Categorie: Handel en wandel

Een ronkedoor?! Ik?!

“Je bent en je blijft een ronkedoor”, zei mijn logeergast, Reinhold, vanmorgen tegen me.

Ik vermoed dat velen van jullie niet weten wat een ronkedoor is. Nog even geduld: ik zal jullie straks van dat gat in jullie kennis verlossen door jullie de correcte definitie van het woord op te dissen.

Ronkedoor is echter ook de bijnaam die me in lang vervlogen tijden ─ hoe lang is dat wel niet geleden? ─ toebedeeld werd door mijn overigens zeer gewaardeerde vriend, Reinhold, die wellicht geen onbekende is voor mijn trouwe lezers, want hij is hier al vaker opgedoken en vernoemd.

Het gebeurde in de aldoor aan de wolken krabbende stad, New York, waar wij samen een kamer betrokken in het Sheraton hotel, in het nette vanzelfsprekend. Toen we ons na een nachtje doorzakken ‘s morgens enigszins probeerden te fatsoeneren om wat te gaan bezienswaardig, zei Reinhold:
─”Ja man, jij kunt me daar ook een stukje luidop slapen zeg!”
─”Luidop slapen?” lummelden mijn hersens nog in pyjama rond.
─”Snurken!” verduidelijkte hij. “Zowel een kettingzaag als een os moeten het tegen je afleggen. Jij bent een ronkedoor.”

De bijnaam beklijfde, want Reinhold en ik bleven kamers delen, in belendende en verre buitenlanden, en ik bleef snurken natuurlijk. Ooit hebben ze me tijdens een bioscoopbezoek aangemaand om met bekwame spoed de zaal te verlaten. De film die men vertoonde was zo spannend dat ik indutte en met het geronk dat aan mijn mond ontsteeg het plezier van allen daar aanwezig vergalde.

Ronkedoor vind ik trouwens geen vlag die de lading dekt. Oordelen jullie zelf aan de hand van de definitie hieronder:

Ronkedoor
zelfstandig naamwoord, mannelijk
Ontleend aan het Portugese roncador en hetzelfde woord als ronkadoor, in Engelse reisbeschrijvingen van de 18e eeuw voorkomend als ronkedor en runkedor.
Benaming (oorspronkelijk door de Europeanen op Ceylon) gegeven aan een van zijn kudde afgescheiden, alleen levende olifant (meestal, zo niet altijd een mannetje); hetzij (in de meeste gevallen) daaruit gestoten als overwonneling door zijn medeminnaar, hetzij bij een jachtgelegenheid afgedwaald, hetzij ook als getemde vluchteling.
Deze verstotelingen zijn zeer boosaardig van karakter en gevaarlijk voor de mens; vandaar de Portugese benaming roncador, dit is snorker, snoever, grootspreker en vervolgens: twistzoeker, of in ‘t algemeen: schadelijk individu.
De Franse en de Engelse benaming is rogue.

Zeg nu zelf: ben ik een ronkedoor? Enkel de benaming snorker is op mij van toepassing … en ja, misschien ben ik een heel klein beetje van de kudde afgedwaald.

Lid

Ik ben in mijn hele leven nog nooit ergens lid van geweest en alleszins niet van een politieke partij. Mijn staatkundige activiteiten beperken zich vooralsnog tot het rood inkleuren van bolletjes op een stembiljet en het al dan niet luidkeels uiten van mijn tevredenheid of ongenoegen omtrent hetgeen de dames en heren politici verrichten.

Nu ben ik tijdens een bevlieging plots lid geworden van de Nieuw-Vlaamse Alliantie, in de wandeling beter bekend als de N-VA. Het moet gezegd dat ik tijdens kiesverrichtingen onveranderlijk hun bolletjes inkleur, omdat ik me wel kan vinden in hun programma en doelstellingen. Zo beschouw ik Theo Francken bijvoorbeeld als een man die uitstekend werk levert in zijn hoedanigheid van staatssecretaris voor Asiel en Migratie, al zullen de hoog van de toren blazende groenen en de niet bepaald voorbeeldige sossen het niet met me eens zijn, om van de Waalse oppositie nog te zwijgen. De Franstalige groenen schrokken er onlangs zelfs niet voor terug om de spot met hem te drijven door zijn afbeelding de fotoshoppen en hem in een nazi-uniform te steken. Niet meer normaal!

Vanmorgen heb ik van de N-VA een brief gekregen, waarin ze mij bedanken voor bewezen diensten … eeh … voor mijn lidmaatschap. Het schrijven is ondertekend door de algemeen secretaris en door de algemeen voorzitter, zijnde Bart de Wever. Laatstgenoemde is volgens mij een intelligent, om niet te zeggen erudiet persoon, die bovendien een aardig mondje Latijn spreekt, maar …

… die handtekening van hem! Christene zielen, wat is dat een miserabel en bedroevend krabbeltje. Het lijkt nergens op en zelfs een kind vermag het moeiteloos na te maken. Je kunt er, met een beetje goeie wil, een nogal onzekere letter D in herkennen, gevolgd door een golvend lijntje, dat plots rechtsomkeert maakt en strak terugkeert naar de plek waar het vandaan komt. Wat is dat een teleurstellend gevalletje en allerminst een autogram dat je van de voorzitter van Vlaanderens grootste partij zou verwachten.

Nu ben ik nergens voorzitter van en ik heb ook nergens wat in de melk te brokken, maar ik heb wel een buitengewoon fraaie en bijzonder ingewikkelde handtekening, waar ik trots op ben en heel veel bijval mee oogst.
“Dat kun je wellicht geen tweede keer”, zegt men vaak als men er getuige van is hoe ik dat zwierige geval op papier gooi. Dat kan ik dus wel, zelfs honderd keer en waarschijnlijk zelfs duizend keer, al heb ik dat nog nooit geprobeerd.

Nu ben ik dus lid van de N-VA, al zou ik bij god niet weten waar dat eigenlijk goed voor is. Als ze de grootste partij van Vlaanderen blijven, en dat zit er dik in, komt er misschien een dag waarop ze besluiten dat al hun leden niet langer belastingen hoeven te betalen. Of iets anders van die strekking.

Voor mij niet gelaten!

Lof der zotheid

“Het zotte rijst met den hoogdag”, placht mijn moeder te zeggen, toen zij nog leefde en ik nog klein en boosaardig was. Ik heb altijd al een hommel in het hoofd gehad en het moet zijn dat die in de buurt van een kerkelijke feestdag wat heviger bromde dan anders en zo deze Vlaamse wijsheid aan de mond van mijn ma ontlokte.

Mijn moeder is ondertussen heel lang dood en zelf ben ik inmiddels al geruime tijd van mijn jeugd bekomen, maar als een hoogdag hoogtij viert, krijg ik nog steeds vlagen van zotheid te verwerken. Zo blaak ik tijdens deze kerstdagen van dichtvuur en heb ik opeens heel veel zin om een politiek getint hekeldicht te schrijven. Dat is des te merkwaardiger, omdat ik absoluut niet voor dichter in de wieg gelegd ben.

Gelukkig rijmt Rutten op trutten, Calvo op salvo en Peeters op mee-eters. Dat schiet aardig op. Als ik nu ook nog een geschikt rijmwoord vind voor Beke en Almaci staat niets nog het welslagen van mijn zotte inval in de weg, want Theo Francken hoort niet thuis in een hekeldicht van mijn hand. Ik zal hem een plaats geven in het lofdicht dat ik ter gelegenheid van de volgende hoogdag zal schrijven.

En voort raast de tijd

smicobHeb ik jullie al eens verteld dat ik de eigenaar ben van wat men eertijds een kunstenaarskop placht te noemen? Neen wellicht. Hoe men zo’n artistiek hoofd tegenwoordig omschrijft, weet ik niet, maar ik heb het over door een nogal woeste baard en knevel omkroesde lippen en de rebelse haardos van iemand die verslaafd is aan opstijgende helikopters.

Een aantal jaren geleden begon het me tijdens mijn sessies in de badkamer op te vallen dat er kerkhofbloemen tevoorschijn kwamen. Kennen jullie die uitdrukking? Het is een ietwat eufemistische manier om het opduiken van grijze haren te verdoezelen. Aangezien ik de schadelijke tijd met alle mogelijke middelen op een afstand probeer te houden, verkeerde ik vrij lang in een ontkenningsfase, maar omdat het proces in een stroomversnelling leek te raken, kon ik mezelf niet langer voorliegen dat ik jong was. Ik ben op m’n retour en heb meer verleden dan toekomst.

Inmiddels zijn zowel mijn koptooi als mijn kincreatie juichend blond, om het woord leliewit niet te gebruiken. Ik had het liever anders gewild, maar het is niet anders en laten we wel wezen: het zou zijn charmes hebben, ware het niet dat men me voortdurend met de feiten meent te moeten confronteren door me een ouwelullengevoel te bezorgen.

Verleden week wandelde ik langs een hoog gebouw, waarop zich een jonge dakwerker bevond, die het verrichten van beroepsbezigheden onderbroken had om een sigaretje op te steken. Hij keek op me neer en riep:
“Dag opa!”
Ik keek naar hem omhoog en antwoordde:
“Sneeuw op het dak betekent niet dat de kachel niet brandt.”
Daar had hij niet van terug, want hij zweeg.

Eergisteren diende ik tijdens een fietstocht een vader met twee kinderen te kruisen. Omdat we ons op een nogal smalle weg bevonden, gebood hij zijn kroost om achter elkaar te rijden teneinde …
“de Kerstman door te laten.”

Nu ja … het is lang niet altijd een kommer en een kwel. Toen ik vanmorgen bij de groenteboer binnenstapte, begroette hij me met een joviaal …
“Dag jonkheid!”

Er is nog hoop.

Vindersloon

Luidens een spreekwoord vangt een vliegende kraai altijd wat. Dat zal vermoedelijk ook het geval zijn voor de fietsende kraai die ik ben, al verkies ik toch een uil te zijn. Het gebeurt immers niet zelden dat mijn arendsblik ─ ik heb vandaag kennelijk wat met vogels ─ onderweg een verloren voorwerp ontwaart, dat ik me dan zonder schroom en zonder aarzelen toe-eigen.

Tot op heden behoren een bankbiljet van vijftig euro en een verrekijker van een duur merk tot mijn belangrijkste vondsten. Verder heb ik in de loop der jaren een niet gering aantal onbenulligheden verzameld, die te mijnent geen andere functie hebben dan voortdurend in de weg liggen.

Verleden vrijdag vond ik een identiteitskaart en een bankpas in de berm. De eigenaar ervan bleek gelukkig lid van een fietsclub te zijn, want de ledenlijst ervan was de enige plek op internet waar ik hem aantrof, inclusief zijn adres en telefoonnummer. Hij woonde in een naburig dorp en was zo opgetogen dat hij al nauwelijks een kwartier later bij me aanbelde.

Hij wilde me belonen en probeerde me herhaaldelijk een briefje van twintig euro toe te stoppen, maar ik bleef dat resoluut weigeren.

Hij vertrok en ik bleef onbeloond achter …

… maar toen ik gisterenmorgen mijn brievenbus opende, lag dat geld daar verleidelijk naar me te lonken.

Sommige mensen zijn ongezeglijk en hebben blijkbaar geld in overvloed.

Telefoonmolest

Hoewel zowel mijn vaste als mobiele telefoonnummers sinds jaar en dag opgenomen zijn in de bel-me-niet-meer-lijst, waardoor ik gespaard zou moeten blijven van ongewenste oproepen, kreeg ik toch nog regelmatig een correspondent aan de lijn, die onder het mom van een enquête iets aan me probeerde te slijten.

Meestal was dat een manspersoon, die zich in een met een vervaarlijk accent doorspekte variant van het Engels onverstaanbaar maakte, afliep als een Tibetaanse gebedsmolen en zich in mijn oor vastbeet met de bedoeling om me niet meer los te laten. Als ik dan een einde aan het partijtje lullepotten ─ een gesprek kon je het bezwaarlijk noemen ─ maakte door de verbinding te verbreken, aarzelden sommigen niet om me meteen terug te bellen en me mijn verregaande onbeschoftheid te verwijten.

Onlangs besloot ik om korte metten met die opdringerige bellers en hun dubieuze praktijken te maken. Als ik zo’n heerschap aan de lijn kreeg, onderbrak ik hem meteen en vroeg kordaat of hij ook Nederlands sprak:
“Do you speak Dutch?”
Meestal, om niet te zeggen altijd, dienden ze daar negatief op te antwoorden en dan zette ik ze gelijk op hun nummer:
“Dutch is my language and if you don’t speak my language you have no reason to call me. Goodbye!” Mijn taal is het Nederlands en als u mijn taal niet spreekt, hebt u geen enkele reden om me te bellen. Salut!

Sindsdien bellen ze me nooit terug. Meer zelfs: vanaf het moment dat ik me van deze methode bediende, bleven dergelijke oproepen stelselmatig achterwege en nu heb ik zowaar al een paar weken niets meer van zulke hotemetoten vernomen.

Even afkloppen!

Van de pot gerukt

Ik had in een internetwinkel een hebbeding gekocht en men liet me per e-mail weten dat ik het pakket vandaag mocht verwachten.

Vanmorgen zat ik al om acht uur met gespitste oren op het vinkentouw, klaar om, als de deurbel ging, toe te springen als een bok op een haverkist. Om halfnegen werd ik enige aandrang gewaar. Om negen uur moest ik hoog naar de wc. Om halftien hield ik het niet langer uit.

Ik spoedde me naar het kleinste kamertje van mijn huis, vestigde me daar op de porseleinen pony en begon … tja, hoe kan ik mijn bezigheid op een enigszins fatsoenlijke manier verwoorden? Weten jullie wat? Ik laat jullie zelf een geschikte uitdrukking kiezen. Ik vestigde me dus op de porseleinen pony en begon
– mijn ruggengraat te verlengen;
– een knijpbriefje af te vaardigen;
– een bout uit te draaien;
– een nest jonge hondjes te verzuipen;
– een bruine trui te breien.

Terwijl de door jullie gekozen activiteit een aanvang nam, schalde de deurbel. Je zult het nooit anders zien. Ik vloekte, voerde inderhaast een paar noodzakelijke handelingen uit en repte me vervolgens naar de deur, om de koerier op een haartje te missen. Ik kon enkel nog een glimp van zijn auto opvangen.

Hij heeft een berichtje in mijn brievenbus achtergelaten. Hij komt morgen terug.

Houd de dief!

Af en toe neem ik een kloek besluit en dan durf ik wat per internet te kopen. Tot nu toe ben ik nog maar één keer bedrogen uitgekomen, of zoals men in West-Vlaanderen zegt: bij het veertiende, of in de zak gezet. Wie zich graag aan leedvermaak wil bezondigen, leze in dit verband: Stom van me!

Onlangs kocht ik drie sportieve pantalons bij een internetwinkel. Die werden prompt geleverd en al even gezwind op mijn lengte ingekort door een mevrouw, die met dergelijke ingrepen voor brood op de plank zorgt.

Getooid met zo’n broek begaf ik me gisteren naar een winkel, waar ik een aantal artikelen uitkoos en betaalde … maar toen ik me naar buiten wilde begeven, weerklonk er opeens een door merg en been dringend alarmsignaal. Vrijwel onmiddellijk stevende er een soortement dragonder op me af.
─”Je hebt wat mee dat je niet betaald hebt”, snauwde ze, ten aanhoren en ten aanschouwen van allen daar aanwezig.
Ik stond voor schut en dat beviel me geenszins.
─”Ik heb alles betaald”, protesteerde ik en wist ik dat wel zeker.

Aan de hand van mijn kassabon vergewiste ze zich ervan of dat klopte. Ze vond geen enkele onregelmatigheid en verzocht me haar te volgen naar een kantoortje, waar ik mijn zakken diende leeg te maken. Toen ook dat geen gestolen waar opleverde, riep ze een mannelijke collega, die aanstalten maakte om tot handtastelijkheden over te gaan, maar eerst nog vroeg:
─”Draagt u soms een nieuw kledingstuk?”
─”Ja!” zei ik. “Mijn pantalon is nieuw.”

In die nieuwe pantalon bevond er zich dus een wit aanhangseltje, dat heel die heisa veroorzaakt had. De webwinkel had kennelijk nagelaten dat ding te verwijderen. De naaister eveneens. Wie zal het haar kwalijk nemen?

In de twee overige broeken trof ik ook zulke herrieschoppertjes aan. Ik heb die per schaar verwijderd, maar niet weggegooid, want ik ben van plan om die stiekem in de jaszak van een vriendin of vriend te stoppen. Dat wordt lachen!

alarmpje

Beter een kleine plezante …

Ik passeerde een kraam waar men pizza’s verkocht en zie: hoewel ik hoegenaamd niet zwanger ben, kreeg ik opeens rare trek en wel in die mate dat het water me zowat in de mond liep.

Ik raadpleegde een wijle het prentenkabinet van hetgeen ze me konden aanbieden en toen ik aan de beurt was, bestelde ik:
─”Een pizza met chorizo en champignons om thuis te bakken.”
─”Een grote of een kleine?” vroeg men mij.
─”Een grote!” antwoordde ik stellig, want mijn ogen durven nogal eens groter te zijn dan mijn buik.

Kreeg ik me daar een pizza met de diameter van een Grieks eiland. Ik bracht die naar huis en kwam daar tot de ontdekking dat niet enkel mijn ogen groter dan mijn buik waren, maar dat ook de pizza groter was dan de oven waarin ik die wou bakken. Ik zag me genoodzaakt om die in de oven van een oud fornuis in de garage onder te brengen.

Een tiental minuten later zette ik het op een geweldig eten, maar ik ben er niet in geslaagd om die mastodont in één keer op te vreten, niettegenstaande mijn kerelshonger. Bovendien was het ding veel minder lekker dan ik verwacht, of toch zeker gehoopt had. Ik kreeg er gemarineerde oprispingen van.

Als ik nog eens rare trek heb, zal ik zelf wel wat samengooien, indachtig de wijsheid: beter een kleine plezante dan een grote ambetante.

reuzenpizza

Elke zot heeft zijn marot

schrijfmap

Een van mijn talloze hebbelijkheden manifesteert zich als ik me aan het neerpennen van lenig proza wijd, zoals bijvoorbeeld het schrijven van een bijdrage voor mijn blog.

Ik heb jullie waarschijnlijk al eens medegedeeld dat ik mijn teksten altijd eerst met de pen in de hand op papier zet. Dat is in deze door toetsenborden gedomineerde tijden al vrij opzienbarend, maar daarmee is bij mij de kous nog niet af. Ik maak namelijk vrijwel uitsluitend gebruik van schrijfblokken met het gele, blauwgelijnde en van een marge voorziene papier, die men vaak in Amerikaanse films en feuilletons ziet opduiken als er advocaten, notarissen, journalisten, schrijvers en wat dies meer zij in beeld verschijnen en notities maken.

In de Joenaaitud Steets heten ze U.S.Legal Pads en je kunt ze daar voor een prikje kopen. Enkele jaren geleden heb ik er een aantal meegebracht uit New York en ik vond ze heel aangenaam in het gebruik, in die mate zelfs dat ik er een beetje verslaafd aan raakte. Toen ik door mijn voorraad heen was en noodgedwongen op een andere papiersoort overschakelde, ging het schrijven me plots veel minder vlot af, zodat ik in arren moede per internet op zoek ging naar die originele U.S.Legal Pads. Ik heb ze gevonden bij de Concept Store van Pro-Idee en ik heb ze besteld, hoewel ze er schandalig duur zijn. Negen schrijfblokken van honderd vel kosten zo maar eventjes € 39,95 en voor de verzendingskosten moet je ook nog eens € 18 afdokken. Achttien euro! Ik dacht dat men ze per helikopter bij me zou afleveren, maar ze kwamen gewoon met een autootje van de post.

Op de afbeelding hierboven kunnen jullie zien hoe het stukje dat jullie nu aan het lezen zijn tot stand is gekomen. Het zal jullie duidelijk zijn dat daar behoorlijk wat tijd mee gemoeid is. Je bent een perfectionist of je bent het niet en ik ben het. Gelukkig hoef ik na het schrijven niet alles nog een keer uit te tikken. Mijn pc is namelijk uitgerust met een ingenieus en ook weer erg duur spraakherkenningsprogramma van Dragon, dat bijna foutloos typt wat ik dicteer of voorlees, zodat ik nauwelijks wat hoef te verbeteren.

Als iemand van jullie weet waar ik de Original U.S.Legal Pads voor een voordeliger prijs dan hierboven vermeld kan aanschaffen, zal ik dat graag vernemen. Mijn dankbaarheid zal vanzelfsprekend groot zijn.

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme