Tag: gedrag

Een gemiste kans

Marcel is dood. Dat verneem ik uit de krant. Ik heb Marcel gekend toen hij nog leefde, al is het heel lang geleden dat onze levenspaden elkaar kruisten. Daar is een toch wel merkwaardige anekdote uit voortgesproten.

Marcel was een geheel uit voortreffelijkheid opgetrokken kunstschilder, met evenwel een nogal kantige persoonlijkheid. Creatieve begaafdheid gaat bijna onvermijdelijk samen met kapsones en een aaneenschakeling van incidenten, waardoor men weinig vrienden overhoudt.

Toen Marcel zijn gewrochten in een Brugse galerij exposeerde, ging ik die bekijken en wat ik zag beviel me wel. Bovendien voelde ik de mecenas in mij ontwaken. Ik knoopte derhalve een gesprek aan met de kunstenaar en bestelde een marine en een landschapschilderij, om er mijn zitkamer mee op te luisteren. Marcel kwam zich te mijnent van de entourage en de lichtinval vergewissen, zodat zijn penseelvruchten er ten volle tot hun recht konden komen.

Een paar maanden later ging ik eens poolshoogte nemen en Marcel liep me voor naar zijn atelier, waar zowel mijn schuimbekkende zeegezicht als mijn sensueel landschap op stapel en op ezels stonden. We dronken koffie en toen Marcel zijn koekje – een evenveeltje, in de wandeling vaak madeleine genoemd – in de hete drank sopte, brak het doormidden en duikelde de helft ervan kopje-onder. Marcel loosde een putdiepe zucht, waardoor ik het danig op de lachspieren kreeg.

Ik hoorde een paar maanden niets meer van hem en toen ik telefonisch naar de vorderingen informeerde, kreeg ik van zijn vrouw te horen dat Marcel het me zeer kwalijk nam dat ik met hem gelachen had en dat hij dientengevolge mijn schilderijen niet wenste af te werken. Van lange tenen gesproken!

Marcel is nu dood en de werken van zijn hand zullen eerlang ongetwijfeld hoge toppen scheren. Helaas heb ik geen werken van zijn hand.

Een ronkedoor?! Ik?!

“Je bent en je blijft een ronkedoor”, zei mijn logeergast, Reinhold, vanmorgen tegen me.

Ik vermoed dat velen van jullie niet weten wat een ronkedoor is. Nog even geduld: ik zal jullie straks van dat gat in jullie kennis verlossen door jullie de correcte definitie van het woord op te dissen.

Ronkedoor is echter ook de bijnaam die me in lang vervlogen tijden ─ hoe lang is dat wel niet geleden? ─ toebedeeld werd door mijn overigens zeer gewaardeerde vriend, Reinhold, die wellicht geen onbekende is voor mijn trouwe lezers, want hij is hier al vaker opgedoken en vernoemd.

Het gebeurde in de aldoor aan de wolken krabbende stad, New York, waar wij samen een kamer betrokken in het Sheraton hotel, in het nette vanzelfsprekend. Toen we ons na een nachtje doorzakken ‘s morgens enigszins probeerden te fatsoeneren om wat te gaan bezienswaardigen, zei Reinhold:
─”Ja man, jij kunt me daar ook een stukje luidop slapen zeg!”
─”Luidop slapen?” lummelden mijn hersens nog in pyjama rond.
─”Snurken!” verduidelijkte hij. “Zowel een kettingzaag als een os moeten het tegen je afleggen. Jij bent een ronkedoor.”

De bijnaam beklijfde, want Reinhold en ik bleven kamers delen, in belendende en verre buitenlanden, en ik bleef snurken natuurlijk. Ooit hebben ze me tijdens een bioscoopbezoek aangemaand om met bekwame spoed de zaal te verlaten. De film die men vertoonde was zo spannend dat ik indutte en met het geronk dat aan mijn mond ontsteeg het plezier van allen daar aanwezig vergalde.

Ronkedoor vind ik trouwens geen vlag die de lading dekt. Oordelen jullie zelf aan de hand van de definitie hieronder:

Ronkedoor
zelfstandig naamwoord, mannelijk
Ontleend aan het Portugese roncador en hetzelfde woord als ronkadoor, in Engelse reisbeschrijvingen van de 18e eeuw voorkomend als ronkedor en runkedor.
Benaming (oorspronkelijk door de Europeanen op Ceylon) gegeven aan een van zijn kudde afgescheiden, alleen levende olifant (meestal, zo niet altijd een mannetje); hetzij (in de meeste gevallen) daaruit gestoten als overwonneling door zijn medeminnaar, hetzij bij een jachtgelegenheid afgedwaald, hetzij ook als getemde vluchteling.
Deze verstotelingen zijn zeer boosaardig van karakter en gevaarlijk voor de mens; vandaar de Portugese benaming roncador, dit is snorker, snoever, grootspreker en vervolgens: twistzoeker, of in ‘t algemeen: schadelijk individu.
De Franse en de Engelse benaming is rogue.

Zeg nu zelf: ben ik een ronkedoor? Enkel de benaming snorker is op mij van toepassing … en ja, misschien ben ik een heel klein beetje van de kudde afgedwaald.

Zoet is mijn wraak

Een aantal maanden geleden kreeg ik een e-mail van Royco. Als ik mijn coördinaten aan ze mededeelde, zou er binnen de twee weken een gratis zakje oplossoep bij me in de brievenbus vallen. Nu ben ik een groot liefhebber van zowel soep als van gratis aanbiedingen, dus liet ik deze gelegenheid niet aan me voorbijgaan.

Het soepje, of althans het zakje poeder waarmee ik soep kon bereiden, is tot op heden niet in mijn brievenbus terechtgekomen. Was het een truc van het bedrijf in kwestie om mijn adresgegevens te achterhalen? Heeft iemand in een postsorteercentrum mijn soepje achterovergedrukt? Of heeft mijn postbode zich op onrechtmatige wijze het voor mij bestemde zakje toegeëigend? Wie zal het zeggen? Vermoedelijk niemand.

Er liggen koude dagen in het verschiet en dan mag ik rond de klok van elven graag even de werkzaamheden onderbreken, om een niet met omslachtige arbeid gepaard gaand soepje tot me te nemen. Ik heb in de supermarkt derhalve een voorraadje kant-en-klaarsoep ingeslagen, maar niet het product van Royco. Ha nee! Ik ben weliswaar niet echt een haatdragend persoon, maar als men me iets belooft en het dan niet doet …

Ik heb Cup-a-Soup van Knorr gekocht. Daar hebben ze bij Royco niet van terug.

Belgische bagger

Als de jaarwisseling in het verschiet ligt, mogen bekende Vlamingen en andere kloothommels die zichzelf zo geweldig vinden dat ze hun eigendunk nauwelijks kunnen tillen, in het weekblad Humo kond doen van hun antwoord op enkele vragen, die op toepasselijke wijze eindejaarsvragen heten. Zoals jullie merken, ken ik nog steeds heel goed de weg in samengestelde zinnen, maar dat is vandaag de zaak niet.

Ene Stijn Meuris, Vlaamse zanger van het zevende knoopsgat, behoort tot de gegadigden die hun mening mochten spuien. Hij kreeg onder meer deze vraag voorgeschoteld:
Wie wenst u wat toe voor 2018 (ten goede of ten kwade)?
Zijn antwoord luidde:
De toekomstige lone shooter die Donald Trump te grazen zal nemen (ik schat tijdens het triomfantelijk afdalen van een vliegtuigtrap): een vaste hand. Met een beetje geluk komt-ie vrij wegens ‘begrijpelijke redenen’.

Dat staat er, zwart op wit, in Humo! Ik had al niet zo’n vreselijk hoge pet op van het heerschap Meuris, maar nu trek ik hem helemaal niet meer. Ik ben ook geen fan van Trump, maar deze eindejaarswens overschrijdt absoluut de grenzen der welvoeglijkheid. Meuris, je moest je schamen!

Wie zich ook moeten schamen zijn de televisiezender RTBF, het weekblad Paris Match en de krant La Libre Belgique.

Enkele maanden geleden heeft de jongerenafdeling van Ecolo (de Franstalige groenen) een pamflet verspreid met een gefotoshopte afbeelding van een gewapende Theo Francken, de Belgische staatssecretaris voor Asiel en Migratie, die ze voor de gelegenheid ook nog in een nazi-uniform gehuld hadden. Alsof dit op zich al geen aanfluiting van het fatsoen is, hebben bovenvermelde media deze foto nu bovendien de prijs van de Waalse media toegekend, als zijnde het communicatiemoment van 2017. Daar valt me toch de bek van open!

We zullen het nog ver schoppen met die onbeschofte Walen. En Theo Francken heeft een wit voetje bij me. Hij doet dat hoegenaamd niet slecht in deze nochtans moeilijke omstandigheden.

Hoe men een azijnpisser wordt

Enige tijd geleden haalde ik de kous onder mijn matras vandaan, raadpleegde de inhoud ervan en constateerde dat ik me eigenlijk wel een nieuwe keuken kon veroorloven. Ik ondernam de nodige stappen …

… en verleden week kreeg ik bericht dat men die zou komen plaatsen. Het is verbazingwekkend wat er zich allemaal in een keuken ophoudt en verschuilt. Een hele middag beroofde ik kasten van hetgeen ze herbergden en ontruimde ik het vertrek waar het nieuwe meubilair onderdak zou krijgen. Toen ik daarmee klaar was, had ik in een belendende kamer een grote chaos aangericht, liep ik ongeveer op mijn tandvlees en verging ik van de dorst.

Vertwijfeld greep ik naar de fles, te weten de eerste de beste petfles die daar binnen handbereik stond te staan, in de veronderstelling dat die water bevatte. Ik zette die aan de mond en nam een gulzige slok. God van de hoge hemel en santé mijn ratje! Ik proestte, ik hoestte, ik walgde en ik spuwde. De fles waaraan ik me laafde, bevatte namelijk geen water, maar azijn! Er bestaan aangenamere vloeistoffen als je het mij vraagt, maar wie vraagt mij wat.

Ja, mensen zijn misselijk … eh … missen is menselijk.

De Griekse beginselen

In het alom bekende Keniaanse natuurreservaat, de Masai Mara, heeft men onlangs twee mannelijke leeuwen ontdekt, die met elkaar lijken te paren en dus homofiele trekjes vertonen.

In Kenia is homoseksualiteit evenwel strikt verboden, zelfs in de eenentwintigste eeuw. Wie er zich aan overgeeft en betrapt wordt, riskeert een gevangenisstraf die tot veertien jaar kan oplopen. Het ‘onoorbare’ gedrag van deze leeuwen noopt de achterlijke malloten die het land besturen derhalve tot maatregelen.

Ene Dr. Ezekiel Mutua – ik koester grote twijfels omtrent de geldigheid van de titel die hij aan zijn naam toevoegt – die verantwoordelijk is voor de censuur in dat Afrikaanse land – ja, jullie lezen het goed – eist maatregelen. Hij is de mening toegedaan dat de leeuwen hun seksuele uitspattingen afgekeken hebben van mannen, die zich in de bosjes van het natuurreservaat verschuilen, om … eh  … het met elkaar te doen.

Ik vermoed dat Dr. Mutua mijn blog niet zou lezen. Mocht hij dat wel doen, wil ik toch even het volgende aan hem kwijt:
Als ik homo zou zijn en de behoefte gevoel om tot de actie over te gaan en een kunstje te maken, zal ik toch zeker geen afwerkplek kiezen, waar leeuwen me kunnen bespieden, want het is algemeen bekend dat zulke roofdieren hun activiteiten meestal niet tot bespieden en imiteren beperken.

Vindersloon

Luidens een spreekwoord vangt een vliegende kraai altijd wat. Dat zal vermoedelijk ook het geval zijn voor de fietsende kraai die ik ben, al verkies ik toch een uil te zijn. Het gebeurt immers niet zelden dat mijn arendsblik ─ ik heb vandaag kennelijk wat met vogels ─ onderweg een verloren voorwerp ontwaart, dat ik me dan zonder schroom en zonder aarzelen toe-eigen.

Tot op heden behoren een bankbiljet van vijftig euro en een verrekijker van een duur merk tot mijn belangrijkste vondsten. Verder heb ik in de loop der jaren een niet gering aantal onbenulligheden verzameld, die te mijnent geen andere functie hebben dan voortdurend in de weg liggen.

Verleden vrijdag vond ik een identiteitskaart en een bankpas in de berm. De eigenaar ervan bleek gelukkig lid van een fietsclub te zijn, want de ledenlijst ervan was de enige plek op internet waar ik hem aantrof, inclusief zijn adres en telefoonnummer. Hij woonde in een naburig dorp en was zo opgetogen dat hij al nauwelijks een kwartier later bij me aanbelde.

Hij wilde me belonen en probeerde me herhaaldelijk een briefje van twintig euro toe te stoppen, maar ik bleef dat resoluut weigeren.

Hij vertrok en ik bleef onbeloond achter …

… maar toen ik gisterenmorgen mijn brievenbus opende, lag dat geld daar verleidelijk naar me te lonken.

Sommige mensen zijn ongezeglijk en hebben blijkbaar geld in overvloed.

Copyright Uilenvlucht 2018 Frontier Theme