Categorie: Kippenvellen

Het lijk in het maisveld

Ik wil me niet met akkerbouw en veldarbeid bemoeien, want dat is mijn fort niet en ik zou bij wijze van spreken onder distels en doornen zaaien. Desalniettemin ben ik van oordeel dat men in onze contreien veel te veel mais teelt. Dat hoogbenig gewas belemmert vaak het uitzicht op kruispunten en in scherpe bochten, wat soms voor gevaarlijke toestanden zorgt … en meer heb ik daarover niet te zeggen.

De titel van dit schrijfsel zou door Agatha Christie bedacht kunnen zijn, maar ik heb die helemaal zelf verzonnen en ik zal jullie vertellen hoe dat zo komt.

Tijdens een fietstocht gaf mijn gps er de brui aan, dus bracht ik mijn fiets tot stilstand op een weggetje dat zich als een aal in doodsnood tussen maisvelden kronkelde. Terwijl ik bezig was orde op zaken te stellen, weerklonk plots het belsignaal van een telefoon, hetgeen me zeer bevreemdde, want ik bevond me in Nergenshuizen en er viel in geen velden of wegen iemand te bespeuren. Het geluid hield op, om luttele seconden later opnieuw van zich te laten horen.
“Is hier iemand in de buurt?” riep ik in de richting van de plek waar het gerinkel vandaan kwam.
Ik kreeg geen antwoord.

Ik maakte aanstalten om tussen de maisstengels op zoek te gaan naar de oorsprong van dat signaal, want vermoedelijk lag daar ergens een mobieltje, maar ik voegde de daad niet bij de gedachte. Hoe was dat ding daar in vredesnaam terechtgekomen? Het is een vraag die me blijft bezighouden en ondertussen bedenkt mijn lenige, ja zelfs ongebreidelde fantasie daar zelfs een afrekening in het milieu bij, met een lijk dat men in het maisveld gedumpt heeft, om er vanaf te zijn.

Het zijn wrede tijden.

Het roggeventje

Ik keer even terug naar een zalig vroeger, toen de menselijke aanfluiting, Dutroux genaamd, nog geen dood en vernieling gezaaid had en jongelui zich nog makkelijk aan al dan niet ouderlijk toezicht konden onttrekken, om vrijelijk en naar hartenlust rond te raggen.

Het dorp waar ik opgroeide en domweg gelukkig was, werd omsingeld door lommerrijke bossen, uitgestrekte landerijen en grazige weiden. Geregeld dook ik in mijn eentje, of samen met wat vrienden, de weidse natuur in en telkens als ik thuis vertrok, gaf mijn moeder me een schalkse waarschuwing mee:
“En oppassen voor de roggeventjes, hoor!”

Roggeventjes waren, toch zeker in het deel van West-Vlaanderen dat men het Houtland noemt, gemene schepseltjes die zich, zoals de naam al doet vermoeden, in roggevelden schuilhielden en zich meester maakten van kinderen die zich in het koren waagden. Wat ze met hun prooien aanvingen verzweeg men wijselijk.

Ik heb nooit ofte nimmer zo’n roggeventje waargenomen, tot ik gisteren plots …

roggeventje

Kun je nagaan hoe snel ik daar mijn matten opgerold heb.

koren

Hommeles

Ik loop eens even het bos in, dacht ik bij mezelf en ik voegde meteen de daad bij de gedachte. Nu ja, veel moeite hoefde ik daarvoor niet te doen. In dichte drommen omsingelen bomen mijn woning en als ik pakweg vijftig stappen buiten de deur zet, bevind ik me tussen stugge stammen onder pathetische gewelven van loverkapsels. Sommigen noemen me de bospoeper. Vraag me niet waarom.

Ik ontweek behoedzaam een aantal communes van verlekkerd kijkende brandnetels en kwam toen op een plek waar enkele gestorven bomen lagen te vermolmen. Het duurde niet lang of … tja, jullie weten het of jullie weten het niet, maar er zijn drie dingen die een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mannen uitoefenen. Het stoken van vuurtjes komt op de allereerste plaats, gevolgd door het verspreiden van water via allerhande toestellen, zoals sproeilansen, hogedrukreinigers … en wat dies meer zij. Het is niet zonder reden dat ik me in mijn allereerste schoolopstel ─ hoelang is dat wel niet geleden? ─ vergreep aan een memorabele en ietwat dubieuze zin: “De brandweermannen kwamen aangelopen met spuitende slangen.” Ik dwaal echter af, zij het wederom niet met tegenzin. De derde handeling waar mannen een uitgesproken zwak voor hebben is poken en porren …

Het duurde dan ook niet lang of ik voorzag me van een indrukwekkende stok, waarmee ik lustig in het houtafval begon te poken … en binnen de kortste keren paniek veroorzaakte in het hommelnest dat zich onder die pulp bevond. Christene zielen! Er stegen gelijk honderden, indien al niet duizenden van die brompotten op. Ik heb ze niet geteld, want dat is mijn fort niet en bovendien had ik er geen tijd voor, want ijlings vluchten was de boodschap. Ik speerde weg, alsof uitslaande brand me aan de broek lekte.

Ik mag me gelukkig prijzen dat het hommels betrof. Die zijn niet agressief en ze vonden het niet eens nodig om me aan te vallen of zelfs maar te achtervolgen. Als het wespen geweest waren zou ik dit stukje waarschijnlijk niet geschreven hebben, of toch alleszins vandaag niet.

Ouwe lullen

Twee mannen, die eigenlijk al veel te oud waren voor een midlifecrisis, maar zich toch tot elke prijs tegen de ouderdom wilden verzetten, hadden plaatsgenomen in een open sportauto. Met een rotvaart scheurden ze ermee over een smalle asfaltweg, die hoofdzakelijk door fietsers en wandelaars gebruikt werd en waar een maximumsnelheid van vijftig kilometer gold. Allen daar aanwezig, schrijver dezes incluis, dienden ijlings hun heil in de berm te zoeken toen die heren er aangejakkerd kwamen in hun belachelijke proletenbak. Ze raasden me voorbij, schonken geen aandacht aan de wijsvinger die ik verwijtend tegen mijn voorhoofd tikte … en meteen daarna hadden ze prijs. Ze raakten iets, dat vloog de lucht in, beschreef daar een keizerlijke boog en stortte vervolgens neer.

Ik hield halt bij het zieltogende, stuiptrekkende eekhoorntje en heb het toen met een voorzichtige voet de berm ingeschoven, waar het de ogen opensperde en stierf.

Zou je ze niet!

Je suis Charlie

I disapprove of what you say, but I will defend to the death your right to say it.

Je ne suis pas d’accord avec ce que vous dites, mais je me battrai jusqu’au bout pour que vous puissiez le dire.

Ik ben het niet eens met wat u zegt, maar ik sta met mijn leven in voor uw recht om het te zeggen.

Citaat vaak ten onrechte toegeschreven aan Voltaire, maar van de hand van Evelyn Beatrice Hall.

(Ge)weerloos

Er zijn dingen waar ik van ganser harte niets van begrijp en andere die ik onmogelijk kan goedkeuren. Daarmee vertel ik jullie waarschijnlijk geen nieuws. Nu word ik echter geconfronteerd met iets dat ik met mijn verstand net zo min kan bevatten als goedkeuren.

Het betreft een zuipschuit die, als hij een paar slokken teveel opgenomen heeft, en dat heeft hij vrijwel altijd, geredelijk tot dadelijkheden overgaat en dus voortdurend in vechtpartijen verwikkeld raakt. Ook was hij al talloze keren in ongevallen betrokken, speelde bovendien herhaaldelijk zijn rijbewijs kwijt, wat niet belette dat hij nog niet zo lang geleden een meisje de dood injoeg, omdat hij in starnakelzatte toestand op een kruispunt een stoplicht negeerde. Zelf kwam hij heelhuids uit dat ‘avontuur’. Je zult het nooit anders zien.

Zaterdagavond zag ik hem in de kroeg en het duurde dan ook niet lang of stoelen en tafels vlogen met ongepaste sierlijkheid heen en weer. Zondag ontmoette ik hem tijdens mijn ochtendwandeling in het bos. Men kon de drank uit zijn gezicht tappen, maar wat mij het meest verontrustte, was dat er een dubbelloopsgeweer aan zijn schouder bungelde.

Nu ben ik nooit goede maatjes met jagers geweest en mijn angst voor schiettuigen is groot, maar ik vind het compleet onverantwoord dat een driftkop met een drankprobleem zich met een wapen mag en kan vertonen, want dat mag en kan hij inderdaad. Ik heb even mijn licht opgestoken bij een ter zake bevoegd persoon en niettegenstaande zijn roemruchte verleden beschikt het heerschap in kwestie over een jachtverlof, inclusief wapenvergunning.

Ik begin warempel te geloven dat in Belgenland alles mogelijk is.

Naar de RATsmodee geschopt

Niettegenstaande het ingaan van de wintertijd was het vanmorgen nog donker toen ik het huis verliet en op een gangpad tegen een naar beneden gestruikeld blad trapte.
“Tiens!” dacht ik. “De herfstblaren zijn ook niet meer zo lichtvoetig als ze ooit geweest zijn.”

Enkele uren later, het was inmiddels al volop licht, kwam ik tot de ontdekking dat het blad in kwestie eigenlijk geen blad was, maar dit:

doderat

Nu voel ik weliswaar bijzonder weinig sympathie voor ratten, maar jullie mogen echt niet denken dat ik dat beestje een doodschop gegeven heb. Het was zonder enige twijfel al morsdood toen het in aanraking kwam met mijn schoen. Gelukkig maar. Ik ben al een keertje door een rat aangevallen – lees in dit verband: Van de ratten besnuffeld – en dat wil ik niet nog een keer meemaken.

Laffe daden

Jullie zullen zich ongetwijfeld mijn ‘geruchtmakende’ reportage van drie weken geleden herinneren, waarin ik aandacht besteedde aan het wel en wee van maïs. Ik beklaagde er me toen over dat dit rijzige gewas het schier grenzeloze panorama op de Ruidenberg aan het oog onttrok.

Gisteren schreven we 1 oktober en het was een fraaie dag, dus wendde ik het fietsstuur opnieuw naar die berg, om er poolshoogte te gaan nemen en me van de huidige toestand te vergewissen. Mijn hart zong op van vreugde toen ik aldaar geconfronteerd werd met een ontzagwekkende machine, die bezig was de halmen een kopje kleiner te maken.

oogst

Plots zag ik een konijn paniekerig uit het maïsveld tevoorschijn speren en ijlings veiliger oorden opzoeken. Toen weerklonk opeens een luide knal. Het dier werd in zijn splijtende vaart gestuit, vloog wel een meter omhoog en viel toen dood neer.

jager1jager2Zien jullie de man die ik op de foto hierboven rood omcirkeld heb? Ik heb hem per telelensje nog een paar keer in mijn camera gevangen en zoals jullie kunnen zien, torst die laffe mossel een meedogenloos schietgeweer, waarmee hij het ene vluchtende konijn na het andere afschoot. Ik stond daar te beven van woede en ik moest me werkelijk inhouden om niet op hem toe te stappen, teneinde hem op zijn Vlaams zijn zaligheid te zeggen. Het is dat ik bijzonder slechte ervaringen met jagers heb. Die luiden hebben vaak heel erg lange tenen en uitermate korte lontjes … en ze zijn gewapend. Voor hetzelfde geld krijg je een lading hagel in je montere kont. Ik was nochtans de mening toegedaan dat het jachtseizoen pas op 15 oktober begon …

Over jagen gesproken … Het Belgische opperhoofd, Filip de Snuggere, heeft toestemming gevraagd en gekregen om op zijn domein in de Ardennen een jachtpartij te houden die in een slachtpartij zal uitmonden, want hij wil samen met zijn illustere metgezellen zo maar eventjes negentig hinden vermoorden. Hij moest zich schamen! Mogen de goedertieren goden, die hemel en aarde en alle schepselen groot en klein geschepseld … eh … geschapen hebben in gloeiende toorn ontsteken en hem dusdanig van zijn troon bliksemen dat hij stante pede tot stof en as wederkeert.

Zwijmelzang

Gisteravond begaf ik me per televisie naar het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, om daar de eerste finaleavond van de Koningin Elisabethwedstrijd voor Zang 2014 bij te wonen. De koning en de koningin waren daar ook, net als ons kroonprinsesje.

De Belgische coloratuursopraan, Jodie Devos, was tijdens de eerste ronde van het concours zowaar in een flauwte gevallen ─ ze moest er met andere woorden even bij gaan liggen ─ maar ze kreeg een herkansing van de welwillende jury en slaagde erin tot de finale door te dringen. Ze mocht de spits afbijten en door hetgeen ze met veel brio ten beste gaf, flikkerde ik bijna van de bank waarop ik zat. Dat een meisje van nauwelijks vijfentwintig jaar zulke virtuoze, ja zelfs wonderbaarlijke klanken aan haar stem vermag te ontlokken, vervulde me met verrukkelijke verbazing, om niet te zeggen gelukzalige verbijstering.

Ik denk dat ik me vanavond opnieuw naar de Bozar zal begeven. En morgen ook. Ja, zelfs op zaterdagavond. Ik heb slechts één verzoek: mag de sympathieke Thomas Vanderveken alsjeblieft al de interviews met de kandidaten voor zijn rekening nemen? Ik heb niks tegen Katelijne Boon als presentatrice, maar haar vraaggesprekjes in het Frans of het Engels zijn gestuntel van de eerste orde en haar vertalingen raken kant noch wal. Thomas doet dat oneindig veel beter en met verfrissend naturel.

Foetsie

Ik ben er me terdege van bewust dat ik eigenaar ben van een lenige, ja zelfs breidelloze fantasie, die me nogal eens parten durft te spelen. Mijn trouwe lezers zullen zich ongetwijfeld herinneren dat ik in mijn eigen tuin ooit de geboorte van een vulkaan meende te aanschouwen – lees hieromtrent Bijna beroemd ─ om van de heksen, die ik in het schrijfsel Onrustbarend in hun blootste blootje op mijn gazon liet dansen, nog te zwijgen.

Nu is er te mijnent echter iets aan de hand dat mij grote zorgen baart. Onder mijn terras heb ik namelijk een soortement grondverzakking ontdekt en ik kan me niet van de indruk ontdoen dat die put er met de dag groter en dieper uitziet. Zou zich daar een verdwijn- of zinkgat aankondigen, dat me binnen afzienbare tijd met mijn hele hebben en houden zal verzwelgen? Internet biedt talloze foto’s en filmpjes aan van dergelijke slokoppen en het lijkt me niet bepaald een gebeurtenis om naar uit te kijken.

Staat me hetzelfde lot te wachten als het jongetje hieronder?

plasspringer

Copyright Uilenvlucht 2018 Frontier Theme