Categorie: Sprokkels

Oprispingen

De vindingrijkheid van de dynamische middenstand kent geen grenzen, maar ook particulieren laten zich niet onbetuigd.
– Usuz: jeugdhuis in Gistel (West-Vlaams voor ons huis).
– De goe smete: bowling in Koekelare (West-Vlaams voor de goeie gooi).
– De Bolzak: café-feestzaal in Beernem. Vooralsnog geen idee waar de naam zijn oorsprong vindt. Misschien heeft de Franse schrijver Honoré de Balzac er ooit aangelegd.
– Hakuna Patata: friettent in Oudenburg. Variant op de term Hakuna matata uit het Swahili, hetgeen ‘geen zorgen’ betekent.
– Uuze stulpe: naam van een particuliere woning in Torhout (West-Vlaams voor onze stulp).

Ik fietste voorbij een hoeve die de naam “Schapenhof” droeg. Er viel daar evenwel geen enkel schaap te bespeuren. Wel heel veel runderen.

De dagschotel van het restaurant waar ik op het terras aanschikte om een sobere maaltijd te nuttigen, behelsde een kotelet met rodekool en gekookte aardappelen, gevolgd door een ijsje of een koffie. Een bejaard echtpaar streek neer aan een belendende tafel en bekeek het uithangbord, waarop de vrouwelijke helft van het gezelschap de mond opende en sprak:
“Wie eet er nu rodekool in zo’n hitte?”
‘t Is ook nooit goed voor sommigen. Wat verwachten ze eigenlijk voor € 13? Pauwentongetjes?

Over restaurants en terrassen gesproken … Ik zou graag eens rustig op een terras mijn voerklep willen volstouwen, zonder dat men in mijn directe omgeving de brand in kankerstokken zuigt of, erger nog, me onderdompelt in mistbanken, afkomstig van walmende elektronische sigaretten.

Het valt me op dat een niet gering aantal wielertoeristen last van overgewicht heeft, om niet te zeggen dat ze op hangbuikzwijnen lijken, die zich met verkrampte gezichten en zwetend als otters afbeulen, om toch maar in het spoor van hun metgezellen te blijven. Ik vraag me af wat daar de lol van is. Zouden die luiden eigenlijk genieten van hun uitje?

En zo duiken we met zijn allen de hondsdagen in. We hebben er alleszins mooi weer bij.

Op de vingers getikt

In een verloren uurtje zat ik naar het tennis op Roland Garros te kijken. Een landgenoot, David Goffin, evolueerde over het scherm en het rode gravel. Hij deed dat op nogal stuntelige wijze en sloeg ook voortdurend de bal mis, zodat ik me geërgerd naar het scherm wendde en riep: “Kun je eigenlijk tennissen?!”

Op hetzelfde moment namen mijn hersens een duik in het verleden. Ik kwam terecht in een nogal muffige kantoorruimte, die zes mensen behelsde, schrijver dezes incluis. Ik zat daar een tijdelijke klus te klaren, met name het vertalen van een gebruiksaanwijzing. De anderen, drie mannen en twee vrouwen, kweten er zich van hun dagtaak.

Noël was een van hen. Uit de oeverloze gesprekken die ze met zijn allen in de aanbieding hadden, begreep ik dat hij er nog maar enkele dagen werkte. Ik kon me niet van de indruk ontdoen dat hij aan de bron der intelligentie slechts de lippen bevochtigd had. Zijn oogopslag deed een minimum aan hersenactiviteit vermoeden en ik zou me afgevraagd hebben wat er zijn oren gescheiden hield, ware het niet dat mijn moeder me steevast op het hart drukte dat ik nooit mensen mocht beoordelen, afgaand op het uiterlijk dat ze tentoonspreidden. Ik probeer dat nog steeds te doen, maar het lukt me lang niet altijd.

Opeens ging Noël over het tot het schrijven van een brief. Te dien einde nam hij plaats achter een schrijfmachine – de computers stonden toen nog in hun kinderschoenen – en begon te typen. Nu ja, typen … Hij gebruikte slechts één vinger, die hij met ruime tussenpozen op een toets drukte. Ik heb er werkelijk geen idee van hoeveel aanslagen per minuut hij aldus bewerkstelligde, want ik heb nooit traag kunnen tellen, maar het zullen er alleszins bitter weinig geweest zijn.

Uitgerekend op dat moment kwam de zaakvoerder het vertrek binnen. Hij sloeg een wijle het geklungel van Noël gade en vroeg toen op barse toon:
–”Zeg eens even … Kun jij eigenlijk typen?”
–”Nee meneer”, zei Noël.

Ik heb achteraf vernomen dat Noël daar niet lang in dienst geweest is. Tja, als je tegen je baas zegt dat je geen verstand hebt van hetgeen je aan het doen bent, ligt dat in de lijn der verwachtingen.

Ook de prestatie van Goffin lag in de lijn der verwachtingen: hij verloor die wedstrijd.

Benjamín schrijft een stukje

Thomas Vanderveken, een weergaloze presentator, speelde het hard. In zijn jonge jaren studeerde hij nauwelijks twee jaar aan het conservatorium, maar opeens vatte hij het plan op om binnen de twaalf maanden zijn jongensdroom te verwezenlijken en een pianoconcerto ten beste te geven. Hij koos voor het pianoconcerto van Edvard Grieg en dat is niet bepaald een tingeltangelmuziekje.

Per televisie konden we desgewenst zijn vorderingen volgen en dat deed ik, want ik ben nogal een liefhebber van klassieke muziek en Thomas heeft sinds jaar en dag een wit voetje bij me. Ik vind hem een chique mens en als presentator kunnen slechts weinigen aan hem tippen. Hij is ongekunsteld hoffelijk, op een bijna nonchalante manier beschaafd, vol empathie en eigenaar van een verfrissend naturel, maar hij is absoluut geen watje en hij kan beter pianospelen dan veel andere over het paard getilde ‘klavierleeuwen’.

Op 7 december van verleden jaar maakte hij zijn muzikale droom waar. In de Gentse Bijloke voerde hij samen met het Brussels Philharmonic het concerto uit en hij deed dat met veel verve en niet minder panache. Ik heb niets dan bewondering voor die lefgozer. Ik kan zijn prestatie alleen maar hoog inschatten, in tegenstelling tot hetgeen ik gewaarword bij het aanschouwen van de glitterende nitwits, die hoog in allerhande hitparades een suite betrekken.

Een van die nitwits ─ en nu begeef ik me op glad ijs ─ is Karen Damen: zangeres, actrice, presentatrice en eertijds lid van de meidengroep K3. Zij heeft het plan opgevat om een soloplaat te maken en in een poging tot navolging van Thomas Vanderveken heeft ze een televisiezendertje bereid gevonden om daar verslag van uit te brengen in een programmareeks die ‘Karen maakt een plaat’ heet. Christene zielen, wat is dat een bedroevend spektakel! Ze doet van alles, behalve een plaat maken. Op 11 maart wil ze desalniettemin haar gewrocht in de Antwerpse Lotto Arena voorstellen. Ik ken iemand die daar alleszins niet aanwezig zal zijn. Tevens ken ik iemand die nooit de bewuste plaat zal kopen.

Driemaal is scheepsrecht en zelfs de minder goede dingen gebeuren drie keer. Ook journaalanker Hanne Decoutere voelt zich geroepen om in de voetsporen van Thomas te treden en zich binnen het jaar tot een ballerina te ontpoppen, die samen met het fameuze Ballet van Vlaanderen podiumkunsten botviert. De televisie zal vanzelfsprekend geregeld verslag uitbrengen van haar esbattementen in een programma dat ‘Hanne danst’ heet. Hoe verzinnen ze het in vredesnaam?!

Ik denk niet dat ik zal kijken. Ik heb het niet zo begrepen op spagaten, arabesquen en pirouettes, om van een grand jeté en een pas de chat nog te zwijgen. Ik hoop dat Thomas Vanderveken nog wat van plan is.

Schommelen

Ik heb wat zitten schommelen. Begrijp me niet verkeerd. Ik ben hoegenaamd niet op een toestel neergedaald om mijn lichaam heen en weer te zwiepen. Spaar me! Nee, ik heb geschommeld in de Vlaamse betekenis van het woord, namelijk opruimen, schoonmaken. Zeg nu zelf… als je die activiteit schommelen noemt, klinkt dat prettiger. Zitten schommelen lijkt me veel aangenamer te zijn dan zitten opruimen.

Ik heb dus zitten schommelen en tijdens die bezigheid ontdekte ik … ja, hoe zal ik die dingen noemen? Oude pennenvruchten? Winkeldochters van mijn schrijfarbeid?

In een zalig vroeger dat ondertussen steeds langer geleden is, heb ik ooit het plan opgevat om scenario’s te schrijven voor korte humoristische filmpjes, die in hedendaags Nederlands sketches heten. Verder dan een drietal premissen ben ik niet gekomen en die bondige formuleringen van mijn ideeën zijn nu opnieuw opgedoken. Ik kon er zowaar nog om lachen ook en daarom laat ik er jullie hieronder van meegenieten.

1. Brute pech

We zien een man een garage binnenstappen, waar hij een slang aan de uitlaat van zijn auto bevestigt en vervolgens in het voertuig plaatsneemt, voorzien van het andere uiteinde van de slang. Hij is kennelijk van plan om zelfmoord te plegen. Hij start de motor en wacht op wat komt, maar na nauwelijks een minuut dut de motor in, wegens gebrek aan benzine. We zien de man per fiets vertrekken, met een jerrycan op de bagagedrager. Hij komt bij een tankstation waar hij een uithangbordje aantreft dat mededeelt: Gesloten wegens overlijden.

2. De sportieveling

We zien een close-up van twee handen, die in een bak met talk duiken en zich uitgebreid met het poeder inwrijven, zoals onder meer turners en gewichtheffers dat doen. Diezelfde handen grijpen vervolgens een ijzeren staaf vast, alsof dat de stang van een schijvenhalter is. Daarna zoomt het beeld uit en we krijgen een bejaarde man te zien, die de steunbeugel van een looprek vastgegrepen heeft om zich te verplaatsen.

3. Nood breekt wet

We zien een jongeman zijn hele woning overhoop halen. Hij is kennelijk op zoek naar iets dat hij niet kan vinden. In arren moede telefoneert hij tenslotte naar de drugsbrigade van de politie met de mededeling dat hij zijn voorraadje drugs niet kan vinden en of ze misschien een huiszoeking te zijnent willen verrichten, bij voorkeur met een hond.

Hè hè, dat is lachen! Ik kom haast niet meer bij.

Op een blauwe maandag

Het Amerikaanse opperhoofd, Donald Trump, heeft een algemeen medisch onderzoek ondergaan en – hoe zou het anders kunnen? – daaruit blijkt dat hij ‘in blakende gezondheid’ verkeert. Dat hij zo getikt is als een ei op zondagmorgen laten we even buiten beschouwing. Hij is namelijk een stabiel en verlicht genie en het ligt in de aard van de mensen om genialiteit met waanzin te verwarren.

In Zwitserland mogen kreeften niet langer levend worden gekookt. Dat staat daar voortaan in de wet. Blij toe, maar ik vraag me toch af hoe men dat in vredesnaam zal controleren. En mogen de Zwitsers dat gedierte nog op ontstellend brutale wijze de poten afrukken, om de toegetakelde wezens vervolgens levend op een grill te gooien, zoals die onbenul en prutskok Piet Huysentruyt het ons destijds heeft voorgedaan? Ik zal het hem nooit vergeven. Van mij mogen er hele horden kreeften in zijn kloten bijten als hij zich op een mooie dag in de zee waagt, hetgeen op zich al geen bijzonder fraaie aanblik oplevert.

MissAngeline Flor Pua – het zal eenieder meteen duidelijk zijn dat zij een Belgische onderdane is – oogt enigszins exotisch, maar zij is niettemin de nagelnieuwe Miss België. Het mooie meisje stoort zich in hoge mate aan de racistische uitlatingen op sociale media naar aanleiding van haar verkiezing. Ze zegt: “‘Het kwetst me enorm … waarom mensen beoordelen op basis van hun uiterlijk?”
Ik ben het volkomen met haar eens, maar anderzijds zit ik toch met een vraag: zijn missverkiezingen eigenlijk iets anders dan een beoordeling van mensen op basis van hun uiterlijk?

Slaap in hemelse rust

jotieOoit was er een jongen die Jotie T’Hooft heette. Veertig jaar geleden zocht hij, nauwelijks eenentwintig jaar jong, zijn heil in de dood door middel van een overdosis drugs. Het gebeurde in een Brugs achterafkamertje.

Het is inmiddels al van 6 oktober 2014 geleden dat ik hier op mijn blog een gedachte aan hem wijdde en een gedicht van zijn hand publiceerde. Lees in dit verband: Een zeer treurige prins. Ik was, ben en blijf immers een groot bewonderaar van deze jongeman, die een overweldigend talent tentoonspreidde en volgens mij een van de grootste dichters is die Vlaanderen heeft voortgebracht.

Jotie woont nu al vier decennia in een sober graf op een kerkhof in Oudenaarde, zijn geboorteplaats, en nu is daaromtrent enige deining ontstaan. De concessie van het graf verviel en daardoor dreigde het te verdwijnen, hoewel sommigen dat probeerden tegen te gaan met het voorstel om het graf als waardevol erfgoed te laten erkennen. Dat viel niet in goede aarde bij sommige lokale politici. In haar hoedanigheid van schepen van burgerzaken stelde ene Carine Portois bijvoorbeeld: “Stop er eens mee om van Jotie T’Hooft een heilige te maken. We spreken hier tenslotte over iemand die aan drugs verslaafd was. En ook zijn dood was het gevolg van die verslaving. We moeten dat niet verheerlijken.”

Het is waar dat Jotie er niet bepaald een lovenswaardige levenswandel op na hield, maar wie zonder zonde is … Ik meen te weten dat ook de schepen die ik hierboven citeerde al twee keer een ongeval veroorzaakte terwijl ze onder de invloed van alcohol was. De pot verwijt de ketel …

Jotie T’ Hooft blijft een weergaloze dichter. Ze zijn met weinigen die dergelijke adelbrieven kunnen voorleggen. Schepen Portois kan daar alleszins een punt aan zuigen.

Een onbekende heeft inmiddels de concessie van het graf met vijf jaar verlengd. Daar ben ik blij om. Het leven van Jotie was al een grote puinhoop. Mag hij nu misschien in vrede rusten?

Belgische bagger

Als de jaarwisseling in het verschiet ligt, mogen bekende Vlamingen en andere kloothommels die zichzelf zo geweldig vinden dat ze hun eigendunk nauwelijks kunnen tillen, in het weekblad Humo kond doen van hun antwoord op enkele vragen, die op toepasselijke wijze eindejaarsvragen heten. Zoals jullie merken, ken ik nog steeds heel goed de weg in samengestelde zinnen, maar dat is vandaag de zaak niet.

Ene Stijn Meuris, Vlaamse zanger van het zevende knoopsgat, behoort tot de gegadigden die hun mening mochten spuien. Hij kreeg onder meer deze vraag voorgeschoteld:
Wie wenst u wat toe voor 2018 (ten goede of ten kwade)?
Zijn antwoord luidde:
De toekomstige lone shooter die Donald Trump te grazen zal nemen (ik schat tijdens het triomfantelijk afdalen van een vliegtuigtrap): een vaste hand. Met een beetje geluk komt-ie vrij wegens ‘begrijpelijke redenen’.

Dat staat er, zwart op wit, in Humo! Ik had al niet zo’n vreselijk hoge pet op van het heerschap Meuris, maar nu trek ik hem helemaal niet meer. Ik ben ook geen fan van Trump, maar deze eindejaarswens overschrijdt absoluut de grenzen der welvoeglijkheid. Meuris, je moest je schamen!

Wie zich ook moeten schamen zijn de televisiezender RTBF, het weekblad Paris Match en de krant La Libre Belgique.

Enkele maanden geleden heeft de jongerenafdeling van Ecolo (de Franstalige groenen) een pamflet verspreid met een gefotoshopte afbeelding van een gewapende Theo Francken, de Belgische staatssecretaris voor Asiel en Migratie, die ze voor de gelegenheid ook nog in een nazi-uniform gehuld hadden. Alsof dit op zich al geen aanfluiting van het fatsoen is, hebben bovenvermelde media deze foto nu bovendien de prijs van de Waalse media toegekend, als zijnde het communicatiemoment van 2017. Daar valt me toch de bek van open!

We zullen het nog ver schoppen met die onbeschofte Walen. En Theo Francken heeft een wit voetje bij me. Hij doet dat hoegenaamd niet slecht in deze nochtans moeilijke omstandigheden.

Copyright Uilenvlucht 2018 Frontier Theme