hij behoorlijk aan de vracht was.

Toen ze nog zo’n vijftig meter van de thuishaven verwijderd waren, rook Philemon ─ zo heette het paard ─ zijn stal en het zette er nogal onverhoeds de sokken in, waardoor er een meelzak van de kar gleed en op het pad terechtkwam. De moegedronken Raymond toomde de hoogbejaarde knol in, klauterde moeizaam naar de begane grond, wankelde naar de meelzak als een herhaaldelijk aangeslagen bokser, belandde met zijn voet in een verraderlijke put, struikelde en viel.
“Dedju!” vloekte hij.
Philemon, het paard, was niet alleen oud, maar ook een beetje doof en hoorde enkel de laatste lettergreep: Ju!
En daar gingen ze. Nu ja, het paard ging alleszins, maar Raymond … Ocharme. Er bestaan heldhafterige manieren om aan je eind te komen.

Het is heel goed mogelijk dat deze versie niet strookt met hetgeen er werkelijk gebeurd is. Het zou best kunnen dat Raymond een vroom man was, die naar God en gebod leefde en nooit een druppel alcohol tot zich nam, maar dan weet ik niet op welke manier hij onder zijn eigen wagen terechtkwam. Zoeken jullie dat zelf maar uit. Ik heb het hele internet gevlooid om de ware toedracht te achterhalen, maar kreeg nul op het rekest. Ik heb er mijn bekomst van.  

De zingende zakkenwassers

Het zoontje van vrienden was jarig en ik was uitgenodigd om taart te eten en om een cadeautje af te geven, al werd dat laatste niet expliciet vermeld, maar een goed verstaander heeft slechts een half woord nodig.

Toen het gebak, inclusief vijf flakkerende kaarsjes, uit de keuken opdook, ontstond er een nogal ongeordende en dus niet al te stemmige samenzang: Lang zal ie leven!

Het ietwat oudere zusje van de jarige was er niet mee opgezet dat ze niet in het middelpunt van de belangstelling stond. Ze aanhoorde ons drieste gebral met zichtbaar ongenoegen en toen we ermee klaar waren zei ze: “Ik vind het niet leuk dat jullie voor m’n broer schreeuwen.”

Tja, daar hadden we niet van terug.

In Vlaamse velden … 4

Op 11 november 1918 zwegen de wapens en behoorde De Groote Oorlog tot het verleden.

Kollwitz1-vert

Op de Duitse militaire begraafplaats in het Praetbos van het West-Vlaamse Vladslo fungeert Het Treurende Ouderpaar van de Duitse kunstenares Käthe Kollwitz als blikvanger. De beelden bevinden zich aan de achterkant van het kerkhof en staren naar de grafstenen van gesneuvelde soldaten, waaronder die van hun achttienjarige zoon, Peter Kollwitz, wiens laatste rustplaats vlak voor hen ligt.

Toen ik daar verleden week op een druilerige dag was, schoot me een wel zeer toepasselijk gedicht van Anton Van Wilderode te binnen:

Alles is voorbij.
De kinderziekten, de koortsen,
de onredelijke angst voor de kou,
het diepe water, de hoge kersenboom.
De kleine wonden van messen en glas
de wilde jongensspelen.
Hij is heelhuids groot geworden
voor een gevaar dat ik niet kende,
waartegen ik hem niet kon beschermen.
Nooit meer en nooit meer.

Anton Van Wilderode

klaproos

Laag

Ik heb ter gelegenheid van haar verjaardag een fraai bloemstukje bij mijn zus achtergelaten. Ze vertoeft al ettelijke jaren in het dorp van de eeuwige vakantie, waar ze met ma en pa een graf deelt.

Nu ben ik nogal licht geneigd om flora van allerlei slag mooi te vinden. De juistheid van de bewering ‘fraai bloemstukje’ zou dan ook aan twijfel onderhevig kunnen zijn, ware het niet dat ik op weg naar het kerkhof een vriendin tegen het lijf liep, die bij het aanschouwen van wat ik transporteerde een hand voor de verbaasde mond sloeg en riep: “Ho, wat is dat een fraai bloemstukje!” Als zij toen loog, dan ik nu ook.

Ik zou dit schrijfsel met een foto van het bloemstukje in kwestie kunnen verluchten, zodat jullie er zelf een oordeel over kunnen vellen, maar het ornamentje is verdwenen. Men heeft het ontvreemd, om niet te zeggen gestolen. Dat is nu al de derde keer dat iemand zich aan de rustplaats van mijn dierbaren vergrijpt. Zoiets zit me echt niet lekker en ik kan het ook op geen enkele manier billijken. Sommige mensen kennen werkelijk geen fatsoen.

Een zeer treurige prins

Vandaag, maar dan 37 jaar geleden, stapte de amper 21-jarige ‘zeer treurige prins’ uit het leven in een miserabel achterafkamertje in Brugge. Hij was een buitengewoon getalenteerd dichter, maar helaas ook een uitermate getourmenteerde ziel. Zijn naam was Jotie T’ Hooft.

Liefde en ellende

Brood van weken oud heb ik geweekt in water
en opgegeten, terwijl de kou aan mijn tenen
knaagde. Met naalden heb ik in mijn bloed
gewoeld en gezocht. En niets gevonden.
Ik heb op straatstenen geslapen met honger
die door niets nog gestild kon worden
leek het wel.

In nachten, nat en donker, was ik alleen
en mijn stem hoorde niemand. Ziektes
hebben mij bezocht in de jaren, ik wou
vluchten in de dood.

Maar niets was erger dan nu, ik wou
dat je bij me kwam en in mijn ogen keek.

Jotie T’ Hooft

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme