Categorie: Tussendoortje

De doos van Pandora

Zoals het opduikberichtje hierboven vermeldt, heb ik, in arren moede, de commentaarbox van mijn blog dichtgeklapt. Het aantal spamberichten liep werkelijk de spuigaten uit. Ik heb het hier niet over enkele tientallen, maar over een kleine duizend per dag. Spamjager Akismet verhinderde weliswaar vrij nauwgezet dat die op mijn blog verschenen, maar ik diende ze toch te verwijderen, nadat ik ze eerst op authentieke exemplaren gevlooid had.

Hoewel mijn blog volgens de statistieken op heel wat belangstelling kan bogen, reflecteerde zich dat niet in de commentaren. Ik mocht al blij zijn als ik er vier per dag ontving en dat sop is de kool niet waard.

Wie iets aan me kwijt wil, zal het contactformulier moeten gebruiken. Het is jammer maar helaas.

Vrome wensen

2pkIn de dagen van olim, toen de kippetjes keurslijven droegen en de uilen preekten, maakte een knotsgek autootje de wegen onveilig. Ik heb het over het deux-chevauxtje van Citroën, in onze contreien beter bekend als een geit, een (lelijke) eend of zelfs een wippertje.

Als je een rood exemplaar van dat vehikel op je weg ontmoette, mocht je een wens doen, die gegarandeerd uit zou komen. Alsof het een vallende ster betrof. Waar die gewoonte vandaan kwam, weet ik niet, maar velen deden er aan mee. Ik ook. Zo herinner ik me dat ik me samen met een vriend naar Oostenrijk begaf en dat we, toen we ’s avonds in de buurt van Salzburg arriveerden, compleet door onze voorraad wensen heen waren, omdat we onderweg met meer dan vierhonderd rode geiten geconfronteerd werden. Ga d’r maar aan staan.

Het gebruik is vandaag de dag grotendeels in onbruik geraakt, niet in het minst omdat de rode geiten bijna uitgestorven zijn. Vanmorgen heb ik er nochtans eentje gezien en, ouder gewoonte, prevelde ik meteen een wens. Baat het niet, het schaadt ook niet.

Het voorval bracht me een andere gebeurtenis in herinnering. Als ongelovige ben ik ooit een keer in het bedevaartsoord Lourdes terechtgekomen. Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. Ik bezocht er een donkere crypte waar de aanwezigen hartstochtelijk een in een hel schijnsel badend Mariabeeld vereerden. Ik gaf de vrije loop aan enkele gedachten: ik heb nooit roomse folklore opgelepeld gekregen en ik laat me ook weinig aan religie gelegen, maar mocht je toch wat in de melk te brokken hebben, kun je dan misschien …

… en toen sprak ik binnensmonds een wens uit, die bijna onmogelijk te verwezenlijken was, maar die drie dagen na mijn thuiskomst toch in vervulling ging. Een mens zou zowaar beginnen te geloven.

En nu maar hopen dat ik vanavond effectief zes juiste lottocijfers aangekruist heb, want dat heb ik gewenst toen ik die rode geit aanschouwde. Het zal wel niet zeker?

Jommoa, azo nie hé!

Wat hoor, lees en verneem ik?

Mijn zo gekoesterde dialect, het West-Vlaams, zou op sterven na dood zijn, of toch zeker met uitsterven bedreigd. Dat beweert althans de Unesco: de organisatie van de Verenigde Naties voor onderwijs, wetenschap en cultuur.

Het spreekt vanzelf dat ik dit niet zal laten gebeuren, of wat hadden jullie gedacht? Ot a mie liht, hoat da hi woa zien zulle! Teneinde mijn sappige moedertaal te rugsteunen zal ik hier zo nu en dan een West-Vlaams stukje uit mijn mouw en mijn mond schudden, want ik ben van plan om het schrijfsel telkens van een geluidsfragment met de gesproken versie te voorzien.

Dat wordt lachen!

Engelengeduld

Er zijn van die vragen die mij sinds jaar en dag bezighouden en waar ik maar geen antwoord op vind. Zo zoek ik me bijvoorbeeld al jaren het ongans naar een verklaring voor het woord engelengeduld. Ook de recentste editie van de dikke van Dale geeft daaromtrent nog steeds geen etymologisch uitsluitsel en is zelfs bijzonder karig met het verstrekken van tekst en uitleg. Volgens hen is engelengeduld een zelfstandig naamwoord, een het-woord zonder meervoud en het betekent een zeer groot geduld. En daarmee uit! Tja, ze vertellen me geen nieuws.

Ook internet laat me in het ongewisse en verschaft me enkele synoniemen, zoals monnikengeduld en jobsgeduld. Geen mens die eraan twijfelt dat monniken over behoorlijk wat geduld moesten beschikken als ze indertijd per ganzenveer dikke boeken schreven, die ze bovendien met fraaie initialen, miniaturen en randversieringen verluchtten. Ook de Bijbelse Job had behoefte aan een stevige portie geduld om de hem toebedeelde zware beproevingen te doorstaan.

Ik blijf me echter afvragen of het klopt dat geduld een eigenschap van engelen is. Staat dat geschreven of zo? Ik ben niet meteen een Bijbelkenner, maar maken oude en nieuwe testamenten er ergens melding van dat engelen buitengewoon veel geduld aan den dag leggen? Ik zou het niet weten en als iemand van jullie dat wel doet, wil ik dat graag vernemen, want ik ben geen engel en mijn geduld begint stilaan op te raken.

Gecensureerde titel

1.
De ene: “Kerstmis valt dit jaar op een vrijdag.”
De andere: “Ho, toch niet op de dertiende mag ik hopen.”

2.
De ene: “Ik heb gisteren een zwangerschapstest gedaan.”
De andere: “En? Waren het moeilijke vragen?”

3.
Ze heeft net een tweeling gekregen en huilt ononderbroken.
De verpleegster: “Waarom huil je? Je hebt twee prachtige baby’s.”
Zij: “Dat wel, maar ik weet niet van wie de tweede is.”

4.
De ene: “Wat is dichterbij? De maan of Parijs?”
De andere: “De maan natuurlijk! Of kun jij Parijs van hieraf zien misschien?”

Zoek nu een toepasselijke titel voor dit tussendoortje in dit lijstje: allochtonen, makaken, zwarte pieten, domme blondjes, mongolen, negers.

Stradivariussen en andere violen

Ik zit me al de hele week ’s avonds te verlustigen aan de finale van de Koningin Elisabethwedstrijd voor klaaghout … eh … voor viool. Gisteren genoot ik bijvoorbeeld uitermate van de magische vingertred van ene Oleksii Semenenko uit Oekraïne. Hij waagde zich aan het concerto in D opus 47 van Jean Sibelius. Nou moe, die gozer wist van wanten. Hij speelde niet alleen de pannen van het dak, maar ook de sterren van de hemel.

Katelijne Boon en Vincent Verelst verzorgen de presentatie van het programma. Tja, ze doen hun best, daar niet van, maar ze beschikken geen van beiden over de panache en het verfrissend naturel van het natuurtalent Thomas Vanderveken, die helaas wegens andere verplichtingen verstek moest laten gaan. Katelijne en Vincent ontvangen telkens een drietal praatgasten, die in meer of mindere mate onderlegd zijn in de vioolspeelkunde. Gisteravond was dat onder meer Justine Bourgeus, de violiste van de barokpopband School Is Cool.

“We horen dat je graag experimenteert met je viool”, zei Katelijne tegen haar.
Ik schoot in de lach, maar ik had net een versnapering aan mijn mond toevertrouwd, zodat ik me deerlijk verslikte en me zowat de longen uit de lijf hoestte.

Beste Katelijne, in Vlaanderen, en zeer zeker in West-Vlaanderen, moet je een vrouw nooit van zoiets betichten, want een viool is hier niet enkel een strijkinstrument, als je begrijpt wat ik bedoel, en er zullen ongetwijfeld altijd verdorven geesten in de buurt zijn die heel hard om zo’n uitspraak moeten lachen, maar net een kleinigheid aan het verorberen zijn, die onverhoeds het verkeerde keelgat binnendringt, met alle gevolgen van dien.

Voor de goede orde

Het zal jullie eerlang misschien opvallen dat ik hier niet meer zo regelmatig verschijn als vroeger het geval was. Ik heb daar vanzelfsprekend een goeie reden voor, of wat hadden jullie gedacht?

Zoals jullie weten, of niet weten, verdien ik mijn brood en vul ik mijn dagen met allerhande vertaalwerk. Tijdens de eerstkomende maanden zal ik het behoorlijk druk hebben met vooral literaire vertalingen. Buitenlandse literatuur vertalen is één ding, maar terzelfdertijd ook trouw blijven aan de geest van het oorspronkelijke werk is lang geen sinecure. De ene dag lukt het me al beter dan de andere. Als ik er niet voor in de stemming ben en voor geen meter opschiet, is een blogtekst schrijven niet alleen een welkome afwisseling, maar soms ook de prikkel die me aan de gang maakt … en als ik eenmaal aan de gang raak, ben ik meestal niet meer in te tomen en moeten de blogteksten tijdelijk wijken. Van het een komt men naar het ander en van het ander naar het een.

Het kan dus gebeuren dat ik hier een paar dagen niets van me laat horen, om dan plots los te barsten in een of meer sappige pennenvruchtjes. Ik ben nu eenmaal een nogal wispelturig mens. Daar helpt geen lievemoederen aan en laten we wel wezen: zo heb ik het graag.

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme