Categorie: Sprokkels

Van toeschouwer tot kenner

Ik heb altijd binnenpretjes als Björn Soenens ─ hoofdredacteur van Het Journaal ─ met zijn getourmenteerde gezicht en een latemiddagbaard op het ruitje verschijnt en men hem aankondigt als Amerikawatcher. Amerikawatcher? Is dat niet een vrij algemene hoedanigheid? Zoals de meesten van ons watch ik het reilen en zeilen van Amerika, maar ik voel me absoluut niet geroepen om me daarom met de titel Amerikawatcher te tooien.

Verleden week kwam hij de kijkers van Het Journaal verbluffen met zijn visie op het politiegeweld en de daarmee gepaard gaande protesten in de Verenigde Staten. Hij probeerde ons te overtroeven met inzichten en analyses, niet gehinderd door veelgelaagde onverstaanbaarheid, die je voor geleerdheid kunt houden als je snel onder de indruk bent van blaaskakerij. De ankervrouw van dienst ─ Martine Tanghe ─ introduceerde hem als Amerikakenner. De heer Soenens heeft blijkbaar promotie gemaakt. Van eenvoudige watcher is hij opgeklommen tot de status van kenner.   

Het lijkt me wel wat. Ik zie een toekomst als Amerikakenner eigenlijk wel zitten. Kan iemand me misschien vertellen in welke school ik moet wezen om dat diploma te verwerven?

Kanttekeningen ─ 5

1.
Kris Peeters ─ vicepremier en minister van Werk in Belgenland ─ verklaarde onlangs in een interview: “Iedereen in dit land leeft boven zijn stand. Wij allemaal.”
Het is dan ook verbazingwekkend dat de regering waartoe Peeters behoort het nodig vindt om ons opperhoofd ─ Fluppe van België ─ een opslag van zo maar eventjes € 39.000 te geven, terwijl dat volstrekt nutteloze heerschap al een jaarlijkse dotatie van € 11.651.000 in de schoot geworpen krijgt, om van alle voordelen in natura nog te zwijgen.
Ik heb het hier al eerder en bijna tot vervelens toe gezegd, maar ik blijf het herhalen: afschaffen die handel!

2.
Muhammad Ali, alias Cassius Clay, is dood en inmiddels ook al begraven, nadat men hem wereldwijd uitbundig wierook toezwaaide en onder  loftuitingen bedolf. Zelf vond ik hem een ijdelzuchtige kwek, die zijn eigendunk nauwelijks kon tillen, onnatuurlijk veel van zichzelf leek te houden en aan de bron der intelligentie slechts de lippen bevochtigd had, zelfs toen de herfst in zijn hoofd nog niet was ingetreden. Ik staaf dit even met een van zijn citaten:

All white people are devils … Blacks are no devils … Everything black people doing wrong comes from the white people. Drinking, smoking, prostitution, homosexuality, lying, stealing, gambling: it all comes from the white people.

Alle blanken zijn duivels … Zwarten zijn geen duivels … Alles wat zwarten fout doen, komt van de blanken. Drinken, roken, prostitutie, homoseksualiteit, liegen, stelen, gokken: het komt allemaal van de blanken.
Muhammad Ali

Hij was een man die goed kon vechten, al weet ik niet wat daar de verdienste van kan zijn.

3.
Dan denk je dat je alles gezien hebt en dan krijg je dit nog:

duivels1

Het moet niet nog gekker worden.

duivels2

Een haarkundige proefneming

Ik had nog maar net mijn Argentijnse gast uitgewuifd of ik kreeg al nieuw bezoek over de vloer. Een vriendin kwam aaipoes spelen … eh … wat klinkt dat in deze context dubbelzinnig en zelfs een beetje vulgair, ook al is het dan een staande uitdrukking in het Nederlands. Ze kwam me vriendelijk vragen of ik gedurende een paar uur op haar tienjarige telg kon letten. Nu vind ik van mezelf dat ik niet zo goed met kinderen ben, maar anderen proberen me van het tegendeel te overtuigen, vooral als ze om een oppas verlegen zitten. Timo, de telg in kwestie, bleef derhalve bij me achter.

Het duurde niet lang of Timo verzocht me beleefd of hij zich even in de badkamer mocht terugtrekken. Wie ben ik dat ik zoiets zou weigeren? Hij bleef evenwel langer weg dan ik nodig achtte en toen hij opdook, snelde een penetrante geur hem vooruit. Hij stonk de tent uit en ik moest met mijn armen de schoolslag maken, anders kwam ik niet door die walm heen.
─”Wat heb jij in vredesnaam uitgevreten?” wilde ik weten.
─”Ik heb wat van je gel in mijn haar gewreven”, bekende hij.
─”Gel?” fronste ik. “Ik heb helemaal geen gel.”
─”Er ligt anders wel een tube op de wastafel”, beweerde hij.

Ik had ’s morgens mijn pijnlijke schouder met Fastum behandeld ─ een volgens internet niet zo gezonde variant op gloeizalf en tijgerbalsem ─ en nagelaten de tube na gebruik op te bergen. Laat nu het woord Gel op die tube prijken en Timo’s misvatting ligt voor de hand. Het heeft nog heel wat moeite en drie wasbeurten gekost om het goedje uit zijn haren te verwijderen. Toen zijn moeder hem kwam afhalen heb ik deemoedig een bekentenis afgelegd. Ze kon er hartelijk om lachen.

Ik heb toch gezegd dat ik niet goed met kinderen ben.

gel

Een babylonisch spraakverwarrinkje

Al enkele dagen bied ik onderdak aan een Argentijnse logeergast en vanmorgen stond ik met hem in de wachtrij aan de kassa van de supermarkt. We waren in een druk gesprek verwikkeld over koetjes, kalfjes en wat er nog meer aan interessante dieren bestaat. Op een gegeven moment beantwoordde hij iets wat ik zei met de Spaanse uitroep: ‘Muy bien! Muy bien!’ Vertaald betekent dat: ‘Heel goed! Heel goed!’

De dame die voor ons stond, draaide zich met een ruk om, kogelde ons neer met haar blik en grauwde: ‘Ik zou je een klap geven, maar ik maak mijn handen niet vuil aan een fluim.’
Ik wist even niet waar ik het had. Toen ik dat wel wist en haar om tekst en uitleg verzocht, bleek ze ‘muy bien’ als een enigszins West-Vlaamse verbastering van ‘mooie benen’ geïnterpreteerd te hebben, waardoor ze dacht dat we haar onderdanen op ongepaste wijze lof toezwaaiden.

Gelachen dat we hebben!

Des winters als het regent

Er bestaat een wijdverbreide opvatting dat een paard een nobel dier is, dat daarom aanspraak mag maken op het bezit van een hoofd en vier benen, in plaats van een kop en vier poten. Hoewel ik me als een vriend van paarden beschouw en zelfs de kunst versta om ze met enige behendigheid te berijden, blijf ik de mening toegedaan dat ze met een kop en poten toegerust zijn, net als alle andere dieren. Enkel mensen hebben hoofden en in de meeste gevallen ook benen.
  
Bestaat er, zo vroeg ik me onlangs af, een dramatischer tafereel dan de onzegbare droefheid van een paard dat zielsalleen in een weide staat te somberen, de kop enigszins neerwaarts geneigd en een van de achterpoten lichtjes opgetrokken? Neen, dacht ik, er bestaat geen aangrijpender, hartverscheurender of zelfs zieliger schouwspel.

Als ik in mijn geschriften een bedremmeld persoon opvoer, gebruik ik soms de uitdrukking ‘hij/zij stond daar als een paard in de regen’, zonder eigenlijk te weten waar ik die opgevist heb. Het is voorwaar heel goed mogelijk dat ik er zelf de bedenker van ben ─ soms sprankel ik ─ want als je dat zinnetje aan Google voorlegt, verwijst die je steevast naar Uilenvlucht. Ik stond nooit eerder stil bij de draagwijdte van dat beeld, tot vanmorgen. Een uur of wat geleden aanschouwde ik een paard dat in de regen stond. Het was te treurig voor woorden en het greep me dan ook in het gemoed. Ik zie me dus genoodzaakt om de tweede alinea van dit stukje te herschrijven.

Bestaat er, zo vroeg ik me onlangs af, een dramatischer tafereel dan de onzegbare droefheid van een paard dat zielsalleen in een weide staat te somberen, de kop enigszins neerwaarts geneigd en een van de achterpoten lichtjes opgetrokken? Ja, er bestaat wel degelijk een aangrijpender, hartverscheurender en zelfs zieliger schouwspel: een paard in de regen.

paarden

Deemoedsgedrag

Ondertussen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest …

De metro’s rijden niet; culturele manifestaties en sportwedstrijden gaan niet door; winkels, cafés, restaurants, musea, bioscopen en wat dies meer zij blijven dicht; de militaire en politionele aanwezigheid is indrukwekkend …

… en gisteren installeerde ik me op de bank om op VT4 naar de laatavondfilm Kill Switch te kijken. Men vertoonde echter een andere film en bovenaan het scherm verscheen de betuttelende mededeling: Wegens de terreurdreiging werd de film vervangen.

Uit dit alles kan ik maar één ding besluiten: Nee, we zijn niet bang en we laten ons niet doen, maar de terroristen lijken me wel aan de winnende hand te zijn. Of vergis ik me?

VT4

De pijn van het zijn

Ik heb het hier nooit verzwegen dat ik er wat rare aanwensels en idiote hersenkronkels op nahoud, maar die zijn alleen maar bespottelijk en nooit hinderlijk, noch voor mezelf, noch voor anderen. Dat was niet het geval met de vrouw die ik gisteren tijdens mijn bezoek aan de supermarkt in het vizier kreeg en stiekem gadesloeg.

Ze bevond zich in de ruimte waar de boodschappenwagentjes in slagorde op klanten wachten. Uiterst nauwgezet poetste ze de hele stuurstang van het karretje dat ze wilde gebruiken met behulp van een vochtig zakdoekje. Toen ze daarmee klaar was, diepte ze zowaar een tweede zakdoekje op en ze herhaalde de hele procedure. Daarna pas waagde ze het de stang behoedzaam vast te nemen en het wagentje de winkel in te sturen.

En maar mens toch! Die dwangneurose heet smetvrees, geloof ik. Je zult er maar mee behept zijn en maandelijks een fortuin aan vochtige zakdoekjes moeten besteden.

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme