Categorie: Laagvlieger

Vliegt de Blauwvoet!

rodenbachIk knap er danig op af, maar ik vecht waarschijnlijk tegen de bierkaai, hetgeen je in dit geval bijna letterlijk mag nemen.

Steeds meer Vlaamse bedrijven en organisaties zijn de mening toegedaan dat slogans in het Engels interessanter klinken dan in hun moerstaal. De bierbrouwerij Rodenbach uit het West-Vlaamse Roeselare ligt nu ook in hetzelfde gasthuis ziek. Ze vinden het namelijk nodig om hun brouwsel aan te prijzen met de slagzin: Cheers to the unexpected. Je zou het van Rodenbach niet dadelijk expecten.

De naam Rodenbach heeft immers nogal wat weerklank in de Vlaamse contreien. Albrecht Rodenbach, de dichtende supervlaming, was een neef van de stichter van de brouwerij. Hij schreef onder meer De Blauwvoet, het lied der Vlaamsche zonen, dat toentertijd het strijdlied van de katholieke Vlaamse studentenbeweging was en nu nog steeds op Vlaamsgezinde bijeenkomsten – zoals bijvoorbeeld de  IJzerbedevaart en het Vlaams Nationaal Zangfeest – te horen is.

Ik denk niet dat Albrecht zich nu zal omdraaien in zijn graf, maar in mijn hoedanigheid van Vlaamsche zoon en bierdrinker nodig ik andere Vlaamsche zonen en bierdrinkers uit om  … eh … uit een ander vaatje tappen, om to the unexpected te cheeren.

Nu doen ze ‘t weer!

Anderhalve maand geleden verscheen hier het schrijfsel: Als het niet goed is, zeg ik het ook. Daarin uitte ik mijn ongenoegen over een nogal onnozele, want in mijn geval contraproductieve reclamestunt van het weekblad Humo.

Verleden week viel er een verse Humo bij me in de bus en nu doen ze het weer. Ik mag een krulstaart krijgen als het niet waar is. Ze geven hun lezers een blikje energiedrank cadeau, maar je moet het ding wel zelf afhalen. In mijn geval zou ik me dus opnieuw vijftien kilometer moeten verplaatsen om het in mijn bezit te krijgen. Ja, ik ben daar gekke Gerrit op een houtvlot!

Als Humo probeert de duivel in me wakker te maken, zijn ze goed bezig. Ik zeg gegarandeerd mijn abonnement op als ze me nog een keer zoiets lappen. En aan dat energiedrankje zal ik dus nooit een bek zetten. Ik heb me laten vertellen dat het een beetje naar smaakt, en dat het in je maag blijft staan, en dat je er gemarineerde oprispingen van krijgt …

nalu

Een gemiste kans

Marcel is dood. Dat verneem ik uit de krant. Ik heb Marcel gekend toen hij nog leefde, al is het heel lang geleden dat onze levenspaden elkaar kruisten. Daar is een toch wel merkwaardige anekdote uit voortgesproten.

Marcel was een geheel uit voortreffelijkheid opgetrokken kunstschilder, met evenwel een nogal kantige persoonlijkheid. Creatieve begaafdheid gaat bijna onvermijdelijk samen met kapsones en een aaneenschakeling van incidenten, waardoor men weinig vrienden overhoudt.

Toen Marcel zijn gewrochten in een Brugse galerij exposeerde, ging ik die bekijken en wat ik zag beviel me wel. Bovendien voelde ik de mecenas in mij ontwaken. Ik knoopte derhalve een gesprek aan met de kunstenaar en bestelde een marine en een landschapschilderij, om er mijn zitkamer mee op te luisteren. Marcel kwam zich te mijnent van de entourage en de lichtinval vergewissen, zodat zijn penseelvruchten er ten volle tot hun recht konden komen.

Een paar maanden later ging ik eens poolshoogte nemen en Marcel liep me voor naar zijn atelier, waar zowel mijn schuimbekkende zeegezicht als mijn sensueel landschap op stapel en op ezels stonden. We dronken koffie en toen Marcel zijn koekje – een evenveeltje, in de wandeling vaak madeleine genoemd – in de hete drank sopte, brak het doormidden en duikelde de helft ervan kopje-onder. Marcel loosde een putdiepe zucht, waardoor ik het danig op de lachspieren kreeg.

Ik hoorde een paar maanden niets meer van hem en toen ik telefonisch naar de vorderingen informeerde, kreeg ik van zijn vrouw te horen dat Marcel het me zeer kwalijk nam dat ik met hem gelachen had en dat hij dientengevolge mijn schilderijen niet wenste af te werken. Van lange tenen gesproken!

Marcel is nu dood en de werken van zijn hand zullen eerlang ongetwijfeld hoge toppen scheren. Helaas heb ik geen werken van zijn hand.

Nestbevuiling

Het duurt nog bijna een half jaar voor we ons in jolig groepsverband, maar willens nillens, ter stembus moeten begeven.

Desalniettemin is Open vld al volop bezig met het ontsieren van de land- en stadschappen, door overal – en bij voorkeur op schilderachtige en buitengewoon fotografeerbare plekken – afzichtelijke propagandaborden neer te poten met daarop een slogan, die een samenraapsel is van drie gemeenplaatsen van het zevende knoopsgat.

openvld

Het bevreemdt me dat die bemoeial van Groen, Calvo, daar nog geen commentaar op geleverd heeft.

Ik voel me alleszins niet aangesproken en ik zal dus niet voor de liberalen stemmen. Dat was ik toch al niet van plan.

Geen lichtend voorbeeld

kogelpennenIn de aankomst- en tegelijkertijd ook vertrekhal van de supermarkt trof ik dit keer niet enkel in slagorde opgestelde winkelkarren aan, maar ook een nogal primitieve tafel, bestaande uit een houten blad op twee schragen. Daarop had men wat spullen uitgestald: kinderboeken, kogelpennen, wondpleisters en viltstiften. ‘Steun onze kankerpatiëntjes’ verkondigde een A4’tje in zwarte, aan een printer ontlokte letters.

Het zag er allemaal nogal onprofessioneel uit. De dame die het boetiekje bemande … eh … bevrouwde, rookte bijvoorbeeld als een kalkoven en was derhalve niet bepaald een levende reclame voor het goede doel dat ze vertegenwoordigde. Ik besloot om daar voor de verandering eens geen opmerking over te maken, want een mens kan niet blijven op alle slakken zout leggen. Wat mij betreft kan ze zich de kanker paffen.
“Alles kost tien euro”, zei ze terwijl rook alle daartoe beschikbare openingen in haar hoofd verliet.

Zodoende ben ik op dit moment dus tien euro armer en vijf kogelpennen rijker. Ik zal ze bij mijn verzameling voegen, die ondertussen al meer dan tweeduizend schrijfstiften behelst. Alles wel beschouwd, had ik eigenlijk beter die wondpleisters kunnen nemen, voor als ik tijdens het schillen van aardappelen in mijn vingers snijd, of anders zo’n kinderboek, om weg te geven aan een heel arm kindje, van wie de ouders zich geen lectuur kunnen veroorloven.

Ik blijf me afvragen of dit eigenlijk geen truc was van gewiekste oplichters, die een goed doel misbruiken voor eigen gewin. Zou Colruyt de ‘geloofsbrieven’ van die luiden controleren, voor men toestemming geeft om in hun winkelkarrendepot aan de slag te gaan?

Ze blijven zwerven

Wanneer zullen de in politieke steunkorsetten gehulde ‘hovaardigheidsbekleders’ van dit land, aangevoerd door de doorluchtige edelachtbaarheid, minister Joke Schauvliege, nu eindelijk eens knopen doorhakken en werk maken van het statiegeld op drankblikjes en petflessen?

Dat blijft duren en ondertussen wordt de aanblik van Vlaanderen met de dag erbarmelijker, in die mate zelfs dat ik nog nauwelijks plezier beleef aan mijn wandel- en fietstochten, omdat ik me vrijwel onophoudelijk blauw erger aan de rotzooi langs de paden en in de bermen.

De hoogwelgeboren, maar o zo besluiteloze Joke wilde de industrie tot 2018 de tijd geven om te bewijzen dat het probleem ook anders kan aangepakt worden. Wel, we schrijven inmiddels de derde maand van 2018 en er is niets bewezen.

Statiegeld dus! En snel een beetje! Schauvliege, doe nu eindelijk eens wat!

Afknapper

kokshandenNaar aanleiding van ‘Jong keukengeweld’ ─ een actie van toerisme Vlaanderen, om jongeren tot dertig jaar aan te zetten om door jonge chefs uitgebate restaurants te bezoeken ─ lees ik op een website van de VRT een tekst, die opgesmukt is met een foto. Het woord ‘opgesmukt’ is hier eigenlijk niet op zijn plaats. Het prentje toont namelijk twee handen die zich met een soort ravioli onledig houden en die ik onbesproken zou laten, ware het niet dat een van die handen op brutale en in mijn ogen afzichtelijke wijze getatoeëerd is.

Ik hou al niet van dergelijke versierselen en als die dan ook nog aangebracht zijn op lichaamsdelen die zich met voedsel bemoeien, vergaat mij compleet de appetijt. Chefs ─ zij het nu jonge of oude ─ die aldus … eh … toegetakeld zijn, zal ik niet met mijn klandizie begunstigen, zelfs niet als ik op apegapen lig van de honger. Ik vind het niet netjes en ik krijg er kippenvel van. Mag ik?

Het moet me trouwens van het hart dat de televisie veel te veel kookprogramma’s vertoont en chefs van zowel het eerste, het tweede en zelfs het derde échelon met overdreven egards behandelt.

Schijten die marsepein misschien? Of kunnen ze blinde vinken doen zien?

De VRT rommelt maar wat aan

Ik heb er geen idee van wie er bij de VRT verantwoordelijk is voor de nieuwsberichten die via een app op mijn tablet, en bij anderen op hun smartphone, verschijnen.

De dames en/of heren in kwestie hebben alleszins niet de capaciteiten om zich van correct Nederlands te bedienen, hetgeen men toch zou mogen verwachten van mensen die zich beroepshalve met taal bezighouden.

Een tiental minuten grasduinen leverde me het onderstaande resultaat op. Zeg nu zelf: dan ben je lekker bezig! Dergelijke aanfluiting getuigt toch niet van professionaliteit. Foei, VRT. Een aanbeveling is het allerminst. Het beantwoordt zelfs niet aan mijn nochtans geringe verwachtingen van een openbare omroep.

VRT-taal

Hardleers

We schrijven januari 2018 en ik maak schoon schip. Ik ben bezig wat oude koeien uit de sloot te halen, om die opnieuw bij de hoorns te vatten. Zo heb ik voor de tweede keer een mail gestuurd naar Moleskine: het bedrijf dat de befaamde aantekenboekjes vervaardigt, waar ik sinds jaar en dag verslaafd aan ben. Lees in dit verband de volgende stukjes:
1. Mijn calepingske
2. Speeltjes
3. Moleskinemolest

Jaren geleden stuurde ik ze al eens een mail, waarin ik mijn ongenoegen uitte over het feit dat hun Belgische website uitsluitend de Franse taal hanteerde, hoewel 60% van de Belgen Nederlands spreken. Ik kreeg toen een nogal onbeduidend antwoord, met de mededeling dat ze mijn verzoek doorgestuurd hadden naar de manager. Lees hieromtrent: Foei Molenskine!

We zijn inmiddels vijf jaar verder en hun Belgische website is nog steeds eentalig Frans, dus heb ik ze verleden week opnieuw een mail gestuurd, om ze op deze slordigheid te wijzen. Ik kreeg krek hetzelfde antwoord als de vorige keer en Vlaamse klanten kunnen zich dus weer vijf jaar hun misprijzende houding laten welgevallen, maar deze jongen is niet van plan om dat dit keer uit te zitten en werkloos toe te kijken.

Het is tijd voor maatregelen. Op een harde knoest past een harde bijl, al zal het werktuig dat ik gebruik vermoedelijk veeleer een beiteltje zijn.

Ik koop, zonder overdrijven, jaarlijks minstens een dozijn aantekenboekjes van Moleskine, goed voor een bedrag van ongeveer € 200. Daar maak ik nu een eind aan. Ik schakel over op een alternatief, te weten notitieboekjes van een ander ras … eeh … merk.

Mijn eemansprotestje zal allicht niet veel zoden aan de dijk zetten, al behoort een zwaan-kleef-aan-effect natuurlijk altijd tot de mogelijkheden.

In mijn hoedanigheid van vertaler en tolk moet ik ze misschien eens mijn diensten als vertaler aanbieden. Tegen betaling vanzelfsprekend. En niet te min! Als zij zulke dure boekjes durven te slijten, kunnen ze me ook dik betalen voor mijn werk.

Brol in ‘t kwadraat

Ik heb, denk ik, hier al eerder vermeld dat ik te mijnent over een gerieflijke zolder beschik, waar allerhande snuisterijen en parafernalia een onderkomen gevonden hebben, naast falanxen oude boeken en verzamelingen bejaarde tijdschriften. Je zou het ‘schatten op zolder’ kunnen noemen en ik mag er graag tussen toeven.

Om dat toeven ietwat comfortabeler te kunnen doen, kocht ik ruim twee jaar geleden een eenvoudige driezitsbank, die me desalniettemin toch bijna duizend euro lichter maakte. De firma waar ik dat meubel aanschafte, heet Unigro. Men had me van verschillende zijden opmerkzaam gemaakt op de nogal ongunstige reputatie van dat bedrijf. De producten die ze leverden, waren niet bepaald van lovenswaardige kwaliteit en ook hun klantenservice liet naar verluidt zeer te wensen over. Ik pleeg evenwel vaker waarschuwingen in de wind te slaan en dat was ook dit keer het geval.

Al na anderhalf jaar begon de bank zich vreemd te gedragen en gebreken te vertonen die men bezwaarlijk als ouderdomsverschijnselen kon bestempelen, want het ding was allesbehalve oud. Hoewel ik het meubel allerminst intensief gebruikte, bleken de kussens af te schilferen en dientengevolge kale plekken te vertonen.

Op 11 augustus 2017 telefoneer ik met de klantendienst van de leverancier, Unigro, en deel mee dat mijn bank gebreken vertoont die duidelijk onder de garantieclausule vallen. Men verzekert me dat men de zaak in behandeling neemt en me binnen de kortste keren zal berichten.

Op 19 september 2017 heb ik nog steeds geen bericht gekregen, dus stuur ik een e-mail waarin ik mijn klacht herhaal. Ik krijg niet veel later een (waarschijnlijk automatisch) antwoord: “We streven er naar om u binnen de twee dagen een antwoord te bezorgen, maar we ondervinden tijdelijk een langere wachttijd die tot zeven dagen kan oplopen.”

Ik wacht zo maar eventjes vijf weken en stuur dan, op 22 oktober 2017; een herinnering. Het antwoord komt zeven dagen later. Door het activeren van een nieuwe centrale hebben ze enige vertraging in het verwerken van hun mails. Ze voegen daar laconiek aan toe dat ze helaas geen voorgaande mail van me terugvinden.

Ik ontsteek in grote ergernis en stuur ze deze mail:

Op 11/8/2017 liet ik u telefonisch weten dat de in de rand vermelde bestelling gebreken vertoont die duidelijk onder de garantieclausule vallen.
De bekleding van de zitkussens van de driezitsbank, die deel uitmaakt van deze bestelling, schilfert namelijk af, waardoor de kussens kale plekken vertonen.
Men verzekert me dat men de zaak in behandeling neemt en me binnen de kortste keren zal berichten.

Op 19/9/2017 heb ik nog niets van u vernomen, dus stuur ik u een e-mail, waarin ik mijn klacht herhaal. Ik krijg nog dezelfde dag een e-mail, waarin u me mededeelt dat u ernaar streeft om me binnen de twee dagen een antwoord te bezorgen, maar dat u tijdelijk een langere wachttijd ondervindt die tot zeven dagen kan oplopen.

Ik wacht zo maar eventjes vijf weken en stuur u op 22 oktober 2017 een herinnering. Ik ontvang uw antwoord, opnieuw zeven dagen later. Door het activeren van een nieuwe centrale hebt u naar verluidt enige vertraging in het verwerken van uw mails. U voegt daar laconiek aan toe dat u helaas geen voorgaande mail van mij terugvindt.

Ja zeg, maak het een beetje! Zo blijven we bezig natuurlijk! U hebt aan de ‘spoorloze’ e-mail het nummer MSG-131350 toegekend en u hebt die beantwoord met de hierboven vermelde e-mail, inhoudende dat de wachttijd van 2 tot 7 dagen kon oplopen.

Kan er nu eindelijk een vervolg aan deze inmiddels onverkwikkelijke kwestie gebreid worden?

In bijlage stuur ik u een foto van de toestand waarin de zitkussens zich momenteel bevinden. Mooi is anders!

Ik zie uw antwoord graag tegemoet en hoop dat het dit keer vlotter gebeurt.

driezit

Op 21 november 2017 krijg ik een telefoontje, waarin men me mededeelt dat het euvel van mijn bank aan slijtage te wijten is en derhalve niet onder de garantieclausules valt. Ik stuur ze meteen deze e-mail:

Naar aanleiding van het telefoongesprek dat ik daarnet met uw diensten had, kan ik u het volgende mededelen:

Ik heb begrepen dat u het stukgaan van de bekleding van mijn driezitsbank toeschrijft aan slijtage, die niet onder de garantieclausules valt. Als zitkussens al na anderhalf jaar aan dergelijke slijtage onderhevig zijn en dat normaal bevonden wordt, dan verkoopt u regelrechte brol. Ik zal dan ook niet nalaten om op sociale media (mijn blog, Twitter en dergelijke meer) mijn ongenoegen kenbaar te maken, met vermelding van uw bedrijfsnaam en de raadgeving om vooral niets bij u te kopen. Bovendien zal ik de uitermate gebrekkige werking van uw dienst na verkoop aan de kaak stellen, waardoor ik maar eventjes drie maanden op uitsluitsel moest wachten en u mijn e-mails maandenlang onbeantwoord liet.

Ik dring er dan ook op aan dat u me uit uw klantenlijst schrapt en me geen enkele reclame meer toestuurt, noch per post, noch per mail.

Een uitermate mistevreden ex-klant.

Ze blijven me echter maanden met reclame bestoken, zowel per mail als per post. Telkens als ik iets van ze ontvang, stuur ik ze een mail in steeds driestere bewoordingen, zoals bijvoorbeeld:

Als ik me uitschrijf, en dat heb ik inmiddels acht keer gedaan, wil ik niks meer van jullie ontvangen, maar jullie blijven me spammen met reclame voor de brol die jullie verkopen.
Hou ermee op, achterlijke dakhazen!

En dan voelen ze zich nog gekrenkt ook, want ze antwoorden:

We begrijpen dat dit niet aangenaam is en stellen alles in het werk om de publiciteit stop te zetten. Mogen wij u vriendelijk verzoeken toch enige beleefdheid te hanteren?

Wij bedanken u voor uw mail en vinden het jammer dat u zich wenst uit te schrijven. Uiteraard respecteren wij uw beslissing en daarom hebben we reeds het nodige gedaan.

Door technische redenen kan het gebeuren dat u nog een vijftiental dagen mails van ons ontvangt, alvast onze excuses hiervoor.

Wij bedanken u voor uw begrip en wensen u een fijne dag toe!

Waarna ik weer:

Na de slechte ervaringen die ik met jullie had, voel ik me absoluut niet geroepen om jullie met beleefdheid tegemoet te treden. Wel integendeel. Jullie zijn een prutsbedrijf.

Besluit: Unigro is met voorsprong het slechtste bedrijf van België en belendende percelen. Jullie zijn gewaarschuwd. Zeg niet dat jullie het niet wisten.

Copyright Uilenvlucht 2018 Frontier Theme