Categorie: Verweggistan

Een blij weerzien

xadaRuim drie jaar geleden, op 2 april 2010, publiceerde ik hier ‘t Rouwende woud. Daarin beschreef ik, tot tranen toe bewogen, de tragedie waarvan de luiaard Luana en haar dochtertje Xada het slachtoffer waren. Zoals jullie hiernaast in de zijkolom kunnen zien, is dat stukje nog steeds het vaakst gelezen schrijfsel van mijn hele blog. Voor wie geen tijd heeft om het te lezen of te herlezen, vat ik even de inhoud ervan samen: kort na de geboorte van haar dochtertje wordt de luiaard Luana door poema’s verslonden en het meisje Xada blijft verweesd achter.

De laatste beelden die ik van Xada te zien kreeg, staan nog steeds op mijn netvlies gegrift: ze scharrelde hulpeloos rond onder de boom waarin ze met haar moeder woonde en slaakte deerniswekkende piepgeluidjes, die me dusdanig in het gemoed grepen dat ik in grote droefenis raakte.

Sindsdien verkeerde ik in het ongewisse omtrent het lot van dat arme luiaardkindje, tot gisterenmiddag het televisiescherm opgloeide om me op een documentaire te vergasten. Wie kroop daar piepend van ellende en affectieve verwaarlozing door het Amazonewoud? Onze ouderloze Xada. Toen ze na lang zoeken haar moeder niet vond, klauterde ze in een hoge boom en vrat die helemaal kaal, waarna ze verhuisde. Ze ontbladerde boom na boom en op een mooie dag kwam ze bij een rivier, die ze niet zonder moeite overstak. De boom op de andere oever huisvestte evenwel al een andere luiaard: een ouder mannetje, dat echter grote gastvrijheid tentoonspreidde en zich over Xada ontfermde.

Mijn ongezonde fantasieën vertellen me dat het ongetwijfeld een oude bok was die nog wel een groen blaadje lustte, maar dat is mij dan lekker worst. Ik ben heel blij dat Xada alsnog goed terechtgekomen is.  

En maar zwaaien, en maar blij kijken

vakantiebestemming

Als jullie dit lezen ben ik op weg naar mijn vakantiebestemming, waar ik tot 12 augustus hoofdkwartier houd.

De nieuwsgierigen onder jullie, die graag willen weten waar ik uithang, zullen wat moeite moeten doen om dat uit te vogelen.
Google Maps is nu voor iedereen beschikbaar en gratis bovendien. Via deze link ─ Google Maps ─ kom je daar terecht. Als je daar in het zoekvenster de hiernavolgende coördinaten invult, zul je haarfijn weten waar ik ondergedoken ben: 47.346167, 13.192370

En nu ben ik weg, want zoals we het in het West-Vlaams zeggen: me hat schuufelt (= mijn kont fluit = ik kan niet snel genoeg vertrekken).

Voorbereiding op de Elfstedentocht

Je kunt het niet meteen aan me zien en ik zal het ook nooit openlijk toegeven, maar ik mag graag naar romantische films kijken. Het gebeurt niet zelden dat zulke tranentrekkers zich tijdens de kerstdagen afspelen en als de plaats van het gebeuren dan ook nog New York is, kun je er donder op zeggen dat een ijsbaan ─ meestal die van Rockefeller Center of ook nog de Wallman Rink in Central Park ─ er een belangrijke rol in toebedeeld krijgt. Af en toe bekruipt mij de lust om ook eens in zo’n machtig decor te gaan schaverdijnen en zodoende mogelijkerwijs ten prooi te vallen aan een hersenbouleverserend en idyllisch liefdesavontuur. Ik ben weliswaar al vaker in New York geweest en ik heb daar veel beleefd en nog meer gezien, maar die fameuze schaatsbanen heb ik nog nooit met eigen ogen aanschouwd. Vermoedelijk komt het daardoor dat ik het in mijn leven nog steeds in mijn eentje moet zien te rooien.

Als het aan mij ligt, zal daar echter binnen zeer afzienbare tijd verandering in komen, want vanmiddag hijs ik me met frisse tegenzin aan boord van een in hoge mate door mij verafschuwd luchtschip, dat hopelijk gezwind en ongehinderd naar de aldoor aan de wolken krabbende stad zal suizen. Ik ben vast van plan om dit keer wel die ijsbanen te bezoeken. Het probleem is natuurlijk dat ik niet kan schaatsen, maar misschien dat ik net door mijn gestuntel het hart van een mooie deerne zal veroveren. Het gaat er soms raar toe in de wereld van de romantiek.

Lang blijf ik niet weg. Normaliter moet ik volgende week op vrijdagochtend opnieuw in Belgenland neerstrijken. Ik wil thuis zijn als onze planeet op 21 december met man en muis vergaat, want zeg nu zelf: zoiets maak je niet elke dag mee.

De inwonende poespas ─ de woordspelingen waren gratis vanmorgen ─ is hier inmiddels aangekomen. Mijn koffer staat gevuld en wel in de hal. Ik ben er klaar voor. Het enige wat ik nog moet doen, is jullie hartelijk groeten. Aan allen die dezen zullen zien of horen lezen, saluut! Tot over een week, bij leven en welzijn.

En maar zwaaien! En maar blij kijken!

missliberty

Wespennesten, krabbenmanden, adderkluwens en krokodillenvijvers

In 1977 hebben de Verenigde Naties een resolutie aangenomen, waarin men stelde dat 29 november de Internationale dag van solidariteit met het Palestijnse volk zou zijn. Dat is vandaag.

In dit verband wil ik toch even professor en ethicus Etienne Vermeersch citeren: 

Er kan geen enkele twijfel over bestaan dat de Palestijnen het recht aan hun kant hebben. Zij zijn een volk dat ten onrechte uit zijn land is gezet. Dat conflict sleept al tientallen jaren aan en wekt bij de slachtoffers gevoelens van totale hopeloosheid op. Als je al die jaren in een Palestijns vluchtelingenkamp zit en er is geen enkele kans op beterschap, dan denk je: ‘dit is erger dan de dood’.
Vandaar al die wanhopige reacties en zelfmoordaanslagen. De oorzaak van de Palestijnse zelfmoordcommando’s ligt voor een deel in de onwrikbare bezettingspolitiek van Israël.

Mag ik jullie ook nog trakteren op een afbeelding die ik op internet aantrof? Let vooral op de plaats van de kinderwagen.

IsraelPalestina

Ik heb niet de indruk dat die luiden een neutrale houding aannemen in het conflict dat ze behandelen en ik kan niet ontkennen dat ik het nogal grof vind.

Wie gaat er mee naar Amerika?

Ik wilde weleens weten wie er gedurende de eerstkomende vier jaar de Amerikaanse scepter zou hanteren. Aangezien de beslissing daaromtrent zich op een voor ons onchristelijk uur voltrok, probeerde ik vannacht rond de klok van tweeën het hoogbejaarde televisietoestelletje op mijn slaapkamer enig leven in te blazen. Na die reanimatie liet ik CNN op me los, maar ik slaagde er natuurlijk niet in om wakker te blijven. Zo’n verkiezingsprogramma is een saaie bedoening en lang niet zo meeslepend als bijvoorbeeld een film met James Bond … of Bambi.

electionIk dommelde in, maar af en toe opende ik de ogen om een lodderige blik op het scherm te werpen, waar een handige balk me verklapte hoeveel kiesmannen de beide kandidaten al achter zich hadden kunnen verzamelen. Vanmorgen om vijf uur schakelde ik dan over naar de uitzending van de Vlaamse televisie, zodat ze daar toch op minstens één kijker konden bogen en al hun moeite derhalve niet voor niks was geweest. Ze hadden zowaar de notoirste Amerikakenner van Belgenland en belendende percelen uitgenodigd: de politica Gwendolyn Rutten. Die putte zich uit in gemeenplaatsen en oppervlakkigheden, roerde met graagte wat Engels door haar Nederlands en bleef tot vervelens toe herhalen dat ze in Amerika geweest was.

Rond een uur of zeven, nadat de journaliste Kathleen Cools haar stem kwijtgeraakt was en Gwendolyn voor de elfendertigste keer een zin begon met “toen ik in Amerika was”, verscheen de triomfator, Barack Obama, op het ruitje voor zijn overwinningstoespraak. Daar zat ik naar uit te kijken. Ik heb het hier al eerder geschreven: hij bezit de gave van de retorica en wie zich op welsprekende wijze vermag uit te drukken, heeft een wit voetje bij me, al zal dat in zijn geval wellicht een eerder zwart voetje zijn. Hij gaf me daar toch weer een prachtig discours ten beste en op het hoogtepunt ervan … snoerde men hem plots de mond en hoorden we de journalist Wim De Vilder bazelen dat het wel een heel lange redevoering was, alsof hetgeen hij ons op dat moment kon vertellen veel interessanter was dan de speech van Obama. 

Wel godverdomme hier en gunter! Zijn ze bij de VRT nu helemaal van de ratten besnuffeld?! Wat een stelletje amateurs! Misschien kunnen ze bij een volgende gelegenheid Eddy Wally uitnodigen. Die is ook in Amerika geweest, net als Gwendolyn Rutten. Ja, Gwendolyn Rutten is in Amerika geweest, dat ze in Amerika geweest is.

Over frietkramen in barakken

“Les traditionelles vacances de ski, c’était la Baraque Fraiture”, zei de moeder van de Waalse journalist Christophe Deborsu.
“In plaats van op de ski’s, stonden we voor de frietkraam”, vertaalde de Nederlandse VPRO dat in de ondertiteling.

BaraqueFraitureTerwijl wij het hier te lande met een Baraque Michel of zelfs een Baraque Fraiture moeten stellen, die dus geen frietkramen zijn, maar uitstulpingen in het Belgische landschap, kunnen de Verenigde Staten van Amerika met een Barack Obama uitpakken: een mens van vlees en bloed, die een redelijke kans maakt op een tweede ambtstermijn als president.

Barack Obama … Je zal maar naar zo’n onfortuinlijke naam luisteren. “Ga daarmee naar den oorlog!” zou mijn moeder zeggen als zij nog leefde. Ik ben wellicht niet de enige die spontaan een baardige terroristenleider voor de ogen geschilderd ziet als het woord Obama valt. Ook Barack heeft een beetje een ondeugdelijke bijklank, vind ik. Toch zeker in onze taal, waar barak de ietwat negatieve connotatie van bouwvalligheid bezit. Ach, what’s in a name …

Hij geniet in alle geval mijn voorkeur. Hij is mijn favoriet, vooral ook omdat hij de gave van de retorica bezit. Wie zich op welsprekende wijze vermag uit te drukken, heeft meteen een wit voetje bij me, al zal dat in zijn geval wellicht een eerder zwart voetje zijn. Ik zag hem vannacht bezig en hoewel de woorden uit zijn mond geurden, heeft dat niet kunnen beletten dat ik koppijn gekregen heb van dat nachtbraken.

Desalniettemin zou ik voor hem stemmen als ik dat kon.

Copyright Uilenvlucht 2018 Frontier Theme