Categorie: Tussendoortje

Brexit en #engice

Het zit de eigengereide Britten duidelijk niet mee de laatste tijd. Hun voornemen om uit de Europese Unie te stappen zorgt voor nogal wat binnenlandse strubbelingen en nu hebben een stel IJslandse voetballers het bestaan om het Engelse team in de pan te hakken en uit het Europese Kampioenschap te kegelen. Het zou me niet verbazen als ze binnenkort de Noordzee willen verlaten, of dat ze een petitie opstarten om de wedstrijd opnieuw te spelen.

De klapbloem en de korenroos

korenbloemen klaproos

Ik heb last van mijn geheugen. Niet dat ik dingen vergeet of zo. Wel integendeel! Ik onthoud veel te veel en meestal volslagen onbelangrijke zaken. Als ik bijvoorbeeld klaprozen opmerk, leggen mijn hersens onmiddellijk een verband met korenbloemen. In een ver verleden heb ik wellicht een gedicht, een lied of een prozatekst aan mijn geheugen toevertrouwd, waarvan alleen de titel ‘De klaproos en de korenbloem’ is blijven hangen. Ik ben te rade gegaan bij internet en heb daar ontdekt dat ene Remi Ghesquiere in lang vervlogen tijden inderdaad een lied met die titel geschreven heeft, maar omtrent de inhoud van dat meesterwerk laat men me in het ongewisse, hetgeen mij ten zeerste ergert, want als ik wat zoek, wil ik dat ook graag vinden.

Het ontbreekt Vlaanderen alleszins niet aan klaprozen. De Canadese dichter, John Mc Crae, had in 1915, tijdens De Groote Oorlog, al in de gaten hoe weelderig de poppies in Flanders fields blowden en dat is sindsdien niet veranderd. Wel zie je ze bijna nooit meer in het gezelschap van de veel zeldzamere korenbloemen, wat vroeger wel het geval was, meen ik me te herinneren. Tijdens mijn ongebreidelde wandel- en fietstochten speur ik nochtans vrijwel onafgebroken de ruige ruimte der natuur af, op zoek naar een plek waar die veldbloemen samenhokken, maar dat bleef zonder resultaat, tot ik ze anderhalve week geleden bij elkaar aantrof en vreugdevol hun samenzijn vereeuwigde. O, wat was ik blij! Een klein uur later werd ik aangereden door een motorfiets en belandde ik op krukken. O, wat was ik ongelukkig!

Ondertussen loop ik nog steeds op krukken, maar zodra ik weer goed ter been ben, ga ik op zoek naar bronsgroen eikenhout, waarin een nachtegaaltje zingt, en naar een mals korenveld, waarover het lied des leeuweriks klinkt. Ik denk dat ik me daarvoor naar Limburg zal moeten begeven. En terwijl ik toch bezig ben: ik zoek me al jaren het ongans naar de tekst van een moderne bewerking van een fabel ‘Le rat de ville et le rat des champs’ van Jean de La Fontaine. Ik herinner me enkel de beginregels en die klinken zo:
Je me lève. Je me frotte les yeux. Puis je regarde par la fenêtre. Quelle belle journée! Si j’en profitais pour aller voir mon cousin, le rat des champs …

Meer herinner ik me niet, maar die zinnen blijven dusdanig door mijn kop malen, dat ik graag het vervolg wil kennen. Ik houd me aanbevolen en ben bereikbaar via het contactformulier.

De doos van Pandora

Zoals het opduikberichtje hierboven vermeldt, heb ik, in arren moede, de commentaarbox van mijn blog dichtgeklapt. Het aantal spamberichten liep werkelijk de spuigaten uit. Ik heb het hier niet over enkele tientallen, maar over een kleine duizend per dag. Spamjager Akismet verhinderde weliswaar vrij nauwgezet dat die op mijn blog verschenen, maar ik diende ze toch te verwijderen, nadat ik ze eerst op authentieke exemplaren gevlooid had.

Hoewel mijn blog volgens de statistieken op heel wat belangstelling kan bogen, reflecteerde zich dat niet in de commentaren. Ik mocht al blij zijn als ik er vier per dag ontving en dat sop is de kool niet waard.

Wie iets aan me kwijt wil, zal het contactformulier moeten gebruiken. Het is jammer maar helaas.

Vrome wensen

2pkIn de dagen van olim, toen de kippetjes keurslijven droegen en de uilen preekten, maakte een knotsgek autootje de wegen onveilig. Ik heb het over het deux-chevauxtje van Citroën, in onze contreien beter bekend als een geit, een (lelijke) eend of zelfs een wippertje.

Als je een rood exemplaar van dat vehikel op je weg ontmoette, mocht je een wens doen, die gegarandeerd uit zou komen. Alsof het een vallende ster betrof. Waar die gewoonte vandaan kwam, weet ik niet, maar velen deden er aan mee. Ik ook. Zo herinner ik me dat ik me samen met een vriend naar Oostenrijk begaf en dat we, toen we ‘s avonds in de buurt van Salzburg arriveerden, compleet door onze voorraad wensen heen waren, omdat we onderweg met meer dan vierhonderd rode geiten geconfronteerd werden. Ga d’r maar aan staan.

Het gebruik is vandaag de dag grotendeels in onbruik geraakt, niet in het minst omdat de rode geiten bijna uitgestorven zijn. Vanmorgen heb ik er nochtans eentje gezien en, ouder gewoonte, prevelde ik meteen een wens. Baat het niet, het schaadt ook niet.

Het voorval bracht me een andere gebeurtenis in herinnering. Als ongelovige ben ik ooit een keer in het bedevaartsoord Lourdes terechtgekomen. Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. Ik bezocht er een donkere crypte waar de aanwezigen hartstochtelijk een in een hel schijnsel badend Mariabeeld vereerden. Ik gaf de vrije loop aan enkele gedachten: ik heb nooit roomse folklore opgelepeld gekregen en ik laat me ook weinig aan religie gelegen, maar mocht je toch wat in de melk te brokken hebben, kun je dan misschien …

… en toen sprak ik binnensmonds een wens uit, die bijna onmogelijk te verwezenlijken was, maar die drie dagen na mijn thuiskomst toch in vervulling ging. Een mens zou zowaar beginnen te geloven.

En nu maar hopen dat ik vanavond effectief zes juiste lottocijfers aangekruist heb, want dat heb ik gewenst toen ik die rode geit aanschouwde. Het zal wel niet zeker?

Jommoa, azo nie hé!

Wat hoor, lees en verneem ik?

Mijn zo gekoesterde dialect, het West-Vlaams, zou op sterven na dood zijn, of toch zeker met uitsterven bedreigd. Dat beweert althans de Unesco: de organisatie van de Verenigde Naties voor onderwijs, wetenschap en cultuur.

Het spreekt vanzelf dat ik dit niet zal laten gebeuren, of wat hadden jullie gedacht? Ot a mie liht, hoat da hi woa zien zulle! Teneinde mijn sappige moedertaal te rugsteunen zal ik hier zo nu en dan een West-Vlaams stukje uit mijn mouw en mijn mond schudden, want ik ben van plan om het schrijfsel telkens van een geluidsfragment met de gesproken versie te voorzien.

Dat wordt lachen!

Engelengeduld

Er zijn van die vragen die mij sinds jaar en dag bezighouden en waar ik maar geen antwoord op vind. Zo zoek ik me bijvoorbeeld al jaren het ongans naar een verklaring voor het woord engelengeduld. Ook de recentste editie van de dikke van Dale geeft daaromtrent nog steeds geen etymologisch uitsluitsel en is zelfs bijzonder karig met het verstrekken van tekst en uitleg. Volgens hen is engelengeduld een zelfstandig naamwoord, een het-woord zonder meervoud en het betekent een zeer groot geduld. En daarmee uit! Tja, ze vertellen me geen nieuws.

Ook internet laat me in het ongewisse en verschaft me enkele synoniemen, zoals monnikengeduld en jobsgeduld. Geen mens die eraan twijfelt dat monniken over behoorlijk wat geduld moesten beschikken als ze indertijd per ganzenveer dikke boeken schreven, die ze bovendien met fraaie initialen, miniaturen en randversieringen verluchtten. Ook de Bijbelse Job had behoefte aan een stevige portie geduld om de hem toebedeelde zware beproevingen te doorstaan.

Ik blijf me echter afvragen of het klopt dat geduld een eigenschap van engelen is. Staat dat geschreven of zo? Ik ben niet meteen een Bijbelkenner, maar maken oude en nieuwe testamenten er ergens melding van dat engelen buitengewoon veel geduld aan den dag leggen? Ik zou het niet weten en als iemand van jullie dat wel doet, wil ik dat graag vernemen, want ik ben geen engel en mijn geduld begint stilaan op te raken.

Gecensureerde titel

1.
De ene: “Kerstmis valt dit jaar op een vrijdag.”
De andere: “Ho, toch niet op de dertiende mag ik hopen.”

2.
De ene: “Ik heb gisteren een zwangerschapstest gedaan.”
De andere: “En? Waren het moeilijke vragen?”

3.
Ze heeft net een tweeling gekregen en huilt ononderbroken.
De verpleegster: “Waarom huil je? Je hebt twee prachtige baby’s.”
Zij: “Dat wel, maar ik weet niet van wie de tweede is.”

4.
De ene: “Wat is dichterbij? De maan of Parijs?”
De andere: “De maan natuurlijk! Of kun jij Parijs van hieraf zien misschien?”

Zoek nu een toepasselijke titel voor dit tussendoortje in dit lijstje: allochtonen, makaken, zwarte pieten, domme blondjes, mongolen, negers.

Copyright Uilenvlucht 2018 Frontier Theme