Categorie: Prietpraat

Het kan vriezen en het kan dooien

peggydemeyerAangezien Sabine Hagedoren aan een ziekte laboreerde en haar collega, Frank Deboosere, zich in Noorse fjorden vermeide, diende de VRT voor het weerbericht een oudgediende van stal te halen of, om het wat eerbiediger uit te drukken, onder de mottenballen vandaan te pulken

Toen Peggy De Meyer op het scherm verscheen, was ze voorzien van een panoramische halsuitsnijding, waarin men met een smak omlaag kon storten als men even niet oplette. Ook had ze een zeer verstandige bril op de neus gezet en beheerde ze een niet gering aantal ringen. Aldus opgetuigd waagde ze zich aan enkele niet bepaald gunstige voorspellingen, gelardeerd met klinkklare nonsens zoals:

“Uit die felle buien en uit die regen kan neerslag vallen.”

Toen ik op de schoolbanken zat, bracht men zowel buien als regen onder de noemer neerslag, maar ik ben geen journalist natuurlijk en ik heb ook geen geografie gestudeerd.

In de zijstraatjes van het Nederlands ─ 4

presidentIk zag een reclamefilmpje waarmee men de talloze kwaliteiten van de camembert van Président aanprijst.
“Geniet met plezier van het leven”, zei een stem op de achtergrond.

Nu zit ik me al de hele tijd af te vragen of men ook zonder plezier van het leven, of voor mijn part van iets anders, kan genieten. Is plezier niet het hoofdkenmerk van genieten, hier dus dubbelop en derhalve een overbodige toevoeging?

Wie verzint dergelijke slogans eigenlijk? Dat kan volgens mij toch geen al te snuggere tekstschrijver zijn. Of anders is het iemand die vol treurnis van het leven geniet.

Opstekers

Het Europese parlement heeft een strengere tabaksrichtlijn goedgekeurd. Europarlementariër Marianne Thyssen verscheen dienaangaande op de televisie en ze stak het niet onder stoelen of banken dat ze daar bijzonder opgetogen over was … eh … zowel over die nieuwe richtlijn als over haar verschijning op het ruitje. Ze opende haar mond en sprak:

“We willen vooral vermijden dat jongeren starten met roken, want daar begint de verslaving.”

Ik was perplex. Dat was een bewering waarmee men een afro kon ontkroezen. Wie had ooit kunnen bevroeden dat een rookverslaving begint met het roken van een sigaret?

Ik dacht onwillekeurig terug aan lang vervlogen tijden, aan een gespreksavond over drugs die ik samen met mijn spitsbroeder Reinhold bijwoonde. De spreker van dienst probeerde ons te overtuigen van het bestaan van de steppingstonetheorie: het denkbeeld dat het gebruik van softdrugs automatisch tot het consumeren van het zwaardere spul leidt. Hij opende zijn mond en sprak:

“Het is een vaststaand feit dat de grote meerderheid der heroïneverslaafden met marihuana begonnen is.”

Waarop Reinhold de hand opstak, om zodoende het woord te vragen en te krijgen. Hij opende de mond en sprak:

“Het is een nog vaststaander feit dat een nog grotere meerderheid der heroïneverslaafden begonnen is met melk.”

Ja, Reinhold was een gisse knaap en dat is hij overigens nog steeds. In een zalig vroeger ─ mais où sont les neiges d’antan? ─ lurkten we regelmatig samen aan stevige pretsigaretten, maar we hebben ons geen van beiden ooit aan het zwaardere spul gewaagd. Dat is een vaststaand feit.

Re(d)actie

fitness“Belg is zich bewust van belang van gezonde levensstijl”, luidde een kop op de website van de VRT nieuwsredactie.

Inderdaad. We begeven ons per auto naar een fitnesscentrum, om daar op een statische fiets te klimmen.

Wat vinden jullie trouwens van de laatste zin van onderstaand gewrochtje dat ik gisteren op dezelfde website aantrof?

kerstbestand

De soldaten legde de wapens … de hemel weet waar.
Ze weten daar van wanten op die redactie.

En dan heb ik nog met geen woord gerept over de verslaggever van dezelfde VRT die me tijdens een tenniswedstrijd het volgende probeerde wijs te maken. 

Hij slaat services van ongeveer 210 km/uur. Dat geeft zijn tegenstanders ongeveer een halve minuut om te reageren.

Een halve minuut? Ik wil het niet beter weten dan een ander, maar hoe groot is een tennisveld eigenlijk?

Zondebok en pispaal

Ik keer nog even terug naar het onderwerp dat ik gisteren bij de kop had: het flagrante gebrek aan stiptheid van mijn fysiotherapeut.

Ik heb de hele morgen op hem gewacht en vertikte het koppig om zelf te telefoneren, teneinde tekst en uitleg te krijgen. Kort na de middag kon ik me echter niet langer bedwingen en belde. Zijn vriendin beantwoordde de oproep. Wie of wat, denken jullie, had de vertraging op zijn kerfstok? De computer natuurlijk! Die had er ‘s morgens de brui aan gegeven en zodoende …

pcIk luisterde al niet meer en onderbrak haar zelfs met sardonisch gelach. ‘De computer heeft het gedaan’ moet ongeveer de grootste leugen aller tijden zijn, samen met ‘I didn’t have sex with that woman’ van Bill Clinton. Wie dat gelooft, heeft een kalf in zijn hoofd. Ik heb het hier onlangs nog geschreven: zich vergissen is des mensen, maar om de boel helemaal in het honderd te laten lopen heb je een computer nodig … en dientengevolge belaadt men de computer met de schuld van alles wat verkeerd loopt. Computers zijn universele zondebokken en de pispalen waar men gretig gebruik van maakt.

Iets over tweeën is mijn fysio opgedaagd met de staart tussen de benen … tja, ik kan het ook niet helpen dat dubbelzinnigheden hoogtij vieren in onze Nederlandse taal. In plaats van me doortastend te masseren heeft hij me moeten uitdeuken, want ik lag nog steeds in een deuk van het lachen. ‘t Lag aan de computer. Et mon cul, c’est du poulet?

Een olijk stuk vlees

Gisteren beleefden we een weldadige nazomerdag, maar blijkbaar vond niemand me de moeite van een bezoekje waard, al zat ik daar eigenlijk niet zo mee. Eenzaamheid is de motor van alle scheppingsdrift en het duurde dan ook niet lang of ik verveelde me te pletter, zodat ik besloot om wat in de natuur te gaan rondraggen. Nu is rondraggen een wel zeer optimistisch overstatement voor de manier van voortbewegen van iemand die zijn lichaam met krukken moet stutten. Ik had hoegenaamd geen opschiet en bovendien brachten de oneffenheden van het pad me herhaaldelijk aan het wankelen, hetgeen zowel letterlijk als figuurlijk geen goeie gang van zaken is. Dat deprimerend gesjok begon me spoedig te kazen, dus zwabberde ik maar naar huis terug. Wat hield me tegen, hè?

De televisie vertoonde een wielerwedstrijd die zich in het het merengebied van Noord-Italië voltrok en wellicht daarom Ronde van Lombardije heette. José De Cauwer was een van de commentatoren. Hij is wat men hoofdschuddend ‘me er eentje’ noemt en bovendien zeer bedreven in de wielerkunde, hetgeen niet van iedereen gezegd kan worden. Hij hanteert een merkwaardige variant van het Nederlands, roert daar geregeld wat van de aap zijn gat geblazen uitdrukkingen doorheen en is niet zelden een drenkeling in zijn woordenstroom, maar precies daardoor heeft hij zich mijn sympathie op de hals gehaald.

Gisteren trakteerde hij de kijkers onder meer op het volgende:

“Waar rijd je naartoe als je bovenkomt?” vroeg hij zich op een gegeven moment af. Het bleef even stil. “Uiteraard terug naar beneden”, beantwoordde hij toen zelf die vraag.
Ik had er wel aardigheid in.

“De fiets van Jo de Roo werd gestolen terwijl hij op bezoek was in het ziekenhuis”, verkondigde José vol medegevoel. “Ze hebben daar in Nederland zelfs een enquête over gehouden: Breng de fiets van Jo de Roo terug!”
Een enquête? Ik lag in een deuk. Hij zal ongetwijfeld de actie op Facebook bedoeld hebben.

De renner Durasek Kristijan kwam na een lastige beklimming met enige vertraging boven.
“Durasek, Durasek”, mompelde José. “Ze hadden hem beter Duracell genoemd. Kon hij wat langer meegaan.”

Mensen, toen kon je me wegdragen, hè.

We hebben de ochtend weer gehaald

Ik heb vannacht slecht geslapen en ik geloof dat ik dat niet leuk vind. Ik ben alleszins in een recalcitrante bui en dat uit zich bij mij vooral in een neiging tot pietluttigheid. Wie of wat zal ik vandaag eens op de korrel nemen? Hocus pocus en simsalabim! Het wordt Kirsten Flipkens.

Zij is een tennissend meisje en op Wimbledon bereikte ze onlangs tegen de verwachting in de halve finale, maar toen zakte ze in mekaar als een soufflé. Nu ja, zelf bleef ze overeind, maar haar ballen … eh … haar tennisspel liet veel te wensen over.

Ze verloor. Haar teleurstelling daaromtrent was niet onoverkomelijk en zelfs van korte duur, want in een interview achteraf verklaarde ze: ik heb er met 1000 percent van genoten.

Dat is dus onmogelijk. Duizend percent bestaat niet en dus beweerde Flipkens eigenlijk het tegengestelde van wat ze bedoelde. Volgens haar zeggen heeft ze absoluut niet van die halve finale genoten.

Is het nu gedaan, ja, met al die onnozele uitdrukkingen!?

Met een baard

autopedDe leden van een fietsclub zaten op een door de zon beschenen terras van in hoofdzaak brave vloeistoffen te genieten, toen er plots een manspersoon verscheen die zich op een step voortbewoog, hetgeen me een nogal belachelijke manier van zich verplaatsen lijkt. Ik vind step trouwens een lelijke benaming voor het tuig in kwestie. Autoped eveneens. Ik verkies het in mijn Vlaamse dialect gangbare trottinette.

Het was allesbehalve kinderspeelgoed dat hij behoedzaam aan het fietsenrek toevertrouwde, maar een volwassen trottinette. Getooid met de ronduit ridicule uitmonstering die recreatieve fietsers en kennelijk ook trottinetters omgorden om zich op weg te begeven, betrad hij het terras. Ik zat met gespitste oren te wachten op wat komen moest, want het was opgelegd pandoer dat het zou gebeuren. Even leek het erop dat het zou uitblijven, maar nee hoor!

─”Ik zou toch maar oppassen als ik jou was”, sprak een van de fietsers. “Straks is je ene been langer dan je andere.”
─”Vandaag moet je de zesde zijn die me dat zegt,” antwoordde de trottinetter, “maar toch bedankt voor de waarschuwing.”

Het was zo voorspelbaar.

Dante achterna

Per stalen … eh … aluminium ros fietste ik door het bos waar Maria van Bourgondië ooit aan haar laatste rit per authentiek ros van vlees en bloed begon. Niet veel later zou ze op tamelijk onelegante wijze van dat paard tuimelen en dat met haar leven bekopen.

Zoals het me wel vaker overkomt als ik me onder pathetische boomgewelven ophoud, begon ik plots van dichterlijk vuur te blaken en declameerde ik een vermaard vers uit La Divina Commedia van de Florentijnse dichter Dante Alighieri:

Nel mezzo del cammin di nostra vita
mi ritrovai per una selva oscura,
ché la diritta via era smarrita.

Op het midden van mijn levensweg
bevond ik mezelf in een donker woud
want de rechte weg was verloren gegaan.

Wie een beetje belezen is, zal weten dat Dante vervolgens bij de hellepoort terechtkwam met het niet bepaald uitnodigende opschrift:

Lasciate ogni speranza, voi ch’intrate.

Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt.

Gelukkig was de rechte weg voor mij niet helemaal verloren gegaan, want toen ik erin slaagde me uit het bos te bevrijden, kwam ik terecht bij het soort etablissement dat men een landelijke herberg pleegt te noemen. Ik liet de hoop niet varen dat ik daarbinnen lafenis zou aantreffen, stalde mijn ros en duwde aarzelend de deur open …

Als jullie willen weten wat er toen gebeurde ─ en dat loont de moeite ─ moeten jullie morgen naar hier terugkeren. Nu ik eindelijk door de muzen omhelsd word, zal ik me eerst aan het schrijven van een koningslied wijden. Ik vermoed namelijk dat Berten en Fluppe binnenkort naar Nederlands voorbeeld ook een wisseldans zullen uitvoeren … Changez!

Spaar ons!

Copyright Uilenvlucht 2018 Frontier Theme