Waarom weet ik dit?

grashalmWe zijn met velen die met volle teugen genieten van de geur die opstijgt uit een pas gemaaid gazon of grasveld. Nu blijkt dat aangename aroma echter afkomstig te zijn van sneuvelende grassprietjes, die het luchtje uitstoten als waarschuwingssignaal voor hun soortgenoten, teneinde die ervan te verwittigen dat er gevaar dreigt. Wat we ruiken is dus eigenlijk de geur van paniek en angst.

Dit wetende, zal ik wellicht nooit meer met dezelfde onbevangenheid kunnen genieten van de geur die opstijgt uit een pas geschoren grasveld.

En jullie? 

Telenet, wat is dit voor ongein?

Er is een tijd geweest dat ik niet over voldoende loftuitingen beschikte om Telenet te bejubelen. Ze voorzien mijn woning van een groot aantal zenders, die ze me per digitale televisie bezorgen, van een snelle internetverbinding en van zowel vaste als mobiele telefonie. Dat kost me iedere maand een flinke stuiver, maar daar mem ik niet over, als hetgeen ik er voor in de plaats krijg van deugdelijke kwaliteit is. Zelfs een sporadisch kinkje in de kabel neem ik er dan graag bij.

Sinds een aantal weken wordt de mailbox die ik bij Telenet heb echter overstelpt door een lawine van spamberichten. Schijthuizen kun je ermee dekken. Het loopt werkelijk de spamgaten … eh  … de spuigaten uit. Die boodschappen lijken afkomstig van grote bedrijven zoals onder meer Carrefour, NMBS, Bol.com, Ici Paris, Delhaize, Colruyt, Dreft, Nokia en Dyson, maar eigenlijk vinden ze allemaal hun oorsprong op de Filippijnen, in India of in de USA. Ik zou inmiddels talloze prijzen gewonnen hebben, kon allerhande vouchers incasseren en van adembenemende kortingen genieten als ik tenminste een link in die boodschappen had aangeklikt, wat ik vanzelfsprekend niet gedaan heb en ook nooit zal doen.

Ik loop het risico dat ik door de bomen het bos niet meer zie, of eerder omgekeerd: dat ik door het bos de bomen niet meer zie. Tussen die vele tientallen nepberichten kan er altijd eentje schuilgaan dat er voor mij wel toe doet en dat ik argeloos naar mijn spammap wegklik.

Het probleem doet zich enkel voor bij mijn mailadres bij Telenet, dat ik overigens zelden gebruik. Ik heb drie mailboxen bij Gmail, twee bij Outlook, twee bij Yahoo! en drie op mijn eigen domeinnaam. Die krijgen zelden of nooit spam binnen.

Het is een schrale troost dat in mijn kennissenkring vrijwel alle bezitters van mailboxen bij Telenet die ongewenste post over zich heen krijgen.

Foei Telenet! Doe er wat aan!

Op zoek naar de dodo

Jullie zullen ongetwijfeld gedacht hebben dat ik van de aardbodem verdwenen was, maar niets is minder waar, want hier ben ik weer! Onkruid vergaat niet.

Als ik vooraf niet aangekondigd heb dat ik er even tussenuit zou knijpen, dan was dat om te vermijden dat ongewenst bezoek zich tijdens mijn afwezigheid toegang tot mijn woning zou verschaffen, om zich op wederrechtelijke wijze mijn schamele bezittingen toe te eigenen.

Ik heb mezelf gedurende een paar weken zoekgemaakt op wat men in de wandeling een paradijselijke plek pleegt te noemen. In mijn geval was dat het eiland Mauritius, dat zich in de Indische Oceaan boven de zeespiegel verheft: een stuk van de hemel dat op aarde gevallen is en eigenlijk geen spek voor mijn bek, want wie daar wil verblijven, moet zich schreeuwend dure opwellingen kunnen veroorloven.

Mij is echter het geluk beschoren dat ik daarginds sinds jaar en dag een beroep kan doen op een vriend. Hij heet Hurrynarain, hetgeen zo’n ingewikkelde naam is dat we – zijn echtgenote en ikzelf – hem meestal Gyan noemen. Dat bekt lekkerder.

Als ik derhalve naar Mauritius reis, en dat heb ik inmiddels twee keer gedaan, hoef ik enkel een vliegbiljet aan te schaffen, want logies en voedsel worden me gratis verstrekt en dat scheelt vanzelfsprekend een slok op een borrel.

Ik dwaalde er door de botanische tuinen van Pamplemousses, bezocht het droomeiland Ile aux Cerfs en de watervallen van Chamarel, genoot van de bruisende hoofdstad Port Louis, vermeide me op waarlijk sprookjesachtige stranden en ging ook op zoek naar de fameuze dodovogel …

… maar die bleek uitgestorven te zijn. Dat is misschien maar goed ook, want de wereld heeft nooit een lelijkere vogel voortgebracht.

534867707

Van de pot gerukt

Ik had in een internetwinkel een hebbeding gekocht en men liet me per e-mail weten dat ik het pakket vandaag mocht verwachten.

Vanmorgen zat ik al om acht uur met gespitste oren op het vinkentouw, klaar om, als de deurbel ging, toe te springen als een bok op een haverkist. Om halfnegen werd ik enige aandrang gewaar. Om negen uur moest ik hoog naar de wc. Om halftien hield ik het niet langer uit.

Ik spoedde me naar het kleinste kamertje van mijn huis, vestigde me daar op de porseleinen pony en begon … tja, hoe kan ik mijn bezigheid op een enigszins fatsoenlijke manier verwoorden? Weten jullie wat? Ik laat jullie zelf een geschikte uitdrukking kiezen. Ik vestigde me dus op de porseleinen pony en begon
– mijn ruggengraat te verlengen;
– een knijpbriefje af te vaardigen;
– een bout uit te draaien;
– een nest jonge hondjes te verzuipen;
– een bruine trui te breien.

Terwijl de door jullie gekozen activiteit een aanvang nam, schalde de deurbel. Je zult het nooit anders zien. Ik vloekte, voerde inderhaast een paar noodzakelijke handelingen uit en repte me vervolgens naar de deur, om de koerier op een haartje te missen. Ik kon enkel nog een glimp van zijn auto opvangen.

Hij heeft een berichtje in mijn brievenbus achtergelaten. Hij komt morgen terug.

Gebakken lucht?

In het stadje Oudenburg viel mijn oog op het uithangbord van een friettent met een originele naam: Hakuna Patata.

HakunaPatata

De bedenker ervan heeft zich waarschijnlijk laten inspireren door de titel van het beroemde lied, Hakuna Matata, uit de tekenfilm De Leeuwenkoning van Walt Disney Pictures. Daarbij heeft hij evenwel de betekenis ervan over het hoofd gezien. Hakuna Matata is Swahili en betekent letterlijk: er is/er zijn geen problemen. Als men die matata door patata vervangt, krijgt men dus: er is geen patat/er zijn geen frieten.

Dat zal vermoedelijk niet de bedoeling zijn, want een friettent zonder frieten is net zo erg als een café zonder bier.

Uitzichtloos

Ik werd ingehaald door een uitermate lawaaierig voertuig, want in het kielzog ervan dobberde een aanhangwagen die al zijn duivels ontbond en een hels kabaal maakte.

De herrieschopper was me nog maar net voorbijgereden of er verhief zich een ferme flard plastic uit zijn aanhangsel. Het ding schoot met een ruk omhoog, daalde vervolgens statig zwevend neerwaarts en vlijde zich toen gemoedelijk neer op de voorruit van een achteropkomend voertuig. De daarin aanwezige dame zag opeens niets meer, dus ook niet de flauwe bocht die zich voor haar uitstrekte. Ze trapte weliswaar hard op het rempedaal, maar kukelde desalniettemin met haar hele hebben en houden de sloot in. De dader vervolgde ongestoord zijn weg. Had hij niet gezien wat hij veroorzaakt had, of gebaarde hij van krommenaas?

Samen met nog een passant takelde ik de chauffeuse ─ die ik overigens vrij goed kende ─ uit de sloot. Ze was gelukkig ongedeerd. Haar auto lieten we om voor de hand liggende redenen ─ ontstentenis van de nodige spierkracht ─ voorlopig waar die was. Ik verzekerde haar dat ze desgewenst een beroep op mijn ooggetuigenverslag kon doen en vervolgde mijn weg.

Nauwelijks een kwartier later merkte ik de veroorzaker van het onheil op, want hij had zijn auto met aanhangsel op nogal nonchalante wijze achtergelaten op een parkeerplaats in een dorp. Ik heb onmiddellijk zijn nummerbord doorgeseind naar het slachtoffer in kwestie. Groot was haar dankbaarheid.

Alles wel beschouwd, mag ik nog van geluk spreken. De uitzichtloze mevrouw had net zo goed de andere kant kunnen uitkomen en me van de weg maaien. Dan had ik dit stukje waarschijnlijk niet geschreven. Verheugt u allen en weest blijde.

De barmhartige Samaritaan

In Nergenshuizen stond ik op het punt om het pad van een moeder met drie kinderen te kruisen. Twee daarvan reden zelfstandig op fietsjes; het derde zat bij haar achterop in een stoeltje.

Net voor we elkaar zouden voorbijrijden sprong ze van haar rijwiel en met luider stem instrueerde ze haar kroost om hetzelfde te doen.
─”Ik ben plat!” jammerde ze.
Haar blik drukte een soort dierlijke radeloosheid uit: de wanhoop van de stervende kat. Ik kneep de remmen dicht, hield halt en constateerde dat ze lang niet zo plat was als ze van zichzelf dacht, zodat ik vermoedde dat de platte toestand niet haarzelf, maar haar fiets betrof.

Daar stond ze dan: moeder van drie, ver van de bewoonde wereld, zonder telefoon en met een onbruikbaar wiel. Ik bood haar mijn mobieltje aan, maar ze kon zich met de beste wil van de wereld geen enkel nummer herinneren van iemand die haar uit de nood kon helpen.
─”Ik heb gerief bij me om u te depanneren,” zei ik, “maar het kan wel even duren voor ik het klusje geklaard heb.”
Ik was me immers zeer bewust van mijn onhandigheid op het gebied van fietsreparaties … en eigenlijk op velerlei gebied, maar dat leek haar overkomelijk.

Ik ging dus aan de slag en tot mijn eigen verbazing ging dat vlotter dan verwacht. Al na twintig minuten had ik de binnenband vervangen en kon ik haar uitwuiven, nadat ze mij onder dankbetuigingen en loftuitingen bedolven had.

Als ik ooit het moede hoofd neerleg en het tijdelijke met het eeuwige verwissel, zal ik ongetwijfeld regelrecht en met de grootste onderscheiding ten hemel opstijgen, alwaar me zeventig maagden … eh  … rijstpap met bruine suiker en gouden lepeltjes te wachten staan.

Het weze me vergeven dat ik hier mijn eigen lof laat stinken. Als men zichzelf niet kietelt, lacht men nooit.

Huppelkontje

Langs een nauw wegeltje
kwam ik getreden;
langs een nauw wegeltje
kwam ik gegaan.

Het liedje dat ik meer neuriede dan zong, was niet helemaal van toepassing op waar ik me bevond en wat ik uitvoerde. Zo nauw was het door mij gebruikte wegeltje niet en ik kwam er ook niet getreden of gegaan, want ik fietste.

Uit de uitbundig bestruikte berm dook opeens een heel klein konijntje op ─ e stief klièn keuntje in het West-Vlaams ─ en dat schatje huppelde zo’n twintig meter voor me uit. Ik minderde vaart, om het diertje niet te verontrusten en om van het vertederende tafereel te genieten. Toenemende weekhartigheid is een kwaaltje dat met de jaren komt.

Opeens echter klapwiekte de engel des doods boven mijn hoofd. Hoewel … engel? Een roofvogel scheerde rakelings over me heen, stortte zich op dat stief klièn keuntje en nam het mee de lucht in. Ik meende te horen hoe er een angstig piepgeluidje uit dat konijnenkeeltje ontsnapte en zelf slaakte ik een kreet van ontzetting, waarna ontroering me de keel dichtsnoerde. Zoiets is toch te treurig voor woorden! Ik werd er alleszins niet vrolijk van. Wel integendeel!

Ik denk dat de dader een koningsarend was, maar helemaal zeker ben ik dat niet. Mijn verbeelding durft nogal eens vleugelen aan te schieten en bovendien ben ik niet zo goed thuis in de leefwereld van onze gevederde vrienden. Nu ja, vrienden … De vriendschap is wat mij betreft toch even bekoeld.

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme