Tag: bier

Vliegt de Blauwvoet!

rodenbachIk knap er danig op af, maar ik vecht waarschijnlijk tegen de bierkaai, hetgeen je in dit geval bijna letterlijk mag nemen.

Steeds meer Vlaamse bedrijven en organisaties zijn de mening toegedaan dat slogans in het Engels interessanter klinken dan in hun moerstaal. De bierbrouwerij Rodenbach uit het West-Vlaamse Roeselare ligt nu ook in hetzelfde gasthuis ziek. Ze vinden het namelijk nodig om hun brouwsel aan te prijzen met de slagzin: Cheers to the unexpected. Je zou het van Rodenbach niet dadelijk expecten.

De naam Rodenbach heeft immers nogal wat weerklank in de Vlaamse contreien. Albrecht Rodenbach, de dichtende supervlaming, was een neef van de stichter van de brouwerij. Hij schreef onder meer De Blauwvoet, het lied der Vlaamsche zonen, dat toentertijd het strijdlied van de katholieke Vlaamse studentenbeweging was en nu nog steeds op Vlaamsgezinde bijeenkomsten – zoals bijvoorbeeld de  IJzerbedevaart en het Vlaams Nationaal Zangfeest – te horen is.

Ik denk niet dat Albrecht zich nu zal omdraaien in zijn graf, maar in mijn hoedanigheid van Vlaamsche zoon en bierdrinker nodig ik andere Vlaamsche zonen en bierdrinkers uit om  … eh … uit een ander vaatje tappen, om to the unexpected te cheeren.

Vanmorgen vloog hij nog

Ik fietste net zo min als een vliegende reetscheet als met een slakkengang door de uitbundige bossen van het groendomein Beisbroek, een boogscheut ten zuiden van Brugge. En toen gebeurde het …

Uit het struikgewas aan mijn rechterzijde schoot plots een merel tevoorschijn. Hij merkte me te laat op, maar probeerde toch nog onbesuisd zijn voorrang van rechts te nemen en – hoe is het godsterwereld mogelijk!? – dwars doorheen mijn voorwiel te vliegen. De spaken produceerden een zingend geluid, veren dartelden in het rond als distelpluizen en de vermetele vogel stortte morsdood neer op het pad.

Ik was niet alleen erg geschrokken, maar ook ten zeerste ontdaan, dus hield ik iets verderop halt bij de brasserie Mary Tudor, om er enigszins van de doorstane emoties te bekomen.

MaryTudor

Deze door bossen omsingelde pleisterplaats beschikt volgens mij over een van de fraaist gelegen terrassen die men in de omgeving van Brugge kan vinden.

BrugseZotAan een belendend tafeltje hadden twee dames op leeftijd plaatsgenomen, die geheel uit voortreffelijkheid opgetrokken waren en klasse uitademden. Ze hielden een kwieke stroom van opgeruimd gebabbel gaande en dronken braafjes koffie tijdens dat onderhunsje, maar opeens besloten ze aan de flep te gaan en een biertje te likken. Ze wenkten de ober, bestelden elk een Brugse Zot en deden dat op samenzweerderige wijze, alsof ze zich voorgenomen hadden om een zonde te bedrijven en dan nog niet eens een dagelijkse zonde, maar meteen het betere werk: een doodzonde.

De Brugse Zotten verschenen prompt.
“Me goan e kè tikk’n”, zei een van hen en haar ogen flonkerden ondeugend.
Terwijl ze tikten, plooide ik een glimlach, want ik herinnerde me plots een bejaard stel dat enkele jaren geleden mijn levenspad kruiste en dat ik toen beschreven heb in Lief schroothoopje van me.

Me goan e kè tikk’n … Ik blijf het een hartverwarmend gebruik vinden.

De supporter

Ik vergezelde een vriend van me naar de opslagruimte voor bejaarden, waar zijn opa al enige tijd verblijft. Met de moeite die eigen is aan de ouderdom keutelde de voorvader met ons mee naar de cafetaria, om er zich met welhaast kinderlijke gretigheid over een pater te ontfermen. Ik bedoel natuurlijk een trappistenbier, in dit geval van Westmalle. Hij glunderde als het ware zijn leeftijd weg toen hij het grote, onhandige glas naar de lippen bracht … en zich morsend benatte, omdat de man aan het belendende tafeltje uitgerekend op dat moment een soort oorlogskreet slaakte.
“Mascarpone!” riep hij krijgshaftig.

Opa depte per zakdoek het bier van zijn borst en ondernam een tweede poging, die ook bijna faliekant afliep, omdat onze buurman zich opnieuw luidkeels liet gelden.
“Orang-oetan!” schreeuwde hij.
“Camiel, het is nu welletjes geweest!” vermaande de barvrouw hem en even later kwam ze naar ons toe om ons tekst en uitleg te verstrekken.

Op een televisietoestel iets verderop voltrok zich een rit van de Ronde van Italië, waaraan ook de renners Scarponi en Urán deelnamen. Telkens als een van hen in beeld verscheen, voelde Camiel kennelijk de onweerstaanbare neiging om met luider stemme hun namen te vermassacreren.

Het was zijn jongensachtig verzet tegen de ouderdom en dat lijkt me nog altijd beter dan in een rolstoel zitten kwijlen.

Tuinarbeid is dorstig

De gelagkamer van de drenkplaats behelsde slechts vier mensen: een kastelein die kleine beroepsbezigheden verrichtte en drie kroegtijgers van middelbare leeftijd, die naast elkaar aan de tapkast zaten, er enigszins aangewit uitzagen, zich over blonde rakkers ontfermden en daar zichtbaar verstand van hadden. Ik hees me eveneens op een kruk en bestelde een Hoegaarden. Op het moment dat die voor mijn neus landde, zwaaide de deur open en op de drempel verscheen een wezen van engelachtige schoonheid …

Nee, ik vergis me. Ik heb kennelijk nog steeds last van het dichtvuur dat gisteren plotsklaps in me ontbrandde. De deur zwaaide open en op de drempel verscheen een nogal verzopen man die een door drank aangerichte glimlach tentoonspreidde en zich met improviserende tred bij ons voegde.
“Ik was in de tuin aan ‘t spitten,” wauwelde hij, “maar mijn spade viel opeens stil. Geen brandstof meer, dus kom ik noodgedwongen even tanken.”

dronkenBinnen de kortste keren ledigde hij het glas en toen vroeg hij:
“Hoe lang moeten de uitlopers van pootaardappelen eigenlijk zijn voor je die mag planten?”
Ik wist het niet, maar een van de aanwezigen blijkbaar wel.
“Ongeveer een centimeter”, zei die.
“Dat halen die van mij volgens mij niet”, kregen we te horen, “Ik denk dat ik net genoeg tijd heb voor nog een pils.”

Ik schoot in de lach en de man was duidelijk blij met het succes dat hij bij me oogstte.
“En geef die brave mens ook wat,” zei hij en hij wees me aan met een ietwat onzekere vinger.

Spottershuisje brandt ook

Ik bezoek af en toe een website waar men graag de draak steekt met en zich verkneukelt in de blunders en flaters die men her en der op internet aantreft. Onlangs waren ze geestig ten koste van een bankier die het adjectief astronomisch abusievelijk door gastronomisch verving. Terwijl ze daar de spot mee dreven, gingen ze echter zelf in de fout en niet zo’n klein beetje: met één pennenstreek veegden ze immers de stad Antwerpen van de Belgische kaart en verhuisden die naar … het Koninkrijk der Nederlanden. Als miskleun kan dat tellen.

antwerpen

Die volksverhuizing bleef vanzelfsprekend niet onopgemerkt. Men publiceerde ootmoedig een rectificatie en Antwerpen kreeg opnieuw zijn rechtmatige plaats in Belgenland toebedeeld. Of we daar nu eigenlijk echt blij mee zijn, laat ik in het midden. De troostende toevoeging dat het Belgische bier veel beter is dan dat van onze noorderburen is wel een opsteker natuurlijk.

antwerpen2

Copyright Uilenvlucht 2018 Frontier Theme