Tag: bezienswaardigheden

Uitgelaten en uitgelaten

In deze mooie lentedagen verschijnen runderen van beiderlei kunne en alles daartussenin druppelsgewijs in de weiden, al kun je zulke massief geschapen dieren bezwaarlijk met druppels vergelijken. Als ik een vrachtwagen zijn lading groot vee aan de natuur zie toevertrouwen, mag ik graag halt houden om die gebeurtenis gade te slaan, want ik vind het een hartverheffend tafereel als koeien huppelend van plezier hun montere kontjes … nu ja, hun barokke achterkastelen in de lucht gooien.

Sommige zien er gelikt en proper uit, alsof ze net onder een douche vandaan komen. Bij andere daarentegen is de achtersteven bedekt met een korstige laag substantie, waarvan ik geredelijk veronderstel dat het modder is, al ben ik er vrijwel zeker van dat die veronderstelling niet met de waarheid strookt. Appetijtelijk is anders.

smeerstier

Maar goed, dan mag je als koe, stier of os na de lange wintermaanden eindelijk uit die donkere, bedompte stal en dan denk je dat je alles hebt gehad, maar dan krijg je dit nog:

modderbad

Een exotisch drama

Op 20 november maakte ik hier ─ lees: In Vlaamse velden … 12 ─ melding en publiceerde ik een afbeelding van de verrassende ontmoeting die mij in de buurt van Brugge te beurt viel, namelijk de confrontatie met een uit zijn habitat losgerukte olifant (zie inzet).

olifantenleed

Onlangs kwam ik opnieuw op die plek en tot mijn grote ontsteltenis ─ nu ja, laten we wel wezen: zo groot was die nu ook weer niet ─ lag de olifant in kwestie daar op apegapen, indien hij al niet de geest gegeven had. Ik dacht eerst dat een Amerikaanse tandarts, die voor zijn plezier leeuwen vermoordt, zich nu ook met olifanten onledig hield. Vervolgens maakte ik aanstalten om stropers te beschuldigen, maar aangezien het dier nog over zijn slagtanden beschikte, weliswaar in afgebroken toestand, waren ook zij boven verdenking verheven. Vandalen misschien?

Ik ging op onderzoek uit en vernam dat een venijnige wind de zevenhonderd kilogram wegende mastodont omvergeblazen had, hetgeen me danig teleurstelde, want van een olifant verwacht men geredelijk dat die tegen een (wind)stootje kan. Niet dus. Naar verluidt zijn de eigenaars wel van plan om het beest te laten herrijzen.     

Een wilde boerendochter

Aan de rand van het polderdorp viel er kennelijk wat te bezienswaardigen, want ik zag een samenscholing van mensen voor me opdoemen. Ik merkte tevens een politievoertuig en een brandweerwagen op.
“Wat zou er daar gebeurd zijn?” vroeg ik me af in mijn hoedanigheid van uitermate nieuwsgierig persoon en ik fietste snel in de richting van het volksoploopje, eveneens in mijn hoedanigheid van nieuwsgierig persoon.

Er bleek een fors koebeest in een diepe sloot gesukkeld te zijn en het had nogal wat voeten in de aarde voor men het klaaglijk bulkende rund takelend uit zijn benarde positie kon bevrijden. Toen Bertha ─ zo heette ze ─ opnieuw goed en wel in de weide stond, zette ze het binnen de kortste keren op een lopen en tijdens dat drafje gooide ze van puur contentement een paar keer haar machtige kont in de lucht. ‘Ze schuddege mee eur gat’ zoals Ivan Heylens wilde boerendochter deed toen iemand haar een tong draaide. Terwijl haar melkfabriekje opgetogen heen en weer klotste ─ ik bedoel dat van Bertha, niet dat van de boerendochter ─  fietste ik vrolijk verder, blij met de goede afloop.

In Vlaamse velden … 9

aronskelk

Met het schaamrood op de kaken moet ik bekennen dat ik niet onderlegd ben in de botanica, ofte de plantkunde. Toen ik derhalve de gevalletjes van de foto’s hierboven langs mijn weg aantrof, wist ik eerst niet goed wat ik zag en dacht ik vervolgens dat ik dwergtrostomaatjes aanschouwde. Niet dus. Het blijkt de vrij zeldzame Italiaanse aronskelk te zijn. Of is het de gevlekte? Ik mag me in alle geval gelukkig prijzen dat ik niet van die tomaatjes geproefd heb en dit nog kan navertellen, want naar verluidt zouden die giftig zijn.

Voor hetzelfde geld was ik dood geweest. Om erger te voorkomen, kan ik dus maar beter met bekwame spoed een boekje kopen ─ een vademecum heet dat, geloof ik ─ met tekst en uitleg over de groeisels in onze contreien.

Een wulpse deerne

Ten plattelande, meer bepaald in Snaaskerke bij Oostende, doemde plots een reusachtige muurschildering voor me op, voorstellende een bucolisch tafereel met een beekje, enkele runderen en een nogal wulpse deerne.

muurschildering

Het spreekt vanzelf dat een kunstwerk van die schoonheid en omvang op heel wat belangstelling kon bogen. Ik was lang niet de enige die zich eraan vergaapte …

koeien

Knudde met ‘n rietje

Naar verluidt zouden de zon en de maan vanmorgen verstoppertje gespeeld hebben. Ik weet het enkel van horen zeggen, want zelf heb ik geen kloten … neem me niet kwalijk … geen bal van die veelbesproken eclips gezien. Ik heb nochtans gekeken, maar dweilgrijze wolkenpakken in hevig gedrang verduisterden de verduistering. Achteraf beschouwd was het alleszins niet de moeite om er levensduur aan op te offeren. Kijk, als Moeder Natuur haar beste beentje voorzet om ons op een fenomeen te vergasten, dan wil ik dat ook kunnen aanschouwen. Zo ben ik ooit helemaal naar het hoge Noorden gereisd om met eigen ogen het fameuze noorderlicht waar te nemen. Wel, ik heb daarginds heel veel waargenomen, zelfs rendieren, maar dat noorderlicht was in geen velden of wegen te bespeuren.

Nog zoiets. Vandaag begint de astronomische lente en in mijn ogen is dat de enige echte lente. Er bestaat ook een weerkundige lente, die op 1 maart van start gaat, want waarom zou men de zaken gemakkelijk maken als het ook moeilijk kan? En wanneer denken jullie dat die enige echte lente begint? In het holst van de komende nacht, om 23.45 uur. Ik zal er alleszins niet voor opblijven, want ik zal waarschijnlijk nog wakker zijn, niettegenstaande het onchristelijke uur.

Vanmorgen zag ik een troep sneeuwklokjes in Koekelare. Ze waren met belachelijk veel … en meer heb ik daar niet over te zeggen.

sneeuwklokjes

Meedogenloos

Ik maakte van deze prachtige nazomerdag gebruik om een fietstocht te ondernemen. Die bracht me onder meer naar de kust, waar ik getuige was van de genadeloze verwoesting van de zandsculpturen, die gedurende twee maanden het Oostendse strand opfleurden. Een meedogenloze kraan maakte het werk van 33 kunstenaars uit 13 landen binnen de kortste keren met de grond gelijk. Terwijl ik dat ietwat meewarig stond te bekijken welde er spontaan een gedicht in me op. Als ik niet omringd was geweest door honderden andere toeschouwers zou ik het wellicht uit volle borst gedeclameerd hebben, begeleid door het pathetische bruisen van de zee. In plaats daarvan geef ik het hieronder een bescheiden plaatsje:

Zandsculpturen

 

Ainsi, c’est indéniable
toute création
et toute passion
est un château de sable.
Amour, joie ou mépris
haine, pleur ou tristesse
amitié, allégresse
sont par le temps détruits.
Yann Martin

Vertaling:
Derhalve valt het niet te ontkennen dat iedere schepping en iedere passie een zandkasteel is. Liefde, vreugde of misprijzen, haat, tranen of droefenis, vriendschap en vrolijkheid worden door de tijd verwoest.

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme