Tag: flora

Applaus

Om de gillende hitte te vermijden heb ik gisterenmorgen op een gruwelijk vroeg tijdstip ─ meteen na het holst van de nacht ─ een fietstocht ondernomen. Dat viel aardig mee, om niet te zeggen dat mijn nogal ontijdige uitstap een groot succes was. Ik oogstte veel bijval en kreeg voortdurend staande ovaties van zij die zich in de wegbermen ophielden. Van klaprozen kun je dat natuurlijk verwachten.

Waarom weet ik dit?

grashalmWe zijn met velen die met volle teugen genieten van de geur die opstijgt uit een pas gemaaid gazon of grasveld. Nu blijkt dat aangename aroma echter afkomstig te zijn van sneuvelende grassprietjes, die het luchtje uitstoten als waarschuwingssignaal voor hun soortgenoten, teneinde die ervan te verwittigen dat er gevaar dreigt. Wat we ruiken is dus eigenlijk de geur van paniek en angst.

Dit wetende, zal ik wellicht nooit meer met dezelfde onbevangenheid kunnen genieten van de geur die opstijgt uit een pas geschoren grasveld.

En jullie? 

De klapbloem en de korenroos

korenbloemen klaproos

Ik heb last van mijn geheugen. Niet dat ik dingen vergeet of zo. Wel integendeel! Ik onthoud veel te veel en meestal volslagen onbelangrijke zaken. Als ik bijvoorbeeld klaprozen opmerk, leggen mijn hersens onmiddellijk een verband met korenbloemen. In een ver verleden heb ik wellicht een gedicht, een lied of een prozatekst aan mijn geheugen toevertrouwd, waarvan alleen de titel ‘De klaproos en de korenbloem’ is blijven hangen. Ik ben te rade gegaan bij internet en heb daar ontdekt dat ene Remi Ghesquiere in lang vervlogen tijden inderdaad een lied met die titel geschreven heeft, maar omtrent de inhoud van dat meesterwerk laat men me in het ongewisse, hetgeen mij ten zeerste ergert, want als ik wat zoek, wil ik dat ook graag vinden.

Het ontbreekt Vlaanderen alleszins niet aan klaprozen. De Canadese dichter, John Mc Crae, had in 1915, tijdens De Groote Oorlog, al in de gaten hoe weelderig de poppies in Flanders fields blowden en dat is sindsdien niet veranderd. Wel zie je ze bijna nooit meer in het gezelschap van de veel zeldzamere korenbloemen, wat vroeger wel het geval was, meen ik me te herinneren. Tijdens mijn ongebreidelde wandel- en fietstochten speur ik nochtans vrijwel onafgebroken de ruige ruimte der natuur af, op zoek naar een plek waar die veldbloemen samenhokken, maar dat bleef zonder resultaat, tot ik ze anderhalve week geleden bij elkaar aantrof en vreugdevol hun samenzijn vereeuwigde. O, wat was ik blij! Een klein uur later werd ik aangereden door een motorfiets en belandde ik op krukken. O, wat was ik ongelukkig!

Ondertussen loop ik nog steeds op krukken, maar zodra ik weer goed ter been ben, ga ik op zoek naar bronsgroen eikenhout, waarin een nachtegaaltje zingt, en naar een mals korenveld, waarover het lied des leeuweriks klinkt. Ik denk dat ik me daarvoor naar Limburg zal moeten begeven. En terwijl ik toch bezig ben: ik zoek me al jaren het ongans naar de tekst van een moderne bewerking van een fabel ‘Le rat de ville et le rat des champs’ van Jean de La Fontaine. Ik herinner me enkel de beginregels en die klinken zo:
Je me lève. Je me frotte les yeux. Puis je regarde par la fenêtre. Quelle belle journée! Si j’en profitais pour aller voir mon cousin, le rat des champs …

Meer herinner ik me niet, maar die zinnen blijven dusdanig door mijn kop malen, dat ik graag het vervolg wil kennen. Ik houd me aanbevolen en ben bereikbaar via het contactformulier.

In Vlaamse velden … 9

aronskelk

Met het schaamrood op de kaken moet ik bekennen dat ik niet onderlegd ben in de botanica, ofte de plantkunde. Toen ik derhalve de gevalletjes van de foto’s hierboven langs mijn weg aantrof, wist ik eerst niet goed wat ik zag en dacht ik vervolgens dat ik dwergtrostomaatjes aanschouwde. Niet dus. Het blijkt de vrij zeldzame Italiaanse aronskelk te zijn. Of is het de gevlekte? Ik mag me in alle geval gelukkig prijzen dat ik niet van die tomaatjes geproefd heb en dit nog kan navertellen, want naar verluidt zouden die giftig zijn.

Voor hetzelfde geld was ik dood geweest. Om erger te voorkomen, kan ik dus maar beter met bekwame spoed een boekje kopen ─ een vademecum heet dat, geloof ik ─ met tekst en uitleg over de groeisels in onze contreien.

Op het slagveld

De fiets brengt me af en toe op het traject van de eeuwenoude, want door de Romeinen aangelegde heirweg tussen het Franse Cassel en Brugge.

Wie beschrijft mijn aan verbijstering grenzende verbazing toen ik daar, ter hoogte van de vroegere militaire kazerne in Zedelgem – tegenwoordig het Provinciaal Opleidingscentrum voor Veiligheidsdiensten – een ware ravage aantrof, alsof daar kort voordien een niets ontziende windhoos huisgehouden had. Vele tientallen populieren waren gesneuveld en lagen neergeveld in de bermen een troosteloze aanblik te bieden. Het was te treurig voor woorden en in mijn hoedanigheid van natuurvriend raakte ik dan ook in grote droefenis.

Het spreekt vanzelf dat ik me binnen de kortste keren tot bevoegde diensten wendde, teneinde mijn ongenoegen te uiten en om tekst en uitleg te vragen omtrent de slachtpartij. Ik vernam dat de bomen naar schatting zestig jaar oud waren, hetgeen betekende dat ze meer dan kaprijp waren en uit veiligheidsredenen effectief dienden geveld te worden. Men voorzag eerlang een aanplant van streekeigen hoogstambomen.

Ik heb inderdaad een paar exemplaren met stamrot opgemerkt, maar het overgrote deel van de slachtoffers vertoonde geen enkel mankement en zag eruit als op het fotootje rechtsonder.

Tja, wie ben ik dat ik boomdokters zou tegenspreken? Ik blijf het wel heel erg jammer vinden. Ze waren zo mooi …

heirweg

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme