Categorie: Humeurpijn

Het zal ze leren!

Jullie weten ongetwijfeld waar Abraham de mosterd haalt, maar weten jullie ook waar ik die haal?
– “In de Colruyt!” hoor ik jullie roepen, want ik heb er hier nooit een geheim van gemaakt dat ik in een supermarkt met die naam levensmiddelen insla.
Mis poes! Mosterd vormt een uitzondering op mijn koopgedrag en daar heb ik vanzelfsprekend een gegronde reden voor.

wostynMijn favoriete mosterd is die van Wostyn en Colruyt verkoopt die niet. Hoe is het godsterwereld mogelijk dat ze zo’n fameus streekproduct niet in hun assortiment opnemen? Wostyn vervaardigt zijn uitermate pittig sausje immers in Torhout, de hoofdstad van het Houtland, en aangezien ik eveneens in die regio woon en ook mijn supermarkt er gevestigd is …

Ik dien ervoor uit te wijken naar de concurrentie, meer bepaald naar Delhaize. Ik zou het product rechtstreeks bij de fabrikant kunnen kopen, want die heeft niet alleen een mosterdfabriekje in Torhout, maar ook een winkeltje waar je als particulier terechtkunt. Dat doe ik expres niet, om Colruyt te straffen voor het eigengereid veronachtzamen van een lokale specialiteit. Als ik immers bij Delhaize mosterd haal, koop ik daar telkens ook voor honderden euro’s andere artikelen, die ik normaliter bij Colruyt pleeg aan te schaffen.

Mij komt de wraak toe en de vergelding.

Eigen mosterd eerst!

Ik zit weer te walmen

Walmen … Aan dat werkwoord heeft mijn spitsvondige ik een aparte betekenis toegekend, die jullie niet in verklarende woordenboeken zullen aantreffen, hoe dik die ook mogen zijn. Als ik me knorrig in mezelf terugtrek en nauwelijks aanspreekbaar ben, dan zit ik te walmen. Nu heeft een fijne teen ─ die gekipt en gebroed is met de psychologie en derhalve de streepjescode van mensen kan lezen ─ me recht voor m’n raap gezegd dat oppotten niet goed voor me is. Ik zou een uitlaatklep nodig hebben om mijn ergernissen te spuien, om de dingen die me ellenlang de strot uithangen of waar ik een kunstkop van krijg te lauwen. Ik hoop derhalve dat jullie me zullen vergeven dat ik mijn blog even als uitlaatklep gebruik om mijn gal uit te spuwen.

Ik krijg langzamerhand goed balen van het lamlendige weer dat nu al een niet gering aantal dagen mijn plannen dwarsboomt. De februarimaand mag gerust met wat grauwe, gure dagen op de proppen komen, maar trop is te veel en te veel is trop, zoals wijlen een Belgische premier, Paul Vanden Boeynants, placht te zeggen. Dat is één!

Er zijn wat problemen met de hosting van mijn weblog, waardoor Uilenvlucht af en toe onbereikbaar is. Nu ja, af en toe … Zondagmorgen, tussen 7 uur en 13 uur, waren er bijvoorbeeld maar eventjes 27 onderbrekingen, die alles samen twee uur en vijfentwintig minuten duurden. Ik heb dat gisteren aan mijn provider gemeld, maar die treft natuurlijk geen enkele schuld, of wat hadden jullie gedacht? Meer zelfs, men laat doorschemeren dat men aan mijn bewering twijfelt, al durft men het niet met zoveel woorden tegen me te zeggen. Tja, ik had zondagmorgen natuurlijk eerst een dozijn pretsigaretten opgestookt, mezelf vervolgens gemarineerd in allerhande verdovende substanties en tot slot ook nog een groot aantal slokken te veel opgenomen. Ik was zo high als een tros bananen, zo stoned als een garnaal, zo dronken als een kanon en ik hallucineerde er lustig op los. Vandaar allicht dat ik me die 27 onderbrekingen ingebeeld heb. Ik vind het alleszins geen manier van doen en mijn snaren zijn dan ook danig ontstemd. Dat is twee!

Verleden week heb ik bezoek gekregen van een snipverkouden persoon en die heeft me natuurlijk aangestoken, zodat ik nu zelf in de lappenmand lig en heel veel last ondervind van een hardnekkige neuscatarre. Mag ik een teiltje? Ik moet kotsen! Dat is drie!

Aangezien niet alleen goede, maar blijkbaar ook slechte dingen uit drie bestaan, zet ik er hier en nu een punt achter.

Punt!

Bemoeizucht

ZiZIn de supermarkt plukte ik een verpakking met sneetjes gruyèrekaas van ZiZ uit het rek, om die thuis in het gezelschap van een plakje ham tussen brood onder te brengen, met croque-monsieurs als resultaat. Nog voor het pakje in mijn winkelkar lag, werd ik benaderd door een dame die zich al geruime tijd aan de verkeerde kant van de middelbare leeftijd bevond.
─”Moet je niet kopen!” zei ze. “Die dingen zijn buitengewoon ongezond en als je ze smelt, worden ze zo taai als rubber.”
─”Ik zal zelf wel beslissen wat goed voor me is en wat ik wil kopen”, antwoordde ik enigszins geërgerd. “Daar heb ik geen hulp bij nodig.”
─”Oeioeioei!” riep ze en ze zette een gezicht alsof ze een gril van de natuur zag. “Je bent wel heel gauw gepikeerd.”
─”Dat kan best zo zijn,” schokschouderde ik, “maar anderzijds zal ik me nooit bemoeien met zaken die me niet aangaan.”

Ik heb mijn croque-monsieurs met smaak verorberd. De kaas was helemaal niet taai en ik ben er ook niet ziek van geweest. Als de fabrikant van ZiZ dit leest, mag hij me in ruil voor deze gratis reclame gerust een presentje bezorgen. Ik ben met weinig tevreden. 

Wrokken

Normaliter zou ik vanavond voor mijn televisietoestel postvatten om te kijken naar en mee te schrijven aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Zoals verleden jaar zal ik dat echter niet doen, omdat ik nog steeds in de hoogste mate verontwaardigd ben over de onbeschofte manier waarop men de zeer door mij gewaardeerde presentatrice, Martine Tanghe, uitgerangeerd heeft. Men vond haar blijkbaar te oud, hetgeen vanzelfsprekend niet kon gezegd worden van haar medepresentator: de rochelende en onverstaanbaar wauwelende Philip Freriks. Ik zou de uitzending saboteren als ik daartoe in staat was, maar dat ben ik niet en dus dien ik mijn actie noodgedwongen tot boycotten te beperken.

Freriks en zijn huidige rechterhand, Freek Braeckman, kunnen wat mij betreft de (kerst)boom in en de Eerste Kamer der Staten-Generaal in Den Haag, waar het gebeuren plaatsvindt, mag van mij het moeras inzakken.

In plaats daarvan zal ik met mijn tenen spelen. Dat is ook leuk.

Leve Martine Tanghe!

Leve Zwarte Piet!

Het Vlaams-Nederlands Huis deBuren presenteert volgens zijn eigen zeggen schoonheid en wijsheid van de Lage Landen. Het biedt een platform voor debat over cultuur, wetenschap, politiek en samenleving in Vlaanderen, Nederland en Europa. Kunstenaars, journalisten, wetenschappers, politici krijgen er het woord.

Nu hebben de dames en heren die daar de dienst uitmaken het bestaan om een Pietenpact voor te stellen en ter ondertekening aan te bieden. Het uitgangspunt ervan is dat we Sinterklaas vieren zonder raciale stereotyperingen. Voor de rest is de invulling van het feest vrij: de Sint kiest lekker zelf of hij zonder of met pieten – roetveegpieten, regenboogpieten, ongeschminkte pieten – jong en oud komt verblijden. Met andere woorden: Zwarte Piet moet ophouden zwart te zijn.

Wat een gezeik van een stelletje muggenzifters! Wie dat ondertekent  ─ dus ook Bart Peeters ─ beschouw ik als een azijnpisser die denkt moreel superieur te zijn. Mijn Zwarte Piet is en blijft alleszins zwart. Mijn speelgoed en snoep koop ik enkel in winkels die hem niet verloochenen, dus onder meer Dreamland mag het vergeten.

ZwartePiet

Iets meer dan niets

Ik ging naar de supermarkt en kocht daar onder meer een doosje PiM’s cakes van Lu, zijnde zachte cakejes met sinaasappelvulling onder een knapperig chocoladelaagje. Toen ik thuis, vervuld van voorpret, de verpakking opende, kwam ik tot de onaangename ontdekking dat die niet de gebruikelijke twaalf, maar slechts negen koekjes bevatte.

Ik ging naar de dorpswinkel en kocht daar onder meer een doosje ZiZ Chester van Kraft, zijnde individueel verpakte sneetjes smeltkaas. Toen ik thuis de verpakking opende, teneinde met de inhoud ervan wat croque-monsieurs te bekleden, kwam ik tot de onaangename ontdekking dat die niet de gebruikelijke acht, maar slechts zes sneetjes bevatte.

Daar sta je dan met je goeie gedrag. Gaan we het een beetje zo spelen, ja!?

Achterklap

Ik ben over het algemeen een duldend mens en eerder inschikkelijk van aard, al zijn er wel een paar dingen waar ik me mateloos aan erger. Zo heb ik er bijvoorbeeld een bloedhekel aan dat sommigen het aandurven om in mijn bijzijn, ja zelfs als ze in mijn woning te gast zijn, over te gaan tot het vrijlaten van onbeheerste winden en knallende veesten. Bewaar me, zeg! Ik kan dat absoluut niet billijken. Mag ik?

Gisteren kreeg ik een karbouw over de vloer. De zeven paarden die hem uit de klei getrokken hadden, stonden daarvan nog na te hijgen. Terwijl ik een brief voor hem vertaalde, vergastte hij me op een wel zeer luidruchtige broekhoest. Hij lanceerde de ene flatus na de andere en dat bracht me compleet van mijn à propos.
─”Man, doe toch eens normaal!” foeterde ik.
─”Effe lekker knallen schijnt gezond te zijn”, grinnikte hij en hij voegde de daad bij het woord.
Ik verzamelde zijn papieren, overhandigde hem die en zei dat hij mocht aftaaien. Daar had hij niet van terug, maar toen ik de deur voor hem opende, trakteerde hij me toch nog een keer uitdagend op een allerminst delicate ruft.

Akkoord, scheten laten is des mensen, maar ik wil het niet weten, niet horen en nog veel minder ruiken. In de vierde eeuw voor het begin van onze jaartelling noteerde Hippocrates van Kos ─ die men als de grondlegger van de medische wetenschap beschouwt ─ het volgende in verband met het zich ontdoen van darmgas: “Winden dienen het lichaam bij voorkeur zonder geluid te verlaten, maar het is beter dat er wél geluid aan te pas komt, dan dat ze worden tegengehouden en zich inwendig opstapelen.”

Het zal jullie duidelijk zijn dat ik het niet met hem eens ben. Men zegge het voort!

In zo’n waanzin leven wij

Zijn de dames en heren van het consumentenmagazine Test-Aankoop nu werkelijk op hun kop gevallen en blijven stuiteren? Geloven zij nu echt dat zij zich alles mogen veroorloven?

Ze sturen me wat reclamefolders, teneinde me tot het nemen van een abonnement te bewegen, en ze verpakken die papierhandel in een grote envelop, die getooid is met een vermanende boodschap – LAATSTE HERINNERING – in witte koeienletters op een agressief rode achtergrond.

De postbode is er niet in geslaagd om die envelop helemaal in mijn brievenbus onder te brengen: de bovenkant ervan steekt nog uit de gleuf en die vermaledijde terechtwijzing is derhalve voor iedereen zichtbaar. Ik ben de hele dag afwezig geweest. Alle passanten, tientallen fietsers en wandelaars, hebben ongetwijfeld die in het oog springende mededeling opgemerkt en zullen nu veronderstellen dat ik een wanbetaler ben, wat natuurlijk niet het geval is. Of wat hadden jullie gedacht?

Ik ben daar hoegenaamd niet blij mee en Test-Aankoop mag dus een e-mail van me verwachten.

testaankoop

De dag der vergelding

Normaliter zou ik vanavond voor de zesentwintigste keer kijken naar en meeschrijven aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Zoals ik op 2 november al mededeelde – zie Hu paard, je staat te schuimbekken! – zal ik dit keer de uitzending compleet negeren, uit solidariteit met Martine Tanghe, die door de organisatie schaamteloos uitgerangeerd werd.

Ik schrijf niet mee en zal zelfs niet naar het programma kijken. Ik hoop dat zij die dat wel doen zich aan een buitensporig groot aantal fouten bezondigen en dat de presentatoren, Philip Freriks en Freek Braeckman, zich herhaaldelijk verslikken, ja zich voortdurend verspreken en stotteren dat het niet mooi meer is.

Niemand spreekt fraaier dan Martine. Het Nederlands geurt uit haar mond.

Leve Martine Tanghe!

Naakt fruit en te ontkleden vruchten

etiketWelke achterlijke dakhaas is in vredesnaam op het onzalige idee gekomen om hapklaar fruit, zoals daar zijn appelen, peren, pruimen en nectarines, met hinderlijke pleistertjes, plakkertjes, etiketjes of stickertjes te tooien? Het gebeurt niet zelden dat ik in een opwelling het kloeke besluit neem om verstandig te snoepen en dientengevolge naar een fruitige versnapering grijp, er mijn tanden in zet, om vervolgens mijn mond van zo’n West-Vlaams ‘plakiestertje’ te bevrijden, als ik dat onding al niet ingeslikt heb. Ik zou natuurlijk het door mij aangekochte fruit van deze overtolligheden kunnen ontdoen, vooraleer ik het in een schaal onderbreng, maar ik heb daar allemaal geen tijd voor.

Ik stel vast dat ik me bij het verorberen van een sinaasappel, een clementine of een mandarijntje bijna altijd verslik … en vaak niet te min. Mijn vader had dat ook, herinner ik me, en nu vraag ik me af hoe dat zo komt. Zou ik misschien algerisch voor citrusvruchten zijn?

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme